Hoera! Het is vandaag! (En Bowie is dood)

De laatste foto die van Bowie is gemaakt, twee dagen voor zijn dood (c) Jimmy King

De laatste foto die van Bowie is gemaakt, twee dagen voor zijn dood verspreid (c) Jimmy King

Op weg naar Groningen. Hoewel Anna Woltz, Rom Molenmaker en ik tot Amersfoort moeten staan, is het een voorspoedige treinreis. We praten over het vak, vergelijken onze manieren van schrijven – op punten gelijk, op andere totaal verschillend! – en we kijken uit naar onze optredens voor Stap op de Rode Loper, een project voor VMBO’ers uit de bovenbouw en hun docenten, die een dag vol ‘bekende schrijvers, verhalenvertellers, striptekenaars, poëzie en film’ krijgen.

Het is een mooie dag.

Dan komt via Facebook het nieuws. David Bowie is overleden. Bowie, één van mijn grote muzikale helden, wiens nieuwe album de laatste dagen hier bijna continu opstaat, is twee dagen na zijn verjaardag én het verschijnen van Blackstar op 69-jarige leeftijd van ons heengegaan. Bowie, die liet zien dat freaks like me er ook mochten zijn, die mij niet alleen inspireerde met zijn muziek, maar ook liet zien dat een kunstenaar zich niet hoeft te beperken tot slechts één medium.

Het is een verdrietige dag.

Yvon Mekring maakte een foto van mij in actie

Yvon Mekkring maakte een foto van mij in actie

Drie groepen VMBO’ers komen en gaan in de Groningse bibliotheek en het is een feestje! We praten over boeken en superhelden, over hoeveel een schrijver verdient (te weinig) en waarom ik voor de jeugd schrijf in plaats van voor volwassenen (ik weet het nog steeds niet). Mij wordt gevraagd welke games ik speel (Red Dead Redemption, The Last of Us) en of ik thuis ook zo vaak ‘fuck’ zeg. (ehm …). Ik lees ook nog een bladzijde voor uit Billy de Kip wat voor veel hilariteit zorgt. Twee goeie vriendinnen van mij schuiven aan bij de laatste groep en zien eindelijk eens in levende lijve wat doe. Ik pik het laatste stukje mee van het optreden van Anna Woltz en geniet van haar plezier en haar vermogen om zo’n grote groep te boeien en te prikkelen.

Het is een mooie dag.

Gruninger polder

Gruninger polder

Na afloop wandel ik een kleine vijf kilometer van de bibliotheek in het centrum naar de Bed & Breakfast in de polder. En wat heerlijk dat ik dat weer kan na mijn val met de fiets! Het eist wel zijn tol en met een pijnlijke enkel en knie en David Bowie op de speakers ga ik een uurtje liggen in de bedstee en lees de vele In Memoriams die online verschijnen.

Het is een verdrietige dag.

Grote vriend Mark Meinema komt met chips en frisdrank en samen maken we de opzet voor mijn nieuwe lezing ‘Geen Tijd, Geen Geld, Toch Doen,’ de opvolger van ‘Waanzinnige Plannen’. Mark maakte eerder met mij de opzet en de slides voor de WP-lezing en na een paar uur werken beseffen we het allebei: deze wordt beter! De opbouw, de ‘BAM-IN–YOUR–FACE’ momenten, de humor, alles wat we samen geleerd hebben de afgelopen twee jaar maakt dat deze lezing nog uitgebalanceerder is dan de vorige en daardoor – hopelijk – nog meer impact zal hebben op het publiek.

Daarnaast is het ook gewoon fucking gaaf om met Mark te werken.

Lokaal Gronigs voedsel!

Lokaal Gronigs voedsel!

Het is een goeie dag. En dat blijft het. We eten heerlijk Indiaas in de stad en Mark brengt me met de auto terug naar de polder. Daar luister ik Blackstar nog een keer en mijmer voor me uit, voordat ik mijn eerste ononderbroken nacht van zeven uur slaap in drie weken.

De volgende ochtend loop ik vijf kilometer terug naar het Groninger Museum voor de tentoonstelling ‘Bowie is,’ de andere reden waarom ik hier een extra dag ben. Met opnieuw ‘Blackstar’ op de koptelefoon (waarvan de teksten ineens een volstrekt andere lading hebben gekregen) zie ik overal posters hangen voor ‘Bowie is’

(dood)

vul ik in gedachte steeds aan.

IMG_1547

Me and my Bowie

De tentoonstelling is prachtig! Op zich heb ik niet zoveel met kostuums en paperassen, maar wat ‘Bowie is’ zo bijzonder maakt, is de combinatie voorwerpen, beeld en klank. Bij binnenkomst krijg je een koptelefoon en sensoren in de vloer geven aan waar je bent en produceren het bijbehorende geluid. Dat betekent muziekfragmenten van de liedjes waar je net over leest, flarden interview bij de platenhoezen en kleding, videoclips die van ‘silent’ naar ‘muziek’ gaan als je langs de schermen loopt. Prachtig.

Weer buiten loop ik langs een winkel met een bord waarop ‘Hoera! Het is vandaag!’ staat. Bowie is dood, maar wij hebben zijn muziek nog. En zijn films, teksten, ideeën. En andere mensen hebben ons, de schrijvers, de filmmakers, de kunstenaars. Wie weet zijn wij ooit zo´n inspiratiebron voor de volgende generatie als Bowie voor ons was.

Het is een mooie dag.

 

Utrechtse schrijversnieuwsjaarsborrel

Nieuwsjaarborrel1Omdat 2016 het Jaar van het Boek is, organiseerde de Kinderboekwinkel Utrecht een Nieuwjaarsborrel voor Utrechtse jeugdboekenschrijvers en – illustrators. En dat is bijzonder, want als eenpitters zitten wij schrijvers vaak alleen thuis en hoewel we allemaal in Utrecht wonen zien we elkaar ook niet heel vaak.

Anna Woltz, Annet Schaap, Koos Meinderts en Annette Fienieg, Annet Huizing, Jozua Douglas, Rom Molemaker en ik mochten aan schuiven aan de tafel van eigenaresse Dorothé Cras en haar medewerkers. We kregen niet alleen heerlijk te eten en te drinken, maar mochten ook stukjes voordragen uit eigen werk.

En dat was gaaf!

Koos en Annette lazen hilarische vertalingen voor van bekende Engelse versjes die binnenkort in een boek verschijnen dat ze samen maakten. Ik deed een stukje uit Superhelden.nl dl 4, er werd een prachtig hoofdstuk voorgelezen door één van ons uit een nog geheim werk, Rom vertelde over het succes van Moord op School, Anna over het internationale succes van Honderd Uur Nacht. Jozua en Annet Huizing vertelden over hun nieuwe boeken en we spraken over het gebruik van vloek- en scheldwoorden in jeugdliteratuur en welke keuzes schrijvers maken in het gebruik daarvan.

Aan het begin van de avond werd vastgesteld dat het voor ons ieder jaar het jaar van het boek is. Ik stel dan ook voor dat we het nieuwe jaar voortaan altijd op deze manier beginnen.

Toen ik tegen middernacht redelijk aangeschoten thuiskwam, wachtte daar nog een verrassing op mij. Post NL was zo vriendelijk geweest om voor een tweede keer langs te komen en mijn nieuwe toetsenbord te bezorgen! Nu kan ik weer schrijven met spaties en de letter M!

Aan de slag, dus!

KIJKAZONDERSPATIESENDELETTER

M1januarileekijeenooiedagoweertebeginnenetschrijven.

doordevalvanijnfiets,dekerstvakantieendeverjaardagenvanCharlieenijnechtegenoteTanja

washetschrijvenereenbeetjebijingeschoten.

enditjaarwordttochechthetjaardatikNachterrieaninlever!

Volgoedeoedstartteikdecoputerop,opendehetdocuentenbegonteschrijven.

natwee(nietzogoedezinnen,aargoed,ikwasnetbegonnen)orstteikkoffieoverijntoetsenbord.

Hetwarenaareenpaardruppels,aardatwasvoldoende.

eerstvieldebackspaceuit,daarnadespatiebalkentoendeletter

Wehebbengeenföhneneennachtopdeverwaringleverdenietsop.

ZodadelijkbeginthetkinderfeestjevanCharlie,aarvoordietijdraceiktochnogaarevennaarde

ediaarktvooreenniewutoetsenbord.

2016 – Het jaar van het boek

2016 jaar van het boek2016 is door het CPNB uitgeroepen tot het jaar van het boek. Volgens de website betekent dit dat er ‘extra aandacht is voor het boek in bibliotheken, boekhandels, bedrijven, onderwijs en andere (literaire) instellingen. Van boekbesprekingen tot prijsuitreikingen, van (lees)acties tot exposities. Voor jong en oud, rijk en arm, van laaggeletterd tot boekenwurm.’ Een mooi initiatief, wat mij betreft!

Nu is het voor een schrijver natuurlijk altijd jaar van het boek, maar 2016 wordt ook voor mij wel heel speciaal. Niet alleen is dit het jaar waarin ik Nachtmerrieman inlever bij uitgeverij Meulenhoff (yeah, baby!), maar er verschijnen ook maar liefst drie nieuwe boeken van mijn hand, schrijf ik evenveel korte verhalen voor een nog te verschijnen verhalenbundel, plus een kort Superhelden.nl-verhaal voor Plot26 én liggen de Duitse vertalingen van Superhelden dl 1 en 2 in die Buchhandlung!

Maar in het jaar van het boek wil ik ook iets speciaals doen. Iets dat niet over mijn eigen boeken gaat. Daarom ga ik in 2016 meer boeken lezen van mijn Nederlandse collega’s, minimaal vijftien. Dat is iets wat ik voor mijn gevoel veel te weinig doe. Deels omdat ik ter ontspanning het liefst genrefiction voor volwassenen lees, maar ook omdat ik het soms lastig vind om Nederlandse boeken te lezen als ik zelf in het Nederlands schrijf. Ik ben altijd bang dat ik andermans stijl overneem.

Helaas mis ik daardoor wel een paar prachtige boeken! Want wat ik vorig jaar las, waren absolute pareltjes. ‘Gips’ van Anna Woltz, ‘Elke dag een druppel gif’ van Wilma Geldof, ‘Hoe ik per ongeluk een boek schreef’ van Annet Huizing, wat heb ik genoten van dit drietal. En ik wil meer! Vandaar dat ik het jaar van het boek aangrijp om minstens een keer per maand een oorspronkelijk Nederlandstalig jeugdboek te lezen.

Ik gebruik daarvoor de Hebban Reading Challenge. Hoewel de Engelse naam anders doet vermoeden (wat is er mis met het woord ´uitdaging´?), is de challenge alleen voor Nederlandse boeken (vertaald mag  wel), dus ik kan mijn Engelse en Nederlandse leeslijst helaas niet combineren. Daarom gebruik ik Goodreads om bij te houden wat ik lees dit jaar. Mijn Nederlandse uitdaging heb ik in ieder geval op vijftien boeken gezet, te beginnen met ‘Truth or Dare’ van Wieke van Oordt. En ja, dat is – ondanks de Engelse titel – een Nederlands boek…

Hoe gaat jouw jaar van het boek eruit zien? Ga je eindelijk zelf dat boek schrijven? Doe je mee aan een #boekperweek uitdaging van de Bibliotheek of vul je de Hebban Reading Challenge in? Ga je een leesclub organiseren of word je lid van de voorleesexpres? Ga je overbodige boeken doneren aan de stichting zwerfboek of kom je met een innovatie die het boekenvak gaat veranderen?

Winterslaap

Chris Bradford en ik promoten elkaars boek

Chris Bradford en ik promoten elkaars boek

Het leven van een schrijver bestaat uit veel meer dan alleen maar schrijven. Dat zal de meeste mensen die mij en mijn collega’s op social media volgen wel duidelijk zijn. De afgelopen maanden gaf ik meer dan vijftig schooloptredens en meerdere Waanzinnige Plannenlezingen, zat in een panel bij het Centraal Boekhuis, werd geïnterviewd door verschillende media en interviewde op mijn beurt weer de Britse auteur Chris Bradford (bekend van de Jonge Samoeraiboeken) bij boekhandel Donner. Ik bedacht samen met een topillustrator het eerste deel van een nieuwe boekenserie en bood het aan mijn uitgever aan, werd gevraagd voor zowel een verhalenbundel én voor een geheim project voor 2016 en schreef (bijna) iedere dag aan Superhelden.nl dl4 en Nachtmerrieman. Ik zat in een flow en ik ging als een trein.

En toen viel ik met mijn fiets.

broers_buitenHet was op het Janskerkhof in Utrecht. Het was glad en ik reed (te) hard. Mijn fiets sloeg onder mij vandaag en kegelde een oudere dame omver. Ik zelf maakte een enorme smak en kneusde mijn enkel, knie en heup. Mijn rug kreeg een knal. Ik werd fantastisch opgevangen door omstanders – die checkten of ik niks gebroken had – en het personeel van Broers. Ze boden mij koffie aan en lieten bij 45 minuten bijkomen in het café. De gevallen vrouw was weer op haar fiets gestapt en weggereden.

De eerste week na de val lag ik plat. Ik kon nauwelijks lopen van de pijn. Mijn echtgenote paste haar werkschema aan, bracht de kinderen naar school en haalde ze weer op, kookte het avondeten en deed alles wat ik normaal doe.

De tweede week kon ik weer redelijk bewegen, al had ik veel pijnstillers nodig om op de been te blijven en nam mijn taken weer over.

jessica-jones-netflix-posterInmiddels kom ik weer vooruit (al is het langzaam). Fietsen gaat goed en de pijn wordt minder. Ik ben alleen godsgruwelijk moe. Ik heb drie weken lang weinig geschreven, niet gesport, (te) veel gesnoept en ongelofelijk veel geslapen. Mijn lichaam heeft kennelijk alle extra energie nodig om overeind te blijven. Ik kijk veel TV (Jessica Jones op Netflix is fantastisch), maar boeken lezen gaat moeilijk, ik kan er nauwelijks de aandacht bij houden.

Strips gaat nog net.

IMG_1325Ik erger me dood aan Facebook en (in mindere mate) Twitter. Sinds de verschrikkelijke aanslag in Parijs buitelen de meningen en de duidingen over elkaar heen. Het ligt aan de moslims of de vluchtelingen, schreeuwt de één. Nee het ligt juist niet aan de moslims en de vluchtelingen, roept de ander. Het is de schuld van Rutte, nee, Amerika, nee, de media. Nee, de echte waarheid is juist wat de media verzwijgen. Leed wordt vergeleken en de maat genomen (Beiroet is erger! Nietes! Welles!) Iedereen is boos, bang en heeft gelijk.

En ik? Ik weet het even niet. Ik heb al mijn energie nodig om te herstellen.

What the fuckErger is dat ik de connectie met mijn boeken kwijt ben. Drie weken niet schrijven en de flow is eruit. Ik zie waar ik gebleven ben en ik weet waar ik naartoe moet, maar ik heb geen idee welke woorden er nu op papier moeten komen, welk verhaal ik aan het vertellen ben.

Daarom ga ik op winterslaap. Terug naar mijn gezin en mijn boeken. Ontdekken waar ik ’s morgens mijn bed voor uitkom. Teruglezen wat geschreven heb en de draad weer oppikken. Even een paar weken niet op social media, maar gewoon thuis zijn, met mijn kinderen en echtgenote. We hebben twee verjaardagen te vieren en de feestdagen komen eraan. Het nieuwe jaar.

Misschien plaats ik af en toe een fotootje, ik zie wel.

Voor nu wens ik iedereen veel wijsheid, rust en geluk. Tot volgend jaar.

Kappen met de bomenkap!

CremerparkIn Utrecht is nog nooit een aanvraag voor een kapvergunning geweigerd. Ja, leest u die zin nog maar eens goed: nog nooit. Dat is hetzelfde als iedere keer ja zeggen wanneer een kind om een snoepje vraagt. Als ouder weet je dat daar verwende kinderen mee creëert en je hoeft alleen maar Sjakie en de chocoladefabriek te lezen om te weten hoe het daarmee afloopt.

Bedrijven en instanties zijn net verwende kinderen. Er hoeft maar een boom in de weg te staan of er wordt ‘kappen!’ geroepen. En voordat de bewoners doorhebben wat er gebeurd, is er alweer een vergunning verleend. Er is geen enkele prikkel voor een bedrijf om met een alternatieve oplossing te komen.

CremerstraatNu is het Cremerpark in Utrecht West aan de beurt. 150 prachtige, grote en kerngezonde bomen dreigen te worden vernietigd. Het is één lange groenstrook met struiken, bomen, paadjes en bladeren, waar overdag kinderen spelen, honden worden uitgelaten, kinderboekschrijvers hardlopen, buurtbewoners van de stadsnatuur genieten en waar ´s avonds vleermuizen vliegen en eekhoorns uit hun schuilplaats tevoorschijn komen. Maar als het aan Eneco, ProRail en de gemeente Utrecht ligt, verandert het park in een lange dysotopische kaalvlakte waar de kinderen hooguit The Hunger Games kunnen naspelen. De reden? Eneco wil de pijpen voor hun ten dode opgeschreven stadsverwarming vervangen en ProRail heeft werkterrein nodig om hun sporen te verbreden.

PlukZijn er dan geen alternatieven? Zeker wel! Zijn deze ook onderzocht? Zeker niet! Is dat wat nieuws? Absoluut niet! Al in 1970 protesteerde Pluk van de Petteflet tegen het onnodig kappen van bomen in het gelijknamige boek van Annie M.G. Schmidt. Nu is het de beurt van de bewoners van Utrecht West om in opstand te komen. Ook protesteren? Teken de petitie!

Klaar is vlees (waarom ik minder vlees eet)

VleesIk ben van nature een vleeseter en had niet het idee dat ik daar ooit verandering in zou brengen. Maar ja, ik ben ook een avondmens en toch sta ik al tijden ’s morgens om vijf uur op om in alle rust en stilte te schrijven. En als ik dat kan veranderen …

Gisteravond keek ik zoals altijd Zondag met Lubach, het enige programma op tv waarvoor ik nog zenders heb. En zoals altijd was het niet alleen fucking grappig, maar ook een eyeopener. Want Lubach is wat mij betreft niet de nieuwe Jon Stewart zoals sommige beweren, maar de Nederlandse John Oliver die met Last Week Tonight in twintig minuten op hilarische wijze één onderwerp behandeld.

Bij ZML ging het deze keer het over vlees. En dit was het item.

De aflevering zette mij aan het denken. Wat betreft zielig had Arjen gelijk: dat is kennelijk geen reden om minder vlees te eten. (Hoewel ik altijd wel biologisch vlees koop als ik me dat kan veroorloven). Maar het gigantische verbruik, de verhoogde kans op darmkanker (wel 4000 miljoen%, toch NOS?) én het dierenleed samen, roepen wel degelijk op tot actie, in ieder geval bij mij.

Mijn probleem zit hem vooral in broodbeleg. ’s Avonds eten wij maaltijden van Hello Fresh, één keer vlees, één keer kip en eenmaal vis, de Andere twee maaltijden zijn vegetarisch. Maar overdag is een ander verhaal …

Vega filet

Vega filet van de vegetarische slager!

Ik eet zes (!) bakjes filet American per week, twee pakjes salami, en dan nog een portie Spaanse ham, rosbief oid. In m’n eentje. Na het zien van de uitzending besloot ik daarmee te stoppen. Ik tweette: ‘Misschien kan de @vegaslager vegetarische filet American bedenken?’ Het antwoord kwam binnen enkele seconden: ‘Your wish is our command. Vegetarian Filet Americain it is! #MeatFreeMonday

Kijk, dat geeft de burger moed! (Over burgers gesproken, de vegetarische hamburger van de Vegetarische Slager is fantastisch!)

Ik vroeg om meer suggesties, en kreeg o.a. humus (lekker!), avocado, auberginekaviaar/baba ganoush (wat dat is, moet ik nog uitvinden) en tomato-leek als voorbeelden. Er ging een hele wereld van broodbeleg voor mij open! Als ik niet uitkijk dan eet ik voortaan gezonder én gevarieerder!

Voor mij is het wel duidelijk. Ik hoorde altijd bij #teamvlees maar vanaf nu ben ik voor #teammindervlees. En jij? Wat zou jij willen veranderen in je eetpatroon?

Dank Arjen, volgende week zit ik weer voor de buis gekluisterd.

 

Het festival als pocket universe

Welkom leuk mens!

Welkom leuk mens!

Iedereen die wel eens op een (meerdaags) festival is geweest, herkent het gevoel vast wel. Alsof je tijdelijk in een ander universum hebt doorgebracht, een microkosmos met andere normen en waarden, met ander soort mensen, met een eigen taal en vaak ook nog een eigen betaalmiddel. Pinkpop, Lowlands, Oerol, Buitenkunst, je gaat er naartoe, je wilt er niet meer weg en als je thuis bent, weet je niet meer waar je bent (en soms ook niet meer wie je bent).

Het Permanent Beta Festival is als al die festivals maar dan nog veel meer van dat alles. En dan compleet anders.

Ten eerste is het kleinschaliger. Op de drukste dag lopen er tussen de 250 en 350 mensen rond, op de rustigste iets meer dan 100. Dat betekent dat je veel mensen spreekt, banden opbouwt (en het jaar erop weer aanhaalt), en dat er heel veel contacten worden gelegd voor samenwerking in de echte wereld. Zo leerde ik daar Lidion kennen, waarmee ik de kleutervoorstelling over Bino maakte, een musical die ze nu nog steeds opvoert. Mark hielp mij om mijn lezingen vorm te geven en maakt mijn slides en Connie is mijn coach. Anderen maakten gebruik van mijn kennis en ervaringen om hún waanzinnige plannen te smeden. In die paar dagen in het bos ontstaan verbindingen voor een jaar (en meer).

Mijn bijdrage aan 'failure night' (foto: Martijn Aslander)

Mijn bijdrage aan ‘failure night’ (foto: Martijn Aslander)

Afwassen in de keuken

Afwassen in de keuken

Maar een nog veel groter verschil met de ‘normale’ festivals is dat wij het PBF zijn. Ja, er is een soort van organisatie die de basis regelt (maar de ‘leden’ staan niet vast en kunnen zichzelf ieder moment laten vervangen), maar alles wat er gebeurt op het festival doen wij zelf. Er wordt – onder leiding van een paar fantastisch koks – uitgebreid gekookt voor iedereen, door iedereen. We draaien allemaal bardiensten, wassen af, snijden groenten en koken en serveren. We maken zelf de wc’s schoon, geven workshops, constateren dat er iets niet werkt en lossen het op. Er is geen verschil tussen de bezoekers en de mensen van het festival. Niemand wordt ingehuurd of betaald, en samen betalen we de onkosten voor alle infrastructuur. Een kleine groep mensen bouwt alles een paar dagen van te voren op en een iets grotere groep breekt alles op maandag weer af.

3

magisch

De workshops zijn ook dé plek om iets uit te proberen, zonder dat het perfect hoeft te zijn. Mijn lezing over Waanzinnige Plannen is hier jaren geleden (per ongeluk) ontstaan en gefinetuned door de deelnemers en dit jaar probeerde ik er de nieuwe lezing/workshop ‘Geen Geld, Geen Tijd, Toch Doen’ uit (binnenkort in dit theater).

2

Wouter’s skittle wodka machine!

En als dit klinkt als werk: als het iets niet is, is het dat wel. Ontbijten met een brakke kop rond het ochtendkampvuur, luisteren naar singer-songwriter Case Mayfield, en de fantastische bluesrockband van Roos. Zes flessen rode wijn soldaat maken met vijf vrouwen op donderdagavond en tot half vijf ’s nachts dansen met veel te veel skittle wodka (die uit een zelfgebouwde machine druppelde). Het is ook het enige festival waar een beroepsmilitair danst met een illustratrice-in-een-rolstoel een een ex-topsportster met een kinderboekenschrijver.

Een silhouet van jezelf uit laten printen als sticker en opplakken met een tekstballon, beeldhouwen, dwalen door het bos dat verrijkt is met kunstwerken en gekleurde lampen, verwonderportretten laten maken door Hans, mediteren met Noor, kijken naar de trampolinekunsten van een 14-jarige atleet, sponsorcases ondersteunen in Durftevragensessies of je laten masseren in de massagestoel, het kan er allemaal.

Biertje?

Biertje?

Mijn brakke kop kun je hier niet zien

Mijn brakke kop kun je hier niet zien

Maar ook: helemaal niets doen. Genieten van de bomen en de zon. Slapen in je tent. Diepe gesprekken voeren met mensen waarvan je het jaar ervoor slechts de naam kende. Een installatie met twintig man bouwen in drie uur van stammen en touwen en daar ’s nachts tweehonderd waxinelichtjes omheen zetten, met honderd man het geluid opnemen voor een nog te maken animatiefilmpje van een buitenlandse kunstenaar. Je grootste mislukking delen op het podium op failure night, bijkomen in de hot tub,

En dan is het over en wil je niet weg, dan vraag je je af of wij allemaal gek zijn of de buitenwereld.

4

Op de fiets terug naar huis

Ik weet niet hoe ik mijn weekend moet beschrijven en ik ben bang dat als ik het probeer, dat niemand mij begrijpt,’ schreef ik dit weekend op Facebook. Maar de waarheid is dat ik het zelf ook niet begrijp. Ik weet alleen maar dat ik er was en nu niet meer ben en dat het weer een jaar duurt voordat ik iedereen weer zie en dat nu al alles en iedereen mis. En dat is maar goed ook. Want een pocket universe, daar moet je niet wonen, dat moet je bezoeken en meenemen in je zak en in je hoofd en in je hart.

Ik kan er weer een jaar tegen. Alleen vandaag even niet.

What the fuck?!

What the fuckKen je dat, dat je een aflevering van een serie zit te kijken – in dit geval tijdens de lunch na een intensieve schrijfsessie – en dat je tijdens de laatste seconden van de aflevering de afstandbediening al pakt om de tv uit te zetten (omdat er facturen gemaakt moeten worden en kinderen uit moeten worden gehaald) en dat er in die laatste seconde iets gebeurt dat zo heftig is en zo onverwacht dat je hardop ‘FUCK!’ naar het scherm roept en nog een keer, voor het geval je het verkeerd gezien hebt en dan vol ongeloof naar de tv staart dat de makers zoveel lef hebben om dit te doen en dat je naar Twitter en Facebook wilt rennen om erover te praten en je dan realiseert dat je de serie op Netflix kijkt en halverwege seizoen twee bent en dat er vier seizoenen op staan (en er misschien al wel een vijfde in de Verenigde Staten is uitgezonden) en dat andere mensen misschien al wel veel verder zijn en de rest van de serie voor je spoilen als je er iets over zegt en dat er misschien ook wel mensen zijn die nog aan de serie moeten beginnen en wiens plezier je vergalt als je iets over verklap (en dat je weemoedig aan die avond/nacht denkt dat je die ene ragbinkendgave aflevering van Millennium zag – je weet wel, die met ‘Horses’ van Patty Smith – en uren daarna de ins en outs van de episode besprak via de telefoon en ICQ (ja, kinderen, ICQ) en dat je ineens een idee krijgt voor Superhelden.nl dl 4 waarmee je iets soortgelijks kan doen met één van je eigen karakters – maar dan compleet anders natuurlijk, want het is een compleet andere serie die ik schrijf met compleet andere personages – wat hopelijk hetzelfde effect heeft als de serie net op mij en dat lezers eind 2016 keihard ‘What the fuck did I just read?’ naar het boek roepen als ze lezen wat je gedaan hebt en je je daar nu al over kan verkneukelen?

Ken je dat gevoel?

Ik nu wel.

De vreselijke verbouwing (2)

Niet mijn voetstappen, niet mijn vloer.

Niet mijn voetstappen, niet mijn vloer.

(Lees hier deel 1)

Het hele huis zat onder een dikke laag stof. De keuken, de kasten, de televisie, alle dvd’s, onze kookboeken, romans, mijn eigen boeken en die van de kinderen, hun speelgoed, de schilderijen aan de muur. Waar we gelopen hadden waren onze voetstappen zichtbaar op de vloer alsof het gesneeuwd had. Ik pakte een badmintonracket van de bank en kon aan de stofvrije plek precies zijn waar hij gelegen had.

De tafel, de stoelen, alle kussens die op de bank lagen, mijn oude-mannendeken, de kratten met levensmiddelen die we uit de kasten moesten halen, omdat er in de kast iets gerepareerd moest worden, alles was vies.

Terugfietsen naar de camping

Terug fietsen naar de camping

Ik was te verbouwereerd om boos te zijn. Ik belde mijn echtgenote op de camping en vertelde wat er gebeurd was. Beiden vroegen we ons af: als er zo’n puinhoop verwacht werd, waarom ons dan niet vertelt dat alles afgedekt moest worden? Waarom ons niet even gewaarschuwd?

Gelukkig was het mooi weer en konden mijn zoon en ik buiten in de tuin zitten. Dat deden we totdat het donker werd, daarna gingen we naar bed. De volgende dag fietsten we terug naar de camping, vastbesloten om op maandag de klussenier te bellen en te vragen: wat was er in hemelsnaam gebeurd?

Wordt vervolgd.

Internetsoaps

Dit verhaal is geïnspireerd op een aantal internetsoaps van collega’s die ik de afgelopen weken met veel plezier heb gevolgd. Hoogtepunt is het geweldige verhaal van Anna van Praag die Spanje inruilde voor een herberg in Amsterdam en bijna dagelijks vertelt over het reilen en zeilen aan het IJ. Dan is daar natuurlijk de blindedarmontstekingsoap van Corien Oranje,  de chicklitsoap van Wieke van Oort en de Ziggo-perikelen van Ted van Lieshout.