Hoe bouw je een schrijfroutine op?

8 December vond in Boom Chicago de eerste Dag van de Bellettrie plaats, een middag van schrijvers voor schrijvers. Vijf sprekers gaven hun visie op het schrijverschap en ik mocht de aftrap doen. Ik vertelde hoe je een schrijfroutine opbouwt en een burn-out voorkomt. Op de foto zie je alle schrijvers: Gideon Samson, Mustafa Stitou, Alma Mathijsen, Marieke Nijkamp en ik naast presentatrice Ellen Deckwitz.

Hieronder vind je mijn speech in woord en beeld. Op het filmpje mist helaas de eerste minuut.

Hoe bouw je een schrijfroutine op (en voorkom je een burn-out)

Zomer 2016 verongelukten mijn schoonouders. Niet veel later werden mijn zoon en ik gediagnosticeerd met ADHD. Ondertussen kwam ik om in boek-deadlines, schooloptredens en commercieel opdrachtwerk. Ik probeerde wanhopig mijn hoofd boven water te houden.

Tevergeefs. Na een tijdje stortte ik volledig in.

Burn out.

Deel 4 van mijn superheldenserie werd voor onbepaalde tijd uitgesteld, net als mijn thriller voor volwassenen.

Ineens had ik alle tijd. Ik kon alleen niets meer. Zelfs niet slapen.

Maanden gingen voorbij. Deadlines en ‘moetjes’ waren verdwenen als sneeuw voor de zon. Kunstmatig gecreëerde drukte. Ik had alleen nog mijn gezin. En mijn schrijverschap.

Alleen schreef ik niet. Niet meer.

Hoe langer ik niet schreef, hoe groter de innerlijke noodzaak werd om te schrijven. En hoe groter de noodzaak, hoe groter de frustratie.

Gedachten spookten door mijn hoofd. Ik ben 50. Hoeveel tijd heb ik eigenlijk nog? Mijn schoonouders waren 74. David Bowie werd 69.

Jim Henson: 53.

Hoeveel boeken kan ik nog schrijven? En welke dan? En als schrijven zo belangrijk voor mij is, waarom besteed ik dan zoveel tijd aan onzin?

Misschien is burn-out wel gewoon een ander woord voor midlife crisis.

Ik ging boeken lezen. Dat lukte nog net. Non-fictie. Over routine en succes. Over Flow en Deep Work.

Uiteindelijk bleken ze allemaal over kiezen te gaan.

Kiezen om iedere dag hetzelfde te doen. Kiezen om je niet te laten onderbreken of afleiden tijdens je werk. Kiezen voor rust, in plaats van drukte.

Focus. Prioriteiten.

Success demands singleness of purpose. En die singleness bleek voor mij het toverwoord te zijn.

Kiezen voor één ding.

De juiste dingen doen en de rest laten liggen.

Rigoureus je tijd bewaken. Continu keuzes maken. Nee zeggen tegen stomme dingen maar ook – en misschien wel vooral – tegen leuke. Nee zeggen tegen lucratieve aanbiedingen. Bereid zijn om de prijs te betalen voor dat ene  boek dat geschreven móet worden, voor dat oeuvre dat móet worden opgebouwd. Voor de verhalen die ons gaan overleven.

Het leven is een curve. Wat je vandaag doet is onzichtbaar. Op de lange termijn is wat je vandaag doet allesbepalend.

Eén chocolaatje eten? Je komt geen grammetje aan. Iedere dág een bonbon? Een kilo per jaar erbij.

Minstens.

Een keertje sporten levert alleen maar spierpijn op. Drie keer per week, een half jaar lang? Ik verloor tien kilo.

Ze noemen het de 1% regel. Het is het verschil tussen falen en slagen.

Mensen verwachten vaak meteen resultaat. Wij schrijvers weten wel beter. Een boek wordt geleidelijk opgebouwd, woord voor woord, zin voor zin, pagina voor pagina en daarna twintig keer herschrijven.

Iedere dag opnieuw.

Na maanden niks doen, ging ik voorzichtig weer aan de slag. Ik maakte een plan. Geen deadline, wel een dagindeling.

Ik koos het boek dat ik als eerste af wilde hebben. Daarna claimde ik mijn schrijftijd: ’s ochtends wanneer de kinderen op school zaten. En ik blokkeerde mijn agenda. Geen andere afspraken.

In zes weken produceerde ik 30.000 woorden. En het was goed, beter dan ik gewend was van een eerste versie. Het ritme van elke dag schrijven beviel enorm. Wel leerde ik dat ik de weekenden vrij moest houden. Twee dagen rust leverde meer op dan twee dagen werk.

Het lukte niet altijd. Er vielen dagen uit. Ik bezocht weer scholen. Een enkele keer had ik een afspraak die echt alleen ’s morgens kon, bijvoorbeeld met een uitgever.

Geen probleem. Mits je de volgende dag het ritme gewoon weer oppakt.

Soms lukt niks. En dan schrijf je niet. Dat gebeurt ons allemaal. Heb op zo’n moment compassie met jezelf. Je bent geen robot en ons vak is raar. Het is geen lopende bandwerk.

Maar het is ook geen excuus om je routine te doorbreken. Dat is de grootste valkuil.

De tweede valkuil is afleiding.

Ik schrijf inmiddels drie a vier uur per dag. Aan een stuk door. Zonder onderbreking, behalve voor koffie, natuurlijk.

Dat ritme heb ik langzaam opgebouwd. Niet alleen omdat ik uit een burn-out kom, maar ik heb ook nog steeds ADHD.

Ik begon met een half uur per dag. Iedere week kwam een half uur erbij. Ik nam rust.

En Ritalin.

Inmiddels reserveer ik ook tijd om te lezen. Boeken over schrijven. Research voor mijn eigen titels. Boeken van collega’s, om van te leren.

Iedere dag. Maar niet ’s morgens. Want dan schrijf ik. Zonder iets anders te doen.

Doe jij dat ook? Zonder onderbreking?

Stel je voor dat een topsporter iedere paar minuten op zijn of haar telefoon kijkt. Raar, toch? Waarom doen wij dat dan wel?

Wist je dat het gemiddeld 20 minuten kost om weer in de flow te komen na een onderbreking? 20 minuten!

Schrijven is ook topsport! Stijl, thema, personages, dialogen, structuur, plot, je houdt tientallen ballen tegelijk in de lucht.

Onderbreking is funest.

Daarom blokkeer ik social media als ik schrijf. Mijn telefoon en tablet liggen ergens anders. Ik check geen e-mail. Het enige wat ik paraat heb is m’n laptop, mijn muziek …

én m’n ‘Niet-Nu-lijst.’

Op een ‘Niet-Nu-lijst’ schrijf je alles wat je eigenlijk had willen doen in plaats van schrijven. Ieder wissewasje, ieder telefoontje dat je wil plegen, iedere mail die je wil sturen.

Meteen daarna ga je weer door. En je voert niets uit van de lijst voordat je schrijftijd om is.

Geloof me: de helft blijkt achteraf niet relevant.

Daarna neem je rust.

Wist je dat een amateur zich ongeveer een uur lang aan een stuk kan concentreren?

Een expert?

Vier uur. Maximaal. Dan is op.

Schrijven is topsport. En geen sporter traint acht uur per dag.

Je kunt daarna gerust niet-geconcentreerd werk doen, zoals mails beantwoorden, of telefoontjes plegen. Je vermaken op Twitter of Facebook.

Je kunt je ook gaan vervelen.

Vervelen is een kunst die we verleerd lijken te zijn. Maar vervelen is zo belangrijk! En dat geldt dubbel voor schrijvers! Wanneer je niets doet, dan komen de ideeën. Wandel, fiets, sport, droom.

Lees.

Kortom:

Schrijf iedere dag. Het liefst op hetzelfde tijdstip.

Maak je niet druk als je een dag mist.

Gebruik het ook niet als excuus om het patroon te doorbreken

Neem je rust en durf je te vervelen

Heb compassie met jezelf, het leven is leren.

Na het ongeluk van mijn schoonouders, liet ik een tekst op mijn arm tatoeëren: You get what anyone else gets. You get a lifetime.

Hoe lang dat leven is, weet niemand. Wat je ermee doet, bepaal jij.

Ik heb mijn besluit genomen: ik ben schrijver. Iedere dag. En ik heb nog heel veel te vertellen.

Jij hopelijk ook.

 

 

Waarom laat Marktplaats heling van illegale e-books toe?

Marktplaats.nl is geweldig, laat ik daar mee beginnen. Niet alleen hebben veel van mijn oude spullen een nieuwe eigenaar gevonden, maar ik heb via de site ook de hand kunnen leggen op boeken en strips die nergens meer verkrijgbaar zijn. Het werkt goed en snel en betrouwbaar.

Maar helaas werkt het bedrijf ook heling in de hand.

Op Marktplaats worden sinds jaar en dag illegale e-books verkocht. En daarmee begeeft Marktplaats.nl zich op glad ijs, want hoewel de rechter in 2015 oordeelde dat het verkopen van tweedehands e-books in theorie mogelijk is, beval het ook dat de verkoop van tweedehands e-books via Tom Kabinet gestaakt moest worden, omdat de site niet kon garanderen dat de e-books legaal verkregen waren en slechts eenmaal werden doorverkocht.

Een blik op het aanbod op Marktplaats.nl maakt duidelijk dat het om illegaal aanbod gaat. Collega Jen Minkman zag een lijst met titels – onder andere van Hugo Borst, Eric Corton, Simone van der Vlugt en haarzelf – te koop voor slechts 1 euro per stuk. Voor alle duidelijkheid, dat is gemiddeld wat een schrijver aan de verkoop van een (papieren) boek verdient. En geen cent van die euro gaat naar de schrijver, de uitgever of de boekhandel.

Jen waagde er een Facebookpost aan en ik een tweet.

De tweet ging rond, werd opgepikt door onder andere Eric Corton die hem doorstuurde naar zijn uitgever en stichting Brein.  Literaire website Tzum pikte het bericht direct op en ook de auteurs zelf lichtten hun eigen uitgevers in. Iedereen kwam meteen in actie en de advertentie is inmiddels verwijderd.

Maar het probleem is hier niet mee opgelost. Het probleem is namelijk niet de oplichter (oplichters zullen er altijd zijn) en zelfs niet de onnadenkende consument die op korte termijn goedkoop uit denkt te zijn. Het probleem is Marktplaats. Want inmiddels staat het aanbod van een ‘nieuwe’ aanbieder alweer online met nagenoeg exact dezelfde titels. En deze keer kosten de boeken zelfs maar 0,75 cent. En deze blijft staan totdat wij in actie komen, waarna de volgende aanbieder komt en de volgende en de volgende.

Wij kunnen dit niet oplossen. Wij moeten mooie boeken schrijven en uitgeven, niet politie-agentje spelen op een website en iedere illegale aanbieder als oplichter aangeven. Dit probleem moet aan de voorkant worden aangepakt door de site die deze praktijken faciliteert.

Tweedehands e-books aanbieden kan niet in Nederland. Niet zonder een gedegen controle dat het boek daadwerkelijk in het bezit is van de koper, en slechts eenmalig verkocht wordt, zo oordeelde de rechter. Een grote speler als Marktplaats zou hier zijn handen niet aan moeten willen branden. Mijn vraag – namens alle schrijvers en uitgevers van Nederland – aan Marktplaats: wat gaan jullie hier aan doen?

Weet jij wat jouw personages geloven?

Het manuscript van Superhelden.nl dl4 is een ogenschijnlijke chaos, een onontwarbare, Gordiaanse knoop van plotlijnen, onverwachte wendingen, personages die tegen hun ware aard ingaan en manipulators die niet doorhebben dat zij het zijn die gemanipuleerd worden.

Een beetje zoals het echte leven, dus.

In die chaos zit het verhaal verstopt dat ik wil vertellen. Een verhaal over verraad, over loyaliteit, over moeilijke keuzes maken, over offers brengen voor een hoger doel, over niet weten of dat doel wel bestaat en of dat het zelfs wel het juiste doel is.

En ondertussen probeer ik de basis van de reeks niet uit het oog te verliezen: dat het spannender en meeslepender moet zijn dan de eerste drie delen bij elkaar, dat het verhaal simpel te volgen moet zijn – voor iedereen van 11 tot 111 jaar – en dat de lezer iedere plotwending niet alleen gelooft maar ook achteraf volstrekt logisch vind.

Geen sinecure, maar ook verschrikkelijk leuk om te doen! Want dit is het stadium waarin ik erachter kom welk verhaal ik wil vertellen. Daarom geloof ik ook niet in de ‘plotters’ die elk aspect van een verhaal vooraf willen bedenken, voordat ze gaan schrijven. Want het antwoord op de vraag ‘Wat was er eerder, de kip of het ei?’ is: allebei tegelijk en om- en-om. Schrijven/denken/plotten/personages, het is een continu proces.

De basis voor mij is de motivatie van de personages. En wanneer ik die niet helder heb, pak ik de volgende vijf vragen erbij:

  1. Wat gelooft je personage?
  2. Waarom gelooft hij/zij dat?
  3. Wat is zijn/haar doel?
  4. Wat verwacht hij/zij dat er gaat gebeuren?
  5. Wat gebeurt er echt?

Het mooie is dat de antwoorden op deze vragen heel anders waren dan toen ik anderhalf jaar geleden aan het boek begon. De acties van de personages beïnvloeden elkaar, waardoor ze andere dingen zijn gaan geloven en andere dingen zijn gaan doen. (En nee, ik geloof niet in karakters die met het verhaal aan de haal gaan, de schrijver is altijd in controle. Maar de schrijver ontwikkelt plot en personages wel tijdens het schrijven).

Het hielp mij vandaag enorm om voor de vijf belangrijkste personages deze vijf vragen opnieuw te beantwoorden, niet in m’n hoofd, maar op papier. Het verraste me in meer dan een opzicht, het werd me 100% duidelijk wat ze exact wilden en wat niet. En ineens werd de knoop ontwart, kwam er helderheid in de chaos en wist ik wat moet herschrijven en wat niet.

(De kaartjes zijn hier nog leeg om spoilers te vermijden)

De komende week ga ik iedere scène uit mijn manuscript kort beschrijven op een kaartje. Deze kaartjes komen op mijn nieuwe magneet-/schoolbordmuur te hangen, met in kleur om welk personages het gaat. Wanneer ik helemaal tevreden ben, ga ik in Scrivener de scènes in dezelfde volgorde zetten. Daarna print ik de boel uit en ga aantekeningen op papier maken wat er herschreven moet worden.

Het A4tje met de antwoorden op de vijf vragen hang ik voor me aan de muur, zodat ik tussentijds kan blijven checken of de motivaties van mijn personages nog steeds hetzelfde zijn. Want net als in het echte leven geldt: als je weet wat je wilt, wordt het leven er een stuk simpeler op.

Weet jij wat jouw personages geloven? En waarom? Wat ze willen bereiken en wat ze verwachten? En weet jij – de schrijver – wat er echt gaat gebeuren? En wat je daarmee wilt vertellen aan je personage en daarmee aan de lezer?

Meer leren over hoe je een verhaal vertelt/personages opbouwt? 29 mei geef ik een gratis workshop bij Seats2Meet in Utrecht!

(Superhelden.nl dl4 verschijnt wanneer het verschijnt)

Hoe zit het nou %&*$# met Nachtmerrieman!

1595 dagen geleden hadden 308 mensen 17.032 euro gestort om een boek te krijgen dat pakweg drie jaar geleden had moeten verschijnen. Vandaag is dat boek er nog steeds niet. En het is ook nog niet af.
 
Het is ook nog niet bijna af.
 
En sommige donateurs zijn het wachten zat.
 
Ik snap dat.
 
Laat me beginnen met iets heel duidelijk te stellen. Ik ben verantwoordelijk voor mijn leven en voor mijn project. Ik heb een belofte gedaan die ik niet heb waargemaakt en daar ben ik als enige verantwoordelijk voor. Ik heb de afgelopen drie jaar keuzes gemaakt waardoor het boek er nog niet is. Ik sta 100% achter al die keuzes. Maar het zijn wel mijn keuzes. En als donateur heb je het volste recht om mij aan te spreken op het niet nakomen van mijn belofte.
 
Er zijn een heleboel redenen waarom het boek te laat is. Veel van die redenen heb je kunnen lezen in een eerdere update en in de blogpost: ‘Waarom ik spijt heb van mijn crowdfundingactie’. Maar er zijn daarna nog een aantal dingen gebeurd, sommigen hadden met het boek te maken, andere niet.
 
En dat is het grote probleem met NMM voor mij in de communicatie. Er spelen zoveel dingen tegelijk en door elkaar, dat ik soms niet weet wat te communiceren.
 
Ik ga het toch proberen.
 
Na mijn blogpost van 16 januari 2016, begon ik vol goede moed te schrijven aan NMM. Ik voelde de druk van de crowdfunding niet meer (nog steeds niet, trouwens), wist wat ik wilde met mijn grotere, ambitieuzere plot en mijn hoofdpersoon Madeline Finn. Ik schreef elke dag aan het boek en wanneer ik niet schreef, werkte ik aan de structuur. Gestaag kwam mijn woordenaantal weer in de buurt van de 35.000 die ik eerder had weggegooid. En wat ik had, was het beste dat ik ooit geschreven had.
 
Tegelijkertijd realiseerde ik mij twee dingen:
 
1. Dit boek ging mij veel meer tijd kosten dan ik had gepland. Langer dan de zes maanden die ik in de crowdfunding had genoemd. Langer dan het jaar dat ik er in mijn hoofd van had gemaakt. Misschien wel twee jaar. Omdat de structuur van het boek veel ingewikkelder is dan welk boek ik ook eerder schreef. Omdat de taal anders is dan die van een jeugdboek. Ik schrijf domweg veel minder woorden per dag dan aan bijvoorbeeld Superhelden.nl, soms maar honderd (ipv 1.000).
 
2. Ik moest meer backstory uitwerken voor mijn personages dan ik ooit had gedaan.
 
Misschien moet ik dat even uitleggen.
 
Als ik per ongeluk op een Tros muziekfeest op het plein kom, dan vind ik daar wat van. Ik hou niet van de muziek, dus misschien erger ik me. Of misschien amuseer ik mij omdat ik zie dat anderen zich amuseren.
 
Als je juist graag op dat soort feesten komt, reageer je anders dan ik.
 
Als de zanger zingt over een verloren liefde, dan reageer ik anders dan iemand die net verlaten is. Als iemand met een multiculturele achtergrond op zo’n feest komt, waar meestal bijna iedereen wit is, reageert zij anders dan ik.
 
Wie je bent, maakt hoe je reageert op een situatie. Dat is in het echte leven zo, en dus ook in een boek.
 
Maar in een jeugdboek is dat veel minder! En dat komt met name omdat de personages jonger zijn en minder meegemaakt hebben. Kinderen reageren, zeker tot een jaar of elf, veel primairder. Daarnaast zijn het soort jeugdboeken dat ik schrijf minder psychologisch dan wat ik met NMM van plan ben.
 
Ik realiseerde me, dat ik te weinig over mijn personages wist. Niet alleen over de hoofdpersoon, haar echtgenote en de dader, maar ook over de slachtoffers.
 
Voordat ik verder kon, moest ik de achtergronden uitwerken van mijn personages die verder gingen dan hun haarkleur, leeftijd, opleiding en leefstijl. Ik moest weten wat ze dreef, wat hun passie was, waar ze bang voor waren. Ik moest weten wat ze hadden meegemaakt.
 
Maar hoe doe je dat?
 
Ik ga er altijd vanuit dat ieder probleem dat ik tegenkom, al een keer door iemand anders is opgelost, dus ik begon te Googlen. En ik kwam uit op een boek dat ‘Story Genius’ heette. In dat boek werd een methode uit de doeken gedaan waarin je het verleden van een personage uitwerkt met het plot van je boek ingedachte. Je bedenkt specifieke situaties die je hoofdpersoon dusdanig hebben gevormd dat ze wordt wie je nodig hebt voor je roman.
 
Het was fascinerend om te lezen, maar ook behoorlijk pittig. En ik kwam er niet helemaal uit hoe ik dan moest doen. Op dat moment besloot de schrijfster van het boek, samen met een romanschrijfster die de methode al gebruikt had, een online cursus te geven waarin je specifiek je personages voor jouw boek ging uitwerken. En je kreeg een persoonlijke coach die met jou meelas.
 
Wow.
 
Ik was meteen verkocht en kocht een plekje. Vol goede moed begon ik aan de cursus, die nog beter was dan ik had gehoopt. Mijn personages groeiden en werden als van vlees en bloed.
 
Nu een klein stukje terug in de tijd.
 
Het moment dat ik me realiseerde dat ik voorlopig niet verder kon met het daadwerkelijke schrijven aan NMM, was ik gestart met Superhelden 4. Want ik wilde hoe dan ook iedere dag schrijven. Ik had het plot van het boek per ongeluk op vakantie bedacht en de structuur uitgewerkt en het was – vergeleken net NMM – een zonnetje om te schrijven. Ondertussen werkte ik iedere dag aan de personages van NMM, aan de plotstructuur en schreef ik af en toe een hoofdstuk als ik ineens de geest kreeg. Al snel kwam daar de cursus bij en deed ik twee dingen tegelijk. Tussendoor schreef ik ook nog even Meesterspion in zes weken (want: inkomen).
 
Dat ging goed, totdat het fout ging.
 
Ik leverde Superhelden 4 in (voor 3/4 af, maar wilde de reactie van mijn redacteur weten, voordat ik het einde schreef) en begon aan week 2 van de cursus (die 10 of 16 weken duurt).
 
Ik kreeg Superhelden 4 terug met meer commentaar dan ik had verwacht. Maar ik was het er wel mee eens.
 
Ik ging Superhelden 4 herschrijven en zat inmiddels in week 5 van de cursus. So far, so good, al werd het wel een beetje veel.
 
En toen was het 7 juli en was er het ongeluk. En ik deed niets meer aan welk boek dan ook. Ik heb m’n gezin overeind gehouden, totdat ik zelf instortte. Ik kreeg begeleiding en een diagnose ADHD. (Goh, wat viel er veel op z’n plek). Ik leer nu van mijn psycholoog hoe ik planningen moet maken die wel werken, hoe ik kan leren om mijn attentiespanne te verlengen (ik zit nu op 8 minuten …) en om maar een ding tegelijk te doen.
 
Dat ene ding is nu Superhelden 4 afmaken. Dat is om verschillende redenen:
 
1. Het boek is bijna af. Dat betekent dat ik over een paar maanden iets klaar heb, en dat gevoel heb ik nodig, na negen maanden ‘niks’ doen. Ik heb het succes nodig.
 
2. Het is relatief makkelijk om te schrijven. Ik ken de personages, weet hoe het verhaal gaat, en wat er niet goed was aan de vorige versie. Ik weet wat ik moet doen. Het is veilig. Daarnaast leer ik weer om langer te schrijven, om het uur per dag dat ik nu schrijf op te rekken naar de paar uur per dag die ik voorheen schreef.
 
3. Een nieuw boek betekent inkomen, en dat betekent dat ik kan blijven doen wat ik het liefste doe: schrijven.
 
Zodra SH4 af is en goedgekeurd, ga ik verder met de cursus Story Genius. Ik heb met mijn Amerikaanse coach en de makers afgesproken dat ik het op mag pakken wanneer ik daar weer toe in staat ben, en het mag uitwerken in mijn eigen tempo.
 
Zodra ik klaar ben met de cursus, ga ik NMM (her)schrijven en afmaken, met de personages die ik daarvoor ontwikkeld heb.
 
Een ding tegelijk, na elkaar.
 
En dan, op gegeven moment, is er een eerste versie af. Die laat ik dan een paar weken liggen, lees het opnieuw, herschrijf het eventueel en stuur het naar mijn redacteur bij Meulenhoff. Zij gaat daar dan op reageren en stuurt het mij terug met het verzoek een tweede versie te schrijven.
 
En dat gaat net zolang door totdat wij allebei tevreden zijn. En tussendoor zal ik opdrachtwerk doen, optreden op scholen, lezingen geven, vader zijn en echtgenoot. Want het leven gaat gewoon door. En we moeten ook eten.
 
En dan komt het moment dat NMM verschijnt. En dan komt er het beloofde feest. Het beste feest. Het feest waar ik eindelijk mijn boek deel met jullie, de donateurs. Waar ik jullie persoonlijk één voor één bedank voor jullie steun en voor jullie geduld.
 
Maar ik doe geen enkele belofte meer wanneer het boek uitkomt. Want ik kan het niet waarmaken. Tenzij ik het snelste boek ga schrijven dat ik kan, in plaats van het beste. Dan is het eind van dit jaar af.
 
Maar ik wil dat niet.
 
Jullie hopelijk ook niet.

Ik schrijf weer (een beetje)

Op de een of andere manier gebeurt het altijd in de OBA.

De eerste twee keren waren tijdens De Middag van het Kinderboek, toen nog georganiseerd door Ted van Lieshout. In de pauze kwam beide keren de eigenaresse van een bekende kinderboekwinkel naar mij toe. Ze hadden allebei nagenoeg dezelfde boodschap: ‘Ik verkoop heel veel exemplaren van Superhelden.nl, maar had het boek zelf nog nooit gelezen, omdat ik eerlijk gezegd niet verwachtte dat het erg goed zou zijn. Het was vooral de combinatie game+boek die de serie zo populair maakte, dacht ik. Maar ik heb de boeken onlangs gelezen en was aangenaam verrast. De serie is echt heel goed geschreven!’ De verbazing klonk ter plekke nog door in hun stem.

De aanname dat ik een betere marketeer ben dan schrijver is mij niet vreemd. Toen Subroza.nl uitkwam en we er 3.000 van verkochten in de eerste paar dagen van de Kinderboekenweek, stond er een draadje op een schrijfforum over mijn boek. Algemene conclusie was wel dat ik het heel slim had aangepakt, met het boek, de game en het thema van de Kinderboekenweek – dat Subrosa: boeken vol geheimen was – maar het jammer was dat ze niet een echte schrijver de kans hadden gegeven zijn of haar boek te publiceren.

Ik had toen 25 AVI-boeken op mijn naam staan.

Gisteren was het schrijfevenement ‘Schrijf!’ in de OBA, een geweldig georganiseerde dag waar meerdere schrijvers lezingen verzorgden of workshops gaven over hun vak en waarvoor ik de opening mocht verzorgen. Ik vertelde over hoe je creativiteit tot bloei komt als je iedere dag schrijft, al zijn het maar een paar honderd woorden per keer. In de pauze kwam er een jongeman naar mij toe.

Hij was begin twintig, gok ik, en beginnend schrijver. Maar in tegenstelling tot de andere deelnemers, kwam hij niet om tips te vragen, maar om te vertellen dat hij een fan was. ‘Ik ben zo blij dat u net vertelde dat er een deel 4 komt,’ zei hij. ‘Ik hoop ooit zelf ook zulke boeken te gaan schrijven.’

Ik glom geloof ik nog meer dan hij.

15 jaar geleden kwam mijn eerste boekje – Een elfje in de sneeuw – uit. Dit jaar verschijnt mijn 50ste titel. En hoewel ik nog steeds goed ben in PR en marketing, hoef ik tegenwoordig gelukkig niet meer te bewijzen dat ik echt kan schrijven. In Duitsland verscheen de Superheldentrilogie onder de naam Pala, zonder de game of website en wordt daar goed verkocht en goed gerecenseerd. Zonder commentaar. Het is gewoon een boek van een schrijver, niets meer en niets minder.

En dat is uiteindelijk wat ik wil zijn: gewoon een schrijver. Iemand die zijn ideeën in een leesbare vorm kan gieten, iemand die kinderen inspireert tot lezen en anderen tot schrijven. En ik ben mijn lezers, de uitgevers en de boekhandelaren immens dankbaar dat zij mij de ruimte geven om mijn vak uit te oefenen.

Het afgelopen half jaar hebben wij het thuis heel zwaar gehad, waren we vooral bezig met overleven. Het schrijven is daarbij naar de achtergrond verdwenen. De laatste tijd pak ik mijn boek weer langzaam op, schrijf ik een paar honderd woorden per dag. Bouw ik langzaam weer aan m’n verhaal. En aan mijn leven.

De jongeman in de OBA bedankte mij gisteren voor mijn boeken. En ik zei: graag gedaan. Maar alles in mij schreeuwde: nee, jij bedankt. Want ik voelde ineens weer waar ik voor schrijf.

Voorlezen voor vluchtelingen

Foto: De Blauwkai

Met de schakelklas op de foto (bron: De Blauwkai)

Ik kreeg een oproep van illustrator Marit Törnqvist (die eerst in Zweden en later in Nederland AZC’s bezocht om via haar tekeningen contact te maken met vluchtelingen). Ze schreef: ‘Stel dat een heleboel Nederlandse kinderboekenmakers AZC’s zouden bezoeken en met groepjes kinderen en hun ouders kennis zouden maken, gewoon met potlood, papier en boeken? Wij weten dat een kindertijd bepalend kan zijn voor de rest van je leven. En wij weten ook wat de kindertijd van deze vluchtelingen tot nu toe is geweest. Als wij nu met velen workshops kunnen geven met het doel een bruggetje te bouwen tussen hen en ons?’

Ik twijfelde. Kon ik dat wel? Alles draait bij mij om taal, zodra ik in een land kom waar ik de taal niet spreek, laat ik mijn vrouw het woord doen. Wat had ik bij te dragen aan deze zwaar getraumatiseerde kinderen?

Durfde ik dat wel?

Ik gooide de mail weg.

Tijdens de Kinderboekenweek bezocht ik een school in Ridderkerk voor vier groepen 5 t/m 8. In mijn contract stond het volgende zinnetje: ‘In deze groepen zitten ook vluchtelingenkinderen.’ Dat bleek iets anders te liggen. Want na drie groepen kwam ik terecht in ‘de schakelklas,’ een groep leerlingen van acht tot dertien jaar die allemaal de Nederlandse taal aan het leren waren. De meeste kwamen uit Syrië, geen van hen was hier langer dan negen maanden.

rapp-en-rob-oma-gevangenDe juf nam me even apart. ‘Eigenlijk was ik erop tegen dat u kwam,’ vertrouwde ze me toe. ‘Deze kinderen hebben veel meegemaakt en maar een beperkte kennis van de Nederlandse taal. Ik heb ze zoveel mogelijk voorbereid op uw komst, vertelt wat personages zijn en ze voorgelezen uit ‘Rapp en Rob: Oma Gevangen’ en uitgelegd over wat een tekenstraler is. Ik hoop dat het allemaal gaat lukken.’ Van haar gezicht was af te lezen dat ze er weinig vertrouwen in had.

Slik.

Ik stapte de klas in en werd juichend ontvangen door vijf jongens en zeven meisjes. Ik stelde me voor, en begon te vertellen. Langzamer dan normaal en met eenvoudiger taalgebruik, maar zonder mijn verhaal zelf te versimpelen. Af en toe vroeg ik of ze woord kenden. ‘JAAA!!!’ gilden ze, als het bekend was. ‘NEEE!!’ riepen ze net zo hard en met net zoveel enthousiasme als ze het niet wisten. Samen met de leerkracht zochten we net zolang synoniemen totdat we een woord vonden dat ze wel kenden of een uitleg waardoor ze de betekenis zelf konden vinden. Achter mij schreef de juf moeilijke woorden op, koppelde ze aan elkaar met tekeningetjes en pijltjes, of legde het verband uit tussen het werkwoord (schrijven) en het zelfstandig naamwoord (schrijver). Iedere keer als een kind iets raadde, uitvond of begreep, kregen ze een boks van mij á la Baymax (lalalala) en het werd een sport om zoveel mogelijk boksen te ontvangen en uit te delen.

Ondertussen ontstonden er een-tweetjes tussen mij en de juf. We beelden ‘op het nippertje’ uit door net niet tegen elkaar aan te botsen, voelden elkaar aan en zij sprong in wanneer ik niet door had dat wat ik vertelde te moeilijk was. Het was alsof ik weer aan theatersport deed, waarbij het publiek net zo actief meedeed als wij op het ‘podium’.

Schrijversbezoeken zijn altijd een feestje. Kinderen krijgen zelden de makers van al die mooie kinderboeken te zien en ze willen alles weten over hoe je boeken bedenkt, schrijft, tekent of maakt. Maar zo enthousiast als deze groep had ik ze nog nooit meegemaakt in mijn bijna 15-jarige carrière als auteur. Als ze iets niet wisten of kenden, dan betekende dat ze dat konden leren! Nu, met ons, met elkaar! Want wat misschien nog wel zichtbaarder was dan het enthousiasme en de leergierigheid, was de saamhorigheid. Het Poolse meisje dat nét wat meer woorden kende, dat het Syrische meisje uitlegde wat ik bedoelde, die op haar beurt het Arabische woord gaf aan het jongetje dat hier het kortst was.

En terwijl ik mijn verhaal vertelde en de groep over elkaar heen buitelde om uit te leggen wat zij zouden tekenen als een tekenstraler echt zou bestaan, realiseerde ik mij steeds weer opnieuw waarom ze hier waren.

Syrische kinderen tekenen de oorlog (bron: Vice)

Syrische kinderen tekenen de oorlog (bron: Vice)

Een jaar geleden hadden deze kinderen nog een huis, een land, familieleden. Vermoedelijk hadden ze nog nooit van Nederland gehoord. En nu waren ze hier. Levend, gretig om elk nieuw Nederlands woord op te nemen. Want taal betekent toegang. Toegang tot educatie, tot boeken, tot een andere cultuur, tot elkaar.

Maar wat waren ze kwijtgeraakt? De juf vertelde mij later dat sommige kinderen verstijfden als je ineens achter ze stond, of als je hun pols beetpakte om ze te leren hoe ze hun potlood steviger past konden houden. Onder alle vrolijkheid, onder het gelach zat een diep verdriet.

Ik nam afscheid van de kinderen, mocht met ze op de foto. Ze zwaaiden me uit, terwijl ze naar de gym gingen, gaven me een hand of een boks. Hun verdriet namen ze met zich mee, net als hun nieuwe woorden.

‘Het ging goed!’ fluisterde de juf.

Ik schoot vol.

Thuis duikelde ik de mail op van Marit Törnqvist en mailde dat ik vanaf volgend jaar uiteraard beschikbaar om voor te komen lezen op AZC’s.

Wil je ook bijdragen aan dit project, maar ben je geen auteur of illustrator? Doneer dan een (klein) bedrag aan dit project. Deze kunnen overgemaakt worden op IBAN: NL20INGB0004334202 (BIC: INGBNL2A) t.n.v. Stichting IBBY sectie Nederland te Amsterdam. Vergeet er dan niet bij te vermelden: gift project vluchtelingkinderen.

Hartelijk dank

De boekverkoper als superheld

bblTijdens het Beste Boeken Live Event sprak ik een ode uit aan de boekhandelaar. De speech stond al als filmpje op YouTube maar op verzoek is hieronder ook de hele tekst te lezen.

Presentatie Beste Boeken Live

“Eigenlijk zijn jullie boekverkopers de echte Superhelden. Doordat jullie iedere dag opnieuw het gesprek aan gaan met de klant. Doordat jullie iedere keer weer opnieuw de vraag stellen: waar hou je van? Doordat jullie iedere dag weer opnieuw een aanbeveling doen: dit boek moet je lezen!

Gisteren signeerde ik op de Uitmarkt in Amsterdam. En al snel kwam ik erachter dat als ik ging zitten wachten tot er iemand naar mij toekwam – voor een handtekening of een boek – dat ik hier met Sint Jutemis nog zou zitten. Dus ik deed wat een boekhandelaar doet. Ik vroeg aan ieder kind dat passeerde: hoe oud ben je? Hou je van spannende boeken? Mag ik je wat over de serie Superhelden.nl vertellen?

Na een paar uur waren alle delen 1 verkocht. Tientallen kinderen gingen met een glimlach op hun gezicht en een boek onder hun arm naar huis. In gedachten waren ze al op het eiland Pala en werden ze samen met de personages in het boek opgeleid tot superhelden.

Voor mijn werk reis ik veel en iedere stad waar ik kom, bezoek ik de plaatselijke boekhandel. Ik kijk of mijn boeken er staan en maak een praatje met de verkoper. Een paar weken geleden was ik in de kinderboekwinkel in Arnhem. De eigenaresse begon meteen te vertellen. Wat haar opviel, was dat de Superheldenreeks gewoon door bleef verkopen. Naar de meeste nieuwe boeken is na een aantal maanden of een jaar geen vraag meer en de meeste eversellers zijn al tien of twintig jaar oud. Maar Superhelden.nl verkocht ze het hele jaar door, jaar in, jaar uit. ‘En,’ zei ze, ‘het wordt gelezen door jongens én door meisjes. Dat is iets wat niet heel vaak voorkomt.’ Maar het allerbelangrijkste, vertelde ze, was dat het eerste deel vrijwel altijd gekocht werd door een vader, moeder of grootouder en dat de andere twee delen door het kind zelf werden gekocht. Dat bewees voor haar dat de boeken echt voor de doelgroep waren geschreven.

Maar ze vergat het belangrijkste en dat was haar rol als boekverkoper. Want een titel kan nog zo goed zijn, zo spannend, zo geschikt voor de doelgroep, als de lezer niet van het bestaan weet, dan flopt het boek. En het succes van Superhelden.nl is te danken aan haar en aan jullie.

Want als jullie het eerste deel niet massaal hadden ingekocht in 2011, hadden we er geen 10.000 van verkocht. En als jullie daarna deel twee en het laatste – zwaar vertraagde – derde deel niet in stapels hadden neergelegd, hadden we geen 35.000 stuks van de trilogie verkocht. Als jullie niet persoonlijk het boek hadden aanbevolen, omdat het spannend was en anders, dan had het nooit zijn weg gevonden naar al die jonge lezers en lezeressen.

En natuurlijk, het is onze boterham. Als jullie geen boeken verkopen, moet de winkel dicht, als ik geen boeken verkoop, moet ik een baan gaan zoeken (en wie wil mij na vijftien jaar fantaseren nog ergens voor hebben?). Maar het gaat om veel meer dan dat! Het lezen van boeken leert kinderen empathie. Door zichzelf te verplaatsen in de hoofdpersonen vragen ze zich af hoe het zou zijn als zij in zo’n situatie terecht zouden komen. Want uit een recente studie blijkt dat ‘verhalen de macht hebben om emoties tot leven te brengen, en kinderen te helpen inzicht te krijgen in hun eigen gevoelens en die van anderen.’ Ze leren bijvoorbeeld hoe het is om een superheld te zijn!

‘Hoe zou ik reageren als ik ontvoerd werd naar een eiland?’

‘Welke beslissing zou ik nemen als ik moest kiezen tussen twee kwaden?’

‘Als het lot van de wereld van mij af zou hangen, zou ik dan mijn leven – en dat van mijn vrienden – in de waagschaal durven leggen?’

Als boeken kinderen toegang geven tot hun emoties, dan zijn jullie – de boekverkopers – de poortwachters. Door jullie aanbevelingen komen ze in aanraking met andere boeken dan die ze al kennen. En Superhelden.nl is anders dan de meeste andere boeken.

Dat weet ik, omdat lezers mij dat mailen. Of tweeten. Of Facebooken. En soms drukken ze zelfs een briefje in mijn handen, zoals deze jongedame deed na een schooloptreden in Steenwijk:

‘Beste Marcel van Driel,

Ten eerste wil ik u een compliment geven voor het schrijven van de superboeken 1,2 en 3. Ik lees helemaal niet graag en ik ben dyslectisch, en ik kon niet stoppen met lezen, zo leuk was het. Toen ik het boek las, zag ik al helemaal de film voor me, omdat ik een beelddenker ben.’

Nog even los van het geweldige compliment, wat voor een superheld ben je als je dit durft te schrijven en aan de auteur te overhandigen?

Op diezelfde Uitmarkt kwam een dame mij een hand geven. ‘Ik ben leesbevorderaar,’ zei ze, ‘en ik wilde je bedanken voor je serie Superhelden.nl. Je hebt zoveel kinderen over hun leeshobbel heen geholpen met je boeken. Dank je wel daarvoor.’

Maar ook zei onderschatte haar eigen rol. Want hoe goed ik mijn boeken ook probeer te schrijven, als ze de lezers niet bereiken, blijven de woorden opgesloten zitten tussen de kaften. Het zijn mensen zoals zij en zoals jullie die de match maken. Jullie zijn de cupido’s van het woord.

Of moet dat zijn: de superhelden van het boek?

Judith Visser tweette ooit: “Boeken schrijven zichzelf net zo min als ze zichzelf verkopen.” En dat is zo waar! Niet alleen schrijvers hebben jullie hard nodig, maar ook de lezers. Zij weten vaak nog niet wat ze willen!

Daarom ben ik zo dankbaar voor jullie inspanningen. Omdat jullie je nek uitsteken als je een nieuwe serie inkoopt, wanneer je iets onbekends op de stapel legt, wanneer je tegen je de lezer zegt: Superhelden.nl MOET je lezen, geloof me maar, je kunt het niet wegleggen.

Want dat is wat ik probeer te bereiken. Ik schrijf boeken die je ’s avonds in bed leest, terwijl je ouders denken dat je slaapt. Ik schrijf boeken waarvan je denkt: nog één hoofdstuk, dan, alleen dacht je dat drie hoofdstukken geleden ook al. Ik schrijf boeken waarvan je aan het eind van ieder deel denkt: ik MOET weten hoe het verder gaat.

En daarom verschijnt er in januari volgend jaar een vierde deel van Superhelden.nl en het jaar daarna een vijfde. Omdat niet alleen de lezer, maar ook ik wil weten hoe het verder gaat. En als je de reeks vergelijkt met een Amerikaanse tv-serie, wat veel mensen doen, dan zijn de eerste drie delen seizoen 1 en de twee nieuwe delen seizoen 2. Er is een nieuwe slechterik, een nieuwe uitdaging, maar we volgen dezelfde hoofdpersonen, dezelfde vijf personages waarmee we al drie boeken meeleven.

Maar er is één twist. Want één van de vijf is een verrader. Een van de vijf doet zich anders voor dan hij of zij is. Een van de vijf is geen echte Superheld.

Dit is de flaptekst.

‘Nu Mr. Oz verslagen is, heeft Iris samen met Alex, Fiber, Justin en YunYun in het geheim de leiding op Pala overgenomen. Pas wanneer ze de levensgevaarlijke Jabberwocky’s van Mr. Oz hebben uitgeschakeld, kunnen de kinderen naar huis. Maar dan dient zich een nieuwe vijand aan, eentje die toegang heeft tot het computersysteem op het eiland. Iris beseft dat een van haar vrienden een dubbelrol speelt. Maar wie is de verrader? En hoe kunnen ze de vijand het hoofd bieden als ze elkaar niet kunnen vertrouwen?’

Waar jullie in ieder geval wél op kunnen vertrouwen is dat ik mijn best heb gedaan om het beste deel uit de serie te schrijven. Nog spannender, nog emotioneler, met nog meer vaart en actie dan de eerste drie boeken. Ik hoop dat ik – én de lezer – weer kunnen vertrouwen op jullie. Dat jullie de boeken inkopen, neerleggen en – en dat blijft het allerbelangrijkste – aanbevelen aan de nietsvermoedende lezer. De lezer die nog nooit van Pala gehoord heeft, die nog niet weet wat de plannen van Mr. Oz zijn en wat hij voor Iris en haar Superhelden in petto heeft. En wanneer het kind met een boek onder de arm en een glimlach op haar gezicht de winkel verlaat, weet zij misschien niet wie de echte superheld is.

Maar ik weet het wel. Want de echte superheld, dat ben jij.

Dank je wel voor je aandacht.”

Signeren op de Amsterdamse Uitmarkt: een droom die uitkwam

Uitmarkt26 augustus, 1989, ik was 22 jaar uit en voor het eerst op de Uitmarkt in Amsterdam. Ik wandelde in de richting van de Dam en zag op het podium een stel jonge honden met ontblote bovenlichamen en gekleurde broeken/kilts punkrockfunk maken op het podium. Vanaf dat moment was ik een fan van The Red Hot Chili Peppers én van de Uitmarkt. Ooit, bedenk ik me, komen ze hier voor mij. *

2016, ik ben 49 jaar. Ik wandel op m’n gemak langs de Dam in de richting van het Museumplein, waar ik ga signeren in de stand van de Kinderboekenwinkel. Onderweg vang ik een paar Pokemons, schuil ik voor een plotselinge bui en geniet van de dag. Ik ben vroeg en haal koffie bij de meest briljante koffiekraam die ik ooit ben tegengekomen. Om 11.15 neem ik plaats in de stand en wacht op wat er komen gaat.

Dat is niet veel. De markt moet duidelijk nog op gang komen. Er komen enkel volwassenen langs die zo te zien bij het festival horen. Geen kinderen, geen fans. Dat is oké. Ik ben allang van de illusie verlost dat ik drommen kinderen aantrek wanneer ik signeer. Als ik paar nieuwe lezers werf, ben ik allang blij.

Het is twaalf uur. Officieel zit m’n signeersessie erop, maar het begint net een beetje druk te worden. Ik besluit nog een uur langer te blijven.

Superhelden 4Er komen kinderen. Ze bekijken de boeken in de kraam en snuffelen in de ramsjbak. Ik trek de stoute schoenen aan en vraag ze hoe oud ze zijn en of ik ze wat over mijn boeken mag vertellen.

Dat mag.

Een uur later heb ‘ik’ vier keer deel 1 en één keer deel twee van Superhelden.nl verkocht. Helaas moet ik gaan, want ik zou nog wat mensen spreken op de Comic Con in de RAI, waaronder toptekenaar Romano Molenaar. Maar ik beloof de lieve medewerkers van de Kinderboekwinkel om aan het eind van de dag terug te komen.

Dr Who?

Dr Who?

De Comic Con blijkt een slap aftreksel te zijn van die in Utrecht en binnen het uur sta ik weer buiten, maar niet zonder op de foto te zijn geweest met de Nederlandse Tardis en even snel bijgekletst te hebben met Romano over onze eventuele toekomstige samenwerking. **

Om kwart over drie zit ik weer op m’n plek. Ik moet me een beetje over mijn schroom heen zetten om iedere tiener aan te spreken die tussen de boeken van de Kinderboekwinkel komen snuffelen, maar ze blijken daadwerkelijk geïnteresseerd te zijn in mijn verhaal. Binnen anderhalf uur zijn we alle eerste delen van de reeks kwijt! En alle kinderen gingen met een grijns op hun gezicht en een boek onder hun arm naar huis, in hun gedachten al op Pala.

Om vijf uur bedank ik de medewerkers voor hun uitnodiging, scoor ik zelf nog wat boeken en loop voldaan weer terug naar station Centraal.

De werkelijkheid blijkt weer eens veel mooier te zijn dan mijn droom. Wanneer mag ik weer? ***

* Ik heb geen idee of ik dat op dat moment dacht, maar ik weet zeker dat ik het een keer gedacht heb op de Uitmarkt

** Watch this space

*** 11 september op de Rotterdamse Uitmarkt!

Nieuw beroep: Voetbaltrainer

maxresdefaultIk ga er prat op dat ik niets met voetbal heb en er nog minder vanaf weet. Als er een EK of WK is, zitten mijn vrouw en kinderen aan de buis gekluisterd, en kijk ik Netflix of lees buiten in de tuin een boek. Als de buurt juicht, is er een doelpunt gemaakt.

En nu ga ik het team van mijn jongste zoon trainen.

Mijn oudste zoon zit nu twee jaar op voetbal en zijn vorige team is zelfs nog gecoacht door mijn vrouw (die mij tevergeefs uit blijft leggen hoe buitenspel werkt). Ik ga wel eens kijken en juich ik als ze een doelpunt maken of roep ‘kom op!’ en ‘jammer’ als ze een doelpunt tegen hebben. De rest van de wedstrijd probeer ik vooral in de gaten te houden waar Daniel staat, zodat hij ziet dat ik er ben en aandacht voor hem heb. Het spel zelf kan me eerlijk gezegd gestolen worden.

En nu ga ik het team van mijn jongste zoon trainen.

maxresdefault2

De (meeste?) voetbalverenigingen draaien op vrijwilligers. De coach, trainer(s) en begeleiders zijn allemaal ouders van voetballende kinderen. En die ouders hebben niet allemaal verstand van of liefde voor voetbal. Dat bleek gisteren wel toen we bij elkaar kwamen, de ouders van de F-jes die deze week aan hun gloednieuwe voetbalcarrière beginnen. Ik was niet de enige die weinig tot niets van het edele balspel wist, maar wel één van de twee ouders die structureel iedere woensdagmiddag beschikbaar is.

En wat doe je dan? Dan vorm je samen een trainersduo en ga je trainingsfilmpjes kijken op YouTube. Mijn nieuwe collega maakt een schema en zoekt oefeningen bij elkaar (zij geeft in het dagelijks leven trainingen, dus dat gaat helemaal goed komen) en heb wel wat met kinderen.

held in voetbal‘Kun je meteen inspiratie opdoen voor een boek,’ werd er gesuggereerd. Geen gek idee, want ik hoorde net van Uitgeverij Zwijsen dat ‘Een held in voetbal’ een tweede druk heeft en een uitstekende NBD Biblionrecensie kreeg, dus wie weet.

Maar het mooiste was toen ik het vanmorgen mijn jongste vertelde. ‘Echt?’ vroeg hij. Ik heb hem geloof nog nooit zo blij zien kijken.

Ik ga het voetbalteam van mijn jongste zoon trainen. Wat gaaf.

#vraaghetdeuitgever

Vraag het de uitgever 0Ik begon mijn eerste werkdag na de vakantie met een kop koffie bij Bagels & Beans en een snelle scan van mijn twittertijdlijn. Daar viel mij direct een interessant initiatief op, genaamd #vraaghetdeuitgever. Zondagavond van acht tot half tien ’s avonds konden (aankomende) auteurs vragen stellen aan Maaike LeNoble (Uitgeefdirecteur Meulenhoff Boekerij), Susanne Diependaal (Uitgeefster kinderboeken en YA bij Van Goor (Best of YA).) en Barend Wallet (Adjunct-uitgever non-fictie Uitgeverij Het Spectrum). Ik vroeg Maaike hoe het initiatief ontstaan was:

‘Het was een idee van blogger en illustrator Emmy van Ruijven (@Zonenmaan) die Susanne van Unieboek had gevraagd die op haar beurt mij had gevraagd. Het was de eerste keer dat we dit deden, maar het is iedereen zeer goed bevallen!’

Vraag het de uitgever 1
Op haar blog kondigde Emmy de avond als volgt aan: “Op zondagavond 21 augustus vanaf 20.00 uur mag je de drie uitgevers alles vragen over het uitgeven van boeken e.d. Zij zullen proberen jouw vraag zo goed mogelijk te beantwoorden. Gebruik de hashtag #vraaghetdeuitgever.”

‘Het idee kwam eigenlijk samen met Susanne tijdens een #vraaghetdeboekblogger avond,’ vertelde Emmy mij. ‘We merkten dat er vraag was naar expertise van een andere tak in de boekwereld en besloten een uitstapje te maken. Volgens mij was het een erg groot succes en ik dan ook erg blij dat we het hebben gedaan. Wat mij opviel dat er veel vragen waren van aspirantschrijvers en bloggers die wilde weten hoe uitgevers naar hen kijken. Er deden sowieso veel bloggers mee. Superleuk! Ik denk zeker dat er een vervolg komt.’

Vraag het de uitgever 3

Wat mij opviel is dat er voornamelijk vrouwen vragen stelden. Toeval of niet?

‘Ja, het waren veel vrouwen, ik denk zelfs nog specifieker jonge vrouwen,’ mailt Barend Wallet mij. ‘Ik denk dat dit door de initiatiefneemsters komt, die beiden in de hoek van Young Adult literatuur zitten. Daardoor bijna geen vragen over specifiek non-fictie, vooral roman en kinderboeken.’

‘Er zaten heel veel goede vragen tussen. Veel gericht op hoe de vragenstellers tot het publiceren van een boek komen; dan is de meest algemene vraag misschien ook wel de beste: hoe maak ik het meeste kans?’ aldus Barend.

Vraag het de uitgever 4Susanne realiseerde zich door de vragen dat veel mensen niet precies weten wat een uitgever doet. ‘Veel mensen weten niet precies wat een uitgever op dagelijkse basis allemaal doet,’ legt ze uit ‘en dat bijvoorbeeld marketing een aparte afdeling is.’ Dat had ik van te voren niet bedacht. ‘De leukste vraag vond ik welk boek ik zelf dolgraag uit had willen geven.’

De antwoorden op alle vragen vind je op Twitter. Over een vervolg wordt nagedacht.

Vraag het de uitgever 5De hele conversatie is hier na te lezen.