E-BOOKS ZIJN E-VIL

De boekenweek is weer begonnen, een reden voor de media om de stand van zaken in het boekenvak op te nemen. En als ik de pers en branche mag geloven, dan gaat het niet goed met het boek. Waar dat aan ligt mag duidelijk zijn: het is allemaal de schuld van het e-book.

De volgende tekst heb ik in de één of andere vorm zeker vijf keer langs zien komen: ‘De 77e Boekenweek is begonnen, de aftrap was zoals altijd het Boekenbal in Amsterdam. Maar is er eigenlijk wel reden voor het feestje en hoe lang heeft het boek eigenlijk nog?’

Voor alle duidelijkheid, men heeft het hier over de levensduur van het papieren boek.
De afgelopen maand waren er maar liefst twee debatten met als onderwerp het papieren boek versus het e-book. Volgens al deze mensen is er namelijk een strijd gaande, waarbij het papieren boek de held is, de protagonist van ons verhaal, en het e-book de antagonist. Het e-book is Darth Vader, het e-book is evil!

Toen de CD op de markt kwam, werd er toen ook zo gesproken over de teloorgang van de muziek? Toen mensen steeds meer legaal losse nummers gingen kopen via iTunes, verschenen er toen koppen in de krant als ‘Digitale muziek verdringt analoog’? Ik kan het mij niet herinneren.

Dat de komst van het e-book consequenties heeft voor de branche valt niet te ontkennen. Als er in Amerika vier keer zoveel digitale exemplaren worden verkocht van de nieuwe John Grisham, dan van de papieren versie, dan weet je dat de manier van lezen aan het veranderen is en dat je daar je businessmodel op aan moet passen. Dat is onderdeel van het ondernemersschap.

Naar verluid wordt 65% van de muziek op CD aangeschaft en de rest digitaal. Toch noemt niemand MP3’s evil en iTunes en Spotify krijgen ook niet de schuld van de teloorgang van de muziekbusiness. Sterker nog, de muziekindustrie is sterker dan ooit. Artiesten bereiken steeds makkelijk hun publiek en er wordt alleen maar meer muziek geluisterd. Het businessmodel is wél veranderd en wie er snel bij is maakt een grotere kans om te scoren dan wie niet durft mee te groeien. Niet alle artiesten hebben nog een platenmaatschappij nodig, maar niet alle platenmaatschappijen hebben het zwaar.

Wordt het niet eens tijd om de komst van het digitale boek als een verrijking te zien, als een extra mogelijkheid voor schrijvers en uitgevers én tussenhandel om de consument te bereiken, in plaats van als een bedreiging? De verkoop van e-books in 2011 compenseerden de terugval in de boekverkoop met 1/3 en dat ondanks het magere aanbod en de hoge prijzen. Als we met zijn allen – schrijvers, uitgevers, verkopers – het digitale boek omarmen, de boeken professionaliseren (geen DRM!), het aanbod vergroten, dan zie ik alleen maar kansen voor ons vak. Tijd voor een feestje!

FANTASTISCHE VERHALENBUNDEL VOOR EEN EURO!

Muziekshows op televisie bewijzen dat er nog veel onbekend talent rondloopt in Nederland. Dat geldt niet alleen voor zangers maar ook voor schrijvers. Daarom mogen wij ons van geluk prijzen met verhalenwedstrijden zoals de Paul Harland Prijs.

Gisteren was de prijsuitreiking van de PHP 2012 waarvoor ik dit jaar deel uitmaakte van de jury. Ik mocht 21 van de 112 ingezonden korte verhalen lezen. En hoewel de kwaliteit wisselend was, was met de name de top acht veelbelovend. Zeker vijf schrijvers hebben de potentie én de technische kwaliteit om door te breken naar het grote publiek (en sommige hebben dat ook al gedaan.) Daarom ben ik extra blij dat de hoogste geëindigde acht verhalen zijn gebundeld in een e-book.

Voor slechts 99 cent reis je mee door de ruimte met een poetisch circus, lach je om de vileine dubbele bodems in Ufo’s boven Bagdhad, leer je over de geschiedenis van de voodoo, vervaagt het onderscheid tussen mens en machine, en nog veel meer. Het is een absolute aanrader voor iedereen die van fantasy, science fiction, het macabere of één van de vele tussenvormen houdt. En wie weet kan je straks zeggen: ik had één van deze schrijvers al in de gaten voordat hij/zij doorbrak naar de (inter)nationale top.

KAMERVRAGEN OVER DE (DIGITALE) BIBLIOTHEEK

Staatssecretaris Zijlstra heeft vergaande plannen voor de toekomst van de bibliotheek. Politieke partijen mochten daarom de afgelopen week schriftelijk vragen stellen over zijn plannen.

Ik vroeg aan Arjan El Fassed, lid van de Tweede Kamer namens Groen Links, of hij de blogs wilde lezen waarin collega Ted van Lieshout en ik ons zorgen maakten over de digitale bibliotheek die Zijlstra dit jaar wil openen en dan met name over de leenvergoeding (die niet in verhouding staat tot de royalties die we normaal ontvangen). Groen Links stelde daarna de volgende vragen:

‘De leden van GroenLinks zijn met de staatssecretaris van mening dat het vanuit het oogpunt van innovatie en efficiëntie van belang is dat er meer wordt samengewerkt door de verschillende spelers rond de digitale bibliotheek. Deze leden zien de ontwikkelingen met interesse tegemoet, maar hebben ook zorgen. De zorgen betreffen met name de positie van de auteurs van boeken. Voor fysieke boeken hebben auteurs een wettelijk recht op een leenvergoeding. Voor e-books ontbreekt dat recht. Auteurs maken zich dan ook zorgen dat een belangrijke inkomstenbron verloren gaat. Graag horen de leden hoe de staatssecretaris aankijkt tegen deze zorgen en welke rol zij daarbij voor zichzelf weggelegd ziet. In antwoord op schriftelijke vragen van het lid Peters geeft het kabinet aan dat een leenvergoeding zoals voor fysieke boeken geldt in strijd is met Europese wetgeving en dat de markt aan zet is in het ontwikkelen van innovatieve bedrijfsmodellen. De aanschaf van digitale media en de afkoop van rechten of licenties zullen echter landelijk worden uitgevoerd en daarmee rechtstreeks onder de verantwoordelijkheid van het Rijk vallen. De leden horen graag hoe de staatssecretaris vanuit die verantwoordelijkheid van plan is om te gaan met de positie van auteurs en hun zorgen daarover. Zij hebben begrepen dat gedurende de pilot auteurs een vaste «leenvergoeding» krijgen. Is dat ook een mogelijkheid bij de verdere ontwikkeling, zo vragen de leden.’

De volledige tekst met alle vragen en opmerkingen van alle partijen is hier te vinden.

Zodra er antwoorden komen van de staatssecretaris, zal ik dat vermelden op mijn blog.

BLOGS OVER DE E-BIEB

Schrijver en collega Ted van Lieshout heeft een vervolgblog geschreven, dat – in navolging van alle grote blockbusters in de bioscoop – De bibliotheek gaat digitaal (2) heet. Daarin vertelt hij onder andere dat de VVL (Vereniging van Letterkundigen) hierover in gesprek is met de LIRA (zeg maar de BUMA/STEMRA van de boeken). Het blog is een vervolg op zijn grote hit De bibliotheek gaat digitaal waarop een flinke discussie gaande is.

Waar ook fiks gediscusieerd wordt, is op mijn eigen blog E-bieb gaat schrijvers kosten waarop sommige mensen het zelfs – gulp! – niet met mij eens zijn! Het moet niet veel gekker worden.

Een andere collega van mij is Netty van Kaathoven. Zij doet mee aan de pilot van de digitale bibliotheek en schrijft daarover op haar blog Mijn boeken in de digibieb. Een aanrader om ook de andere kant van de zaak te lezen.

Inmiddels zijn er ook kamervragen over gesteld.

Als er nog meer mensen over dit project schrijven, dan hoor ik dat graag, dan zet ik ze hierbij.

E-BIEB GAAT SCHRIJVERS KOSTEN

Ik maak mij zorgen over de e-bibliotheek van staatssecretaris Zijlstra. Ik probeer mijn zorgen al weken op een genuanceerde manier in een blogtekst te gieten, maar tot nu tevergeefs. Gelukkig schreef Ted van Lieshout vandaag precies op wat er mis dreigt te gaan in zijn blog De bibliotheek gaat digitaal.

Kort gezegd is dit het probleem: Auteurs krijgen ongeveer 10% royalties per verkocht boek. Per bibliotheekuitlening krijgen we veel minder. Dat is niet erg zolang er evenwicht is tussen het aantal verkochte en het aantal uitgeleende boeken. Maar dat zou wel eens kunnen gaan veranderen met de e-bieb.

Er zijn volgens mij vijf belangrijke redenen waarom iemand een boek koopt:

  1. Men wil het boek meerdere keren lezen.
  2. Men wil pronken met het boek (kijk eens wat ik lees)
  3. Men koopt het boek nu alvast, om het later te lezen.
  4. Men wil het boek cadeau doen.
  5. Het boek is niet te leen.

En de twee redenen om boeken te lenen:

  1. Men wil het boek slechts één keer lezen.
  2. Het is veel goedkoper.

Er vanuitgaande dat het e-book de komende jaren door gaat breken (en ik heb na het succes van digitale muziek en films geen enkele reden om daar aan te twijfelen) dan vervallen de eerste drie redenen om een boek aan te schaffen. Sterker nog, als een e-book op je e-reader of tablet leest, dan merk je niet eens meer een verschil tussen de leenversie en de koopversie. Die is namelijk identiek.

Maar de leenversie is wel vreselijk veel goedkoper!

Waarom zou je een boek dan nog aanschaffen? Je zet het achteraf niet in de kast. Je laat het aan niemand zien. Je brengt het gelezen boek digitaal ‘terug’ naar de e-bieb, of je archiveert je gekochte boek in je iCloud, wat is het verschil?

Voor ons schrijvers is het verschil echter enorm, zoals uit het rekenstaatje van Ted blijkt. Hoewel (kinder-)boekenschrijvers op veel meer manieren hun geld verdienen dan met royalties (daar schreef ik eerder deze blog over) hebben we de royalties wel hard nodig. Zonder deze verdiensten gaan veel schrijvers het heel erg moeilijk krijgen. Ik vermoed dat veel schrijvers er zelfs de brui aan gaan geven, of zelf gaan e-publiceren.

WAAROM STEVE JOBS EEN EIKEL IS (EN IK NIET)

Steve Jobs’ biografie leest als een spannend jongensboek waarin Jobs zowel de held als de slechterik is. Dat is deels de verdienste van biograaf Walter Isaacson, die van het levensverhaal van Steve een uitstekend geschreven boekwerk heeft gemaakt, vol humor en cliffhangers. Maar het is ook een schrijnend boek: tegenover iedere uitvinding waarmee Jobs de wereld veranderde, staan tientallen (zo niet honderden) gekwetste ego’s, verwaarloosde gezinsleden en gebruuskeerde collega’s. Want als er iets duidelijk wordt uit de bio, is dat Steve Jobs een vreselijke man kon zijn.

Dat Jobs visie had, weten we allemaal. Voor mij kwam het mooiste voorbeeld tijdens het lezen. Ik wisselde continu tussen mijn iPhone en mijn iPad, afhankelijk van waar ik las. De software synchroniseerde automatisch tussen beide apparaten waar ik gebleven was in mijn e-book. Terwijl Jobs op het ‘papier’ pleitte voor de naadloze integratie van software en hardware, had ik het bewijs dat het werkte in mijn handen.

Ik heb ooit gewerkt voor iemand als Jobs. Hij was niet makkelijk, net als Jobs schold hij mensen uit voor rotte vis en liet ze vallen als een baksteen als hij ze niet meer nodig had. Tegelijkertijd durfde hij dingen te zeggen die we allemaal stiekem dachten. ‘Dit is verschrikkelijk slecht,’ zei hij over een product waar iemand maanden aan gewerkt had. En hij had gelijk, ook al kon je discussiëren over de woordkeuze, zijn stijl of het (gebrek aan) fatsoen. Ik heb nog nooit zoveel geleerd als in het jaar dat ik voor deze man werkte.

Toch ben ik er vertrokken. Ik kon de dagelijkse hoeveelheid agressie niet meer aan, het op de tenen lopen, de hele tijd bang zijn voor de volgende uitval of scheldpartij, het ellebogenwerk van mijn collega’s die zijn manier van leiding op leek te roepen. Ik wilde liever gelukkig zijn en plezier hebben in mijn werk.

Dat is gelukt. Ik geef nu leiding aan mijn eigen leven, maak de producten die ik wil maken op mijn eigen voorwaarden en werk met de mensen waar ik mee wil werken.

En toch mis ik het soms: de rücksichtslosekritiek met als enige doel een product beter te maken; het werken met een team waar aardig gevonden worden minder belangrijk is dan het eindresultaat; het met z’n allen proberen de wereld te veranderen. En dan vraag ik mij wel eens af: is het mogelijk om op zo’n hoog niveau te werken, zonder het verbale geweld, zonder de negatieve eigenschappen van iemand als Jobs? Of zijn er alleen de twee uitersten: de middelmatige, bureaucratische bedrijven die 99% van de ondernemingen zijn, en Apple?

Volgens mijn echtgenote kan ik soms net zo bot uit de hoek komen als Jobs. Ik probeer mijn kritiek daarom te gieten in de vorm van positieve feedback. En wanneer ik dat niet doe – zoals in mijn blog ‘De eerste keer is poep’ – krijg ik ook meteen een hele hoop bagger over me heen gestort. Dat vind ik vervelend, dus daarna bind ik weer in.

Jobs deed dat nooit, die zei altijd wat hij hij vond en wat hij dacht, ongeacht wat een ander daar van dacht. Daarom haalde Jobs resultaten. Betere resultaten dan ik! Want ook bij mijn boeken en mijn websites laat ik dingen gebeuren die ik eigenlijk niet wil. En ook mijn eigen standaard ligt eigenlijk te laag, dan ben ik tevreden omdat mijn uitgever tevreden is, niet omdat ik tevreden ben.

Zou het niet fantastisch zijn als zo’n hoge standaard te combineren is met geluk? Is dat überhaupt mogelijk?

Als het leest als boek …

Eppo van Nispen is de nieuwe directeur van het CPNB, de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek. Tijdens de door Ted van Lieshout georganiseerde Middag van het Kinderboek, vertelde van Nispen dat zijn kinderen het verschil niet benoemen tussen analoge boeken en hun digitale versies. Volgens zijn kids is een boek gewoon een boek, of het nou op een iPad staat of op papier.

Ik herken dit wel. De afgelopen maanden heb ik meer dan vijftien boeken gelezen; Jeugdboeken, thrillers, fantasy en non-fictie. En de helft las ik niet op papier maar op het scherm van mijn iPhone. Zes fantasyboeken van Jim Butcher, met in totaal meer dan 2400 (papieren) pagina’s werden in drie weken weggelezen op een scherm van 11,5 bij 6 cm. Na tien minuten merkte ik niet eens meer dat ik geen papier in mijn handen had. Sterker nog, ik ging juist nog meer lezen dan ik al deed, omdat ik mijn wacht- en reistijden gebruikte om snel nog even een hoofdstuk te lezen, in plaats van mijn tijd te vertwitteren,( tot grote blijdschap van mijn volgers). Ik was om: e-books zijn van harte welkom, zelfs al heb ik de perfecte reader nog niet ontdekt.

Maar het belangrijkste inzicht kwam later: Ik merkte dat wanneer ik anderen attent maak op één van de boeken, dan noem ik de titel en de schrijver, niets meer. Ik ben op dat moment vergeten waar en hoe ik het boek gelezen heb. Ik wil gewoon dat jij dat boek ook gaat lezen. Het medium, dat kies je zelf wel.

De kinderen van Eppo hadden mij dat natuurlijk al veel eerder kunnen vertellen.

Make it up as you go

John Lennon zei : ‘Life is what happens to you when you are busy making other plans.’ Dat is wel waar, maar geen excuus om dan maar niets te plannen. Een doel hebben geeft je werk relevantie en het helpt je keuzes maken.

Geen plan hebben is echter óók geen excuus om niets te doen. Een boek schrijf je door te beginnen met schrijven, niet door er eeuwig over na te denken. Een uitgeverij begin je door de eerste stap te zetten

Peter van Eijk, directeur van Stichting Bibliotheek.nl, sprak op de Middag van het Kinderboek over de opkomst van het E-Book. Hij zei: ‘Het is een illusie nu al te weten hoe over vijf jaar de verdienmodellen eruitzien en hoe de rechten precies geregeld zullen zijn. Laat je niet afschrikken door alle mogelijke hobbels en hindernissen die je tegen kunt komen. Afwachten en niets doen is geen optie, want dan zullen anderen je voorbijgaan.’

Wat dat betreft is een (E-)boek schrijven niet anders dan een uitgeverij (of elk ander bedrijf) opstarten: formuleer een (eind)doel, maak een globaal plan en begin. En ‘Make it up as you go’.  Op die manier ben ik tien jaar geleden begonnen als schrijver. En zo ben ik nu aan het starten als uitgever. Door mij in te schrijven bij de Kamer van Koophandel. Door de rechten van boeken, die niet meer verkrijgbaar zijn, terug te vragen bij mijn uitgever. Door mij aan te sluiten bij een club van schrijvers en would-be uitgevers om samen het e-bookwiel uit te vinden. Door afspraken te maken met Printing-On-Demand drukkerijen.

Mijn vraag aan jou: welk plan voer jij niet uit? Wat is excuus? Wat is je doel? Wat zou de eerste stap kunnen zijn? En wanneer ga je hem zetten?