DCC, Stormvogels, Jazzcats, Ingmar Heytze, MvhK en GvhFB

Je kunt nooit teveel Deadpools hebben

Je kunt nooit teveel Deadpools hebben

Schrijven is een eenzaam beroep, zeggen, maar daar was deze week niks van te merken. Want hoewel ik iedere ochtend een paar uur zat te schrijven, keek ik bijna iedere avond en drie weekenddagen naar een podium, of stond er zelf op. Dit was mijn week:

Dutch Comic Con

Voor de tweede keer werd in Nederland de Dutch Comic Con georganiseerd in de Utrechtse Jaarbeurs. En deze keer was het vele malen beter georganiseerd dan vorig jaar. De ruimte tussen de stands op de beurs was breder, waardoor je normaal kon lopen, de vele cosplayers beter kon bewonderen en de uitgestalde waren beter kon bekijken. Ik kocht een Deadpool-T-shirt en -vest en een Punisher T-shirt. Mijn kinderen gingen voor knuffels (de jongste) en een bad ass ruimteschip (de oudste).

Drukbezocht panel met nog meer laweaai

Drukbezocht panel met nog meer lawaai

Wat er niet goed geregeld was, waren de microfoons. Ik mocht een panel modereren voor de American Book Centre, waarin ik Jeff Vandermeer, Ann Vandermeer, Brian McCLellan, Adrian Stone en Tisa Piscar vragen stelde over de business kant van het schrijven. Helaas was het zo’n lawaai op de Comic Con, dat we staand en schreeuwend de vragen moesten beantwoorden.

Mijn oudste tegen Kylo Ren

Mijn oudste tegen Kylo Ren

 

 

 

Zondag was dat probleem gelukkig opgelost, maar toen liep ik met mijn kinderen over de beursvloer rond, waar ze ademloos alle verklede mannen en vrouwen bewonderden, de stands indoken en de merchandise bekeken. Kom maar op met de volgende con!

 

Voorstelling Stormvogels

Vreemde vogels

Vreemde vogels

Mijn schoonzus had ons hele gezin uitgenodigd om naar een jeugdvoorstelling te gaan, genaamd Stormvogels. Buiten waaide de wind naar code geel, dus de titel en dag waren goed gekozen. Het was een verrassend goed geschreven, gezongen en geacteerde voorstelling over kinderen-als-vogels (duiven, mussen en een enkele paradijsvogel) waarin iets teveel thema’s (religie, vluchtelingen als gelukszoekers) tegelijk langskwam om volledig te overtuigen. Daarna dronken we met z’n allen wat (spa rood, want 21 dagen zonder alcohol of suiker), terwijl de kinderen buiten speelden. Wat een topdag!

Presentatie Jazzcats

Doodlin'

Doodlin’

Terwijl ik iedere seconde die ik ter beschikking had, besteedde aan het schrijven aan de verboeking van de jeugdfilm Meesterspion (oktober in de winkel en de bioscoop), probeerde ik ook nog de uitgebreide tekst van het jazznummer Doodlin’ uit mijn hoofd te leren, niet met onverdeeld succes. Donderdag was de uitvoering en de generale repetitie was zo abominabel dat zelfs het gezegde ‘Een slechte repetitie is een goede première’ niet op leek te gaan. Ik kende mijn tekst niet, hoorde mijzelf te luid of te zacht en durfde bijna het podium niet op. En ik kom mijzelf niet eens moed indrinken!

Met z'n allen

Met z’n allen

Gelukkig en wonder boven wonder ging het uiteindelijk best wel oké en zong ik bijna geheel uit mijn hoofd en niet al te vals voor een volgepakte zaal mijn lied. De twee gezamenlijke nummers gingen goed, mijn medejazzcats zongen de sterren van de hemel en onze juf Caroline Lobanov speelde geweldig piano. Daarna mochten wij genieten van de groep die na ons kwam en klassieke jazznummers zong met een heuse bigband. Het werd laat maar gezellig (en dat zonder alcohol). Topavond!

Dertig jaar Ingmar Heytze

De meester leest voor.

De meester leest voor.

Een kleine vijfentwintig jaar geleden vroeg ik Ingmar Heytze of hij een wervende tekst voor een folder wilde schrijven, omdat ik dacht dat ik dat niet kon. Ik was tenslotte geen schrijver en hij was dichter en woordkunstenaar. Vrijdag vierde Ingmar zijn dertigjarige (!) bestaan als dichter met de bundel ‘Voor de liefste onbekende’ en een prachtige voorstelling in De Kleine Komedie. Ondersteund door Ellen Deckwitz en met bijdragen van o.a. Hans Dorrestijn, A. L. Snijders, Tommy Wieringa, Vrouwkje Tuinman en Kees Wennekedonk, was het een Utrechts feestje op het podium en in de zaal. Volgend jaar keer in onze eigen stad, Ingmar?

Meisje in boot gevonden

Meisje in boot gevonden

Het was die dag trouwens 1 april en het Marinemuseum meldde dat een 14-jarig meisje zichzelf opgesloten had in een torpedobuis van De Tonijn, de onderzeeboot die op het terrein van het museum in Den Helder staat. Hierover zo dadelijk meer.

Oh ja, en KOOP DIE BUNDEL!

 

 

Selma vertelt

Selma vertelt

Middag van het kinderboek

Ik had natuurlijk beter in Amsterdam kunnen blijven, want de volgende ochtend moest ik om elf uur alweer in de OBA zijn voor de lezing van Selma Noord, gevolgd door de Middag van het Kinderboek. Selma sprak over (het gebrek aan) diversiteit in kinderboeken en wat mij het meest raakte, was de boodschap die ze kreeg van kinderen van diverse afkomsten: ‘De boeken gaan nooit over ons,’ zeiden ze, ‘maar altijd over Iris en Tim en Tom en Sanne. En als er andere in voor komen, dan heten ze Fátima of Mo en mogen ze ook één zin zeggen.’ Selma sprak zonder verwijt, maar was duidelijk op zoek naar kansen. Ze noemde ook nog het pleidooi van Marieke Nijkamp, de Nederlandse YA-auteur die momenteel internationaal scoort met haar boek ‘This is where it ends’ én de drijvende kracht achter de ‘We need diverse books’ campagne.

Marieke Nijkamp, Corinne Duyvis en Adrian Stone op de Comic Con.

Marieke Nijkamp, Corinne Duyvis en Adrian Stone op de Comic Con.

Ik sprak Marieke een paar dagen daarvoor nog kort op de Comic Con, maar had geen idee van haar betrokkenheid bij dit onderwerp. Haar boek staat inmiddels op de leeslijst en de opmerkingen van haar en Selma neem ik mee in mijn volgende boek.

(Gelukkig had ik net een kort verhaal geschreven over de 14-jarige Marokkaanse Najiba die zichzelf opsloot in een torpedobuis van De Tonijn voor de verhalenbundel ‘Alle Hens’ die in juni uitkomt bij Uitgeverij Kluitman.)

Want ik ben nog niet lang genoeg

Want ik ben nog niet lang genoeg

Daarna volgde de daadwerkelijke Middag van het Kinderboek, deze keer niet onder auspiciën van de onvolprezen Ted van Lieshout, maar van Marco Kunst en Aby Hartog (of Merco en Aaby, zoals we ze voortaan noemen). Onder de noemer ‘Zijn er nog taboes in kinderboeken?’ kregen we een lezing over illustraties (conclusie: in de jaren 70 mocht er meer dan nu) en literatuur (Jaap Friso maakte duidelijk dat er eigenlijk over elk taboe wel een jeugdboek te vinden is). Ik mocht het podium op om schrijvers op te roepen lid te worden van de Vereniging van Letterkundigen en tijdens een forumgesprek bespraken Janny van der Molen, Floortje Zwigtman, Corien Oranje en uitgever Anke Werker onder leiding van Pjotr van Lenteren welke taboes er nog te schenden waren. Lees vooral deze blogs van Femke en Marlies over de verrassende uitkomst van dit gesprek.

Daarna was het bij babbelen en Spa rood drinken met m’n collega’s. Topmiddag!

Garnalen in zwarte bonensaus

Garnalen in zwarte bonensaus

Ik at in mijn eentje bij een Chinees restaurant op de Zeedijk, een achenebbisj tentje met fantastisch eten en geen mogelijkheid tot pinnen. Nadat ik twee keer op en neer was geweest, op zoek naar een pinautomaat, kwam ik terug met cashgeld en kon ik eindelijk naar:

Het gala van het Fantastische boek

Komisch duo De Twee Marcel's

Komisch duo De Twee Marcel’s

Wat vroeger de Paul Harland Prijs was, heet nu de Harland Awards. 200 korte verhalen werden er dit jaar ingezonden, een hele klus voor de jury om daar de beste uit te pikken, weet ik uit ervaring. Gelukkig bestond deze dit jaar uit Chris Kooi, Renée Vink, Martijn Adelmund en winnaar van vorig jaar Erik Heiser, onder de bezielde leiding van Tomas Ross (die wegens privéomstandigheden helaas verstek moest laten gaan). Samen met Marcel Vaarmeijer (de schrijver van het geweldige ‘Voor wie ik heb liefgehad,’ een collega die ik tot nu toe alleen van online kende) en zijn lieftallige echtgenote, luisterde ik naar de openingspeech van Martijn Lindeboom (op naar de Week van het Fantastische boek!), het hilarische verhaal van Jeff Vandermeer over zoetwaterinktvissen (je had erbij moeten zijn), het gepassioneerde pleidooi van Susan Smit aan niet-genre schrijvers (zoals zij zelf) is om hun boeken fantastischer te maken, de komische presentatie van Thomas Olde Heuvelt en Iris Compiet en de speeches van de prijswinnaars en het onthutsende verhaal van David Samwel Bol.

Jij bent een winnaar!

Jij bent een winnaar!

Chicklit (!) auteur Lisette Jonkman deed voor de eerste keer mee en won verrassend zowel de eerste prijs als de debuutprijs met haar korte verhaal ‘De vier stadia van verval’ en Auke Hulst mocht de allereerste Harland Award Romanprijs in de wacht slepen voor zijn ‘Slaap zacht, Johnny Idaho.

Daarna was het bij babbelen en Spa rood drinken met m’n collega’s. Topavond!

En nu? En nu ga ik twee weken aan één stuk door schrijven. In m’n eentje. Zonder drank.

Kiespijn en Duitse superhelden

PalasTwee weken geleden moest ik naar de kaakchirurg. Er was een klein stukje tand achtergebleven dat waarschijnlijk de oorzaak was van het breken van mijn kroon. Na veertien (!) prikken was ik eindelijk genoeg verdoofd om de boosdoener te kunnen laten verwijderen. Met een gezicht alsof ik gebotoxt was, fietste ik weer naar huis, naar mijn pc.

Daar probeerde ik als een gek het vierde deel van Superhelden.nl af te krijgen. De deadline was eigenlijk een week eerder, maar door alle bezoeken aan tandarts en kaakchirurg was deze verschoven naar vrijdag 11 maart, om 12.00 uur.

De dagen na de ingreep slikte ik per dag gemiddeld evenveel pijnstillers als ik verdovingsprikken had gekregen en soms meer. Het plaatsen van de nieuwe kroon stelden we een week uit, de wond was te groot en te pijnlijk. Iedere dag fietste ik op en neer naar de tandarts om het gat schoon te laten maken met waterstof peroxide en vermeed ik zuivelproducten om infectie te voorkomen.

Superman tandartsDeze week verscheen de eerste Duitse recensie van “Pala – Das Spiel beginnt”. Volgens de recensente was het boek: ‘Ein absolutes Lesemuss für Jugendbuchfans. Ihr sucht eine neue Buchreihe? Dann seid Ihr hier genau richtig :-)’

Ik voelde me op dat moment weliswaar geen superheld, maar de recensie hielp meer dan de pijnstillers.

Absolute Leseempfehlung!’ roemde ze het boek. Niet alleen kreeg het boek maar liefst vijf sterren, maar het was ook de eerste recensent die de onderliggende thematiek in het boek benoemde: ‘Mit seinem Jugendbuch “Pala – Das Spiel beginnt” erschafft der Autor einen ereignisreichen Roman, der viele reale Begebenheiten bereit hält. Ich will damit sagen das es mich nachdenklich stimmte und ich ins grübeln kam, inwieweit die Handlung real werden könnte,’ wat zoveel betekent als : ‘Met zijn jonge volwassen boek “Pala – Het spel begint” schept de auteur een bewogen roman, die aan een groot aantal echte gebeurtenissen refereert. Ik zette me aan het denken over de mate waarin de maatregelen [in het boek] echt zou kunnen zijn.’

Pala 1Pala 2

Of zoiets. Ik heb één jaar Mavo-Duits en een paar maanden Duolingo, dus ik ben volledig aangewezen op Google Translate.

Ondertussen verrekte ik nog steeds van de pijn, kwam ik ’s nachts mijn bed uit om extra pijnstillers te slikken, sliste ik tijdens het praten en daalde mijn humeur tot ver beneden het nulpunt. Ik bracht mijn kinderen naar school, deed leuk op Facebook, zette muziek aan en stortte mij in mijn boek.

Afgelopen woensdag leverde ik de eerste versie van Superhelden.nl dl4 in bij mijn uitgever en liet ik voor de laatste keer mijn wond schoonmaken.

Deze week is de pijn helemaal weg en kan ik weer lachen (al zie je dan wel de gaten in mijn mond, waardoor het lijkt alsof ik aan de Crystal Meth ben). Woensdag wordt de nieuwe kroon in mijn mond gezet. In april ligt “Pala – Das Spiel beginnt” in de Duitse winkels. En Lesemuss is vanaf nu mijn favoriete woord in het Duits.

Recensie: Voor wie ik heb liefgehad – Marcel Vaarmeijer

Voor wie ik heb liefgehadHet eerste boek dat ik las van Marcel Vaarmeijer was ‘De gloriedagen van Walter Gom,’ een komische roman over de extreem introverte Walter, een man van middelbare leeftijd die voor ieders probleem de perfecte oplossing heeft, behalve voor zijn eigen. Het is een heerlijk, licht absurdistisch boek dat wat mij betreft maar één probleem heeft: er is te weinig conflict, waardoor het verhaal – ondanks de humor en overdrijving – enigszins voortkabbelt.

Dat probleem heeft de opvolger ‘Voor wie ik heb liefgehad’ absoluut niet. Integendeel, wanneer we de negentigjarige hoofdpersoon Louise Veldman ontmoeten in het verpleegtehuis waar ze haar laatste dagen slijt, is ze cynisch en wraakzuchtig. Ze probeert het leven te ontlopen, onzichtbaar te worden, maar in plaats daarvan zoekt ze vooral de confrontatie op. Met haar medebewoners, met het personeel, met haar schoondochter en met de psychiater die haar probeert te doorgronden.

‘En jij, Louise,’ vraagt ze als ik op de rand van de behandeltafel zit, ‘hoe compenseer jij je verdriet?’ ‘Ik help mensen die slecht compenseren. Ik neem ze bij de arm, leid ze naar de afgrond en geef ze een zetje.’

Wanneer iemand Louise haar de twaalf dagboeken bezorgt die ze tijdens haar jeugd geschreven heeft, komen we erachter dat ze als jonge vrouw alles behalve onzichtbaar was. Doordat Vaarmeijer de dagboeken laat voorlezen door verpleger Fabio, krijgen we een inkijkje in zowel de Louise van toen als die van nu.

‘Slapen is altijd lastig geweest. Als kind durfde ik het niet, omdat ik bang was in het donker. Als tiener had ik er geen zin in. Als volwassene had ik er geen tijd voor. En nu, nu ik zin en tijd genoeg heb, mag het niet meer.’

vaarmeijers-voor-wie-ik-heb-liefgehad-is-meer-dan-een-oorlogsverhaal-e1455791753473-1900x630
Het grootste deel van de dagboeken speelt zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog en we volgen de jonge Louise op haar tocht door Europa. Ik las het in Berlijn, wat het verhaal een extra dimensie gaf. Maar wat het boek zo mooi en puur maakt, is Louise. Het is bijna onvoorstelbaar dat deze levenslustige, bijna naïeve jongedame, hetzelfde personage is als de Louise in het verpleegtehuis. Totdat je meemaakt wat zij meemaakt.

‘Mijn man had twee puntjes op zijn voornaam, en drie sterren op zijn jas.’

Het personage Louise Veldman is gebaseerd op Marcel Vaarmeijer’s eigen moeder en de roman op haar dagboeken. Hij beschrijft ook de koele verstandhouding tussen moeder en zoon, wat het lezen soms extra pijnlijk maakt, vooral als je Marcel – zoals ik – een beetje kent. Er waren momenten dat ik Louise wilde knuffelen en er waren momenten dat ik haar wel kon wurgen.

‘Dus mijn zoon is voortaan jeugdboekenschrijver?’ ‘Je zoon is boekenschrijver.’ ‘Wat houdt dat in, boekenschrijver?’ ‘Dat ik opensta voor alle boeken.’ ‘Ook romans?’ ‘Romans, thrillers, jeugdboeken, kinderboeken…’ ‘Telefoonboeken?’ ‘Dat is mijn einddoel, mama, het schrijven van het ultieme telefoonboek.’

Het boek is mooi geschreven, met opnieuw het licht absurdistische taalgebruik waar Vaarmeijer patent op lijkt te hebben. Alleen de scènes in het verpleegtehuis zijn bij vlagen ongeloofwaardig, waarbij met name het uitschakelen van de ´boze´ psychiater een hoog Bassie en Adriaangehalte heeft, ondanks het wrange resultaat. Maar dat is slechts een klein mankement. ´Voor wie ik heb liefgehad´ is een prachtige, melancholieke ode van een zoon aan zijn moeder, waarbij hij de mindere kanten van haar persoonlijkheid niet schuwt.

Ik mis iedereen, Fabio. Ik mis mijn familie, mijn vrienden, mijn geliefden. Ik mezelf, wie ik was, wie ik werd, wie ik had kunnen zijn. Ik mis ze elke dag, elke nacht, nuchter, dronken, levend en dood.’

Homeopathie is een geloof

homeopathie_292x237-chamomilla-granulesIk was niet de enige die gisteren het artikel deelde op Facebook: ‘Een nieuwe studie heeft aangetoond dat homeopathie effectief is voor 0 van de 68 ziekten’. Maar de reacties op de posts waren wel nagenoeg overal hetzelfde. Tegenstanders vielen de boodschapper aan:

‘Waarom ben je zo fel?’ ‘Waarom vind je het nodig dit soort artikelen te delen?’ ‘Wat een heksenjacht!’ ‘Big Pharma probeert ons zand in de ogen te strooien’ ‘Dit artikel is bevooroordeeld!’ In plaats het artikel te lezen en daar inhoudelijk op te reageren, was iedereen vooral boos. Boos op mij, boos op de schrijvers, boos op de onderzoekers.

Voorstanders probeerden uit te leggen wat het basisprincipe was van homeopathie en waarom het niet kán werken, vroegen om onderzoeken en bewijzen en wezen op het verschil tussen causaal verband en correlatie. Beide partijen zetten hun hakken in het zand en probeerden de ander te overtuigen van hun gelijk. In plaats van een dialoog ontstond er alleen maar polarisatie. Ik schrok daarvan. Dat was mijn doel helemaal niet! Wat gebeurde hier? Tot iemand het volgende schreef:

‘Gelovigen zijn gelovigen, daar helpen geen 100 studies tegen.’

En ik realiseerde me dat hij gelijk had! Homeopathie is een geloof. En geloof heeft niets te maken met feiten.

God als misvattingEr is geen enkel wetenschappelijk bewijs voor het bestaan van goden of godinnen. In mijn veronderstelling is het onmogelijk om nog één seconde in een god te geloven, nadat je ‘God als misvatting’ van Richard Dawkins hebt gelezen. Maar geloof heeft daar helemaal geen boodschap aan. Geloof werkt juist ómdat het geloof is. Omdat je er van overtuigd bent dat er een hogere macht bestaat, bestaat hij.

Voor een atheïst als ik is dat onmogelijk om te begrijpen. Ik spreek een andere taal, waarin geloof niet past. En het is heel verleidelijk om gelovigen weg te zetten als ‘gekkies’. Het probleem is: de meeste gelovigen die ik ken, zijn heel normale, leuke mensen. Ze geloven alleen in god en ik niet.

Met homeopathie is dat niet anders. Mensen die ik leuk en aardig vind en hoog heb zitten, werden gisteren ineens heel boos. En ineens snapte ik waarom: Ik probeerde mijn gelijk te halen. Ik was helemaal niet uit op een dialoog, ik wilde zeggen: ‘Wil je nog meer bewijs dat homeopathie is nutteloos? We hebben het, dus laten we eindelijk eens ophouden met die flauwekul’.

Niet heel vreemd dat mensen zich aangevallen voelde.

En laten we eerlijk zijn, ik zou het niet in mijn hoofd halen om een gelovige ervan te proberen te overtuigen dat god niet bestaat. Net zo min als de gelovigen die ik ken mij ervan proberen te overtuigen dat ik moet gaan geloven. Want ze weten dat het kansloos is. (En degene die dat wel doen (zoals bijvoorbeeld Jehova’s Getuigen) vinden geen aansluiting, want we spreken een verschillende taal.) Wat ze wel doen is hun ervaringen delen, net zoals ik dat doe. En dat blijkt wonderwel goed samen te gaan.

En dat is waar ik op uit ben als ik met andere mensen praat. Ik wil met je in gesprek, luisteren naar wat jij te zeggen hebt en wat jouw ervaringen zijn. Mijn ervaring delen. Onze standpunten zullen misschien niet veranderen, maar we kunnen wel met respect naar elkaar luisteren in plaats van elkaar te lijf gaan. En het delen van dit soort artikelen, realiseer ik me nu, heeft het omgekeerde effect. Hoezeer ik ook achter de inhoud sta.

Billy is dood, lang leve Billy

Billy de KipBilly de Kip is mijn favoriete boek van mijzelf. En dat komt door Jort van der Jagt en Jeroen Schipper. Jort omdat hij briljante illustraties maakte zoals ik ze nog niet eerder zag. En Jeroen omdat hij van een op zich niet onaardig verhaal (op matig Sinterklaasrijm) een geweldige, briljante tekst maakte, vol kwinkslagen en klankrijmen, met ritme, alliteratie en woeste woordgrappen.

Maar Billy is dood. Overleden. Ondanks de meer dan genereuze recensies die het boek kreeg van Juf Maike, Jaap, Susan en vele anderen, flopte het prentenboek meedogenloos. Het idee was om eens wat anders te maken dan wat er standaard in de winkel ligt, maar de wereld is duidelijk nog niet klaar voor een donker prentenboek vol cowboys, robots en tanks. Ondanks de fantastische inspanningen van uitgeverij David & Goliat en de vele boekhandels die hun best deden Billy onder de aandacht te brengen.

En dat is oké. Dat hoort bij het vak. Maar het is ook jammer. Want het was onze kip.

Billy de Kip preview

Ik heb de laatste 50 exemplaren gekocht. Die liggen hier nu in een doos te wachten op nieuwe eigenaren. In de winkel is Billy niet meer te koop. Het boek kost 10,00 euro en voor dat geld zet ik er uiteraard ook een handtekening en boodschap voor je in. En voor 2,50 stuur ik hem voor je op.

Dus, grijp je kans, bestel een Billy nu het nog kan!

Kippiejajee, moddertokkers!

Remembering The Dig

IMG_1702

Alleen onder water

Doodstil was het in het Oceanium. Alleen wij waren er, mijn kinderen en ik. En de vissen, natuurlijk. Het anders zo drukke Blijdorp was een oceaan van stilte, wat het gevoel versterkte dat we in werkelijkheid onder water waren of misschien zelfs wel op een andere planeet.

Binnen het Oceanium is een aparte ruimte gereserveerd voor de Greenpeace Expo, een serie van matzwarte kamers, fluoriderende kleuren, onderwaterbeelden en teksten over vissen en visserij. En muziek. Geen idee wie het gecomponeerd heeft, maar in gedachten werd ik onmiddellijk teruggeworpen naar 1995, naar het briljante point & click adventure ‘The Dig’.

‘The Dig’ was verzonnen door Stephen Spielberg voor zijn tv-serie ‘Amazing Stories’ maar het verhaal over een groep astronauten dat in het binnenste van een astroïde een portal vindt naar een buitenaardse planeet, bleek veel te duur voor tv. Gelukkig was het wél te realiseren als videogame. Met graphics van Industrial Light & Magic, dialogen van Orson Scott Card, acteurs als Robert Patrick (Terminator 2, X-Files) en Steven Blum en orkestrale muziek van Michael Land (Monkey Island) was een instant klassieker geboren, waar ik mijn met huisgenoot vele nachtelijke uurtjes mee heb doorgebracht.

The Dig
De Cd-rom draait niet meer op mijn pc, maar het is nog wel via STEAM te spelen. Geen app, maar wat niet is kan natuurlijk nog komen, aangezien Monkey Island, Grim Fandango en binnenkort Day of the Tentacle ook te spelen zijn op onze tablets. Maar er is nog een andere manier om het verhaal mee te krijgen, en dat is als film.

Soort van.

Iemand heeft namelijk de moeite genomen om het hele spel in een keer door te spelen, op te nemen en op YouTube te zetten. Bijna drie uur duurt het en dat is tegenwoordig een acceptabele speelfilmlengte. Ja, de graphics zijn gedateerd en ja, sommige dialogen zijn een beetje cheesy. Maar de sfeer, de muziek zijn nog steeds ongeëvenaard wat mij betreft.

De muziek is overigens ook te downloaden, via deze site. Geen idee of het legaal is, maar op iTunes, Spotify of Deezer staat het in ieder geval niet.

Ik weet in ieder geval wat ik volgende week ga kijken.

Recensie: X-Files season 10 episode 1-2 (geen spoilers)

Gephotoshopte gezichten? Echt niet.

Gefotoshopte gezichten? Echt niet.

Het is het tijdperk van de nostalgie. In de bioscoop kwamen Jurassic Park, The Terminator en natuurlijk Star Wars weer terug. Op tv startte deze week het tiende seizoen van de X-Files met de eerste twee (van zes) afleveringen. En dat was geen onverdeeld succes.

Een paar weken geleden begon ik aan het herkijken van de 100 beste/belangrijkste afleveringen uit de eerste negen seizoenen en wat me opviel aan de nieuwe pilot en wat meteen opviel is dat zowel de eerste als de laatste pilot dezelfde problemen hebben. Dezelfde klungelige dialogen vol expositie, hetzelfde houterige acteren van de hoofdrolspelers (waarvan we weten dat ze meer in huis hebben).

Wat beter is geworden zijn de effecten, maar dat werkt in dit geval juist tegen de serie. Want het gebrek aan budget/techniek zorgde ervoor dat de Ufo’s altijd in de achtergrond waren te zien, of indirect of op foto’s. Nu worden we opgezadeld met – voor tv – heel fatsoenlijke CGI van vliegende schotels die zich niet onderscheiden van iedere andere SF-show en daardoor ieder gevoel van mysterie hebben verloren.

Oren

Maar het grootste probleem was wat mij betreft de snelheid. Of eerder: het gebrek eraan. Want lange monologen, onlogische plotlijnen en haastig afgeronde eindes pasten misschien bij de jaren tachtig, maar niet bij de nieuwe eeuw, waar Homeland, Breaking Bad (van X-Files alumnus Vince Gilligan, naar wie zelfs een karakter wordt genoemd in episode 2), The Walking Dead en Game of Thrones de norm zijn geworden.

Ik begreep dat de komende derde aflevering de beste van het nieuwe seizoen is, en op een bepaalde manier klopt dat ook wel weer. Want ook de originele X-Files kwamen maar langzaam op gang.

X-Files wordt uitgezonden door FOX op donderdagavond.

Speel jij Iris of Alex in Superhelden.nl?

Annalise_Basso

Annalise Basso

‘Als er een film komt van Superhelden.nl, mag ik dan de hoofdrol spelen?’ Ik weet niet hoe vaak mij die vraag inmiddels gemaild is, maar het loopt in de tientallen. En altijd moet ik hetzelfde antwoord geven: ‘Als er ooit een film komt, dan ga ik daar niet over.’ En dat klopt. Schrijvers hebben over het algemeen niets te zeggen over het script of de casting, zelfs de heel beroemde niet.

Maar dat betekent niet, dat ik niet op zoek ben naar de perfecte kandidaat. En afgelopen week heb ik haar gevonden!

Vroegah was ik een enorme horrorliefhebber. Ik ging jaarlijks naar het Weekend of Terror, verslond alle ‘Hellraisers’ en ‘Nightmare on Elmstreets’ en herkeek klassiekers als ‘Fright Night,’ ‘The Thing,’ ‘The Fly’ en natuurlijk ‘Poltergeist’. Maar de laatste tijd ben ik een beetje klaar met horrorfilms. Dat heeft deels te maken met mijn leeftijd en het feit dat ik kinderen heb, maar ook met het genre dat de laatste jaren meer voor het bloed lijkt te gaan dan voor de spanning. De laatste horrorfilm die ik zag was The Orphanage, een briljante maar ook zeer verontrustende film en daarna had ik er wel weer even genoeg van.

Toen ze jonger was, was Annalise nog meer Iris!

Toen ze jonger was, was Annalise nog meer Iris!

Tot vorige week. Het was laat, iedereen lag al in bed en ik besloot een film te gaan kijken. Het werd ‘Oculus’ een uitstekende, bijna ouderwetse horrorfilm over een moordzuchtige spiegel met in de hoofdrol Karen ‘Dr. Who’ Gillan. Gillan speelt Kaylie, een jonge vrouw die vastbesloten is om de spiegel te vernietigen die verantwoordelijk is voor de dood van haar ouders. Door middel van flashbacks krijgen we langzaam maar zeker te zien wat er in haar jeugd gebeurd is.

De jonge Kaylie wordt gespeeld door Annalise Basso, een zeventienjarige schoonheid uit Missouri met knalrood haar en enorm veel pit. En de perfecte kandidaat om Iris te spelen!

En ja, ik weet dat het zo niet werkt. Want hoewel de Superheldenreeks het afgelopen jaar meerdere keren zijn opgevraagd door filmmaatschappijen, zijn er op dit moment helemaal geen filmplannen. En als ze er wel komen, dan beginnen de opnames pas over een jaar of twee en dan is Annalise alweer te oud. Om het maar niet te hebben over het feit dat ze Amerikaans is en vermoedelijk geen woord Nederlands spreekt en ik helemaal niks te zeggen heb over de casting.

flyer-a5-v2-beeldscherm-schoolmusical-superhelden-e1445963365770Toch is er een grote kans dat ik dit jaar nog een echte Iris mag aanschouwen. Want vanaf nu kunnen scholen ‘Superhelden.nl de schoolmusical’ bestellen. Het is een spannende eindmusical geworden met moderne, hippe muziek die speciaal voor leerlingen van Groep 8 ontwikkeld is. De musical beslaat de eerste twee boeken en is een welkome aanvulling op het aanbod van schoolmusicals in Nederland.

Dus jongens en meisjes van Nederland: dit is je kans om Iris, Alex, Fiber of YunYun te spelen! En als je mij een uitnodiging stuurt, kom ik in mei kijken!

Waarom ik spijt heb van mijn crowdfundingactie

Waar blijft dat boek?!

Waar blijft dat boek?!

Ik durf deze blog al meer dan een jaar niet te schrijven, zo moeilijk heb ik het er mee. Want Nachtmerrieman, het boek waarvoor ik 1.175 (!) dagen geleden 17.000 euro ophaalde door middel van crowdfunding, is er nog steeds niet.

Het idee achter de crowdfunding was om genoeg geld bij elkaar te halen, zodat ik zes maanden zonder onderbreking aan mijn eerste thriller voor volwassen kon werken. Dat was mijn eerste misrekening. Want de voorbereiding van de crowdfunding kostte me drie maanden en de uitvoering ervan ook. Zes maanden die ik ook had kunnen gebruiken om te schrijven. In essentie leverde het mij dus alles op, behalve tijd.

Maar dat interesseerde me niet, want de crowdfunding was een enorm succes! 308 donateurs ondersteunden mij en het project, uitgeverij Meulenhoff Boekerij kocht het boek op basis van de pitch, ik haalde er kranten mee, werd gevraagd voor panels, om lezingen te geven over crowdfunding (onder andere in België voor collega-auteurs) en mocht anderen (op de achtergrond) ondersteunen met mijn expertise.

Superhelden3.nlToen ging het mis en niet een beetje ook. Mijn jeugdroman ‘Superhelden.nl dl 3’ was al te laat, maar bleek niet goed genoeg. En het kostte mij ruim een jaar (en veel bloed, zweet en tranen) om van een middelmatig boek een waardige afsluiter te maken van de trilogie.

Superhelden.nl deel drie was een succes bij zowel de critici als de lezers en mijn roem steeg. De trilogie werd verkocht aan Duitsland, de verkopen – die nooit slecht waren geweest – stegen ineens naar ongekende hoogte (de stand staat inmiddels op ca. 35.000 exemplaren) en de vraag naar mijn werk groeide evenredig. Schooloptredens, lezingen, korte verhalen voor bundels, verboekingen van jeugdfilms, noem maar op, alles kwam mijn kant op.

Ik was blij met succes, maar het belangrijkste was om nu te gaan doen wat ik anderhalf jaar eerder beloofd had: Nachtmerrieman schrijven.

Even overleggen over het hoofd van de dode

Tijdens de opnames van de trailer

En toen bleek dat ik volstrekt niet meer geïnteresseerd was in het verhaal dat ik oorspronkelijk wilde vertellen. Het idee van NMM was dat het een urban thriller zou worden, een bovennatuurlijk verhaal. Maar ik was in de afgelopen twee jaar geëvolueerd als schrijver! En ik zag ineens dat zolang ik met een bovennatuurlijke moordenaar werkte, ik geen echte ‘who-done-it’ kon schrijven. Want als je wilt dat de lezer mee puzzelt over ‘wie het gedaan heeft,’ dan kun je niet ineens aankomen met een dader met bovennatuurlijke krachten.

Ik moest geheel opnieuw beginnen met plotten.

Ik gooide 35.000 van de woorden die ik al had weg, en begon opnieuw. En ik blokkeerde volledig. Bij iedere zin die schreef dacht ik: dit is niet goed genoeg. Hier kan ik niet mee debuteren. Meulenhoff lacht me uit, de donateurs zullen zeggen dat het niet geeft, dat ik het in ieder geval geprobeerd had. Ik was er van overtuigd dat ik te hoog gegrepen had. Ik kon niet schrijven voor volwassenen.

NothingDus ik stopte. En begon opnieuw. En stopte. En dat ging bijna een jaar zo door. En ik bedacht eindelijk: dit gaat niet werken.

Ik besloot iets anders te gaan doen. Zonder iemand iets te zeggen, (zelfs mijn echtgenote weet hier niets van), begon ik aan een andere thriller voor volwassenen, eentje met een simpel idee, zonder de complexiteit van NMM. Een half jaar schrijf ik iedere dag aan het boek en voelde langzaam mijn angst wegvloeien. Misschien kon ik dit toch wel.

Halverwege het nieuwe boek zat ik vast in het verhaal en pakte ik NMM weer op. En waar ik op hoopte was gebeurd: ik was de druk kwijt. Ik kon eindelijk gewoon mijn verhaal vertellen.

Ik begon weer helemaal opnieuw met schrijven. Soms ging het makkelijk, meestal ging het moeizaam, maar dat is normaal. Schrijven is hard werken en daar is niks mis mee. Maar zodra ik dacht aan de donateurs of de uitgeverij, schoot ik in de stress. En door de stress kon ik soms dagen niet schrijven.

Uitgehongerde schrijverIk ging naar Rotterdam om in eenzaamheid te schrijven. Ik ging naar Frankrijk om in gezelschap te werken. Ik weet niet hoe vaak ik de eerste hoofdstukken herschreven heb, maar vaak. En ze werden steeds beter. Maar ik kwam geen steek verder, het totaal aantal woorden bleef nagenoeg gelijk.

Ik plaatste een bericht in de donateursgroep op Facebook dat het schrijven goed ging maar dat ik iedere deadline losliet. Dat de roman af was wanneer het af was en dat ik voor het beste boek ging en niet voor het snelste. Daar werd bijzonder positief op gereageerd.

Ondertussen was er een jaar voorbij waarin er geen jeugdboek van mij was verschenen. En dat had invloed op mijn inkomen. Want geen boek is geen royalties. Daarnaast begon het weer te kriebelen. Ik had tijdens de vakantie een geweldig idee gekregen voor Superhelden.nl 4 en 5 dat ik graag wilde schrijven. Daarnaast wilde ik ook wel weer eens iets ‘makkelijks’ doen.

Stefanus_gestenigdHet afgelopen jaar heb ik het schrijven aan NMM en Superhelden.nl dl 4 gecombineerd. Soms schreef ik op één dag aan allebei een pagina, soms de ene dag aan het ene boek en de andere dag aan het andere. Langzaam – heel langzaam – vordert het boek. Er komen pagina’s bij en hoofdstukken. Het begint een heel klein beetje op een boek te lijken in plaats van op een poging.

Maar nu ligt NMM even stil tot eind februari omdat ik SH4 af moet maken om de kinderboekenweek te halen. En dat betekent dat ik mij weer iedere dag schuldig voel dat ik niet aan NMM schrijf. En daar baal ik van. Want qua creatief proces is er niets mis met wat ik doe.

Als ik geen donateurs had, dan schreef ik aan NMM wanneer ik tijd had of geïnspireerd was. Dan liet ik het liggen wanneer het boek daar om vroeg en schreef ik eraan wanneer het mij riep. Dan maakte het niet uit of ik er een jaar over deed of vijf. Het is mijn eerste volwassenthriller en ik moet alles opnieuw uitvinden. De stijl, de opbouw, de diepgang, alles is anders dan wat ik normaal doe.

Maar laten liggen kan dus niet. Niet nadat ik mijn donateurs al 1.175 dagen heb laten wachten. (Man, als ik dat getal zie, krijg ik al nachtmerries). Dus ploeter ik door, de ene dag wat meer dan de ander.

mr-writers-block-guyToch er is één lichtpuntje. Er ontstaat wél een boek. Een boek waar ik tot nu toe behoorlijk tevreden over ben. Ondanks de frustratie, de stress en de gedachte dat ik het nooit zo had moeten doen, ontstaat er een thriller. Eentje waar ik het af en toe koud van krijg, zo spannend. Wanneer het af is, weet ik niet, daar durf ik geen enkele uitspraak meer over te doen, maar wél dat het straks een boek is waar ik achter sta.

En misschien – heel misschien – zou ik nooit zover gekomen zijn als ik dit vreselijke proces nooit doorlopen was.

Maar man, wat ben ik blij als dat ding eindelijk af is. En crowdfunden doe ik nooit meer.

 

Hoera! Het is vandaag! (En Bowie is dood)

De laatste foto die van Bowie is gemaakt, twee dagen voor zijn dood (c) Jimmy King

De laatste foto die van Bowie is gemaakt, twee dagen voor zijn dood verspreid (c) Jimmy King

Op weg naar Groningen. Hoewel Anna Woltz, Rom Molenmaker en ik tot Amersfoort moeten staan, is het een voorspoedige treinreis. We praten over het vak, vergelijken onze manieren van schrijven – op punten gelijk, op andere totaal verschillend! – en we kijken uit naar onze optredens voor Stap op de Rode Loper, een project voor VMBO’ers uit de bovenbouw en hun docenten, die een dag vol ‘bekende schrijvers, verhalenvertellers, striptekenaars, poëzie en film’ krijgen.

Het is een mooie dag.

Dan komt via Facebook het nieuws. David Bowie is overleden. Bowie, één van mijn grote muzikale helden, wiens nieuwe album de laatste dagen hier bijna continu opstaat, is twee dagen na zijn verjaardag én het verschijnen van Blackstar op 69-jarige leeftijd van ons heengegaan. Bowie, die liet zien dat freaks like me er ook mochten zijn, die mij niet alleen inspireerde met zijn muziek, maar ook liet zien dat een kunstenaar zich niet hoeft te beperken tot slechts één medium.

Het is een verdrietige dag.

Yvon Mekring maakte een foto van mij in actie

Yvon Mekkring maakte een foto van mij in actie

Drie groepen VMBO’ers komen en gaan in de Groningse bibliotheek en het is een feestje! We praten over boeken en superhelden, over hoeveel een schrijver verdient (te weinig) en waarom ik voor de jeugd schrijf in plaats van voor volwassenen (ik weet het nog steeds niet). Mij wordt gevraagd welke games ik speel (Red Dead Redemption, The Last of Us) en of ik thuis ook zo vaak ‘fuck’ zeg. (ehm …). Ik lees ook nog een bladzijde voor uit Billy de Kip wat voor veel hilariteit zorgt. Twee goeie vriendinnen van mij schuiven aan bij de laatste groep en zien eindelijk eens in levende lijve wat doe. Ik pik het laatste stukje mee van het optreden van Anna Woltz en geniet van haar plezier en haar vermogen om zo’n grote groep te boeien en te prikkelen.

Het is een mooie dag.

Gruninger polder

Gruninger polder

Na afloop wandel ik een kleine vijf kilometer van de bibliotheek in het centrum naar de Bed & Breakfast in de polder. En wat heerlijk dat ik dat weer kan na mijn val met de fiets! Het eist wel zijn tol en met een pijnlijke enkel en knie en David Bowie op de speakers ga ik een uurtje liggen in de bedstee en lees de vele In Memoriams die online verschijnen.

Het is een verdrietige dag.

Grote vriend Mark Meinema komt met chips en frisdrank en samen maken we de opzet voor mijn nieuwe lezing ‘Geen Tijd, Geen Geld, Toch Doen,’ de opvolger van ‘Waanzinnige Plannen’. Mark maakte eerder met mij de opzet en de slides voor de WP-lezing en na een paar uur werken beseffen we het allebei: deze wordt beter! De opbouw, de ‘BAM-IN–YOUR–FACE’ momenten, de humor, alles wat we samen geleerd hebben de afgelopen twee jaar maakt dat deze lezing nog uitgebalanceerder is dan de vorige en daardoor – hopelijk – nog meer impact zal hebben op het publiek.

Daarnaast is het ook gewoon fucking gaaf om met Mark te werken.

Lokaal Gronigs voedsel!

Lokaal Gronigs voedsel!

Het is een goeie dag. En dat blijft het. We eten heerlijk Indiaas in de stad en Mark brengt me met de auto terug naar de polder. Daar luister ik Blackstar nog een keer en mijmer voor me uit, voordat ik mijn eerste ononderbroken nacht van zeven uur slaap in drie weken.

De volgende ochtend loop ik vijf kilometer terug naar het Groninger Museum voor de tentoonstelling ‘Bowie is,’ de andere reden waarom ik hier een extra dag ben. Met opnieuw ‘Blackstar’ op de koptelefoon (waarvan de teksten ineens een volstrekt andere lading hebben gekregen) zie ik overal posters hangen voor ‘Bowie is’

(dood)

vul ik in gedachte steeds aan.

IMG_1547

Me and my Bowie

De tentoonstelling is prachtig! Op zich heb ik niet zoveel met kostuums en paperassen, maar wat ‘Bowie is’ zo bijzonder maakt, is de combinatie voorwerpen, beeld en klank. Bij binnenkomst krijg je een koptelefoon en sensoren in de vloer geven aan waar je bent en produceren het bijbehorende geluid. Dat betekent muziekfragmenten van de liedjes waar je net over leest, flarden interview bij de platenhoezen en kleding, videoclips die van ‘silent’ naar ‘muziek’ gaan als je langs de schermen loopt. Prachtig.

Weer buiten loop ik langs een winkel met een bord waarop ‘Hoera! Het is vandaag!’ staat. Bowie is dood, maar wij hebben zijn muziek nog. En zijn films, teksten, ideeën. En andere mensen hebben ons, de schrijvers, de filmmakers, de kunstenaars. Wie weet zijn wij ooit zo´n inspiratiebron voor de volgende generatie als Bowie voor ons was.

Het is een mooie dag.