Hoe zit het nou %&*$# met Nachtmerrieman!

1595 dagen geleden hadden 308 mensen 17.032 euro gestort om een boek te krijgen dat pakweg drie jaar geleden had moeten verschijnen. Vandaag is dat boek er nog steeds niet. En het is ook nog niet af.
 
Het is ook nog niet bijna af.
 
En sommige donateurs zijn het wachten zat.
 
Ik snap dat.
 
Laat me beginnen met iets heel duidelijk te stellen. Ik ben verantwoordelijk voor mijn leven en voor mijn project. Ik heb een belofte gedaan die ik niet heb waargemaakt en daar ben ik als enige verantwoordelijk voor. Ik heb de afgelopen drie jaar keuzes gemaakt waardoor het boek er nog niet is. Ik sta 100% achter al die keuzes. Maar het zijn wel mijn keuzes. En als donateur heb je het volste recht om mij aan te spreken op het niet nakomen van mijn belofte.
 
Er zijn een heleboel redenen waarom het boek te laat is. Veel van die redenen heb je kunnen lezen in een eerdere update en in de blogpost: ‘Waarom ik spijt heb van mijn crowdfundingactie’. Maar er zijn daarna nog een aantal dingen gebeurd, sommigen hadden met het boek te maken, andere niet.
 
En dat is het grote probleem met NMM voor mij in de communicatie. Er spelen zoveel dingen tegelijk en door elkaar, dat ik soms niet weet wat te communiceren.
 
Ik ga het toch proberen.
 
Na mijn blogpost van 16 januari 2016, begon ik vol goede moed te schrijven aan NMM. Ik voelde de druk van de crowdfunding niet meer (nog steeds niet, trouwens), wist wat ik wilde met mijn grotere, ambitieuzere plot en mijn hoofdpersoon Madeline Finn. Ik schreef elke dag aan het boek en wanneer ik niet schreef, werkte ik aan de structuur. Gestaag kwam mijn woordenaantal weer in de buurt van de 35.000 die ik eerder had weggegooid. En wat ik had, was het beste dat ik ooit geschreven had.
 
Tegelijkertijd realiseerde ik mij twee dingen:
 
1. Dit boek ging mij veel meer tijd kosten dan ik had gepland. Langer dan de zes maanden die ik in de crowdfunding had genoemd. Langer dan het jaar dat ik er in mijn hoofd van had gemaakt. Misschien wel twee jaar. Omdat de structuur van het boek veel ingewikkelder is dan welk boek ik ook eerder schreef. Omdat de taal anders is dan die van een jeugdboek. Ik schrijf domweg veel minder woorden per dag dan aan bijvoorbeeld Superhelden.nl, soms maar honderd (ipv 1.000).
 
2. Ik moest meer backstory uitwerken voor mijn personages dan ik ooit had gedaan.
 
Misschien moet ik dat even uitleggen.
 
Als ik per ongeluk op een Tros muziekfeest op het plein kom, dan vind ik daar wat van. Ik hou niet van de muziek, dus misschien erger ik me. Of misschien amuseer ik mij omdat ik zie dat anderen zich amuseren.
 
Als je juist graag op dat soort feesten komt, reageer je anders dan ik.
 
Als de zanger zingt over een verloren liefde, dan reageer ik anders dan iemand die net verlaten is. Als iemand met een multiculturele achtergrond op zo’n feest komt, waar meestal bijna iedereen wit is, reageert zij anders dan ik.
 
Wie je bent, maakt hoe je reageert op een situatie. Dat is in het echte leven zo, en dus ook in een boek.
 
Maar in een jeugdboek is dat veel minder! En dat komt met name omdat de personages jonger zijn en minder meegemaakt hebben. Kinderen reageren, zeker tot een jaar of elf, veel primairder. Daarnaast zijn het soort jeugdboeken dat ik schrijf minder psychologisch dan wat ik met NMM van plan ben.
 
Ik realiseerde me, dat ik te weinig over mijn personages wist. Niet alleen over de hoofdpersoon, haar echtgenote en de dader, maar ook over de slachtoffers.
 
Voordat ik verder kon, moest ik de achtergronden uitwerken van mijn personages die verder gingen dan hun haarkleur, leeftijd, opleiding en leefstijl. Ik moest weten wat ze dreef, wat hun passie was, waar ze bang voor waren. Ik moest weten wat ze hadden meegemaakt.
 
Maar hoe doe je dat?
 
Ik ga er altijd vanuit dat ieder probleem dat ik tegenkom, al een keer door iemand anders is opgelost, dus ik begon te Googlen. En ik kwam uit op een boek dat ‘Story Genius’ heette. In dat boek werd een methode uit de doeken gedaan waarin je het verleden van een personage uitwerkt met het plot van je boek ingedachte. Je bedenkt specifieke situaties die je hoofdpersoon dusdanig hebben gevormd dat ze wordt wie je nodig hebt voor je roman.
 
Het was fascinerend om te lezen, maar ook behoorlijk pittig. En ik kwam er niet helemaal uit hoe ik dan moest doen. Op dat moment besloot de schrijfster van het boek, samen met een romanschrijfster die de methode al gebruikt had, een online cursus te geven waarin je specifiek je personages voor jouw boek ging uitwerken. En je kreeg een persoonlijke coach die met jou meelas.
 
Wow.
 
Ik was meteen verkocht en kocht een plekje. Vol goede moed begon ik aan de cursus, die nog beter was dan ik had gehoopt. Mijn personages groeiden en werden als van vlees en bloed.
 
Nu een klein stukje terug in de tijd.
 
Het moment dat ik me realiseerde dat ik voorlopig niet verder kon met het daadwerkelijke schrijven aan NMM, was ik gestart met Superhelden 4. Want ik wilde hoe dan ook iedere dag schrijven. Ik had het plot van het boek per ongeluk op vakantie bedacht en de structuur uitgewerkt en het was – vergeleken net NMM – een zonnetje om te schrijven. Ondertussen werkte ik iedere dag aan de personages van NMM, aan de plotstructuur en schreef ik af en toe een hoofdstuk als ik ineens de geest kreeg. Al snel kwam daar de cursus bij en deed ik twee dingen tegelijk. Tussendoor schreef ik ook nog even Meesterspion in zes weken (want: inkomen).
 
Dat ging goed, totdat het fout ging.
 
Ik leverde Superhelden 4 in (voor 3/4 af, maar wilde de reactie van mijn redacteur weten, voordat ik het einde schreef) en begon aan week 2 van de cursus (die 10 of 16 weken duurt).
 
Ik kreeg Superhelden 4 terug met meer commentaar dan ik had verwacht. Maar ik was het er wel mee eens.
 
Ik ging Superhelden 4 herschrijven en zat inmiddels in week 5 van de cursus. So far, so good, al werd het wel een beetje veel.
 
En toen was het 7 juli en was er het ongeluk. En ik deed niets meer aan welk boek dan ook. Ik heb m’n gezin overeind gehouden, totdat ik zelf instortte. Ik kreeg begeleiding en een diagnose ADHD. (Goh, wat viel er veel op z’n plek). Ik leer nu van mijn psycholoog hoe ik planningen moet maken die wel werken, hoe ik kan leren om mijn attentiespanne te verlengen (ik zit nu op 8 minuten …) en om maar een ding tegelijk te doen.
 
Dat ene ding is nu Superhelden 4 afmaken. Dat is om verschillende redenen:
 
1. Het boek is bijna af. Dat betekent dat ik over een paar maanden iets klaar heb, en dat gevoel heb ik nodig, na negen maanden ‘niks’ doen. Ik heb het succes nodig.
 
2. Het is relatief makkelijk om te schrijven. Ik ken de personages, weet hoe het verhaal gaat, en wat er niet goed was aan de vorige versie. Ik weet wat ik moet doen. Het is veilig. Daarnaast leer ik weer om langer te schrijven, om het uur per dag dat ik nu schrijf op te rekken naar de paar uur per dag die ik voorheen schreef.
 
3. Een nieuw boek betekent inkomen, en dat betekent dat ik kan blijven doen wat ik het liefste doe: schrijven.
 
Zodra SH4 af is en goedgekeurd, ga ik verder met de cursus Story Genius. Ik heb met mijn Amerikaanse coach en de makers afgesproken dat ik het op mag pakken wanneer ik daar weer toe in staat ben, en het mag uitwerken in mijn eigen tempo.
 
Zodra ik klaar ben met de cursus, ga ik NMM (her)schrijven en afmaken, met de personages die ik daarvoor ontwikkeld heb.
 
Een ding tegelijk, na elkaar.
 
En dan, op gegeven moment, is er een eerste versie af. Die laat ik dan een paar weken liggen, lees het opnieuw, herschrijf het eventueel en stuur het naar mijn redacteur bij Meulenhoff. Zij gaat daar dan op reageren en stuurt het mij terug met het verzoek een tweede versie te schrijven.
 
En dat gaat net zolang door totdat wij allebei tevreden zijn. En tussendoor zal ik opdrachtwerk doen, optreden op scholen, lezingen geven, vader zijn en echtgenoot. Want het leven gaat gewoon door. En we moeten ook eten.
 
En dan komt het moment dat NMM verschijnt. En dan komt er het beloofde feest. Het beste feest. Het feest waar ik eindelijk mijn boek deel met jullie, de donateurs. Waar ik jullie persoonlijk één voor één bedank voor jullie steun en voor jullie geduld.
 
Maar ik doe geen enkele belofte meer wanneer het boek uitkomt. Want ik kan het niet waarmaken. Tenzij ik het snelste boek ga schrijven dat ik kan, in plaats van het beste. Dan is het eind van dit jaar af.
 
Maar ik wil dat niet.
 
Jullie hopelijk ook niet.

De boekverkoper als superheld

bblTijdens het Beste Boeken Live Event sprak ik een ode uit aan de boekhandelaar. De speech stond al als filmpje op YouTube maar op verzoek is hieronder ook de hele tekst te lezen.

Presentatie Beste Boeken Live

“Eigenlijk zijn jullie boekverkopers de echte Superhelden. Doordat jullie iedere dag opnieuw het gesprek aan gaan met de klant. Doordat jullie iedere keer weer opnieuw de vraag stellen: waar hou je van? Doordat jullie iedere dag weer opnieuw een aanbeveling doen: dit boek moet je lezen!

Gisteren signeerde ik op de Uitmarkt in Amsterdam. En al snel kwam ik erachter dat als ik ging zitten wachten tot er iemand naar mij toekwam – voor een handtekening of een boek – dat ik hier met Sint Jutemis nog zou zitten. Dus ik deed wat een boekhandelaar doet. Ik vroeg aan ieder kind dat passeerde: hoe oud ben je? Hou je van spannende boeken? Mag ik je wat over de serie Superhelden.nl vertellen?

Na een paar uur waren alle delen 1 verkocht. Tientallen kinderen gingen met een glimlach op hun gezicht en een boek onder hun arm naar huis. In gedachten waren ze al op het eiland Pala en werden ze samen met de personages in het boek opgeleid tot superhelden.

Voor mijn werk reis ik veel en iedere stad waar ik kom, bezoek ik de plaatselijke boekhandel. Ik kijk of mijn boeken er staan en maak een praatje met de verkoper. Een paar weken geleden was ik in de kinderboekwinkel in Arnhem. De eigenaresse begon meteen te vertellen. Wat haar opviel, was dat de Superheldenreeks gewoon door bleef verkopen. Naar de meeste nieuwe boeken is na een aantal maanden of een jaar geen vraag meer en de meeste eversellers zijn al tien of twintig jaar oud. Maar Superhelden.nl verkocht ze het hele jaar door, jaar in, jaar uit. ‘En,’ zei ze, ‘het wordt gelezen door jongens én door meisjes. Dat is iets wat niet heel vaak voorkomt.’ Maar het allerbelangrijkste, vertelde ze, was dat het eerste deel vrijwel altijd gekocht werd door een vader, moeder of grootouder en dat de andere twee delen door het kind zelf werden gekocht. Dat bewees voor haar dat de boeken echt voor de doelgroep waren geschreven.

Maar ze vergat het belangrijkste en dat was haar rol als boekverkoper. Want een titel kan nog zo goed zijn, zo spannend, zo geschikt voor de doelgroep, als de lezer niet van het bestaan weet, dan flopt het boek. En het succes van Superhelden.nl is te danken aan haar en aan jullie.

Want als jullie het eerste deel niet massaal hadden ingekocht in 2011, hadden we er geen 10.000 van verkocht. En als jullie daarna deel twee en het laatste – zwaar vertraagde – derde deel niet in stapels hadden neergelegd, hadden we geen 35.000 stuks van de trilogie verkocht. Als jullie niet persoonlijk het boek hadden aanbevolen, omdat het spannend was en anders, dan had het nooit zijn weg gevonden naar al die jonge lezers en lezeressen.

En natuurlijk, het is onze boterham. Als jullie geen boeken verkopen, moet de winkel dicht, als ik geen boeken verkoop, moet ik een baan gaan zoeken (en wie wil mij na vijftien jaar fantaseren nog ergens voor hebben?). Maar het gaat om veel meer dan dat! Het lezen van boeken leert kinderen empathie. Door zichzelf te verplaatsen in de hoofdpersonen vragen ze zich af hoe het zou zijn als zij in zo’n situatie terecht zouden komen. Want uit een recente studie blijkt dat ‘verhalen de macht hebben om emoties tot leven te brengen, en kinderen te helpen inzicht te krijgen in hun eigen gevoelens en die van anderen.’ Ze leren bijvoorbeeld hoe het is om een superheld te zijn!

‘Hoe zou ik reageren als ik ontvoerd werd naar een eiland?’

‘Welke beslissing zou ik nemen als ik moest kiezen tussen twee kwaden?’

‘Als het lot van de wereld van mij af zou hangen, zou ik dan mijn leven – en dat van mijn vrienden – in de waagschaal durven leggen?’

Als boeken kinderen toegang geven tot hun emoties, dan zijn jullie – de boekverkopers – de poortwachters. Door jullie aanbevelingen komen ze in aanraking met andere boeken dan die ze al kennen. En Superhelden.nl is anders dan de meeste andere boeken.

Dat weet ik, omdat lezers mij dat mailen. Of tweeten. Of Facebooken. En soms drukken ze zelfs een briefje in mijn handen, zoals deze jongedame deed na een schooloptreden in Steenwijk:

‘Beste Marcel van Driel,

Ten eerste wil ik u een compliment geven voor het schrijven van de superboeken 1,2 en 3. Ik lees helemaal niet graag en ik ben dyslectisch, en ik kon niet stoppen met lezen, zo leuk was het. Toen ik het boek las, zag ik al helemaal de film voor me, omdat ik een beelddenker ben.’

Nog even los van het geweldige compliment, wat voor een superheld ben je als je dit durft te schrijven en aan de auteur te overhandigen?

Op diezelfde Uitmarkt kwam een dame mij een hand geven. ‘Ik ben leesbevorderaar,’ zei ze, ‘en ik wilde je bedanken voor je serie Superhelden.nl. Je hebt zoveel kinderen over hun leeshobbel heen geholpen met je boeken. Dank je wel daarvoor.’

Maar ook zei onderschatte haar eigen rol. Want hoe goed ik mijn boeken ook probeer te schrijven, als ze de lezers niet bereiken, blijven de woorden opgesloten zitten tussen de kaften. Het zijn mensen zoals zij en zoals jullie die de match maken. Jullie zijn de cupido’s van het woord.

Of moet dat zijn: de superhelden van het boek?

Judith Visser tweette ooit: “Boeken schrijven zichzelf net zo min als ze zichzelf verkopen.” En dat is zo waar! Niet alleen schrijvers hebben jullie hard nodig, maar ook de lezers. Zij weten vaak nog niet wat ze willen!

Daarom ben ik zo dankbaar voor jullie inspanningen. Omdat jullie je nek uitsteken als je een nieuwe serie inkoopt, wanneer je iets onbekends op de stapel legt, wanneer je tegen je de lezer zegt: Superhelden.nl MOET je lezen, geloof me maar, je kunt het niet wegleggen.

Want dat is wat ik probeer te bereiken. Ik schrijf boeken die je ’s avonds in bed leest, terwijl je ouders denken dat je slaapt. Ik schrijf boeken waarvan je denkt: nog één hoofdstuk, dan, alleen dacht je dat drie hoofdstukken geleden ook al. Ik schrijf boeken waarvan je aan het eind van ieder deel denkt: ik MOET weten hoe het verder gaat.

En daarom verschijnt er in januari volgend jaar een vierde deel van Superhelden.nl en het jaar daarna een vijfde. Omdat niet alleen de lezer, maar ook ik wil weten hoe het verder gaat. En als je de reeks vergelijkt met een Amerikaanse tv-serie, wat veel mensen doen, dan zijn de eerste drie delen seizoen 1 en de twee nieuwe delen seizoen 2. Er is een nieuwe slechterik, een nieuwe uitdaging, maar we volgen dezelfde hoofdpersonen, dezelfde vijf personages waarmee we al drie boeken meeleven.

Maar er is één twist. Want één van de vijf is een verrader. Een van de vijf doet zich anders voor dan hij of zij is. Een van de vijf is geen echte Superheld.

Dit is de flaptekst.

‘Nu Mr. Oz verslagen is, heeft Iris samen met Alex, Fiber, Justin en YunYun in het geheim de leiding op Pala overgenomen. Pas wanneer ze de levensgevaarlijke Jabberwocky’s van Mr. Oz hebben uitgeschakeld, kunnen de kinderen naar huis. Maar dan dient zich een nieuwe vijand aan, eentje die toegang heeft tot het computersysteem op het eiland. Iris beseft dat een van haar vrienden een dubbelrol speelt. Maar wie is de verrader? En hoe kunnen ze de vijand het hoofd bieden als ze elkaar niet kunnen vertrouwen?’

Waar jullie in ieder geval wél op kunnen vertrouwen is dat ik mijn best heb gedaan om het beste deel uit de serie te schrijven. Nog spannender, nog emotioneler, met nog meer vaart en actie dan de eerste drie boeken. Ik hoop dat ik – én de lezer – weer kunnen vertrouwen op jullie. Dat jullie de boeken inkopen, neerleggen en – en dat blijft het allerbelangrijkste – aanbevelen aan de nietsvermoedende lezer. De lezer die nog nooit van Pala gehoord heeft, die nog niet weet wat de plannen van Mr. Oz zijn en wat hij voor Iris en haar Superhelden in petto heeft. En wanneer het kind met een boek onder de arm en een glimlach op haar gezicht de winkel verlaat, weet zij misschien niet wie de echte superheld is.

Maar ik weet het wel. Want de echte superheld, dat ben jij.

Dank je wel voor je aandacht.”

Signeren op de Amsterdamse Uitmarkt: een droom die uitkwam

Uitmarkt26 augustus, 1989, ik was 22 jaar uit en voor het eerst op de Uitmarkt in Amsterdam. Ik wandelde in de richting van de Dam en zag op het podium een stel jonge honden met ontblote bovenlichamen en gekleurde broeken/kilts punkrockfunk maken op het podium. Vanaf dat moment was ik een fan van The Red Hot Chili Peppers én van de Uitmarkt. Ooit, bedenk ik me, komen ze hier voor mij. *

2016, ik ben 49 jaar. Ik wandel op m’n gemak langs de Dam in de richting van het Museumplein, waar ik ga signeren in de stand van de Kinderboekenwinkel. Onderweg vang ik een paar Pokemons, schuil ik voor een plotselinge bui en geniet van de dag. Ik ben vroeg en haal koffie bij de meest briljante koffiekraam die ik ooit ben tegengekomen. Om 11.15 neem ik plaats in de stand en wacht op wat er komen gaat.

Dat is niet veel. De markt moet duidelijk nog op gang komen. Er komen enkel volwassenen langs die zo te zien bij het festival horen. Geen kinderen, geen fans. Dat is oké. Ik ben allang van de illusie verlost dat ik drommen kinderen aantrek wanneer ik signeer. Als ik paar nieuwe lezers werf, ben ik allang blij.

Het is twaalf uur. Officieel zit m’n signeersessie erop, maar het begint net een beetje druk te worden. Ik besluit nog een uur langer te blijven.

Superhelden 4Er komen kinderen. Ze bekijken de boeken in de kraam en snuffelen in de ramsjbak. Ik trek de stoute schoenen aan en vraag ze hoe oud ze zijn en of ik ze wat over mijn boeken mag vertellen.

Dat mag.

Een uur later heb ‘ik’ vier keer deel 1 en één keer deel twee van Superhelden.nl verkocht. Helaas moet ik gaan, want ik zou nog wat mensen spreken op de Comic Con in de RAI, waaronder toptekenaar Romano Molenaar. Maar ik beloof de lieve medewerkers van de Kinderboekwinkel om aan het eind van de dag terug te komen.

Dr Who?

Dr Who?

De Comic Con blijkt een slap aftreksel te zijn van die in Utrecht en binnen het uur sta ik weer buiten, maar niet zonder op de foto te zijn geweest met de Nederlandse Tardis en even snel bijgekletst te hebben met Romano over onze eventuele toekomstige samenwerking. **

Om kwart over drie zit ik weer op m’n plek. Ik moet me een beetje over mijn schroom heen zetten om iedere tiener aan te spreken die tussen de boeken van de Kinderboekwinkel komen snuffelen, maar ze blijken daadwerkelijk geïnteresseerd te zijn in mijn verhaal. Binnen anderhalf uur zijn we alle eerste delen van de reeks kwijt! En alle kinderen gingen met een grijns op hun gezicht en een boek onder hun arm naar huis, in hun gedachten al op Pala.

Om vijf uur bedank ik de medewerkers voor hun uitnodiging, scoor ik zelf nog wat boeken en loop voldaan weer terug naar station Centraal.

De werkelijkheid blijkt weer eens veel mooier te zijn dan mijn droom. Wanneer mag ik weer? ***

* Ik heb geen idee of ik dat op dat moment dacht, maar ik weet zeker dat ik het een keer gedacht heb op de Uitmarkt

** Watch this space

*** 11 september op de Rotterdamse Uitmarkt!

Nieuw beroep: Voetbaltrainer

maxresdefaultIk ga er prat op dat ik niets met voetbal heb en er nog minder vanaf weet. Als er een EK of WK is, zitten mijn vrouw en kinderen aan de buis gekluisterd, en kijk ik Netflix of lees buiten in de tuin een boek. Als de buurt juicht, is er een doelpunt gemaakt.

En nu ga ik het team van mijn jongste zoon trainen.

Mijn oudste zoon zit nu twee jaar op voetbal en zijn vorige team is zelfs nog gecoacht door mijn vrouw (die mij tevergeefs uit blijft leggen hoe buitenspel werkt). Ik ga wel eens kijken en juich ik als ze een doelpunt maken of roep ‘kom op!’ en ‘jammer’ als ze een doelpunt tegen hebben. De rest van de wedstrijd probeer ik vooral in de gaten te houden waar Daniel staat, zodat hij ziet dat ik er ben en aandacht voor hem heb. Het spel zelf kan me eerlijk gezegd gestolen worden.

En nu ga ik het team van mijn jongste zoon trainen.

maxresdefault2

De (meeste?) voetbalverenigingen draaien op vrijwilligers. De coach, trainer(s) en begeleiders zijn allemaal ouders van voetballende kinderen. En die ouders hebben niet allemaal verstand van of liefde voor voetbal. Dat bleek gisteren wel toen we bij elkaar kwamen, de ouders van de F-jes die deze week aan hun gloednieuwe voetbalcarrière beginnen. Ik was niet de enige die weinig tot niets van het edele balspel wist, maar wel één van de twee ouders die structureel iedere woensdagmiddag beschikbaar is.

En wat doe je dan? Dan vorm je samen een trainersduo en ga je trainingsfilmpjes kijken op YouTube. Mijn nieuwe collega maakt een schema en zoekt oefeningen bij elkaar (zij geeft in het dagelijks leven trainingen, dus dat gaat helemaal goed komen) en heb wel wat met kinderen.

held in voetbal‘Kun je meteen inspiratie opdoen voor een boek,’ werd er gesuggereerd. Geen gek idee, want ik hoorde net van Uitgeverij Zwijsen dat ‘Een held in voetbal’ een tweede druk heeft en een uitstekende NBD Biblionrecensie kreeg, dus wie weet.

Maar het mooiste was toen ik het vanmorgen mijn jongste vertelde. ‘Echt?’ vroeg hij. Ik heb hem geloof nog nooit zo blij zien kijken.

Ik ga het voetbalteam van mijn jongste zoon trainen. Wat gaaf.

#vraaghetdeuitgever

Vraag het de uitgever 0Ik begon mijn eerste werkdag na de vakantie met een kop koffie bij Bagels & Beans en een snelle scan van mijn twittertijdlijn. Daar viel mij direct een interessant initiatief op, genaamd #vraaghetdeuitgever. Zondagavond van acht tot half tien ’s avonds konden (aankomende) auteurs vragen stellen aan Maaike LeNoble (Uitgeefdirecteur Meulenhoff Boekerij), Susanne Diependaal (Uitgeefster kinderboeken en YA bij Van Goor (Best of YA).) en Barend Wallet (Adjunct-uitgever non-fictie Uitgeverij Het Spectrum). Ik vroeg Maaike hoe het initiatief ontstaan was:

‘Het was een idee van blogger en illustrator Emmy van Ruijven (@Zonenmaan) die Susanne van Unieboek had gevraagd die op haar beurt mij had gevraagd. Het was de eerste keer dat we dit deden, maar het is iedereen zeer goed bevallen!’

Vraag het de uitgever 1
Op haar blog kondigde Emmy de avond als volgt aan: “Op zondagavond 21 augustus vanaf 20.00 uur mag je de drie uitgevers alles vragen over het uitgeven van boeken e.d. Zij zullen proberen jouw vraag zo goed mogelijk te beantwoorden. Gebruik de hashtag #vraaghetdeuitgever.”

‘Het idee kwam eigenlijk samen met Susanne tijdens een #vraaghetdeboekblogger avond,’ vertelde Emmy mij. ‘We merkten dat er vraag was naar expertise van een andere tak in de boekwereld en besloten een uitstapje te maken. Volgens mij was het een erg groot succes en ik dan ook erg blij dat we het hebben gedaan. Wat mij opviel dat er veel vragen waren van aspirantschrijvers en bloggers die wilde weten hoe uitgevers naar hen kijken. Er deden sowieso veel bloggers mee. Superleuk! Ik denk zeker dat er een vervolg komt.’

Vraag het de uitgever 3

Wat mij opviel is dat er voornamelijk vrouwen vragen stelden. Toeval of niet?

‘Ja, het waren veel vrouwen, ik denk zelfs nog specifieker jonge vrouwen,’ mailt Barend Wallet mij. ‘Ik denk dat dit door de initiatiefneemsters komt, die beiden in de hoek van Young Adult literatuur zitten. Daardoor bijna geen vragen over specifiek non-fictie, vooral roman en kinderboeken.’

‘Er zaten heel veel goede vragen tussen. Veel gericht op hoe de vragenstellers tot het publiceren van een boek komen; dan is de meest algemene vraag misschien ook wel de beste: hoe maak ik het meeste kans?’ aldus Barend.

Vraag het de uitgever 4Susanne realiseerde zich door de vragen dat veel mensen niet precies weten wat een uitgever doet. ‘Veel mensen weten niet precies wat een uitgever op dagelijkse basis allemaal doet,’ legt ze uit ‘en dat bijvoorbeeld marketing een aparte afdeling is.’ Dat had ik van te voren niet bedacht. ‘De leukste vraag vond ik welk boek ik zelf dolgraag uit had willen geven.’

De antwoorden op alle vragen vind je op Twitter. Over een vervolg wordt nagedacht.

Vraag het de uitgever 5De hele conversatie is hier na te lezen.

 

DCC, Stormvogels, Jazzcats, Ingmar Heytze, MvhK en GvhFB

Je kunt nooit teveel Deadpools hebben

Je kunt nooit teveel Deadpools hebben

Schrijven is een eenzaam beroep, zeggen, maar daar was deze week niks van te merken. Want hoewel ik iedere ochtend een paar uur zat te schrijven, keek ik bijna iedere avond en drie weekenddagen naar een podium, of stond er zelf op. Dit was mijn week:

Dutch Comic Con

Voor de tweede keer werd in Nederland de Dutch Comic Con georganiseerd in de Utrechtse Jaarbeurs. En deze keer was het vele malen beter georganiseerd dan vorig jaar. De ruimte tussen de stands op de beurs was breder, waardoor je normaal kon lopen, de vele cosplayers beter kon bewonderen en de uitgestalde waren beter kon bekijken. Ik kocht een Deadpool-T-shirt en -vest en een Punisher T-shirt. Mijn kinderen gingen voor knuffels (de jongste) en een bad ass ruimteschip (de oudste).

Drukbezocht panel met nog meer laweaai

Drukbezocht panel met nog meer lawaai

Wat er niet goed geregeld was, waren de microfoons. Ik mocht een panel modereren voor de American Book Centre, waarin ik Jeff Vandermeer, Ann Vandermeer, Brian McCLellan, Adrian Stone en Tisa Piscar vragen stelde over de business kant van het schrijven. Helaas was het zo’n lawaai op de Comic Con, dat we staand en schreeuwend de vragen moesten beantwoorden.

Mijn oudste tegen Kylo Ren

Mijn oudste tegen Kylo Ren

 

 

 

Zondag was dat probleem gelukkig opgelost, maar toen liep ik met mijn kinderen over de beursvloer rond, waar ze ademloos alle verklede mannen en vrouwen bewonderden, de stands indoken en de merchandise bekeken. Kom maar op met de volgende con!

 

Voorstelling Stormvogels

Vreemde vogels

Vreemde vogels

Mijn schoonzus had ons hele gezin uitgenodigd om naar een jeugdvoorstelling te gaan, genaamd Stormvogels. Buiten waaide de wind naar code geel, dus de titel en dag waren goed gekozen. Het was een verrassend goed geschreven, gezongen en geacteerde voorstelling over kinderen-als-vogels (duiven, mussen en een enkele paradijsvogel) waarin iets teveel thema’s (religie, vluchtelingen als gelukszoekers) tegelijk langskwam om volledig te overtuigen. Daarna dronken we met z’n allen wat (spa rood, want 21 dagen zonder alcohol of suiker), terwijl de kinderen buiten speelden. Wat een topdag!

Presentatie Jazzcats

Doodlin'

Doodlin’

Terwijl ik iedere seconde die ik ter beschikking had, besteedde aan het schrijven aan de verboeking van de jeugdfilm Meesterspion (oktober in de winkel en de bioscoop), probeerde ik ook nog de uitgebreide tekst van het jazznummer Doodlin’ uit mijn hoofd te leren, niet met onverdeeld succes. Donderdag was de uitvoering en de generale repetitie was zo abominabel dat zelfs het gezegde ‘Een slechte repetitie is een goede première’ niet op leek te gaan. Ik kende mijn tekst niet, hoorde mijzelf te luid of te zacht en durfde bijna het podium niet op. En ik kom mijzelf niet eens moed indrinken!

Met z'n allen

Met z’n allen

Gelukkig en wonder boven wonder ging het uiteindelijk best wel oké en zong ik bijna geheel uit mijn hoofd en niet al te vals voor een volgepakte zaal mijn lied. De twee gezamenlijke nummers gingen goed, mijn medejazzcats zongen de sterren van de hemel en onze juf Caroline Lobanov speelde geweldig piano. Daarna mochten wij genieten van de groep die na ons kwam en klassieke jazznummers zong met een heuse bigband. Het werd laat maar gezellig (en dat zonder alcohol). Topavond!

Dertig jaar Ingmar Heytze

De meester leest voor.

De meester leest voor.

Een kleine vijfentwintig jaar geleden vroeg ik Ingmar Heytze of hij een wervende tekst voor een folder wilde schrijven, omdat ik dacht dat ik dat niet kon. Ik was tenslotte geen schrijver en hij was dichter en woordkunstenaar. Vrijdag vierde Ingmar zijn dertigjarige (!) bestaan als dichter met de bundel ‘Voor de liefste onbekende’ en een prachtige voorstelling in De Kleine Komedie. Ondersteund door Ellen Deckwitz en met bijdragen van o.a. Hans Dorrestijn, A. L. Snijders, Tommy Wieringa, Vrouwkje Tuinman en Kees Wennekedonk, was het een Utrechts feestje op het podium en in de zaal. Volgend jaar keer in onze eigen stad, Ingmar?

Meisje in boot gevonden

Meisje in boot gevonden

Het was die dag trouwens 1 april en het Marinemuseum meldde dat een 14-jarig meisje zichzelf opgesloten had in een torpedobuis van De Tonijn, de onderzeeboot die op het terrein van het museum in Den Helder staat. Hierover zo dadelijk meer.

Oh ja, en KOOP DIE BUNDEL!

 

 

Selma vertelt

Selma vertelt

Middag van het kinderboek

Ik had natuurlijk beter in Amsterdam kunnen blijven, want de volgende ochtend moest ik om elf uur alweer in de OBA zijn voor de lezing van Selma Noord, gevolgd door de Middag van het Kinderboek. Selma sprak over (het gebrek aan) diversiteit in kinderboeken en wat mij het meest raakte, was de boodschap die ze kreeg van kinderen van diverse afkomsten: ‘De boeken gaan nooit over ons,’ zeiden ze, ‘maar altijd over Iris en Tim en Tom en Sanne. En als er andere in voor komen, dan heten ze Fátima of Mo en mogen ze ook één zin zeggen.’ Selma sprak zonder verwijt, maar was duidelijk op zoek naar kansen. Ze noemde ook nog het pleidooi van Marieke Nijkamp, de Nederlandse YA-auteur die momenteel internationaal scoort met haar boek ‘This is where it ends’ én de drijvende kracht achter de ‘We need diverse books’ campagne.

Marieke Nijkamp, Corinne Duyvis en Adrian Stone op de Comic Con.

Marieke Nijkamp, Corinne Duyvis en Adrian Stone op de Comic Con.

Ik sprak Marieke een paar dagen daarvoor nog kort op de Comic Con, maar had geen idee van haar betrokkenheid bij dit onderwerp. Haar boek staat inmiddels op de leeslijst en de opmerkingen van haar en Selma neem ik mee in mijn volgende boek.

(Gelukkig had ik net een kort verhaal geschreven over de 14-jarige Marokkaanse Najiba die zichzelf opsloot in een torpedobuis van De Tonijn voor de verhalenbundel ‘Alle Hens’ die in juni uitkomt bij Uitgeverij Kluitman.)

Want ik ben nog niet lang genoeg

Want ik ben nog niet lang genoeg

Daarna volgde de daadwerkelijke Middag van het Kinderboek, deze keer niet onder auspiciën van de onvolprezen Ted van Lieshout, maar van Marco Kunst en Aby Hartog (of Merco en Aaby, zoals we ze voortaan noemen). Onder de noemer ‘Zijn er nog taboes in kinderboeken?’ kregen we een lezing over illustraties (conclusie: in de jaren 70 mocht er meer dan nu) en literatuur (Jaap Friso maakte duidelijk dat er eigenlijk over elk taboe wel een jeugdboek te vinden is). Ik mocht het podium op om schrijvers op te roepen lid te worden van de Vereniging van Letterkundigen en tijdens een forumgesprek bespraken Janny van der Molen, Floortje Zwigtman, Corien Oranje en uitgever Anke Werker onder leiding van Pjotr van Lenteren welke taboes er nog te schenden waren. Lees vooral deze blogs van Femke en Marlies over de verrassende uitkomst van dit gesprek.

Daarna was het bij babbelen en Spa rood drinken met m’n collega’s. Topmiddag!

Garnalen in zwarte bonensaus

Garnalen in zwarte bonensaus

Ik at in mijn eentje bij een Chinees restaurant op de Zeedijk, een achenebbisj tentje met fantastisch eten en geen mogelijkheid tot pinnen. Nadat ik twee keer op en neer was geweest, op zoek naar een pinautomaat, kwam ik terug met cashgeld en kon ik eindelijk naar:

Het gala van het Fantastische boek

Komisch duo De Twee Marcel's

Komisch duo De Twee Marcel’s

Wat vroeger de Paul Harland Prijs was, heet nu de Harland Awards. 200 korte verhalen werden er dit jaar ingezonden, een hele klus voor de jury om daar de beste uit te pikken, weet ik uit ervaring. Gelukkig bestond deze dit jaar uit Chris Kooi, Renée Vink, Martijn Adelmund en winnaar van vorig jaar Erik Heiser, onder de bezielde leiding van Tomas Ross (die wegens privéomstandigheden helaas verstek moest laten gaan). Samen met Marcel Vaarmeijer (de schrijver van het geweldige ‘Voor wie ik heb liefgehad,’ een collega die ik tot nu toe alleen van online kende) en zijn lieftallige echtgenote, luisterde ik naar de openingspeech van Martijn Lindeboom (op naar de Week van het Fantastische boek!), het hilarische verhaal van Jeff Vandermeer over zoetwaterinktvissen (je had erbij moeten zijn), het gepassioneerde pleidooi van Susan Smit aan niet-genre schrijvers (zoals zij zelf) is om hun boeken fantastischer te maken, de komische presentatie van Thomas Olde Heuvelt en Iris Compiet en de speeches van de prijswinnaars en het onthutsende verhaal van David Samwel Bol.

Jij bent een winnaar!

Jij bent een winnaar!

Chicklit (!) auteur Lisette Jonkman deed voor de eerste keer mee en won verrassend zowel de eerste prijs als de debuutprijs met haar korte verhaal ‘De vier stadia van verval’ en Auke Hulst mocht de allereerste Harland Award Romanprijs in de wacht slepen voor zijn ‘Slaap zacht, Johnny Idaho.

Daarna was het bij babbelen en Spa rood drinken met m’n collega’s. Topavond!

En nu? En nu ga ik twee weken aan één stuk door schrijven. In m’n eentje. Zonder drank.

Homeopathie is een geloof

homeopathie_292x237-chamomilla-granulesIk was niet de enige die gisteren het artikel deelde op Facebook: ‘Een nieuwe studie heeft aangetoond dat homeopathie effectief is voor 0 van de 68 ziekten’. Maar de reacties op de posts waren wel nagenoeg overal hetzelfde. Tegenstanders vielen de boodschapper aan:

‘Waarom ben je zo fel?’ ‘Waarom vind je het nodig dit soort artikelen te delen?’ ‘Wat een heksenjacht!’ ‘Big Pharma probeert ons zand in de ogen te strooien’ ‘Dit artikel is bevooroordeeld!’ In plaats het artikel te lezen en daar inhoudelijk op te reageren, was iedereen vooral boos. Boos op mij, boos op de schrijvers, boos op de onderzoekers.

Voorstanders probeerden uit te leggen wat het basisprincipe was van homeopathie en waarom het niet kán werken, vroegen om onderzoeken en bewijzen en wezen op het verschil tussen causaal verband en correlatie. Beide partijen zetten hun hakken in het zand en probeerden de ander te overtuigen van hun gelijk. In plaats van een dialoog ontstond er alleen maar polarisatie. Ik schrok daarvan. Dat was mijn doel helemaal niet! Wat gebeurde hier? Tot iemand het volgende schreef:

‘Gelovigen zijn gelovigen, daar helpen geen 100 studies tegen.’

En ik realiseerde me dat hij gelijk had! Homeopathie is een geloof. En geloof heeft niets te maken met feiten.

God als misvattingEr is geen enkel wetenschappelijk bewijs voor het bestaan van goden of godinnen. In mijn veronderstelling is het onmogelijk om nog één seconde in een god te geloven, nadat je ‘God als misvatting’ van Richard Dawkins hebt gelezen. Maar geloof heeft daar helemaal geen boodschap aan. Geloof werkt juist ómdat het geloof is. Omdat je er van overtuigd bent dat er een hogere macht bestaat, bestaat hij.

Voor een atheïst als ik is dat onmogelijk om te begrijpen. Ik spreek een andere taal, waarin geloof niet past. En het is heel verleidelijk om gelovigen weg te zetten als ‘gekkies’. Het probleem is: de meeste gelovigen die ik ken, zijn heel normale, leuke mensen. Ze geloven alleen in god en ik niet.

Met homeopathie is dat niet anders. Mensen die ik leuk en aardig vind en hoog heb zitten, werden gisteren ineens heel boos. En ineens snapte ik waarom: Ik probeerde mijn gelijk te halen. Ik was helemaal niet uit op een dialoog, ik wilde zeggen: ‘Wil je nog meer bewijs dat homeopathie is nutteloos? We hebben het, dus laten we eindelijk eens ophouden met die flauwekul’.

Niet heel vreemd dat mensen zich aangevallen voelde.

En laten we eerlijk zijn, ik zou het niet in mijn hoofd halen om een gelovige ervan te proberen te overtuigen dat god niet bestaat. Net zo min als de gelovigen die ik ken mij ervan proberen te overtuigen dat ik moet gaan geloven. Want ze weten dat het kansloos is. (En degene die dat wel doen (zoals bijvoorbeeld Jehova’s Getuigen) vinden geen aansluiting, want we spreken een verschillende taal.) Wat ze wel doen is hun ervaringen delen, net zoals ik dat doe. En dat blijkt wonderwel goed samen te gaan.

En dat is waar ik op uit ben als ik met andere mensen praat. Ik wil met je in gesprek, luisteren naar wat jij te zeggen hebt en wat jouw ervaringen zijn. Mijn ervaring delen. Onze standpunten zullen misschien niet veranderen, maar we kunnen wel met respect naar elkaar luisteren in plaats van elkaar te lijf gaan. En het delen van dit soort artikelen, realiseer ik me nu, heeft het omgekeerde effect. Hoezeer ik ook achter de inhoud sta.

Billy is dood, lang leve Billy

Billy de KipBilly de Kip is mijn favoriete boek van mijzelf. En dat komt door Jort van der Jagt en Jeroen Schipper. Jort omdat hij briljante illustraties maakte zoals ik ze nog niet eerder zag. En Jeroen omdat hij van een op zich niet onaardig verhaal (op matig Sinterklaasrijm) een geweldige, briljante tekst maakte, vol kwinkslagen en klankrijmen, met ritme, alliteratie en woeste woordgrappen.

Maar Billy is dood. Overleden. Ondanks de meer dan genereuze recensies die het boek kreeg van Juf Maike, Jaap, Susan en vele anderen, flopte het prentenboek meedogenloos. Het idee was om eens wat anders te maken dan wat er standaard in de winkel ligt, maar de wereld is duidelijk nog niet klaar voor een donker prentenboek vol cowboys, robots en tanks. Ondanks de fantastische inspanningen van uitgeverij David & Goliat en de vele boekhandels die hun best deden Billy onder de aandacht te brengen.

En dat is oké. Dat hoort bij het vak. Maar het is ook jammer. Want het was onze kip.

Billy de Kip preview

Ik heb de laatste 50 exemplaren gekocht. Die liggen hier nu in een doos te wachten op nieuwe eigenaren. In de winkel is Billy niet meer te koop. Het boek kost 10,00 euro en voor dat geld zet ik er uiteraard ook een handtekening en boodschap voor je in. En voor 2,50 stuur ik hem voor je op.

Dus, grijp je kans, bestel een Billy nu het nog kan!

Kippiejajee, moddertokkers!

Remembering The Dig

IMG_1702

Alleen onder water

Doodstil was het in het Oceanium. Alleen wij waren er, mijn kinderen en ik. En de vissen, natuurlijk. Het anders zo drukke Blijdorp was een oceaan van stilte, wat het gevoel versterkte dat we in werkelijkheid onder water waren of misschien zelfs wel op een andere planeet.

Binnen het Oceanium is een aparte ruimte gereserveerd voor de Greenpeace Expo, een serie van matzwarte kamers, fluoriderende kleuren, onderwaterbeelden en teksten over vissen en visserij. En muziek. Geen idee wie het gecomponeerd heeft, maar in gedachten werd ik onmiddellijk teruggeworpen naar 1995, naar het briljante point & click adventure ‘The Dig’.

‘The Dig’ was verzonnen door Stephen Spielberg voor zijn tv-serie ‘Amazing Stories’ maar het verhaal over een groep astronauten dat in het binnenste van een astroïde een portal vindt naar een buitenaardse planeet, bleek veel te duur voor tv. Gelukkig was het wél te realiseren als videogame. Met graphics van Industrial Light & Magic, dialogen van Orson Scott Card, acteurs als Robert Patrick (Terminator 2, X-Files) en Steven Blum en orkestrale muziek van Michael Land (Monkey Island) was een instant klassieker geboren, waar ik mijn met huisgenoot vele nachtelijke uurtjes mee heb doorgebracht.

The Dig
De Cd-rom draait niet meer op mijn pc, maar het is nog wel via STEAM te spelen. Geen app, maar wat niet is kan natuurlijk nog komen, aangezien Monkey Island, Grim Fandango en binnenkort Day of the Tentacle ook te spelen zijn op onze tablets. Maar er is nog een andere manier om het verhaal mee te krijgen, en dat is als film.

Soort van.

Iemand heeft namelijk de moeite genomen om het hele spel in een keer door te spelen, op te nemen en op YouTube te zetten. Bijna drie uur duurt het en dat is tegenwoordig een acceptabele speelfilmlengte. Ja, de graphics zijn gedateerd en ja, sommige dialogen zijn een beetje cheesy. Maar de sfeer, de muziek zijn nog steeds ongeëvenaard wat mij betreft.

De muziek is overigens ook te downloaden, via deze site. Geen idee of het legaal is, maar op iTunes, Spotify of Deezer staat het in ieder geval niet.

Ik weet in ieder geval wat ik volgende week ga kijken.

Hoera! Het is vandaag! (En Bowie is dood)

De laatste foto die van Bowie is gemaakt, twee dagen voor zijn dood (c) Jimmy King

De laatste foto die van Bowie is gemaakt, twee dagen voor zijn dood verspreid (c) Jimmy King

Op weg naar Groningen. Hoewel Anna Woltz, Rom Molenmaker en ik tot Amersfoort moeten staan, is het een voorspoedige treinreis. We praten over het vak, vergelijken onze manieren van schrijven – op punten gelijk, op andere totaal verschillend! – en we kijken uit naar onze optredens voor Stap op de Rode Loper, een project voor VMBO’ers uit de bovenbouw en hun docenten, die een dag vol ‘bekende schrijvers, verhalenvertellers, striptekenaars, poëzie en film’ krijgen.

Het is een mooie dag.

Dan komt via Facebook het nieuws. David Bowie is overleden. Bowie, één van mijn grote muzikale helden, wiens nieuwe album de laatste dagen hier bijna continu opstaat, is twee dagen na zijn verjaardag én het verschijnen van Blackstar op 69-jarige leeftijd van ons heengegaan. Bowie, die liet zien dat freaks like me er ook mochten zijn, die mij niet alleen inspireerde met zijn muziek, maar ook liet zien dat een kunstenaar zich niet hoeft te beperken tot slechts één medium.

Het is een verdrietige dag.

Yvon Mekring maakte een foto van mij in actie

Yvon Mekkring maakte een foto van mij in actie

Drie groepen VMBO’ers komen en gaan in de Groningse bibliotheek en het is een feestje! We praten over boeken en superhelden, over hoeveel een schrijver verdient (te weinig) en waarom ik voor de jeugd schrijf in plaats van voor volwassenen (ik weet het nog steeds niet). Mij wordt gevraagd welke games ik speel (Red Dead Redemption, The Last of Us) en of ik thuis ook zo vaak ‘fuck’ zeg. (ehm …). Ik lees ook nog een bladzijde voor uit Billy de Kip wat voor veel hilariteit zorgt. Twee goeie vriendinnen van mij schuiven aan bij de laatste groep en zien eindelijk eens in levende lijve wat doe. Ik pik het laatste stukje mee van het optreden van Anna Woltz en geniet van haar plezier en haar vermogen om zo’n grote groep te boeien en te prikkelen.

Het is een mooie dag.

Gruninger polder

Gruninger polder

Na afloop wandel ik een kleine vijf kilometer van de bibliotheek in het centrum naar de Bed & Breakfast in de polder. En wat heerlijk dat ik dat weer kan na mijn val met de fiets! Het eist wel zijn tol en met een pijnlijke enkel en knie en David Bowie op de speakers ga ik een uurtje liggen in de bedstee en lees de vele In Memoriams die online verschijnen.

Het is een verdrietige dag.

Grote vriend Mark Meinema komt met chips en frisdrank en samen maken we de opzet voor mijn nieuwe lezing ‘Geen Tijd, Geen Geld, Toch Doen,’ de opvolger van ‘Waanzinnige Plannen’. Mark maakte eerder met mij de opzet en de slides voor de WP-lezing en na een paar uur werken beseffen we het allebei: deze wordt beter! De opbouw, de ‘BAM-IN–YOUR–FACE’ momenten, de humor, alles wat we samen geleerd hebben de afgelopen twee jaar maakt dat deze lezing nog uitgebalanceerder is dan de vorige en daardoor – hopelijk – nog meer impact zal hebben op het publiek.

Daarnaast is het ook gewoon fucking gaaf om met Mark te werken.

Lokaal Gronigs voedsel!

Lokaal Gronigs voedsel!

Het is een goeie dag. En dat blijft het. We eten heerlijk Indiaas in de stad en Mark brengt me met de auto terug naar de polder. Daar luister ik Blackstar nog een keer en mijmer voor me uit, voordat ik mijn eerste ononderbroken nacht van zeven uur slaap in drie weken.

De volgende ochtend loop ik vijf kilometer terug naar het Groninger Museum voor de tentoonstelling ‘Bowie is,’ de andere reden waarom ik hier een extra dag ben. Met opnieuw ‘Blackstar’ op de koptelefoon (waarvan de teksten ineens een volstrekt andere lading hebben gekregen) zie ik overal posters hangen voor ‘Bowie is’

(dood)

vul ik in gedachte steeds aan.

IMG_1547

Me and my Bowie

De tentoonstelling is prachtig! Op zich heb ik niet zoveel met kostuums en paperassen, maar wat ‘Bowie is’ zo bijzonder maakt, is de combinatie voorwerpen, beeld en klank. Bij binnenkomst krijg je een koptelefoon en sensoren in de vloer geven aan waar je bent en produceren het bijbehorende geluid. Dat betekent muziekfragmenten van de liedjes waar je net over leest, flarden interview bij de platenhoezen en kleding, videoclips die van ‘silent’ naar ‘muziek’ gaan als je langs de schermen loopt. Prachtig.

Weer buiten loop ik langs een winkel met een bord waarop ‘Hoera! Het is vandaag!’ staat. Bowie is dood, maar wij hebben zijn muziek nog. En zijn films, teksten, ideeën. En andere mensen hebben ons, de schrijvers, de filmmakers, de kunstenaars. Wie weet zijn wij ooit zo´n inspiratiebron voor de volgende generatie als Bowie voor ons was.

Het is een mooie dag.