DE TIEN GROOTSTE ERGERNISSEN VAN KINDERBOEKENSCHRIJVERS

 

Op basis van een absoluut niet disproportioneel en a-gestratificeerde steekproef onder een zeer selectieve club van bevooroordeelde collega-schrijvers op Facebook, heb ik een poll gehouden over de grootste ergernissen van kinderboekenschrijvers. Hier is de zeer onbetrouwbare uitkomst die absoluut niet representatief is voor alle kinderboekenschrijvers van Nederland! Voor alle duidelijkheid, dit zijn dus niet per se allemaal mijn eigen ergernissen. 🙂

1.    Bekende Nederlanders die ook een kinderboek hebben geschreven en daar op tv iets over mogen zeggen. En op de radio. En in de bladen. En op internet. (Met stip op één!)

2.    ‘Ik ga op een dag ook een kinderboek schrijven, maar nu heb ik het te druk,’ als antwoord op de mededeling dat je kinderboeken schrijft. Schrijven kan namelijk iedereen.

3.    ‘Jij schrijft kinderboeken toch? En wat voor werk doe je?‘ nipt gevolgd door:

4.    ‎‘Ben je nog van plan om ooit echte (lees: volwassenen) boeken te schrijven later?’

5.    Ook een fijne: ‘Wat leuk dat je zo met je hobby bezig kan zijn.’ Gek genoeg komt die nog al eens van leerkrachten.

6.    Inkomen is ook vaak een zorg, blijkt uit opmerkingen als: ‘Jij schrijft kinderboeken? O, maar je partner heeft toch een goeie baan? of ‘Kun je daar nou van leven?’

7.    Kinderen hebben weer hun eigen vragen. Bijvoorbeeld: ‘Schrijf je Harry Potter’ of ‘Waarom ga je geen Harry Potter schrijven?’ (Voor Harry Potter mag je ook Geronimo Stilton, de boeken van Tonke Dragt, Paul van Loon, Francine Oomen en Carry Slee lezen, en zelfs karakters als Spider-Man en Mickey Mouse). Ja, echt. Maar wel schattig.

8.    Een persoonlijke favoriet blijft: ‘Als ik jou nou een idee geef, en jij schrijft het op, dan delen we de opbrengst!’ Hoor ik toch zeker één keer per jaar.

9.    In het verlengde van punt twee ligt: ‘Ik kan ook best leuke stukjes schrijven.’ Daarover zei een collega terecht: ‘Alsof je tegen de bakker zegt: ‘Ik kan thuis ook heel goed brood afbakken!’

10.    En op laatste plaats staat: ‘Wat ik heb meegemaakt, schrijf daar maar eens een boek over!’

Mooiste ergernis kwam van een lezer/niet-auteur: ‘Auteurs die klagen over hun ergernissen in plaats van hun energie aan het schrijven van mooie verhalen te besteden.’

Kijk, die snapt het! 🙂

 

Schrijver en illustrator Milja Praagman schreef een tegenblog met de tien grootste gelukszaligheden van ons vak.

Reacties

  1. HAHAHAHA vervang het woord KINDERBOEKENSCHRIJVER voor WEBWINKELIER en het klopt nog steeds, op puntje 10 na, dat heb ik nog niet gehoord. Maar dat kun je dan misschien vervangen door “ik heb een zus, neef, kennis, die heeft ook een webwinkel”.

  2. Bij mij staat nummer twee uit jouw lijst toch wel bovenaan. 🙂 Op de voet gevold door:

    ‘Dus jij schrijft columns? Mijn nicht/broer/vriend (vul maar in) schrijft ook altijd zó’n grappige stukjes. Ik zal eens wat naar je sturen en dan moet je me laten weten wat je ervan vindt, oké?’
    Een dag later ligt er een lap tekst in je mailbox met aaneengebreide, flauwe grappen zonder clou. Barstensvol spelfouten en clichés.

  3. Ik herken het ook hoor 😉 En wat ik ook vaak krijg is, in tegenstelling tot schrijven kan niet iedereen wat ik kan (en daar schijnt ook iedereen van doordrongen te zijn): “Mooi hoor. Ik kan niet tekenen, maar ik heb een zus, neef, kennis die ook zo mooi kan tekenen”.
    Zucht.
    En om even Miss Moneypenny aan te vullen: die zus, neef, kennis kan echt nooit goed tekenen.

  4. Haha, leuk lijstje Marcel!

    Ik vind de vraag “kun je daarvan rondkomen/leven” overigens ontiegelijk onbeschoft, bij welk beroep dan ook. Als jonge ondernemer kom je hem nog weleens tegen. Is eigenlijk hetzelfde als zeggen: “ik snap niet wat jij doet” of “ik houd me krampachtig vast aan ‘vaste’ beroepen als een slager en een bakker, en geloof nergens anders in”.

    • Ik weet het niet, ik vind in principe dat je alles moet kunnen vragen. En laten we eerlijk zijn, veel schrijvers kunnen niet leven van hun vak en zijn – zeker in het begin van hun carrière – heel blij met hun partners salaris. Maar als je dat vraagt aan iemand die al twintig jaar bezig is, kan ik mij de ergenis wel voorstellen.

  5. Ach gossie, arme schrijvers. Zoveel miskenning, dat voedt vast de schrijversgeest.
    😉

  6. over punt 4: Ben ik even blij dat ik eerst “volwassenen-boeken” heb geschreven :O Ik wist niet dat er zo neerbuigend over kinderboekenschrijvers werd gedacht. Rare wereld… Ik heb nog veel te leren geloof ik, haha!

  7. Dat leerkrachten zo’n beperkt idee hebben van de inhoud van jouw werk (‘leuk dat je zo met je hobby bezig kan zijn’) is niet verrassend: 55% van de leraren gaf in een onderzoek van Stichting Lezen aan hun boekenkennis van hun leerlingen te hebben. Dat betekent dus dat ze vooral op de hoogte zijn van de nieuwste Stilton, Slee en Oomen. (Link vind je in http://degelukkigelezer.blogspot.com/2011/01/x-het-kinderboek-is-nog-niet-terug.html)

    • Goed stuk, Pjotr. En helaas heel herkenbaar. Ik trad op in een school in Limburg waar de leraar ieder jaar één boek voorlas, in het Limburgs. Meer boeken kende hij niet. Dat was voor leerlingen van groep acht…

  8. En al die ík-heb-ook-een-kinderboek-geschreven-schrijvers komen dan naar mij om hun prachtige werk te laten lezen, liefst al in karton met lelijke tekeningen erbij. En waarom ik het dan niet op voorraad neem…?

  9. Als echtgenoot van een kinderboekenschrijver wil ik alleen maar zeggen: ik bewonder dat wat tanneke en elke andere goede kinderboekenschrijver kan en ben elke dag weer trots op haar! Haar nieuwe boek wordt trouwens erg leuk 🙂 (ik heb het voorrecht dat ik de ruwe versies altijd mag lezen)

  10. Ik voel me af en toe wel een ietsepietsie zielig. Maar dan spreek ik mezelf streng toe en gaat dat even snel weer over.
    Een van mijn grootste fans, mijn zoon van 12, vertelt aan ieder die het horen wil: ‘Mijn lievelingsauteurs zijn Astrid Lindgren en mijn mama.’
    Met zo’n compliment kan ik weer even vooruit! 🙂

  11. Geweldig! Leuke blog en de reacties zijn ook even leuk =D

  12. Hahaha, of vul ‘jeugd)dichter’ in. Is ook geen beroep. Toch?

  13. Schrijver en illustrator Milja Praagman schreef een tegenblog met de tien grootste gelukszaligheden van ons vak: http://stoerboek.nl/index.php/2012/02/de-tien-grootste-gelukzaligheden-van-kinderboekenschrijvers-en-illustratoren/

Trackbacks

  1. […] == "undefined"){ addthis_share = [];}Twee weken geleden verzamelde ik – tong in wang – de tien grootste ergernissen van kinderboekenschrijvers. Milja Praagman weet natuurlijk als schrijver én illustrator natuurlijk als geen ander dat wij […]

  2. […] dat daarom ook de één na grootste ergernis van (kinder)boekenschrijvers is: “‘Ik ga op een dag ook een kinderboek schrijven, maar nu heb […]

Laat wat van je horen

*