Weet jij wat jouw personages geloven?

Het manuscript van Superhelden.nl dl4 is een ogenschijnlijke chaos, een onontwarbare, Gordiaanse knoop van plotlijnen, onverwachte wendingen, personages die tegen hun ware aard ingaan en manipulators die niet doorhebben dat zij het zijn die gemanipuleerd worden.

Een beetje zoals het echte leven, dus.

In die chaos zit het verhaal verstopt dat ik wil vertellen. Een verhaal over verraad, over loyaliteit, over moeilijke keuzes maken, over offers brengen voor een hoger doel, over niet weten of dat doel wel bestaat en of dat het zelfs wel het juiste doel is.

En ondertussen probeer ik de basis van de reeks niet uit het oog te verliezen: dat het spannender en meeslepender moet zijn dan de eerste drie delen bij elkaar, dat het verhaal simpel te volgen moet zijn – voor iedereen van 11 tot 111 jaar – en dat de lezer iedere plotwending niet alleen gelooft maar ook achteraf volstrekt logisch vind.

Geen sinecure, maar ook verschrikkelijk leuk om te doen! Want dit is het stadium waarin ik erachter kom welk verhaal ik wil vertellen. Daarom geloof ik ook niet in de ‘plotters’ die elk aspect van een verhaal vooraf willen bedenken, voordat ze gaan schrijven. Want het antwoord op de vraag ‘Wat was er eerder, de kip of het ei?’ is: allebei tegelijk en om- en-om. Schrijven/denken/plotten/personages, het is een continu proces.

De basis voor mij is de motivatie van de personages. En wanneer ik die niet helder heb, pak ik de volgende vijf vragen erbij:

  1. Wat gelooft je personage?
  2. Waarom gelooft hij/zij dat?
  3. Wat is zijn/haar doel?
  4. Wat verwacht hij/zij dat er gaat gebeuren?
  5. Wat gebeurt er echt?

Het mooie is dat de antwoorden op deze vragen heel anders waren dan toen ik anderhalf jaar geleden aan het boek begon. De acties van de personages beïnvloeden elkaar, waardoor ze andere dingen zijn gaan geloven en andere dingen zijn gaan doen. (En nee, ik geloof niet in karakters die met het verhaal aan de haal gaan, de schrijver is altijd in controle. Maar de schrijver ontwikkelt plot en personages wel tijdens het schrijven).

Het hielp mij vandaag enorm om voor de vijf belangrijkste personages deze vijf vragen opnieuw te beantwoorden, niet in m’n hoofd, maar op papier. Het verraste me in meer dan een opzicht, het werd me 100% duidelijk wat ze exact wilden en wat niet. En ineens werd de knoop ontwart, kwam er helderheid in de chaos en wist ik wat moet herschrijven en wat niet.

(De kaartjes zijn hier nog leeg om spoilers te vermijden)

De komende week ga ik iedere scène uit mijn manuscript kort beschrijven op een kaartje. Deze kaartjes komen op mijn nieuwe magneet-/schoolbordmuur te hangen, met in kleur om welk personages het gaat. Wanneer ik helemaal tevreden ben, ga ik in Scrivener de scènes in dezelfde volgorde zetten. Daarna print ik de boel uit en ga aantekeningen op papier maken wat er herschreven moet worden.

Het A4tje met de antwoorden op de vijf vragen hang ik voor me aan de muur, zodat ik tussentijds kan blijven checken of de motivaties van mijn personages nog steeds hetzelfde zijn. Want net als in het echte leven geldt: als je weet wat je wilt, wordt het leven er een stuk simpeler op.

Weet jij wat jouw personages geloven? En waarom? Wat ze willen bereiken en wat ze verwachten? En weet jij – de schrijver – wat er echt gaat gebeuren? En wat je daarmee wilt vertellen aan je personage en daarmee aan de lezer?

Meer leren over hoe je een verhaal vertelt/personages opbouwt? 29 mei geef ik een gratis workshop bij Seats2Meet in Utrecht!

(Superhelden.nl dl4 verschijnt wanneer het verschijnt)

Ik schrijf weer (een beetje)

Op de een of andere manier gebeurt het altijd in de OBA.

De eerste twee keren waren tijdens De Middag van het Kinderboek, toen nog georganiseerd door Ted van Lieshout. In de pauze kwam beide keren de eigenaresse van een bekende kinderboekwinkel naar mij toe. Ze hadden allebei nagenoeg dezelfde boodschap: ‘Ik verkoop heel veel exemplaren van Superhelden.nl, maar had het boek zelf nog nooit gelezen, omdat ik eerlijk gezegd niet verwachtte dat het erg goed zou zijn. Het was vooral de combinatie game+boek die de serie zo populair maakte, dacht ik. Maar ik heb de boeken onlangs gelezen en was aangenaam verrast. De serie is echt heel goed geschreven!’ De verbazing klonk ter plekke nog door in hun stem.

De aanname dat ik een betere marketeer ben dan schrijver is mij niet vreemd. Toen Subroza.nl uitkwam en we er 3.000 van verkochten in de eerste paar dagen van de Kinderboekenweek, stond er een draadje op een schrijfforum over mijn boek. Algemene conclusie was wel dat ik het heel slim had aangepakt, met het boek, de game en het thema van de Kinderboekenweek – dat Subrosa: boeken vol geheimen was – maar het jammer was dat ze niet een echte schrijver de kans hadden gegeven zijn of haar boek te publiceren.

Ik had toen 25 AVI-boeken op mijn naam staan.

Gisteren was het schrijfevenement ‘Schrijf!’ in de OBA, een geweldig georganiseerde dag waar meerdere schrijvers lezingen verzorgden of workshops gaven over hun vak en waarvoor ik de opening mocht verzorgen. Ik vertelde over hoe je creativiteit tot bloei komt als je iedere dag schrijft, al zijn het maar een paar honderd woorden per keer. In de pauze kwam er een jongeman naar mij toe.

Hij was begin twintig, gok ik, en beginnend schrijver. Maar in tegenstelling tot de andere deelnemers, kwam hij niet om tips te vragen, maar om te vertellen dat hij een fan was. ‘Ik ben zo blij dat u net vertelde dat er een deel 4 komt,’ zei hij. ‘Ik hoop ooit zelf ook zulke boeken te gaan schrijven.’

Ik glom geloof ik nog meer dan hij.

15 jaar geleden kwam mijn eerste boekje – Een elfje in de sneeuw – uit. Dit jaar verschijnt mijn 50ste titel. En hoewel ik nog steeds goed ben in PR en marketing, hoef ik tegenwoordig gelukkig niet meer te bewijzen dat ik echt kan schrijven. In Duitsland verscheen de Superheldentrilogie onder de naam Pala, zonder de game of website en wordt daar goed verkocht en goed gerecenseerd. Zonder commentaar. Het is gewoon een boek van een schrijver, niets meer en niets minder.

En dat is uiteindelijk wat ik wil zijn: gewoon een schrijver. Iemand die zijn ideeën in een leesbare vorm kan gieten, iemand die kinderen inspireert tot lezen en anderen tot schrijven. En ik ben mijn lezers, de uitgevers en de boekhandelaren immens dankbaar dat zij mij de ruimte geven om mijn vak uit te oefenen.

Het afgelopen half jaar hebben wij het thuis heel zwaar gehad, waren we vooral bezig met overleven. Het schrijven is daarbij naar de achtergrond verdwenen. De laatste tijd pak ik mijn boek weer langzaam op, schrijf ik een paar honderd woorden per dag. Bouw ik langzaam weer aan m’n verhaal. En aan mijn leven.

De jongeman in de OBA bedankte mij gisteren voor mijn boeken. En ik zei: graag gedaan. Maar alles in mij schreeuwde: nee, jij bedankt. Want ik voelde ineens weer waar ik voor schrijf.

Voorlezen voor vluchtelingen

Foto: De Blauwkai

Met de schakelklas op de foto (bron: De Blauwkai)

Ik kreeg een oproep van illustrator Marit Törnqvist (die eerst in Zweden en later in Nederland AZC’s bezocht om via haar tekeningen contact te maken met vluchtelingen). Ze schreef: ‘Stel dat een heleboel Nederlandse kinderboekenmakers AZC’s zouden bezoeken en met groepjes kinderen en hun ouders kennis zouden maken, gewoon met potlood, papier en boeken? Wij weten dat een kindertijd bepalend kan zijn voor de rest van je leven. En wij weten ook wat de kindertijd van deze vluchtelingen tot nu toe is geweest. Als wij nu met velen workshops kunnen geven met het doel een bruggetje te bouwen tussen hen en ons?’

Ik twijfelde. Kon ik dat wel? Alles draait bij mij om taal, zodra ik in een land kom waar ik de taal niet spreek, laat ik mijn vrouw het woord doen. Wat had ik bij te dragen aan deze zwaar getraumatiseerde kinderen?

Durfde ik dat wel?

Ik gooide de mail weg.

Tijdens de Kinderboekenweek bezocht ik een school in Ridderkerk voor vier groepen 5 t/m 8. In mijn contract stond het volgende zinnetje: ‘In deze groepen zitten ook vluchtelingenkinderen.’ Dat bleek iets anders te liggen. Want na drie groepen kwam ik terecht in ‘de schakelklas,’ een groep leerlingen van acht tot dertien jaar die allemaal de Nederlandse taal aan het leren waren. De meeste kwamen uit Syrië, geen van hen was hier langer dan negen maanden.

rapp-en-rob-oma-gevangenDe juf nam me even apart. ‘Eigenlijk was ik erop tegen dat u kwam,’ vertrouwde ze me toe. ‘Deze kinderen hebben veel meegemaakt en maar een beperkte kennis van de Nederlandse taal. Ik heb ze zoveel mogelijk voorbereid op uw komst, vertelt wat personages zijn en ze voorgelezen uit ‘Rapp en Rob: Oma Gevangen’ en uitgelegd over wat een tekenstraler is. Ik hoop dat het allemaal gaat lukken.’ Van haar gezicht was af te lezen dat ze er weinig vertrouwen in had.

Slik.

Ik stapte de klas in en werd juichend ontvangen door vijf jongens en zeven meisjes. Ik stelde me voor, en begon te vertellen. Langzamer dan normaal en met eenvoudiger taalgebruik, maar zonder mijn verhaal zelf te versimpelen. Af en toe vroeg ik of ze woord kenden. ‘JAAA!!!’ gilden ze, als het bekend was. ‘NEEE!!’ riepen ze net zo hard en met net zoveel enthousiasme als ze het niet wisten. Samen met de leerkracht zochten we net zolang synoniemen totdat we een woord vonden dat ze wel kenden of een uitleg waardoor ze de betekenis zelf konden vinden. Achter mij schreef de juf moeilijke woorden op, koppelde ze aan elkaar met tekeningetjes en pijltjes, of legde het verband uit tussen het werkwoord (schrijven) en het zelfstandig naamwoord (schrijver). Iedere keer als een kind iets raadde, uitvond of begreep, kregen ze een boks van mij á la Baymax (lalalala) en het werd een sport om zoveel mogelijk boksen te ontvangen en uit te delen.

Ondertussen ontstonden er een-tweetjes tussen mij en de juf. We beelden ‘op het nippertje’ uit door net niet tegen elkaar aan te botsen, voelden elkaar aan en zij sprong in wanneer ik niet door had dat wat ik vertelde te moeilijk was. Het was alsof ik weer aan theatersport deed, waarbij het publiek net zo actief meedeed als wij op het ‘podium’.

Schrijversbezoeken zijn altijd een feestje. Kinderen krijgen zelden de makers van al die mooie kinderboeken te zien en ze willen alles weten over hoe je boeken bedenkt, schrijft, tekent of maakt. Maar zo enthousiast als deze groep had ik ze nog nooit meegemaakt in mijn bijna 15-jarige carrière als auteur. Als ze iets niet wisten of kenden, dan betekende dat ze dat konden leren! Nu, met ons, met elkaar! Want wat misschien nog wel zichtbaarder was dan het enthousiasme en de leergierigheid, was de saamhorigheid. Het Poolse meisje dat nét wat meer woorden kende, dat het Syrische meisje uitlegde wat ik bedoelde, die op haar beurt het Arabische woord gaf aan het jongetje dat hier het kortst was.

En terwijl ik mijn verhaal vertelde en de groep over elkaar heen buitelde om uit te leggen wat zij zouden tekenen als een tekenstraler echt zou bestaan, realiseerde ik mij steeds weer opnieuw waarom ze hier waren.

Syrische kinderen tekenen de oorlog (bron: Vice)

Syrische kinderen tekenen de oorlog (bron: Vice)

Een jaar geleden hadden deze kinderen nog een huis, een land, familieleden. Vermoedelijk hadden ze nog nooit van Nederland gehoord. En nu waren ze hier. Levend, gretig om elk nieuw Nederlands woord op te nemen. Want taal betekent toegang. Toegang tot educatie, tot boeken, tot een andere cultuur, tot elkaar.

Maar wat waren ze kwijtgeraakt? De juf vertelde mij later dat sommige kinderen verstijfden als je ineens achter ze stond, of als je hun pols beetpakte om ze te leren hoe ze hun potlood steviger past konden houden. Onder alle vrolijkheid, onder het gelach zat een diep verdriet.

Ik nam afscheid van de kinderen, mocht met ze op de foto. Ze zwaaiden me uit, terwijl ze naar de gym gingen, gaven me een hand of een boks. Hun verdriet namen ze met zich mee, net als hun nieuwe woorden.

‘Het ging goed!’ fluisterde de juf.

Ik schoot vol.

Thuis duikelde ik de mail op van Marit Törnqvist en mailde dat ik vanaf volgend jaar uiteraard beschikbaar om voor te komen lezen op AZC’s.

Wil je ook bijdragen aan dit project, maar ben je geen auteur of illustrator? Doneer dan een (klein) bedrag aan dit project. Deze kunnen overgemaakt worden op IBAN: NL20INGB0004334202 (BIC: INGBNL2A) t.n.v. Stichting IBBY sectie Nederland te Amsterdam. Vergeet er dan niet bij te vermelden: gift project vluchtelingkinderen.

Hartelijk dank

DCC, Stormvogels, Jazzcats, Ingmar Heytze, MvhK en GvhFB

Je kunt nooit teveel Deadpools hebben

Je kunt nooit teveel Deadpools hebben

Schrijven is een eenzaam beroep, zeggen, maar daar was deze week niks van te merken. Want hoewel ik iedere ochtend een paar uur zat te schrijven, keek ik bijna iedere avond en drie weekenddagen naar een podium, of stond er zelf op. Dit was mijn week:

Dutch Comic Con

Voor de tweede keer werd in Nederland de Dutch Comic Con georganiseerd in de Utrechtse Jaarbeurs. En deze keer was het vele malen beter georganiseerd dan vorig jaar. De ruimte tussen de stands op de beurs was breder, waardoor je normaal kon lopen, de vele cosplayers beter kon bewonderen en de uitgestalde waren beter kon bekijken. Ik kocht een Deadpool-T-shirt en -vest en een Punisher T-shirt. Mijn kinderen gingen voor knuffels (de jongste) en een bad ass ruimteschip (de oudste).

Drukbezocht panel met nog meer laweaai

Drukbezocht panel met nog meer lawaai

Wat er niet goed geregeld was, waren de microfoons. Ik mocht een panel modereren voor de American Book Centre, waarin ik Jeff Vandermeer, Ann Vandermeer, Brian McCLellan, Adrian Stone en Tisa Piscar vragen stelde over de business kant van het schrijven. Helaas was het zo’n lawaai op de Comic Con, dat we staand en schreeuwend de vragen moesten beantwoorden.

Mijn oudste tegen Kylo Ren

Mijn oudste tegen Kylo Ren

 

 

 

Zondag was dat probleem gelukkig opgelost, maar toen liep ik met mijn kinderen over de beursvloer rond, waar ze ademloos alle verklede mannen en vrouwen bewonderden, de stands indoken en de merchandise bekeken. Kom maar op met de volgende con!

 

Voorstelling Stormvogels

Vreemde vogels

Vreemde vogels

Mijn schoonzus had ons hele gezin uitgenodigd om naar een jeugdvoorstelling te gaan, genaamd Stormvogels. Buiten waaide de wind naar code geel, dus de titel en dag waren goed gekozen. Het was een verrassend goed geschreven, gezongen en geacteerde voorstelling over kinderen-als-vogels (duiven, mussen en een enkele paradijsvogel) waarin iets teveel thema’s (religie, vluchtelingen als gelukszoekers) tegelijk langskwam om volledig te overtuigen. Daarna dronken we met z’n allen wat (spa rood, want 21 dagen zonder alcohol of suiker), terwijl de kinderen buiten speelden. Wat een topdag!

Presentatie Jazzcats

Doodlin'

Doodlin’

Terwijl ik iedere seconde die ik ter beschikking had, besteedde aan het schrijven aan de verboeking van de jeugdfilm Meesterspion (oktober in de winkel en de bioscoop), probeerde ik ook nog de uitgebreide tekst van het jazznummer Doodlin’ uit mijn hoofd te leren, niet met onverdeeld succes. Donderdag was de uitvoering en de generale repetitie was zo abominabel dat zelfs het gezegde ‘Een slechte repetitie is een goede première’ niet op leek te gaan. Ik kende mijn tekst niet, hoorde mijzelf te luid of te zacht en durfde bijna het podium niet op. En ik kom mijzelf niet eens moed indrinken!

Met z'n allen

Met z’n allen

Gelukkig en wonder boven wonder ging het uiteindelijk best wel oké en zong ik bijna geheel uit mijn hoofd en niet al te vals voor een volgepakte zaal mijn lied. De twee gezamenlijke nummers gingen goed, mijn medejazzcats zongen de sterren van de hemel en onze juf Caroline Lobanov speelde geweldig piano. Daarna mochten wij genieten van de groep die na ons kwam en klassieke jazznummers zong met een heuse bigband. Het werd laat maar gezellig (en dat zonder alcohol). Topavond!

Dertig jaar Ingmar Heytze

De meester leest voor.

De meester leest voor.

Een kleine vijfentwintig jaar geleden vroeg ik Ingmar Heytze of hij een wervende tekst voor een folder wilde schrijven, omdat ik dacht dat ik dat niet kon. Ik was tenslotte geen schrijver en hij was dichter en woordkunstenaar. Vrijdag vierde Ingmar zijn dertigjarige (!) bestaan als dichter met de bundel ‘Voor de liefste onbekende’ en een prachtige voorstelling in De Kleine Komedie. Ondersteund door Ellen Deckwitz en met bijdragen van o.a. Hans Dorrestijn, A. L. Snijders, Tommy Wieringa, Vrouwkje Tuinman en Kees Wennekedonk, was het een Utrechts feestje op het podium en in de zaal. Volgend jaar keer in onze eigen stad, Ingmar?

Meisje in boot gevonden

Meisje in boot gevonden

Het was die dag trouwens 1 april en het Marinemuseum meldde dat een 14-jarig meisje zichzelf opgesloten had in een torpedobuis van De Tonijn, de onderzeeboot die op het terrein van het museum in Den Helder staat. Hierover zo dadelijk meer.

Oh ja, en KOOP DIE BUNDEL!

 

 

Selma vertelt

Selma vertelt

Middag van het kinderboek

Ik had natuurlijk beter in Amsterdam kunnen blijven, want de volgende ochtend moest ik om elf uur alweer in de OBA zijn voor de lezing van Selma Noord, gevolgd door de Middag van het Kinderboek. Selma sprak over (het gebrek aan) diversiteit in kinderboeken en wat mij het meest raakte, was de boodschap die ze kreeg van kinderen van diverse afkomsten: ‘De boeken gaan nooit over ons,’ zeiden ze, ‘maar altijd over Iris en Tim en Tom en Sanne. En als er andere in voor komen, dan heten ze Fátima of Mo en mogen ze ook één zin zeggen.’ Selma sprak zonder verwijt, maar was duidelijk op zoek naar kansen. Ze noemde ook nog het pleidooi van Marieke Nijkamp, de Nederlandse YA-auteur die momenteel internationaal scoort met haar boek ‘This is where it ends’ én de drijvende kracht achter de ‘We need diverse books’ campagne.

Marieke Nijkamp, Corinne Duyvis en Adrian Stone op de Comic Con.

Marieke Nijkamp, Corinne Duyvis en Adrian Stone op de Comic Con.

Ik sprak Marieke een paar dagen daarvoor nog kort op de Comic Con, maar had geen idee van haar betrokkenheid bij dit onderwerp. Haar boek staat inmiddels op de leeslijst en de opmerkingen van haar en Selma neem ik mee in mijn volgende boek.

(Gelukkig had ik net een kort verhaal geschreven over de 14-jarige Marokkaanse Najiba die zichzelf opsloot in een torpedobuis van De Tonijn voor de verhalenbundel ‘Alle Hens’ die in juni uitkomt bij Uitgeverij Kluitman.)

Want ik ben nog niet lang genoeg

Want ik ben nog niet lang genoeg

Daarna volgde de daadwerkelijke Middag van het Kinderboek, deze keer niet onder auspiciën van de onvolprezen Ted van Lieshout, maar van Marco Kunst en Aby Hartog (of Merco en Aaby, zoals we ze voortaan noemen). Onder de noemer ‘Zijn er nog taboes in kinderboeken?’ kregen we een lezing over illustraties (conclusie: in de jaren 70 mocht er meer dan nu) en literatuur (Jaap Friso maakte duidelijk dat er eigenlijk over elk taboe wel een jeugdboek te vinden is). Ik mocht het podium op om schrijvers op te roepen lid te worden van de Vereniging van Letterkundigen en tijdens een forumgesprek bespraken Janny van der Molen, Floortje Zwigtman, Corien Oranje en uitgever Anke Werker onder leiding van Pjotr van Lenteren welke taboes er nog te schenden waren. Lees vooral deze blogs van Femke en Marlies over de verrassende uitkomst van dit gesprek.

Daarna was het bij babbelen en Spa rood drinken met m’n collega’s. Topmiddag!

Garnalen in zwarte bonensaus

Garnalen in zwarte bonensaus

Ik at in mijn eentje bij een Chinees restaurant op de Zeedijk, een achenebbisj tentje met fantastisch eten en geen mogelijkheid tot pinnen. Nadat ik twee keer op en neer was geweest, op zoek naar een pinautomaat, kwam ik terug met cashgeld en kon ik eindelijk naar:

Het gala van het Fantastische boek

Komisch duo De Twee Marcel's

Komisch duo De Twee Marcel’s

Wat vroeger de Paul Harland Prijs was, heet nu de Harland Awards. 200 korte verhalen werden er dit jaar ingezonden, een hele klus voor de jury om daar de beste uit te pikken, weet ik uit ervaring. Gelukkig bestond deze dit jaar uit Chris Kooi, Renée Vink, Martijn Adelmund en winnaar van vorig jaar Erik Heiser, onder de bezielde leiding van Tomas Ross (die wegens privéomstandigheden helaas verstek moest laten gaan). Samen met Marcel Vaarmeijer (de schrijver van het geweldige ‘Voor wie ik heb liefgehad,’ een collega die ik tot nu toe alleen van online kende) en zijn lieftallige echtgenote, luisterde ik naar de openingspeech van Martijn Lindeboom (op naar de Week van het Fantastische boek!), het hilarische verhaal van Jeff Vandermeer over zoetwaterinktvissen (je had erbij moeten zijn), het gepassioneerde pleidooi van Susan Smit aan niet-genre schrijvers (zoals zij zelf) is om hun boeken fantastischer te maken, de komische presentatie van Thomas Olde Heuvelt en Iris Compiet en de speeches van de prijswinnaars en het onthutsende verhaal van David Samwel Bol.

Jij bent een winnaar!

Jij bent een winnaar!

Chicklit (!) auteur Lisette Jonkman deed voor de eerste keer mee en won verrassend zowel de eerste prijs als de debuutprijs met haar korte verhaal ‘De vier stadia van verval’ en Auke Hulst mocht de allereerste Harland Award Romanprijs in de wacht slepen voor zijn ‘Slaap zacht, Johnny Idaho.

Daarna was het bij babbelen en Spa rood drinken met m’n collega’s. Topavond!

En nu? En nu ga ik twee weken aan één stuk door schrijven. In m’n eentje. Zonder drank.

Waarom ik spijt heb van mijn crowdfundingactie

Waar blijft dat boek?!

Waar blijft dat boek?!

Ik durf deze blog al meer dan een jaar niet te schrijven, zo moeilijk heb ik het er mee. Want Nachtmerrieman, het boek waarvoor ik 1.175 (!) dagen geleden 17.000 euro ophaalde door middel van crowdfunding, is er nog steeds niet.

Het idee achter de crowdfunding was om genoeg geld bij elkaar te halen, zodat ik zes maanden zonder onderbreking aan mijn eerste thriller voor volwassen kon werken. Dat was mijn eerste misrekening. Want de voorbereiding van de crowdfunding kostte me drie maanden en de uitvoering ervan ook. Zes maanden die ik ook had kunnen gebruiken om te schrijven. In essentie leverde het mij dus alles op, behalve tijd.

Maar dat interesseerde me niet, want de crowdfunding was een enorm succes! 308 donateurs ondersteunden mij en het project, uitgeverij Meulenhoff Boekerij kocht het boek op basis van de pitch, ik haalde er kranten mee, werd gevraagd voor panels, om lezingen te geven over crowdfunding (onder andere in België voor collega-auteurs) en mocht anderen (op de achtergrond) ondersteunen met mijn expertise.

Superhelden3.nlToen ging het mis en niet een beetje ook. Mijn jeugdroman ‘Superhelden.nl dl 3’ was al te laat, maar bleek niet goed genoeg. En het kostte mij ruim een jaar (en veel bloed, zweet en tranen) om van een middelmatig boek een waardige afsluiter te maken van de trilogie.

Superhelden.nl deel drie was een succes bij zowel de critici als de lezers en mijn roem steeg. De trilogie werd verkocht aan Duitsland, de verkopen – die nooit slecht waren geweest – stegen ineens naar ongekende hoogte (de stand staat inmiddels op ca. 35.000 exemplaren) en de vraag naar mijn werk groeide evenredig. Schooloptredens, lezingen, korte verhalen voor bundels, verboekingen van jeugdfilms, noem maar op, alles kwam mijn kant op.

Ik was blij met succes, maar het belangrijkste was om nu te gaan doen wat ik anderhalf jaar eerder beloofd had: Nachtmerrieman schrijven.

Even overleggen over het hoofd van de dode

Tijdens de opnames van de trailer

En toen bleek dat ik volstrekt niet meer geïnteresseerd was in het verhaal dat ik oorspronkelijk wilde vertellen. Het idee van NMM was dat het een urban thriller zou worden, een bovennatuurlijk verhaal. Maar ik was in de afgelopen twee jaar geëvolueerd als schrijver! En ik zag ineens dat zolang ik met een bovennatuurlijke moordenaar werkte, ik geen echte ‘who-done-it’ kon schrijven. Want als je wilt dat de lezer mee puzzelt over ‘wie het gedaan heeft,’ dan kun je niet ineens aankomen met een dader met bovennatuurlijke krachten.

Ik moest geheel opnieuw beginnen met plotten.

Ik gooide 35.000 van de woorden die ik al had weg, en begon opnieuw. En ik blokkeerde volledig. Bij iedere zin die schreef dacht ik: dit is niet goed genoeg. Hier kan ik niet mee debuteren. Meulenhoff lacht me uit, de donateurs zullen zeggen dat het niet geeft, dat ik het in ieder geval geprobeerd had. Ik was er van overtuigd dat ik te hoog gegrepen had. Ik kon niet schrijven voor volwassenen.

NothingDus ik stopte. En begon opnieuw. En stopte. En dat ging bijna een jaar zo door. En ik bedacht eindelijk: dit gaat niet werken.

Ik besloot iets anders te gaan doen. Zonder iemand iets te zeggen, (zelfs mijn echtgenote weet hier niets van), begon ik aan een andere thriller voor volwassenen, eentje met een simpel idee, zonder de complexiteit van NMM. Een half jaar schrijf ik iedere dag aan het boek en voelde langzaam mijn angst wegvloeien. Misschien kon ik dit toch wel.

Halverwege het nieuwe boek zat ik vast in het verhaal en pakte ik NMM weer op. En waar ik op hoopte was gebeurd: ik was de druk kwijt. Ik kon eindelijk gewoon mijn verhaal vertellen.

Ik begon weer helemaal opnieuw met schrijven. Soms ging het makkelijk, meestal ging het moeizaam, maar dat is normaal. Schrijven is hard werken en daar is niks mis mee. Maar zodra ik dacht aan de donateurs of de uitgeverij, schoot ik in de stress. En door de stress kon ik soms dagen niet schrijven.

Uitgehongerde schrijverIk ging naar Rotterdam om in eenzaamheid te schrijven. Ik ging naar Frankrijk om in gezelschap te werken. Ik weet niet hoe vaak ik de eerste hoofdstukken herschreven heb, maar vaak. En ze werden steeds beter. Maar ik kwam geen steek verder, het totaal aantal woorden bleef nagenoeg gelijk.

Ik plaatste een bericht in de donateursgroep op Facebook dat het schrijven goed ging maar dat ik iedere deadline losliet. Dat de roman af was wanneer het af was en dat ik voor het beste boek ging en niet voor het snelste. Daar werd bijzonder positief op gereageerd.

Ondertussen was er een jaar voorbij waarin er geen jeugdboek van mij was verschenen. En dat had invloed op mijn inkomen. Want geen boek is geen royalties. Daarnaast begon het weer te kriebelen. Ik had tijdens de vakantie een geweldig idee gekregen voor Superhelden.nl 4 en 5 dat ik graag wilde schrijven. Daarnaast wilde ik ook wel weer eens iets ‘makkelijks’ doen.

Stefanus_gestenigdHet afgelopen jaar heb ik het schrijven aan NMM en Superhelden.nl dl 4 gecombineerd. Soms schreef ik op één dag aan allebei een pagina, soms de ene dag aan het ene boek en de andere dag aan het andere. Langzaam – heel langzaam – vordert het boek. Er komen pagina’s bij en hoofdstukken. Het begint een heel klein beetje op een boek te lijken in plaats van op een poging.

Maar nu ligt NMM even stil tot eind februari omdat ik SH4 af moet maken om de kinderboekenweek te halen. En dat betekent dat ik mij weer iedere dag schuldig voel dat ik niet aan NMM schrijf. En daar baal ik van. Want qua creatief proces is er niets mis met wat ik doe.

Als ik geen donateurs had, dan schreef ik aan NMM wanneer ik tijd had of geïnspireerd was. Dan liet ik het liggen wanneer het boek daar om vroeg en schreef ik eraan wanneer het mij riep. Dan maakte het niet uit of ik er een jaar over deed of vijf. Het is mijn eerste volwassenthriller en ik moet alles opnieuw uitvinden. De stijl, de opbouw, de diepgang, alles is anders dan wat ik normaal doe.

Maar laten liggen kan dus niet. Niet nadat ik mijn donateurs al 1.175 dagen heb laten wachten. (Man, als ik dat getal zie, krijg ik al nachtmerries). Dus ploeter ik door, de ene dag wat meer dan de ander.

mr-writers-block-guyToch er is één lichtpuntje. Er ontstaat wél een boek. Een boek waar ik tot nu toe behoorlijk tevreden over ben. Ondanks de frustratie, de stress en de gedachte dat ik het nooit zo had moeten doen, ontstaat er een thriller. Eentje waar ik het af en toe koud van krijg, zo spannend. Wanneer het af is, weet ik niet, daar durf ik geen enkele uitspraak meer over te doen, maar wél dat het straks een boek is waar ik achter sta.

En misschien – heel misschien – zou ik nooit zover gekomen zijn als ik dit vreselijke proces nooit doorlopen was.

Maar man, wat ben ik blij als dat ding eindelijk af is. En crowdfunden doe ik nooit meer.

 

Hoera! Het is vandaag! (En Bowie is dood)

De laatste foto die van Bowie is gemaakt, twee dagen voor zijn dood (c) Jimmy King

De laatste foto die van Bowie is gemaakt, twee dagen voor zijn dood verspreid (c) Jimmy King

Op weg naar Groningen. Hoewel Anna Woltz, Rom Molenmaker en ik tot Amersfoort moeten staan, is het een voorspoedige treinreis. We praten over het vak, vergelijken onze manieren van schrijven – op punten gelijk, op andere totaal verschillend! – en we kijken uit naar onze optredens voor Stap op de Rode Loper, een project voor VMBO’ers uit de bovenbouw en hun docenten, die een dag vol ‘bekende schrijvers, verhalenvertellers, striptekenaars, poëzie en film’ krijgen.

Het is een mooie dag.

Dan komt via Facebook het nieuws. David Bowie is overleden. Bowie, één van mijn grote muzikale helden, wiens nieuwe album de laatste dagen hier bijna continu opstaat, is twee dagen na zijn verjaardag én het verschijnen van Blackstar op 69-jarige leeftijd van ons heengegaan. Bowie, die liet zien dat freaks like me er ook mochten zijn, die mij niet alleen inspireerde met zijn muziek, maar ook liet zien dat een kunstenaar zich niet hoeft te beperken tot slechts één medium.

Het is een verdrietige dag.

Yvon Mekring maakte een foto van mij in actie

Yvon Mekkring maakte een foto van mij in actie

Drie groepen VMBO’ers komen en gaan in de Groningse bibliotheek en het is een feestje! We praten over boeken en superhelden, over hoeveel een schrijver verdient (te weinig) en waarom ik voor de jeugd schrijf in plaats van voor volwassenen (ik weet het nog steeds niet). Mij wordt gevraagd welke games ik speel (Red Dead Redemption, The Last of Us) en of ik thuis ook zo vaak ‘fuck’ zeg. (ehm …). Ik lees ook nog een bladzijde voor uit Billy de Kip wat voor veel hilariteit zorgt. Twee goeie vriendinnen van mij schuiven aan bij de laatste groep en zien eindelijk eens in levende lijve wat doe. Ik pik het laatste stukje mee van het optreden van Anna Woltz en geniet van haar plezier en haar vermogen om zo’n grote groep te boeien en te prikkelen.

Het is een mooie dag.

Gruninger polder

Gruninger polder

Na afloop wandel ik een kleine vijf kilometer van de bibliotheek in het centrum naar de Bed & Breakfast in de polder. En wat heerlijk dat ik dat weer kan na mijn val met de fiets! Het eist wel zijn tol en met een pijnlijke enkel en knie en David Bowie op de speakers ga ik een uurtje liggen in de bedstee en lees de vele In Memoriams die online verschijnen.

Het is een verdrietige dag.

Grote vriend Mark Meinema komt met chips en frisdrank en samen maken we de opzet voor mijn nieuwe lezing ‘Geen Tijd, Geen Geld, Toch Doen,’ de opvolger van ‘Waanzinnige Plannen’. Mark maakte eerder met mij de opzet en de slides voor de WP-lezing en na een paar uur werken beseffen we het allebei: deze wordt beter! De opbouw, de ‘BAM-IN–YOUR–FACE’ momenten, de humor, alles wat we samen geleerd hebben de afgelopen twee jaar maakt dat deze lezing nog uitgebalanceerder is dan de vorige en daardoor – hopelijk – nog meer impact zal hebben op het publiek.

Daarnaast is het ook gewoon fucking gaaf om met Mark te werken.

Lokaal Gronigs voedsel!

Lokaal Gronigs voedsel!

Het is een goeie dag. En dat blijft het. We eten heerlijk Indiaas in de stad en Mark brengt me met de auto terug naar de polder. Daar luister ik Blackstar nog een keer en mijmer voor me uit, voordat ik mijn eerste ononderbroken nacht van zeven uur slaap in drie weken.

De volgende ochtend loop ik vijf kilometer terug naar het Groninger Museum voor de tentoonstelling ‘Bowie is,’ de andere reden waarom ik hier een extra dag ben. Met opnieuw ‘Blackstar’ op de koptelefoon (waarvan de teksten ineens een volstrekt andere lading hebben gekregen) zie ik overal posters hangen voor ‘Bowie is’

(dood)

vul ik in gedachte steeds aan.

IMG_1547

Me and my Bowie

De tentoonstelling is prachtig! Op zich heb ik niet zoveel met kostuums en paperassen, maar wat ‘Bowie is’ zo bijzonder maakt, is de combinatie voorwerpen, beeld en klank. Bij binnenkomst krijg je een koptelefoon en sensoren in de vloer geven aan waar je bent en produceren het bijbehorende geluid. Dat betekent muziekfragmenten van de liedjes waar je net over leest, flarden interview bij de platenhoezen en kleding, videoclips die van ‘silent’ naar ‘muziek’ gaan als je langs de schermen loopt. Prachtig.

Weer buiten loop ik langs een winkel met een bord waarop ‘Hoera! Het is vandaag!’ staat. Bowie is dood, maar wij hebben zijn muziek nog. En zijn films, teksten, ideeën. En andere mensen hebben ons, de schrijvers, de filmmakers, de kunstenaars. Wie weet zijn wij ooit zo´n inspiratiebron voor de volgende generatie als Bowie voor ons was.

Het is een mooie dag.

 

Utrechtse schrijversnieuwsjaarsborrel

Nieuwsjaarborrel1Omdat 2016 het Jaar van het Boek is, organiseerde de Kinderboekwinkel Utrecht een Nieuwjaarsborrel voor Utrechtse jeugdboekenschrijvers en – illustrators. En dat is bijzonder, want als eenpitters zitten wij schrijvers vaak alleen thuis en hoewel we allemaal in Utrecht wonen zien we elkaar ook niet heel vaak.

Anna Woltz, Annet Schaap, Koos Meinderts en Annette Fienieg, Annet Huizing, Jozua Douglas, Rom Molemaker en ik mochten aan schuiven aan de tafel van eigenaresse Dorothé Cras en haar medewerkers. We kregen niet alleen heerlijk te eten en te drinken, maar mochten ook stukjes voordragen uit eigen werk.

En dat was gaaf!

Koos en Annette lazen hilarische vertalingen voor van bekende Engelse versjes die binnenkort in een boek verschijnen dat ze samen maakten. Ik deed een stukje uit Superhelden.nl dl 4, er werd een prachtig hoofdstuk voorgelezen door één van ons uit een nog geheim werk, Rom vertelde over het succes van Moord op School, Anna over het internationale succes van Honderd Uur Nacht. Jozua en Annet Huizing vertelden over hun nieuwe boeken en we spraken over het gebruik van vloek- en scheldwoorden in jeugdliteratuur en welke keuzes schrijvers maken in het gebruik daarvan.

Aan het begin van de avond werd vastgesteld dat het voor ons ieder jaar het jaar van het boek is. Ik stel dan ook voor dat we het nieuwe jaar voortaan altijd op deze manier beginnen.

Toen ik tegen middernacht redelijk aangeschoten thuiskwam, wachtte daar nog een verrassing op mij. Post NL was zo vriendelijk geweest om voor een tweede keer langs te komen en mijn nieuwe toetsenbord te bezorgen! Nu kan ik weer schrijven met spaties en de letter M!

Aan de slag, dus!

KIJKAZONDERSPATIESENDELETTER

M1januarileekijeenooiedagoweertebeginnenetschrijven.

doordevalvanijnfiets,dekerstvakantieendeverjaardagenvanCharlieenijnechtegenoteTanja

washetschrijvenereenbeetjebijingeschoten.

enditjaarwordttochechthetjaardatikNachterrieaninlever!

Volgoedeoedstartteikdecoputerop,opendehetdocuentenbegonteschrijven.

natwee(nietzogoedezinnen,aargoed,ikwasnetbegonnen)orstteikkoffieoverijntoetsenbord.

Hetwarenaareenpaardruppels,aardatwasvoldoende.

eerstvieldebackspaceuit,daarnadespatiebalkentoendeletter

Wehebbengeenföhneneennachtopdeverwaringleverdenietsop.

ZodadelijkbeginthetkinderfeestjevanCharlie,aarvoordietijdraceiktochnogaarevennaarde

ediaarktvooreenniewutoetsenbord.

Creatie is werk, dus behandel het ook als werk

baby-writing‘Hoe deed jij dat schrijven met een baby in huis?’ vroeg iemand mij op Facebook. Mijn antwoord was kort: ‘Niet. Crèche.’

Tuurlijk, soms schreef ik als hij sliep of ’s avonds, maar dat was echt mazzel. Over het algemeen schreef ik maar op één moment: als ik alleen thuis was. En dat is nog steeds zo.

De kinderboekenweek zit er net op en de herfstvakantie bijna en dat betekent dat ik a.s. maandag weer ga beginnen met het verder schrijven aan Nachtmerrieman. En dat doe ik wanneer de kinderen op school zitten. ’s Morgens tussen zes en zeven (wanneer iedereen hier nog slaapt) schrijf ik aan Superhelden.nl dl4 en onder schooltijd (van negen tot twee) schrijf ik aan NMM, lunch ik en beantwoord ik de belangrijkste mail. Dat doe ik op mijn eigen werkkamer, met de deur dicht en de muziek aan. En zodra ik de kinderen heb opgehaald, ben ik schrijver-af en papa-aan.

Natuurlijk is niet iedereen fulltimeschrijver en moeten velen het tussendoor doen of erbij. Maar dan nog helpt het om het als werk te beschouwen. Plan je tijd in, zorg dat je niet gestoord wordt, draag je taken en verantwoordelijkheden voor een uur of twee over en schrijf. Zorg voor een goede werkplek of ga ergens zitten waar niemand je onderbreekt. Claim je tijd en claim je plek. Als je wilt dat anderen je serieus nemen als schrijver (of illustrator, of fotograaf of wat dan ook) moet je eerst jezelf serieus nemen.

What the fuck?!

What the fuckKen je dat, dat je een aflevering van een serie zit te kijken – in dit geval tijdens de lunch na een intensieve schrijfsessie – en dat je tijdens de laatste seconden van de aflevering de afstandbediening al pakt om de tv uit te zetten (omdat er facturen gemaakt moeten worden en kinderen uit moeten worden gehaald) en dat er in die laatste seconde iets gebeurt dat zo heftig is en zo onverwacht dat je hardop ‘FUCK!’ naar het scherm roept en nog een keer, voor het geval je het verkeerd gezien hebt en dan vol ongeloof naar de tv staart dat de makers zoveel lef hebben om dit te doen en dat je naar Twitter en Facebook wilt rennen om erover te praten en je dan realiseert dat je de serie op Netflix kijkt en halverwege seizoen twee bent en dat er vier seizoenen op staan (en er misschien al wel een vijfde in de Verenigde Staten is uitgezonden) en dat andere mensen misschien al wel veel verder zijn en de rest van de serie voor je spoilen als je er iets over zegt en dat er misschien ook wel mensen zijn die nog aan de serie moeten beginnen en wiens plezier je vergalt als je iets over verklap (en dat je weemoedig aan die avond/nacht denkt dat je die ene ragbinkendgave aflevering van Millennium zag – je weet wel, die met ‘Horses’ van Patty Smith – en uren daarna de ins en outs van de episode besprak via de telefoon en ICQ (ja, kinderen, ICQ) en dat je ineens een idee krijgt voor Superhelden.nl dl 4 waarmee je iets soortgelijks kan doen met één van je eigen karakters – maar dan compleet anders natuurlijk, want het is een compleet andere serie die ik schrijf met compleet andere personages – wat hopelijk hetzelfde effect heeft als de serie net op mij en dat lezers eind 2016 keihard ‘What the fuck did I just read?’ naar het boek roepen als ze lezen wat je gedaan hebt en je je daar nu al over kan verkneukelen?

Ken je dat gevoel?

Ik nu wel.