HET BETEKENT ALLEMAAL NIETS

Vorige week werd de NRCnext niet bezorgd. Gelukkig heb ik een iPad, maar ook daarop bleek de krant niet beschikbaar. Allerlei scenario’s vlogen door mijn hoofd: ons abonnement is ‘on hold’ gezet (heb ik wel betaald?), er is iets ergs gebeurd in het land, het NRC is failliet.

Tien minuten later kon ik de krant wel downloaden. Er bleef niets over van mijn theorieën.

Wij mensen zijn ‘meaning making machines’. Er gebeurt iets en wij geven daar betekenis aan. Dat deden we al toen we de donder Thor (of Donar) noemden en dat doen we nu als iemand niet op onze e-mails reageert.

Als schrijver maak je dankbaar gebruik van deze menselijke eigenschap om van niets iets te maken. Verhalen draaien tenslotte om conflict: karakters die elkaar verkeerd begrijpen, die iets van zichzelf vinden (of van anderen) – als reactie op volstrekt ongerelateerde gebeurtenissen. Het is de basis van bijna ieder verhaal.

Deze auteur is zelf ook een mens. Helaas, soms.

Toen ik eind vorig jaar mijn Waanzinnig Plan bedacht, was alles mogelijk. Mijn personages konden nog alle kanten op en in mijn hoofd leefden zelfs meerdere plotlijnen probleemloos naast elkaar. Inmiddels heb ik ruim 2/3 van het boek geschreven. Begin april moet ik de eerste volledige versie inleveren bij Uitgeverij De Fontein. Hoewel ik nog zo’n 20.000 woorden moet schrijven, weet ik redelijk goed wat er verder gaat gebeuren. Er is weinig ruimte voor meer voor afwijkend gedrag, de personages moeten gewoon doen wat ik zeg.

Maar waar ik het eerste deel schreef vol enthousiasme en mogelijkheden, weeg ik nu iedere woord en iedere zin op een presenteerblaadje. Is het spannend? Is het geloofwaardig? Is het goed genoeg? Ga ik de zeer krappe deadline redden? Is de uitgever tevreden? Zijn de lezers hier wel blij mee?

En  juist afgelopen week eisten allerlei andere zaken de aandacht.  Alsof ik niet genoeg aan mijn hoofd heb. Mijn oudste zoon – die al twee weken net-niet-ziek is – ontplofte bij het minste geringste. Ik loop al dagen rond met een gigantische hoofdpijn. Omdat ik lessen geef of workshops voorbereid, kom ik nauwelijks toe aan schrijven.  Ik maak spoedvertalingen, spring mensen bij die hun eigen dromen proberen te verwezenlijken en probeer tussendoor ook nog mijn deel van het gezin te runnen.

Vorige week was ik er helemaal klaar mee. Ik wilde nog maar één ding: in bed liggen met een deken over mijn hoofd en wachten tot het allemaal voorbij is. Totdat ik besefte: het is allemaal gewoon wat het is. Ja, het is druk. Ja, er is een deadline. Nee, ik weet niet of ik alles af krijg en ik weet ook niet of men het boek straks goed vindt of niet.

Maar ja, dat was eind vorig jaar ook allemaal zo. Alleen geef ik er nu een andere betekenis aan. Vorig jaar was de onbekendheid een uitdaging, nu is het een last. Een paar weken geleden was de deadline een motivatie om aan het werk te gaan, nu is het een reden om weg te rennen. (Volgens mijn echtgenote heb ik dit bij ieder boek, wanneer ik op 2/3 van het verhaal ben).

In een vorige blog schreef ik: Luister niet naar je gevoelens. Daar kreeg ik een hoop positieve maar ook negatieve reacties  op. Maar mijn punt blijft staan: je (dagelijkse) gevoelens worden meestal gevoed door omstandigheden en zijn volstrekt willekeurig. Een boze zoon, een onhandige planning, het zijn allemaal redenen: ze betekenen helemaal niets.

Stel nou dat de redacteuren bij het NRC zouden zeggen: omdat we een slechte week hebben gehad, verschijnt er vandaag geen krant. Een leraar verschijnt niet op school na een ruzie met haar man. Mark Rutte die een baaldag neemt omdat de uitslag van de verkiezingen tegenzit. Obama die lekker in zijn bed blijft liggen, met de dekens over zijn hoofd, omdat de Republikeinen iets onaardigs hebben gezegd?

Ik ben maar weer gewoon aan het werk gegaan. En in plaats van me druk te maken over deadlines, heb ik mij gefocust op waar ik goed in ben: verhalen vertellen. Inmiddels ben ik weer op schema, 53.053 woorden en still going strong.

Reacties

  1. It’s write or die, Marcel.

  2. Annemiek Verhoef zegt:

    Mooi persoonlijk blog weer, Marcel, over de kunst van het relativeren! Ik heb weleens de tip gekregen: vraag je eens af of je je er over een jaar nog zo druk over maakt. In 99 van de 100 gevallen is het antwoord: nee.
    En ja, als schrijver moet je je personages juist niet laten relativeren. Zo houden we het mooi in balans, toch?

  3. Wauw… nu snap ik je week nog beter! Mooi!

  4. Heel raak!
    Fijn dat je weer op schema zit.

    Martijn

  5. Ha, herkenbaar. Lekker om het van je af te schrijven en zo weer in het gareel te komen. Toch?
    Succes met het boek. De deadline ga je halen 😉
    Vrije groet,
    Stan

  6. Remco zegt:

    Verplichtingen zijn er altijd, maar je moet ook je afwegingen kunnen maken. Dus SCHRIJF die eerste versie af, maar wik niet elk woord. Lever het in met “Het heeft nog ruwe kantjes, maar dat fiksen we wel in Post”. Als hoofdpersonen opeens wat anders willen, en zoals zij het willen lijkt gemakkelijker en niet slechter dan wat jij in je hoofd had – dan moet je misschien hun misschien het werk laten doen.
    Mark Rutte neemt VAST wel een baaldag, maar dat heet dan “griep” of “zich in isolatie bezinnen op de voortgang van de partij”.
    Uitdagingen veranderen altijd in een last, maar als die last dan weer weg is, dan zal de tevredenheid (hopenlijk) veel goed maken (zo niet, dan wordt het tijd om naar een andere baan uit te kijken).
    Als het niet gaat zoals je het wil, dan moet je het ook eens willen zoals het gaat. En soms, vaak, is het goed om te stoppen met je hoofd door die muur te breken, en om je heen te kijken – er is altijd wel een deur die openstaat!
    Succes, in ieder geval!

  7. herkenbaar, herkenbaar… het lot van een (alleenwerkende) creatieve zzp’er. ik probeer altijd tegen mezelf te zeggen: niet zeuren, gewoon werken. als ik aan het eind van de dag niet doorgewerkt heb, voel ik me nog rotter..

Laat wat van je horen

*