HOE WORD IK GRAPPIG?

idiootUPDATE! DE WINNAARS ZIJN GEKOZEN EN KRIJGEN BERICHT! ER KAN NIET MEER MEEGEDAAN WORDEN.

Ik belde mijn uitgever om een idee te pitchen. Voor Waanzinnige Plannen had ik een twintigtal mensen geïnterviewd die hun ooitdromen hadden gerealiseerd en ik had de smaak te pakken. Wat nou als ik cabaretiers ging vragen naar hun geheim? Wat nou als ik ze vroeg waarom zij grappig waren? Dat zou vast een mooi boek opleveren!

Mijn uitgever zag het niet zitten en ik borg het idee op een virtuele la. Maar zonder dat ik dat wist, had cabaretier Silvester exact hetzelfde plan opgevat en was zelfs al bijna klaar met zijn boek.

En nu ligt ‘Hoe word ik grappig?’ overal in de winkel.

Schrijven kun je leren, zeg ik altijd. Hoewel talent niet onbelangrijk is, is schrijven ook een ambacht met technieken en gereedschappen en regels (waar je je wel of niet aan hoeft te houden). Zou dat met humor ook zo werken? Zou je iemand op kunnen leiden tot cabaretier?

Ik moest meteen denken aan de oudejaarsconference van Beau van Erven Dorens.

SilvesterIn het boek interviewt Silvester bijna dertig collega’s en stelde ze exact dezelfde vragen. Het zal je niet verbazen dat de antwoorden net zo van elkaar verschillen als de cabaretiers zelf.

Het eerste dat mij opviel tijdens het lezen, is dat het een heel serieus boek is. Op een enkele kwinkslag na (Jan Jaap van der Wal, nadat hij het verloop van zijn carrière beschreef: ‘Inmiddels ben ik superrijk, en bedoel ik echt loaded.’) proberen de heren (en een enkel dame) serieus hun vak en technieken te ontleden. En dat is fascinerend wat mij betreft.

Zo zegt diezelfde Jan Jaap dat de beste verhalen echt gebeurd zijn en echte emoties bevatten. En dat herken ik heel erg. Want hoewel ik natuurlijk geen cabaretier ben, begin ik mijn schoolvoorstellingen altijd met een vijf-minuten durende routine over mijn kinderen en dat levert overal in het land gelach op. Het verhaal is weliswaar al jaren oud, (over hoe ik van mijn jongste pas de trap af mocht wanneer hij gezegd had dat ik de trap af mocht) maar ik kan het vertellen alsof het gisteren was en dat maakt het echt en dus grappig.

Een van mijn favoriete grappenmakers is Joep van Deudekom. Die zichzelf helemaal niet zo grappig vindt: ‘Ik ben niet heel ad rem, heb niet de humor aan mijn kont hangen. Maar ik kan wel grappige dingen bedenken. Secundair grappig dus.’

Ehm..Wat ze bijna allemaal benadrukken is hoe belangrijk het is om goed te kijken en te luisteren, jezelf en anderen te observeren. En daarmee verschilt het bedenken van grappen dus nauwelijks van het schrijven van boeken. Want zowel schrijvers als cabaretiers blinken uit in het op een originele manier kijken naar de wereld. En of dat dan grappig is of niet is dan niet eens het belangrijkste.

Zoals Hans Sibbel in het boek zegt: ‘Ik belicht de wereld net even anders, waardoor hij absurd is, of mooi.’ Of Silvester zelf: ‘Ik kijk een beetje scheef naar de wereld.’

Misschien is dat wel hét geheim van de schrijver én de grappenmaker: een beetje scheef naar de wereld kijken.

Ik mag drie gesigneerde exemplaren van ‘Hoe word ik grappig?’ weggeven aan mijn lezers. Zet hieronder je meest gênante, grappige persoonlijke en waargebeurde ervaring. De drie leukste ontvangen een (gesigneerd!) exemplaar van het boek. De jury bestaat uit ondergetekende, uitgever Nanda Roep en uiteraard cabaretier Silvester. Over de uitslag kan niet gecorrespondeerd, getweet, gefacebookt, worden.

GooglePlus mag dan weer wel, dat lezen we toch niet.

Je kunt het boek uiteraard ook gewoon kopen.

Ik zou het doen.

Uitgeverij Nanda vind je ook op Facebook.

Reacties

  1. Ik heb mijn kinderen altijd opgevoed in open en eerlijk zeggen wat je denkt en vindt. Dat leverde in de tijd dat zij kleiner waren nogal eens wat hilarische (bloos) momenten op.
    Vooral mijn dochter was van de hart op de tong: Zo ook in de trein tegenover een heerschap dat “zo scheel als een ockeloen” was. “mijnheer”; zei de “wat u doet, kan mijn broertje ook, alleen niet zo lang”.
    Ook mochten ze van mij geen Cola drinken, mijn pedagogische uitleg: van veel cola drinken word je lelijk. In de tram…lekker vol….keek diezelfde dochter naar een mijnheer met een aarbei gezwel naast zijn neus en gaf vervolgens hardop te kennen, dat DIE mijnheer (ja ja met de wijzende vinger) wel errug veel Cola had gedronken.
    De jongste spruit keek de kunst van middelvinger omhoog en “FyckYou” roepen vanuit de buggy af van zijn grote broer. Gelukkig wist ik van het woord FuckYou snel ThankYou te maken, om de hevigheid van de middelvinger bij de anderhalf jarige peuter wat weg te halen. Dank je wel zeggen, heb ik ze natuurlijk netjes geleerd. Ook voor een plakje worst bij de slager. U raadt het al: Jochie wil je een stukje worst? Zodra de worst over de toonbank was, ging vanuit de buggy een Middelvinger omhoog en riep de peuter: ThankYou!!
    Moraal van dit verhaal: eerlijkheid duurt het langst….maar levert ook wel erg veel bloosmomenten op.

  2. Okay dit is waargebeurd om precies te zijn gisteravond…
    Op het moment zelf was het zeer zeker niet grappig maar wie weet dat ik er over een paar dagen weer om kan lachen 😀 Het gevolg is ik heb nu een rode schaafwond op me wang… een echte ‘ik ben een stuntelkampioen’ mij-actie…

    Hoe het allemaal begon… ik wilde gezellige kerstlampjes aan doen…
    om die aan te doen moet dat stekkertje in een stopcontact die helemaal in het hoekje zit…
    Maar in dat zelfde hoekje van de kamer heb ik mijn thee-hoekje gemaakt. Diverse thee soorten, theeglazen, mokken, schilmesjes en dergelijken. Daarbij had ik gladde sokken aan zonder pantoffels, ja ik geef het toe… een beetje dom! Dus met dat ik dat stekkertje erin wil doen glij ik weg en pleur ik met mijn gezicht met een smak naar beneden… de schik zat er wel effe in. Het eerste wat ik deed is controleren of ik niet met me gezicht een of ander scherp schilmesje had geraakt… en de eerste beste spiegel zoeken. Gelukkig viel de schade mee en geen mesje in me gezicht. Maar echt weer een Deb-Actie, vraag me niet hoe ik het doe? De meest gekke genante en achteraf soms grappige kunsten, Deb krijg het voor elkaar … Dus zoek je een stuntvrouw… Deb doet al haar stunts ZELF!!!

  3. Annemieke zegt:

    Na een dag vol frustratie, moest het er ’s avonds uit: ik was boos en iedereen in huis mocht het weten!
    De kinderen waren voor het eerst in tijden blij dat ze naar bed mochten en dus moest manlief het ontgelden. Hij had me zo nog eens een kwartiertje aangehoord en mijn tirade eindigde met het wegsmijten van mijn koffiekopje, vanuit de woonkamer, in richting van de keuken. Al die tijd had hij niks gezegd en wat er toen kwam, was precies wat ik nodig had om me weer aan het lachen te krijgen: maar schat, als je gooit vanaf waar jij zit, krijg je je kopje toch nooit onder de senseo…zal ik het maar even doen, koffie?!

  4. Anneke Berkenbosch zegt:

    Vorige week had ik geld overgemaakt naar mijn ouders. Na een dag of vijf kreeg ik te horen dat ze het nog niet ontvangen hadden, ik mopperen, want bij mij was het er echt wel vanaf, ze hadden vast niet goed gekeken. Daarna boos op de bank, ‘vast weer een storing gehad’.
    Zelf zes keer gekeken, het geld was toch écht van mijn rekening geschreven, hoe kan dat dan??
    Totdat ik naar het rekeningnummer keek….. bleek ik het geld naar een andere rekening van mezelf te hebben overgemaakt! *bloos*
    Blij dat de Sint al naar huis is, want anders had ik een mooi gedicht kunnen verwachten hierover..

  5. Jaren en jaren geleden, in de vorige eeuw nog is mijn oma overleden. Ik was toen nog een tiener. Na een paar dagen komt alle familie bij elkaar om afscheid te nemen. Ooms en tantes zagen wij maar af en toe omdat we ver uit elkaar woonden. Komt er een vraag van mijn tante: “hoe gaat het ermee?”. En wat denk je dat er uit mijn mond kwam: “we leven nog”, waren mijn wijze woorden. Op zich klopte dit wel maar het was natuurlijk niet echt gepast in die situatie.
    Dat ik me dit na meer dan 25 jaar nog steeds kan herinneren maakt misschien wel duidelijk hoe ik me toen voelde (ik kon wel door de grond zakken) en daardoor nog steeds is bijgebleven.

  6. Terwijl ik bezig ben met het vervangen van de toiletbril doet mijn vrouw onverwachts de toiletdeur open. Ik schrok hier zo van, omdat ik haar niet thuis had horen komen, dat de bril naar beneden viel precies op mijn neus. Ik heb bijna twee weken met een blauw gezicht rondgelopen. Ik had dus letterlijk de deksel op de neus gekregen. Er is bij ons thuis nog regelmatig over gesproken. Mijn onhandigheid komt vaker ter sprake.

  7. Gisteren kreeg ik dit boek via de post (dankjulliewel!) dus ik doe alleen mee voor de aandacht. Ik dacht namelijk dat ik best grappig was, maar sinds mijn dochter kan praten krijgt zij veel meer likes dan ik. Inmiddels weet zij (nu 8) dit en barst van het zelfvertrouwen. Vandaar een ietwat spottende én medelijdende blik toen ze me dit boek uit de envelop zag halen, plus een spottend: ‘Sjuh-nah-hant!’

  8. Paul Rutten zegt:

    Het was op vakantie in Italie in 1998. Op de camping was er een ruimte waar er nog ouderwetse Arcade games stonden met oa voetbal. Op een middag zag ik 2 Duitse jongens het voetbalspel spelen. Ze speelden Duitsland – Engeland. Engeland (de computer) stond voor en even werd ik chauvinistisch en kon ik een lach niet onderdrukken. Achter mij vroeg een jongen in het Engels waarom ik moest lachen. Ik legde hem het verhaal uit en hij lachte ook. Hij zei: jij komt vast uit Nederland. Ik knikte ja en vroeg of hij soms uit Italie kwam. Zijn antwoord was: Nein, ich bin Deutsch. Ik kon wel door de grond zakken, maar hij zei: geeft niet ik had denk ik hetzelfde gedaan als het andersom was geweest.

  9. Shyama Hopman zegt:

    Ik ben een rasechte KlungelSmurfin, loop altijd overal tegenaan en struikel over mijn eigen voeten, dit tot hilariteit bij anderen, zelf vind ik het wat minder 🙁
    En laatst toen ik bij de Kantonees met stokjes probeerde te eten ging het ook al niet goed. Na vele verwoede pogingen had ik, inmiddels slapjes door de honger, eindelijk een stukje pekingeend met hoisinsaus (heel plakkerig) tussen die krengen van stokjes te pakken. Met trillende onervaren hand bracht ik het gretig naar mijn mond en daar gebeurde het …. het stukje sticky eend viel in de decolleté van mijn witte bloes. Probeer dat dan maar netjes en onopvallend eruit te krijgen … grrrr. Voortaan selecteer ik restaurants op “bestek”! Dus het boek “Hoe word ik grappig” is welbesteed aan mij, lijkt me een verademing om grappig te zijn/-over te komen zonder al die persoonlijke ellende ;-)!!!

  10. Ik was zwanger en woedend. In niet mis te verstane hoofdletters appte ik mijn man dat hij van mijn chocola af had moeten blijven. Het was MIJN chocola en bedoeld voor noodgevallen. In tien appjes legde ik dit nog eens haarfijn uit.

    Mijn man kwam binnen en begon niet met excuses; hij vond mijn beschuldigingen namelijk volkomen onterecht. Hij was minstens zo boos als ik (zij het niet hormonaal gestuurd). Elke keer als hij zin had in chocola, had hij gedacht: ‘nee, dit is niet voor mij’, en hij was ervan af gebleven. Voor mij. En met moeite ook nog, want hij had al meerdere keren veel trek gehad in chocola.

    Ik snapte het niet. Wie anders kon de chocola hebben gepikt? Wie was er op bezoek geweest? Had onze schoonmaak het meegenomen? Was de chocola ergens anders in huis neergelegd? Was er minder over dan ik dacht? Maar ik had speciaal een half reepje afgebroken en teruggelegd in de la. Wat was er dan daarna mee gebeurd?

    Opeens wist ik het. En ik wist ook hoe het had kunnen gebeuren. En ik wist ook opeens dat zwangerschapsdementie geen verzonnen fenomeen was. Ik zag namelijk op dat moment precies voor me hoe ik het laatste stukje drie dagen ervoor had opgegeten en er was buiten dementie geen andere verklaring voor het tijdelijk wegvallen van mijn geheugen.

    Dankzij de hormonen kon ik daarop wel welgemeend huilen van berouw.

  11. Miriam Wesselink zegt:

    Ik had een zieke collega in het ziekenhuis bezocht en wachtte in de hal bij de betaalautomaat op mijn beurt om een parkeerkaartje te halen. Een oudere man voor mij betaalt met een biljet en krijgt een volle bak rinkelende munten als wisselgeld. Blij dat ik het ziekenhuis weer uit mag reageer ik jolig: “Nou, u heeft de jackpot, zo te horen!” De man draait zich naar me om en zegt: “Ik heb net gehoord dat ik ben uitbehandeld.”

  12. Conny Hoogendoorn zegt:

    We zijn er enkel uit respect voor een vriend, wiens moeder begraven werd. Wij kennen verder niemand op het terras waar de nabestaanden zich hebben verzameld. Net als we besluiten afscheid te nemen, trekt het gesprek van twee keurige heren achter me mijn aandacht. Hoorde ik dat wel goed? Als mijn man aanstalten maakt op te staan, schop ik hem tegen zijn been en leg mijn vinger op mijn lippen. Zijn bozige blik verandert onmiddellijk in een nieuwsgierige als ik hem toefluister dat die twee achter ons het over een parenclub hebben. We luisteren.
    ‘De meisjes hadden het ook zo naar hun zin. Ze konden er geen genoeg van krijgen’, zegt de een.
    Als de ander lachend instemt, kijken we elkaar geamuseerd aan. Zo onopvallend mogelijk leunen we ver achterover om maar geen woord van het gesprek te missen. En veelzeggende blik als de ander zegt dat vooral Daphne volledig uit haar bol ging. In gespannen afwachting verheugen we ons op de rest van de geschiedenis.
    ‘Maar voor Annet was het toch te veel van het goede. Hij was ook wel erg groot.’
    We wisselen een veelzeggende blik.
    ‘Gelukkig hadden ze een passende oplossing.’
    Benieuwd naar het vervolg houden we onze adem in.
    ‘Wel fijn dat ze ook nog een pony hadden.’
    Het duurt een volle seconde voor het kwartje valt. Enigszins teleurgesteld vertrekken we naar huis. Maar zeg nou zelf, parenclub, paardenclub, hoe weinig scheelt het.

  13. ‘Papa, ik moet zo nodig!’
    Zo snel als haar voetjes haar kunnen dragen, rent ze naar haar vader.
    Papa zucht. Voordat ze de wandeling naar het strand ondernamen, hadden ze het toilet bezocht. Maar het water is koud en heeft ogenblikkelijk effect.
    ‘Je hebt net nog geplast. We gaan niet weer dat hele eind terug, hoor.’
    ‘Maar ik moet echt héél nodig.’
    Vooroverbuigend steekt ze beide handjes tussen haar samengeperste bovenbenen.
    ‘Dan plas je maar in zee.’
    Haar hoofdje gaat scheef . Daar moet ze even over nadenken.
    ‘Oké’, zegt ze dan en rent tot haar knietjes de branding in.
    Ze draait zich om, stroopt haar zwembroekje omlaag, hurkt en roept : ‘Hier, papa?’
    Rondom klinkt gelach. Papa knikt. Papa bloost.

  14. Anita H. zegt:

    Ik ben dermate niet-grappig en toe aan dit boek, dat ik geen antwoord heb op de vraag. Sorry.