PAUL VAN LOON MAAKT DIK

Populaire boeken zijn net snoepgoed, zoet, zonder voedingswaarde en je wordt er dik van. In drie verschillende vormen kwam ik dit wijdverbreide vooroordeel tegen op het internet.

Gisteren was daar de opmerking van ‘De Gelukkige Lezer’ (alias Volkskrantkinderboekenrecensent Pjotr van Lenteren) op Facebook. Na het bekendmaken van Tosca Menten als de schrijfster van het kinderboekenweekgeschenk schreef hij: ‘Oef: kinderboekenweekgeschenk glijdt af naar niveau Geronimo Stilton met Tosca Menten, bekend van Dummie de Mummie.’ *

Oef, inderdaad.

Een maand eerder schreef Stefan Bosmans  op Verteleens.be dat er iets fundamenteel mis is met ‘Superhelp’ van Benny Lindelauf, omdat het geen artistiek meesterwerk is en Lindelauf het aan de lezer verplicht is om alleen literaire juweeltjes af te leveren.

Pardon?

Volgens Katrien Temmerman van datzelfde Verteleens, zijn ‘Geronimo Stilton en aanverwanten (Paul van Loon, Marc De Bel, Carry Slee, de Girls Only reeks van Clavis, …) lekkere snoepjes. Maar laat je je kind een hele week snoepen, of zelfs maar de hele dag door, omdat je kind nu eenmaal graag snoept? Nee toch?’

Snoepjes?

Er zijn goede boeken en er zijn slechte boeken. Er zijn literaire boeken en er is populaire fictie (en er zit een enorm grijs gebied tussenin). Het literaire gehalte van een boek zegt niets over de kwaliteit. Helemaal niets.

Echt niet.

Er zijn meer slechte boeken dan goede. Ook ik word daar als schrijver wel eens moedeloos van. En het siert Pjotr, Stefan, Katrien  dat ze het voor de goede boeken en goede schrijvers opnemen. Maar op het moment dat je gerenommeerde auteurs als Menten, van Loon en Slee wegzet als het literaire equivalent van snoepgoed, verlies je iedere geloofwaardigheid als recensent. Daarnaast getuigt het van een ongekende gemakzucht om populaire schrijvers een veeg uit de literaire pan te geven, alsof populair en leesbaar automatisch gelijkwaardig is aan slecht en eenvoudig.

Wil ik daarmee zeggen dat populaire schrijvers alleen maar goede boeken schrijven? Nee, natuurlijk niet! Bij ‘ons’ populaire schrijvers zit net zoveel bagger, misschien nog wel meer. Maar dat heeft niets met onze populariteit te maken, of ons publiek, of de genres waarin wij schrijven. Helemaal niets.

Echt niet.

Een goed boek heeft een goed verhaal dat goed opgeschreven is, meer niet. Tegelijkertijd is dat het moeilijkste wat er is, een goed verhaal goed vertellen. En afhankelijk van het verhaal dat de schrijver wil vertellen, het publiek dat hij/zij wil bereiken, of de talenten die men bezit, kiest de schrijver voor een vorm. Zo zegt diezelfde Benny Lindelauf over ‘Superhelp’: ‘Mijn hoofd kent veel verhalen. Ik zoek voor die verhalen een podium. Het is me lief dat dat dat podium de ene keer opgebouwd wordt voor de groep lezers die houdt van literaire, gelaagde genreoverstijgende verhalen en de andere keer voor lezers die houden van toegankelijke genrevaste verhalen. Die wellicht wat meer houvast nodig hebben. Omdat lezers me dierbaar zijn. Alle lezers.’

Amen, Benny, amen.

In de filmkritieken is deze slag inmiddels gemaakt. Waar vroeger arthousefilms als vanzelf het predicaat meesterwerk kregen, en Hollywoodfilms werden afgeserveerd als pretentieloos vermaak, worden titels tegenwoordig beoordeeld op hun eigen kwaliteiten, ongeacht genre of herkomst. Als kinderboekenrecensenten serieus geworden willen worden, moeten ze eerst beginnen om de lezer serieus te nemen. Alle lezers. Ook lezers die van populaire boeken houden.

* Later nuanceerde Pjotr zijn verhaal met de terechte opmerking: ‘Ik vind dat de CPNB de laatste jaren een aardige balans had of in elk geval zocht tussen de bekende publiekslieverdjes en auteurs die wat méér te bieden hebben dan gedol met mummies. Dus als ik het voor het zeggen had, en dat heb ik gelukkig niet, dan had het van mij dit jaar weer wat zwaarder gemoogd.’

Reacties

  1. Dat is een verhaal naar mijn hart, Marcel!
    Al jarenlang vraagt de Werkgroep Jeugdboekenschrijvers alle recensenten, ook die van Biblion, om voor literaire kinderboeken andere beoordelingscriteria aan te leggen dan voor bijvoorbeeld AVI-boeken,serieboeken, genreboeken en boeken voor kinderen met leesproblemen.
    Als peuterboekenschrijfster zou ik het ook prijs stellen als recensenten van peuterboeken ingaan op de (on)voorleesbaarheid en het (afwezig zijn van)ritme in teksten van peuterboeken.
    Ik zal je blog doorsturen.

  2. Tosca Menten zegt

    Dag Marcel en andere lezers,
    Ik ben ongewild een hoofdrolspeler in dit verhaal, daar heb ik niet voor gestudeerd, dus een blooper is gauw gemaakt. Bij deze: Natuurlijk heb ik gisteren tussen alle felicitaties door de opmerking van deze meneer Van Lenteren gelezen. Het is jammer dat meneer Van Lenteren niet de moeite heeft genomen de boeken over het “gedol met mummies” goed te lezen, anders had hij geweten dat hij met een dergelijke, schampere kwalificatie van mijn boeken over Dummie de mummie zelf is afgegleden naar een bepaald niveau. Laat ik er gewoon eens een ferme uitspraak tegenaan gooien. Ik vind het ronduit schandalig dat de keuze van de cpnb voor mij als schrijver van het kinderboekenweekgeschenk op deze manier de wereld in geslingerd wordt. Wat een misplaatste azijnpisserij.
    Tosca Menten

    • Tosca, dank voor je reactie. Ik heb even getwijfeld of ik je zou noemen in dit blog, omdat het inderdaad niet over jou gaat, maar over de structurele denigrerende manier waarover er over ons en ons vak wordt gesproken. Maar de opmerking van Pjotr over jou was wel de aanleiding voor het blog, dus vandaar. Maar laat één ding duidelijk zijn: wij, de vele lezers én ik zijn heel blij met de keuze van het CPB voor jou!

  3. AMEN! Ik sta helemaal achter jouw tekst. Mijn zoon van acht leest niet graag (waar dit leesbeest van een moeder een beetje hartpijn van heeft), dus ga ik op zoek met hem naar boeken die hem toch aanspreken. En als hij er één kiest dat toevallig kwalitatief minder is, dan is dat maar zo. Ik probeer hem hongerig te maken en de rest volgt vanzelf wel.

  4. Vreemd. Ik zie wel degelijk dubbele lagen in de serie over Dummie de Mummie. Deze boeken gaan over culturele integratie en anders zijn. In dat licht begrijp ik heel goed dat de CPNB voor Tosca Menten heeft gekozen. Dummie de Mummie sluit perfect aan bij het thema van de volgende kinderboekenweek: Hallo Wereld.

    Daarnaast heb ik het gevoel dat ‘literaire’ boeken vaak over de hoofden van kinderen heen worden geschreven. Ze zijn vooral bedoeld voor de ouders. Recensenten beoordelen boeken vooral op hun eigen leeservaring en vragen zich volgens mij zelden af wat een kind ervan zou vinden. Ik vind daarom dat iedere recensie geschreven door een volwassene minstens een quote van een jonge lezer moet bevatten. ‘Ik vond er geen ruk aan, maar mijn zoontje vond het ‘het gaafste boek dat hij ooit had gelezen.’ Kijk dan komen we ergens.

    Toen ik tien was kreeg ik van mijn ouders een boekje van Toon Tellegen. Ik vond er echt geen fluit aan. Een mier die even groot is als een eekhoorn en dan loopt er ook nog eens een oor door het bos. Doe normaal zeg! Toen ik achttien was pakte ik dat boek het nog eens uit de kast. Ik vond het meteen geweldig. Ik was helemaal betoverd en las het boek in een adem uit. Wel vroeg ik me af of dit nu echt ‘kinderliteratuur’ moest heten. En dat vraag ik me nog steeds vaak af als ik dergelijke boeken lees.

    • HEAR HEAR HEAR HEAR HEAR HEAR!!!!!!

    • Wat een mooi plekje is dit op het internet! Ik sluit me aan bij Jozua Douglas. Ook ik zie wel degelijk meerdere lagen in het werk van Tosca Menten. Het thema van de ontbrekende pagina 37 in het kinderboekenweekgeschenk is een weerspiegeling van het filosofisch concept van de ‘De lege Plek’. Of de vraag waar de stem zich bevindt in “De Wraak van Lorre”. Dit boek is een begrijpelijk verhaal over het onderwerp waar Žižek zich mee bezig houdt. Ik schrijf graag essays over haar werk. Ik vind dit alles behalve plat. Snoep ja, snoep voor mijn geest!

      Marcel, je stukje vond ik fijn om te lezen, je snijdt belangrijke thema’s aan.

      Ik vraag me af of ik nu een jaar te laat reageer. Maar dat maakt vast niet uit.

      Groetjes,
      Lugosi

  5. Interessant altijd, schrijvers die denken dat recensenten die ze niet goed vinden ze niet gelezen hebben. Want ja, als ze me gelezen hebben, dan vinden ze me goed. Dus als ze me niet goed vinden, dan hebben ze me niet gelezen. Logisch!

    Evenzo interessant: mensen die een mening hebben over een recensent die ze kennelijk nooit lezen. Want een recensent, dat is een azijnpisser, die heeft geen enkele grond voor welke uitspraak dan ook, er zit ook geen enkele logica of samenhang in wat ze zeggen. Ze willen je alleen maar kapot maken! En van kinderen hebben ze niets begrepen. Natuurlijk!

    Nu serieus.

    A. Ik verdedig regelmatig goed geschreven boeken voor een breed publiek;
    B. mijn felle strijd tegen literaire boeken over de hoofden van kinderen heen is algemeen bekend (maar kennelijk niet bij de lezers van dit blog);
    C. ik heb – zoals door Marcel terecht nog in een * opgenomen – een opmerking gemaakt over de opeenvolging van kinderboekenweekgeschenken.

    Van mij mocht het na maar liefst drie zeer toegankelijke kinderboekenweekgeschenken wel weer eens wat avontuurlijker of als jullie willen: gelaagder.

    Overigens heb ik de wat meer literaire kinderboekenweekgeschenken van de afgelopen jaren veel harder aangepakt dan ik ooit tegen de publiekslieverdjes heb opgetreden. Ik ben een fan van literair zoals Biegel en Kuijer (stijl!), niet zoals Tellegen en Lindelauf (gelaagd = geslaagd?). Lees mijn recensies en je weet aan wiens kant ik sta. Die van de lezer. Dus!

    Verder interessant dat voor de zoveelste keer de afgelopen vijftig jaar de vergelijking met eten (snoepjes, patat met) weer actueel is onder leesbevorderaars. Ik heb die vergelijking in deze discussie nog niet gebruikt en was ook niet van plan om dat te doen. Ik geloof in kwaliteit. Ik heb niets tegen snoepjes, je hebt goede snoepjes en slechte snoepjes!

    Goed, Tosca Menten in één zin noemen met Geronimo Stilton was niet aardig. Wie echt goed leest, zal echter zien dat ik ze niet heb vergeleken: ik vind dat de CPNB afglijdt in die richting. Nog steeds niet aardig? Tsja. Daar zijn recensenten ook niet voor.

    Ten slotte, beste Betty: écht, lees mijn prentenboekenstukken, ik heb het regelmatig over voorleesbaarheid.

    • Dag recensenten,

      Ik lees niet alle, maar wel veel recensies van prentenboeken. En ik wil jullie van harte bedanken voor het feit dat jullie prentenboeken überhaupt recenseren.
      Dat is echter niet de categorie boeken waarover ik het had in mijn reactie. Ik had het namelijk over peuterboeken. En over peuterboeken worden amper recensies geschreven. Natuurlijk is dit een mooie assist voor een reactie als: waar zou dat nou aan liggen? Dat zou een flauwe reactie zijn. Want dat zou betekenen dat alle peuterboeken op één hoop gegooid worden. En dat zou onterecht zijn. Naar mijn mening zijn er heel mooie peuterboeken geschreven met mooie prenten en mooie teksten. Er is (volgens mij en volgens ongeveer alle pedagogisch medewerkers)een verschil tussen peuter- en kleuterboeken. De meeste prentenboeken worden door de uitgevers en door Biblion geschikt geacht voor kinderen van ongeveer 4 jaar en ouder. Ik zou graag willen dat er eens serieus naar de teksten in peuterboeken gekeken wordt. En daarbij beticht ik geen enkele recensent van onachtzaamheid of verwaarlozing. Met vriendelijke groet, Betty Sluyzer

    • Marjolijn zegt

      Dus als ik het goed begrijp: als je Pjotr van Lenteren een azijnpisser noemt, heb je zijn recencies nooit gelezen? Want als je zijn recencies zou lezen, dan wist je natuurlijk wel beter! Interessant. 😉
      Maar serieus. Ik was eerlijk gezegd ook nogal verbaasd door Pjotr’s reactie op de keuze voor Tosca Menten. Ik herinnerde me namelijk zijn juichende (geen azijnpisser!) bespreking van het meest recente KBW-geschenk. Liefst vijf sterren en geprezen om de toegankelijkheid, als ik me niet vergis. Even dacht ik dat hij alsnog bekeerd was tot de door hem altijd bekritiseerde kerk van mensen ‘die praten over boeken alsof het zaken zijn waar je bij verkeerd gebruik ziek van kunt worden’. Maar nee, niets is minder waar, zoals ik nu gelukkig weer weet.
      Dank dus voor deze verhelderende discussie, Marcel (en Pjotr).
      En voor wie dat inderdaad nog niet deed: lees de recensies van Pjotr in de VK of zijn weblog! Zowel voor liefhebbers van ongezouten als van pittig! 😉 En pak daarna vooral ook weer een boek dat je zelf graag leest. Ziek zul je er vast niet van worden…

  6. Interessant wat je zegt over literair gehalte versus kwaliteit. Weet je een voorbeeld van een boek met een hoog literair gehalte, maar een lage kwaliteit? Ben ik benieuwd naar…

  7. Ehh… nou heb ik tóch een eetmetafoor gebruikt. Zo verleidelijk is dat dus… 😉

  8. Zilvervis, aan wie stel je die vraag?

  9. Stefan Bosmans zegt

    Dag Marcel,

    Laat me toe eerst te zeggen dat ik het leuk vind dat je hier een tegenreactie geeft op wat je op andere blogs verzameld hebt. Dat houdt de discussie levend.

    Je gelooft niet in het onderscheid tussen goede en slechte boeken. Ik denk dat ik daarmee je betoog goed samenvat. Het zal je misschien verbazen, maar ik geef je bijna volledig gelijk.

    Waarom ‘bijna’? Een tijd geleden schreef ik een artikelenreeks over Fantasia van Geronimo Stilton. Ik trof er een heleboel fouten in aan. Ik bedoel dan niet eens fouten tegen de spelling, maar wel inhoudelijke fouten. Kijk, een boek dat op dat vlak meer dan eens over de schreef gaat noem ik een slecht boek. Amen. Maar ik laat dit even terzijde.

    Maar verder volg ik je wel. Je moet de opsplitsing populair/literair niet verwarren met slecht/goed. Het probleem is trouwens niet dat er populaire boeken ‘geschreven worden’. Het probleem zit in de manier waarop die boeken ‘geconsumeerd worden’. Natuurlijk mogen Paul, Tosca, Marc en Carry populaire boeken schrijven. Ook op hun plank moet brood komen. Wie ben ik om te zeggen dat ze dat niet mogen doen.

    Maar ik geloof er wel heel sterk in dat sommige boeken kinderen meer – noem het maar vitamines – te bieden hebben dan andere. Dan spreken we bijvoorbeeld over personages waar je toch veel meer van mee krijgt dan een vlak personage in een doorsnee boek. Of over een genuanceerde kijk op een hedendaags fenomeen. Of over een correct of genuanceerd inzicht in een historische gebeurtenis…
    Ik ben van mening dat het ontzettend belangrijk is dat een kind of jongere dat soort vitamines meekrijgt. Dat mag men niet bagatelliseren. Het is essentieel in de vorming en groei van een kind of jongere. En in tweede orde voor de toekomst van onze maatschappij.

    Nu kan je op veel manieren dat soort vitamines toedienen, maar boeken zijn daarvoor toch wel echt een middel bij uitstek. Ik ken bijvoorbeeld geen enkel ander medium waar je zo nauw kan meekijken en meedenken met een ander personage buiten jezelf. Het lezen van bijvoorbeeld ‘Allemaal willen we de hemel’ van Els Beerten geeft een jongere een veel genuanceerder blik op de scheidingslijn tussen goed en kwaad dan het zwartwitdenken dat in de maatschappij zo veel voorkomt. Ik noem maar wat. Of je leert tussen de regels lezen, ook niet onbelangrijk. Lees bijvoorbeeld eens een boek van Bart Moeyaert. Mocht je zijn boodschap die tussen de regels hangt letterlijk uitschrijven, dan kom je aan een boek dat drie keer zo dik is.

    Maar, Marcel, dat soort vitamines vind je veel minder terug in populaire boeken dan in literaire boeken.Iedereen die op een ernstige manier heel veel jeugdliteratuur leest zal het met me eens moeten zijn. Een populair boek kan goed geschreven zijn, vermakelijk geschreven zijn, spannend geschreven zijn, een mooie verhaallijn hebben… aan het verdiepen en nuanceren van personages, het geven van secundaire boodschappen etcetera wagen populaire boeken zich veel minder.

    Maar populaire boeken moeten dat niet! Ik schreef het eerder al. Het probleem is niet dat er populaire boeken bestaan. Het probleem zit in de manier waarop boeken geconsumeerd worden. Jongeren mogen populaire boeken lezen. Maar veel jongeren blijven hangen tussen die populaire boeken. En dat is jammer. Ze komen niet toe aan de vitaminerijke. Dat heeft heel veel met het aanbod te maken. Het aanbod aan populaire boeken is immens groot. Ik stel trouwens vast dat de meeste populaire schrijvers aan een veel groter tempo schrijven dan de meeste literaire schrijvers. Misschien zegt dat ook iets? Is het toch moeilijker een boek mét vitamines te schrijven dan een boek zonder?
    Via reeksen probeert men lezertjes ook nog eens aan zich te binden. Leuk op zich, maar met het jammerlijk effect dat de kinderen niet meer aan die belangrijke vitamineboeken toekomen. Wist je dat er van Geronimo Stilton en nevenreeksen gemiddeld drie boeken per maand verschijnen? Hoeveel boeken leest een tienjarige gemiddeld per maand, denk je?
    Maar dat kinderen alleen maar in het populaire vijvertje blijven vissen wil ik niet alleen de populaire auteurs aanwrijven. Dat ligt ook aan uitgeverijen, ouders, leerkrachten, media… Kinderen en jongeren verder brengen dan ze al staan zou de belangrijkste taak moeten zijn van opvoeders en de bezorgdheid van de hele maatschappij. En wat leesopvoeding betreft laten die opvoeders en maatschappij het helaas nogal eens hangen. Onwetendheid, vermoed ik.

    En dat is de reden waarom ik (en ik veronderstel de andere namen die je hierboven noemt) wel eens tegen populaire boeken fulmineer. Maar dit is geen aanklacht tegen het individuele populaire boek. Wel tegen het wegdrukken van de literaire boeken door de massa populaire boeken.

    Nog even dit:
    Aparte criteria bij het beoordelen van populaire en literaire kinderboeken, zoals Betty schrijft, vind ik een maat voor niets. Sterker nog: niveauboekjes of matige reeksen moeten m. i. niet eens gerecenseerd worden. Ze mogen van mij perfect vermeld worden in pedagogische en didactische media. En ja, daar mag gerust een bedenking over voorleesbaarheid of ritme bij staan. Maar dat is geen recensentenwerk. Een recensent moet zich bezighouden met de kwalitatieve beoordeling van jeugdboeken die zich daarvoor aandienen. Het vitaminegehalte dus. Laten zien welke boeken boven andere uitstijgen en welke hun beloften niet waarmaken. Ook amen.

    Ook nog dit:
    Als je mijn artikel op Vertel eens hebt geïnterpreteerd als een aanklacht tegen populaire boeken, dan ben ik niet duidelijk genoeg geweest of heb je niet goed genoeg gelezen. Het enige wat ik wilde zeggen is dat ik het jammer vind als een initiatief als de Kinderboekenweek een literair auteur als Lindelauf zou nopen ook maar even een populair boek te schrijven om wat van die commerciële mallemolen mee te pikken. En dat ik me vragen stelde bij de subsidiëring door beide literaire Fondsen voor een boek dat zo on-Lindelauf is. Een sterrenrestaurant moet niet met een frietbarak beginnen omdat dat toevallig ook wat geld opbrengt. En nee, daarmee zeg ik niets over de kwaliteit van frietjes. Ik eet ze graag.

    • Dank je wel voor je uitgebreide reactie, Stefan!

      • JA Stefan! Heel herkenbaar, vooral je zin: “En wat leesopvoeding betreft laten die opvoeders en maatschappij het helaas nogal eens hangen. Onwetendheid, vermoed ik.”
        Het aanbod wordt overweldigd gedomineerd door een aantal boeken. Fijn dat kinderen die boeken leuk vinden, maar tegenwoordig is het bijna een kwestie van ‘leuk MOETEN vinden’ anders hoor je er niet bij en ben je niet cool. Bovendien kun je over die hoge schreeuwende stapels van hetzelfde, bijna geen andere boeken meer vinden als je het soort ouders/leerkrachten niet hebt die zich in het boekenaanbod verdiepen en proberen ook iets anders onder de aandacht vd kinderen te krijgen (bovendien neemt het aanbod in de winkels enorm af). Ook PABO studenten weten niet beter, en die zouden op zijn minst iets anders moeten voorlezen dan wat de kinderen zelf al pakken. Tot mijn verbazing ondervind ik dat veel leerkrachten (jonge) vinden dat ook zij ‘populair en cool’ moeten zijn, dus lezen zij op het niveau van de kinderen een populair boek voor in de klas ipv het niveau en de horizon van de kinderen te verruimen. Dat is echt om te janken. Het is een vicieuze circel, de klant vraagt om hetgeen hij denkt te moeten vragen, en de aanbieder biedt aan waar de klant om vraagt. En dan gaat iedereen proberen om dat ook maar ‘zoiets te doen’.

        Een knappe, zeer getalenteerde en bekroonde collega (jeugdboeken)schrijfster met een scherp verstand en dito tong zegt het zo: “Ik kan een prachtroman schrijven – dan is er geen kind/jeugd die het leest en het boek verkoopt niet. Dan heb ik wel subsidie gekregen dus daar leef ik van. Of ik kan een populair boek schrijven, dan krijg ik geen subsidie, maar kinderen lezen het wel en ik kan dan scholen bezoeken. Als mijn mooie romans niet gelezen worden, ben ik bedroefd. Als ik een populair boek wrocht, ben ik ook bedroefd. En het lullige is, ik kan niks anders, ik ben alleen maar schrijver en voor iets anders deug ik niet.”

    • Marjolijn zegt

      Poeh, deze reactie is bijna een roman op zich. Dus vergeef me als ik iets over het hoofd heb gezien, Stefan. Maar volgens mij ga je toch niet echt in op Benny Lindelauf’s toelichting dat hij met zijn verhalen ook verschillende soorten lezers wil ‘bedienen’, om maar eens een vreselijk woord te gebruiken (dat overigens wel goed in de eet-metafoor past). En de vergelijking met het sterrenrestaurant gaat in die zin natuurlijk mank, dat er met alleen schrijven op drie-sterrenniveau weinig brood op de plank komt (sorry weer die eetmetafoor!). Laat Lindelauf en anderen toch vooral een commercieel graantje mee pikken van de KBW. Grote kans dat dat boeken oplevert die stiekem nog best wat ‘vitamientjes’ bevatten (zie Superhelp, echt niet het minste helden-boek dat afgelopen KBW in de schappen lag). Ik zou denken dat je, als vitaminepromotor, in je handjes mag knijpen als ‘fastfood-lezers’ deze uitstapjes van de ‘literaire’ schrijvers lezen. En wie weet verleidt het zelfs sommige van die lezers nog wel om een volgende keer ook eens een echte ‘vitaminenbom’ van de betreffende ‘literaire’ schrijver te proberen.
      Maar deze argumenten doen er eigenlijk niet eens toe. Volgens mij moeten ook de drie-sterrenchefs onder de schrijvers gewoon friet kunnen bakken, als ze daar zin in hebben.

      • Stefan Bosmans zegt

        En mag ik dat jammer blijven vinden. Daarmee is wat dat betreft alles gezegd zeker?

        • Marjolijn zegt

          Dat mag je zeker blijven vinden! Ik vind het ook schrijnend als ‘literaire’ schrijvers zich feitelijk gedwongen zien om ‘friet’ te gaan bakken, zoals Selma Noort schetst. Dat ze dan wel goed moeten bakken (zie kritiek Pjotr op Benny Lindelauf), spreekt voor zich.

  10. Cathelijne zegt

    Ha Marcel,

    Ik vraag me net als Zilvervisje af: kun je een voorbeeld noemen van een literair boek van lage kwaliteit? Vooralsnog meen ik dat het literaire gehalte wel degelijk iets zegt over de kwaliteit. Maar misschien zie ik mooie tegenvoorbeelden over het hoofd?

  11. Als literatuur gelijk staat aan kwaliteit dan zijn alle boeken van Giphart, Zwagerman, Grunberg etc dus per definitie goed. Als dat zo is, waarom hebben we dan literatuurrecensenten?

  12. Cathelijne zegt

    Omdat smaken en meningen (over kwaliteit bijvoorbeeld) verschillen?

  13. Dus als ik een literair werk schrijf, Cathelijne, dan is het per definitie goed? En als je het niet goed vindt, dan is dat een mening/smaak?

  14. Cathelijne zegt

    Wat precies literair is of niet, daarover zijn de meningen nogal eens verdeeld (neem de kwestie ‘literaire thriller’), en daarmee dus ook over wat goed is en wat minder/niet goed.

  15. Stefan Bosmans zegt

    Er bestaan ontzettend veel slecht geschreven literaire boeken. Elke recensent weet dat. Ik wil hier geen voorbeeld geven. Maar boeken die literair zijn enkel o.w.v. het literaire, Die ‘erover’ zijn…

    Het is dus helemaal niet zo dat recensenten alles wat literair is altijd goed vinden en wat niet literair is meteen slecht. Dat is onzin.

    Wat voor mij daarentegen niet meespeelt is de grootte van de doelgroep. Het is niet zo dat een boek dat maar een heel kleine doelgroep zal aanspreken door mij als slecht bevonden zal worden. Daarin verschillen Pjotr en ik, vrees ik. Maar ook een boek dat slechts drie man en een paardenkop aanspreekt (drie kinderen en een veulenkop als je wil), kan ik magistraal vinden. Iets goed vinden is een hele andere parameter dan vinden dat het een groot publiek moet aanspreken. Hoewel ‘minder goede’ auteurs dat wel eens als vals excuus gebruiken. “Maar de kinderen lezen het toch graag.” Ja, de kinderen Geronimo Stilton graag. En toch vind ik de boeken slecht. Ik meen dat ik daar objectieve redenen voor heb. Daar kunnen miljoenen kinderen niets aan veranderen.

  16. ” dan had … gemoogd.” Dat is een soort grammatica waar we al sinds van voor Dik Trom niet meer van hebben mogen genieten. Ik heb het bewuste artikel niet gelezen. Wat wordt voorgesteld als volwaardige kinderliteratuur? Moeten ze dikker, moeilijker of moet de onderwerpskeuze anders?

    Zou Dik Trom goed genoeg zijn? Ik meen dat Kieviet ook populisme verweten kon worden (door zich af te zetten tegen de stijl van toen en de boeken LEESBAAR te maken), en dat het moeite kostte voor het uiteindelijk bij Kluitman verscheen.

    Overigens, iemand met een beetje filmkennis en een beetje tegendraadsheid zal herkennen dat veel arthouse films mythes zijn die zichzelf in stand houden. Wordt men door een criticus van naam als Arthouse favoriet bestempeld, dan kan men niet stuk. Breek me de bek niet open.

  17. Okay – Literair (gepresenteerd) werk dat slecht was geschreven…
    Ik gooi eens wast balletjes op: House of Leaves. Cloud Atlas. Wild Animus…
    James Ellroy maakt het zijn lezers tegenwoordig ook niet gemakkelijker – in z’n laatste boeken vond ik dat het taalgebruik in de weg stond van wat hij wilde vertellen. Te zelfbewust. “Zo, genoeg met al die leesbare boeken die ik heb gedaan. Laat ik nu eens literatuur gaan schrijven!”.
    Binnen het sciencefiction genre heeft Ray Bradbury een goede naam, maar lees meer dan 5 van z’n korte verhalen achter elkaar, en het truukje wordt doorzichtig.

  18. ‘Als rijk wilt worden of beroemd, of je wilt een spannend leven hebben, word dan geen kinderboekenschrijver’ zeg ik wel eens op scholen. Je schrijft iets omdat je het wilt schrijven, moet schrijven misschien wel. Daarna komen de recensenten en de lezers en die herkennen iets, of niets, die worden erdoor geraakt, of niet. En het is mooi dat de discussie over criteria bij het beoordelen en het lezen opnieuw en opnieuw gevoerd wordt. Maar het is ook geen recept (eetmatafoor!) dat wij schrijvers nu snel gaan toepassen. Iedereen doet wat hij kan en het totaal is het levende, ademde , ecletische geheel wat wij (hallo wereld) onze kinderliteratuur noemen.

  19. Ook interessant: dít vond je goed, dus dát moet je ook goed vinden.

    Nog interessanter: de recensent vond het niet goed, dus ik mag het niet goed vinden. Moeten mensen er écht nog op gewezen worden dat je gewoon mag lezen wat je zélf wilt?

  20. Er is zoveel aanbod, onmogelijk om alles te lezen en te beoordelen. Lezers hebben recensenten nodig om beslissingen te kunnen nemen. Dus ja, lezen wat je zelf wilt, maar hopen op de hulp van een recensent als hulp bij die keuze.

    In plaats ‘oef, glijdt af’ had er ook ‘oef, schuift op’ kunnen staan, waarmee dan imo duidelijk aangegeven wordt dat het de verschuiving is, die dwarszit. Afzakken geeft, imo, aan dat er een ondermaatse prestatie is geleverd, in dit geval zelfs voor de prestatie is geleverd. (Dat is de narigheid met schrijvers. Elke dag intens bezig met woorden en hun exacte betekenis; taal verliest zijn onschuld en een enkel woord kan een storm ontketenen.)

    Wat betreft Benny Lindelauf: graag, die cross-over. Please do so, schrijven voor verschillende doelgroepen. Op een dag moet een populair boekenlezend kind die overstap een keer maken, en dat gaat misschien makkelijker als hij denkt: ‘Dat ene boek van meneer Lindelauf kon ik hebben. Misschien die andere ook eens proberen?’ En ze dan vangen. Dat is de kunst.

  21. Dit soort discussies wordt veel te abstract. Laten we het eenvoudig houden.

    Benny Lindelauf schrijft ‘literaire’ boeken (zelf geloof ik niet zo in niet-literaire boeken, dat is zoiets als niet-muzikale muziek) waar hij prijzen mee wint en subsidies voor krijgt en schreef voor de kinderboekenweek, wederom met subsidie als ik het me goed herinner, een maar half gelukt heldenverhaal over het thema.

    De discussie of hij ook andere genres dan literair mag / moet doen is irrelevant. Het gaat erom dat hij van dat andere genre niet echt iets gebakken heeft. Als hij nou een briljant heldenverhaal had geschreven, waar iedereen van van zijn stoel viel. Maar dat deed hij niet.

    Net als Daan Remmerts de Vries, die zijn knappe stijl overboord gooide en erg rommelig schreef in de Olivier-delen van de Vlinderreeks (hoef je daar niet knap te schrijven, voor die domme lezertjes die niets snappen?) en in zijn griezelboeken over Bernie King bewees dat hij (nog) niet griezelig kan schrijven.

    ‘Huisvlijt’ was een woord dat Ted Lieshout in een discussie daarover gebruikte (http://degelukkigelezer.blogspot.com/2009/10/griezelboek-remmerts-is-huisvlijt.html), overigens om een andere reden maar het is een goed woord.

    Wat mij stoort is dat de zogenoemde kwaliteitsschrijvers denken even een populair boekje te schrijven. Dat is een vak. Geen huisvlijt. Iets wat je er even bij doet. Tussen twee meesterwerken door.

    • “Wat mij stoort is dat de zogenoemde kwaliteitsschrijvers denken even een populair boekje te schrijven. Dat is een vak. Geen huisvlijt. Iets wat je er even bij doet. Tussen twee meesterwerken door.”

      Ja, dat is een vak. En wat mij opvalt, is dat de meningen van de schrijvers en de recensenten wat dat betreft helemaal niet zover uiteenlopen. We schrijven graag mooie boeken, we lezen graag mooie boeken en we lezen graag over mooie boeken. Dank je, Pjotr.

      • Stefan Bosmans zegt

        En toch vraag ik me af of het ene niet gemakkelijker is dan het andere? Het valt me vooral op dat er een heel groot verschil is in het tempo waarop van beide genres nieuwe titels verschijnen.

        • Stefan Bosmans zegt

          Ik zeg het eigenlijk verkeerd: het verschil in tempo waarop eenzelfde auteur nieuwe titels schrijft.

        • Een goeie vraag, Stefan, waar ik het antwoord niet op weet. Ik schreef ‘Superhelden.nl’ in pakweg zes maanden, terwijl Enne Koens voor het fantastische ‘Vogel’ twee jaar uittrok. Ik kan (nog?) niet wat zij schrijft, ben behoorlijk jaloers op haar zinsconstructies en de gelaagdheid van het verhaal. Ik bestempel haar boek als ‘literair’ en het mijne niet.

          Verrassend genoeg zegt Enne hetzelfde over mijn boek, dat zij niet kan wat ik kan, de vaart, de spanningsopbouw en zij benijdt mij juist dat ik dit in een relatief korte tijd schrijf.

          Wiens boek is nu beter? Als je het mij vraagt: Vogel. Als je het mijn lezers vraagt, waarvan er velen zijn die het boek al meer dan vier keer gelezen hebben, zullen ze waarschijnlijk zeggen: Superhelden.nl.

          Wat is waarheid?

  22. Verspreek ik me ook nog. Andere genres dan literair. Alle genres zijn per definitie literair. Maar je begrijpt wat ik bedoel. Het hele probleem is ‘literaire’ schrijvers net doen alsof literair een genre is.

    • Stefan Bosmans zegt

      Ken jij een beter woord, Pjotr? Ik denk dat je het toch met me eens bent dat een boek als Heivisj een ander genre is dan Izzylove, alhoewel ze beiden over meisjes in de bakvisperiode gaan. Ok, we noemen voorlopig de eerste literair en de tweede populair. Je mag je geruist storen aan het gebruik van ‘literair’ en in se heb je natuurlijk gelijk. Volgens Vandale betekent literair alleen dat het betrekking heeft op literatuur en literatuur betekent dan ‘alle proza-, poëzie- en toneelteksten ve “bep.” niveau’.
      Maar je bent het toch met me eens dat we een onderscheid mogen maken tussen Heivisj en Izzylove? Of niet? En met welke termen zou je dat onderscheid dan aangeven?
      Ik had het hierboven over de ‘vitamientjes’. Ook alleen maar omdat ik niets beters vond. Nogal infantiel vind ik van mezelf. Dus als je een betere naam hebt hoor ik het graag.

  23. Met die eenvoud kan ik goed uit de voeten. Switchen van doelgroep is prima, maar werk het goed uit. Mooie toelichting.

  24. Die hele discussie over wat wel en niet goed is, wel en niet literair, het is allemaal al vaak genoeg gezegd en beargumenteerd. Leuke discussie hoor, daar niet van, ik doe er ook wel eens aan mee, maar voor kinderboeken geldt wat mij betreft en volgens mij ook voor de kids zelf als enige criterium: biedt het LiL? (dwz Lol in Lezen). Denk terug aan je kindertijd. Wat las je? Alles wat je aantrok, liefst alles wat los en vast zat, strips, romans, probleemboeken omdat je met soortgelijke dingen zat, fantasieverhalen omdat ze ontsnapping boden, veel te ouwelijke boeken, veel te kinderachtige boeken, pulp…. Niet wat pedagogische ouders en leraren aanreikten.

    • En dus moet de discussie maar niet gevoerd worden? Terwijl er overduidelijk een behoorlijke kloof zit tussen schrijvers, lezers en recensenten.

    • Stefan Bosmans zegt

      Als je enige criterium LiL is, dan ga je wel aan ontzettend veel mogelijkheden van goede boeken voorbij. Uiteraard is LiL een basiscriterium (en elk boek, zelfs het meest literaire, zal wel iemand LiL geven), maar als de LiL vervuld is, dan hebben goede boeken vaak nog heel wat meer te bieden.
      Hoe je het enkel bij LiL, dan blijven je koters waarschijnlijk steken bij Stilton.

      • Ik ben het daar ook niet mee eens, ik was als kind ook gebaat met een grote verscheidenheid aan aanbod, al was ik wel zo ongeveer de enige in de klas die (bijna) alles las. Vast een van de redenen waarom ik schrijver ben geworden.

      • Wilma de Jong zegt

        LiL is de basis. Heb je LiL dan lees je veel en meer en meer… Als het goed is kan LiL niet gestild worden.
        Ik stond in ieder geval na het lezen van al die leuke boeken, die soms ook echt moeilijk waren open voor de leraar die zei: “Je moet de Hobbit eens lezen”.

        Er zijn ook kinderen die lezen niet leuk vinden. Ze vinden het moeilijk of saai. Die krijgen nooit van hun leven LiL. Is dat erg? Ze trekken er liever op uit om boomhutten te bouwen of ze blijven binnen om een computergame te spelen. Dat kan ik dan weer niet. Want ik heb LiL.

  25. Wilma de Jong zegt

    Als bibliothecaris heb ik een aantal jaren de kinderjury in de bibliotheek begeleid. Heel leerzaam.
    Kinderen die in zo’n jury gaan zitten zijn al lezers. Wat blijkt?
    Met griffels en uilen bekroonde boeken vinden ze over het algemeen raar, moeilijk of zelfs onbegrijpelijk.
    Ze willen verhalen waar ze iets in herkennen. Of waar ze om kunnen lachen, of die ze spannend vinden, of zielig. Het gaat ze om de emotie die het boek oproept en goed of slecht geschreven vinden ze nauwelijks interessant.

    In de bibliotheekpraktijk proberen we kinderen als we ze adviseren te wijzen op andere schrijvers dan die die ze zo graag lezen. Lees je graag…? Probeer dan ook eens…! Maar altijd vanuit hun interesse en niet vanuit onze voorkeur.
    Leer je zo’n bibliotheekgebruikertje een beetje kennen dan kun je op maat adviseren en het helpen toe te groeien naar boeken buiten het veilige bekende.

    Ik zal Carry Slee of Francine Oomen niet snel adviseren. Dat hoeft ook niet, die worden vanzelf wel gevonden.
    Natuurlijk is het heerlijk als je een leesbeest treft dat je blij kunt maken met een ‘literair’ boek van bijvoorbeeld Edward van de Vendel of Rindert Kromhout. Maar even bevredigend is het het als een dyslectisch kind komt melden dat het Geronimo Stilton helemaal uitgelezen heeft en vraagt of er nog meer in de kast staan. (Bij Stilton is dat over het algemeen geen probleem)

    • Ik herken heel erg wat je zegt, maar wat betekent dat voor ons vak? Dat schrijvers geen Gouden Griffel boeken moeten schrijven? Dat recensenten alleen nog maar populaire boeken moeten recenseren? Dat de Gouden Griffel moet worden afgeschaft? Of moeten we accepteren dat er voor dit soort – vaak prachtige – boeken minder publiek is? Ik begreep van menig boekhandelaar dat Superhelden heel veel meer verkocht dan Dissus. Leuk voor mij, maar wat zegt dat over de GG? Bereikt de prijs haar doel wel?

      (Ik stel de vragen, maar heb de antwoorden niet)

      • Wilma de Jong zegt

        Ik heb de antwoorden ook niet, maar ik doe een dappere poging:
        Schrijvers moeten allereest vooral doorgaan met boeken schrijven zoals die in hun hoofd zitten, in hun eigen stijl. Bewaar me als iedereen ineens in Griffelstijl gaat schrijven of andersom.
        En recensenten moeten ons onder de aandacht blijven brengen wat zij mooi, interessant of slecht vinden.

        De Gouden Griffel moet niet worden afgeschaft, maar duidelijk erkend en benoemd worden als een vakjuryprijs. Een prijs door belezen volwassenen toegekend. De prijs van de Kinderjury en de Jonge Jury zijn de publieksprijzen. Zowel een vakjuryprijs als een publieksprijs lijken mij zeer vererend voor een schrijver.

        De Gouden Griffel zou wellicht meer haar doel bereiken als er een combinatie van vak- en publieksprijs van wordt gemaakt. Denk aan de Libris-literatuurprijs of de NS-publieksprijs. Vakkundige mensen (recensenten, pedagogen, bibliothecarissen) stellen de shortlist samen en het publiek (kinderen) bepaalt de uiteindelijke winnaar.

        Ik vind het jammer als goedwillende ouders in de kinderboekenweek naar de boekhandel rennen om het griffelboek voor hun kind te kopen OMDAT het die prijs gewonnen heeft. Wat nu nog vaak gebeurt.
        Wel een idee misschien: koop het griffelboek, geniet er zelf eerst van en geeft het je kind als het daar (hopelijk ooit) aan toe is. Vergeet dan niet om ook een boek voor je kind te kopen omdat het gewoon lekker kinderboekenweek is en je dat geschenk krijgt. Want boeken hebben zoveel te bieden als ze met plezier gelezen worden…

  26. De enige conclusie die ik na lezing van dit hele verhaal en alle reacties erop kan trekken, is: schrijf gewoon wat je wilt schrijven en maak je niet druk over de vraag of het literair is of niet. Bovendien zijn het toch anderen die daar een oordeel over vellen. Als je er zelf maar tevreden over bent. De ene keer zal het een boek opleveren met veel ‘lagen’, de andere keer een boek met misschien maar 1 laag. Big deal.

  27. volgens mij willen we als kinderboekenschrijvers maar een ding; dat kinderen lezen. En die lezen nu eenmaal sneller een ‘fastbook’ . Erg? Ben je gek! Lekker laten, het heeft allemaal een functie. En later, als ze groot zijn, pakken ze vanzelf die pareltjes – of niet als ze toch niet echt gegrepen zijn door het lezen. het is net als met muziek luisteren: verreweg de meeste achtjarige willen geen ingewikkelde jazz horen of zware klassiek. Later wellicht wel, als hun muzieksmaak uit ontwikkeld is. Maar voor nu willen ze top 40 omdat hun vriendjes daar ook naar luisteren en het heerlijk is daar met je vriendjes over te kunnen kletsen.
    Voor mij dus een overbodige discussie. Recensenten: gewoon ook het ‘fastbook’ recenseren en beoordelen naar zijn eigen merites en niet uit oog verliezen dat we allemaal willen dat kinderen vooral lezen. En wij schrijvers? De een schrijft een verborgen schat, de ander een heerlijk doorsnee boek. Allemaal prima!

  28. Laat er voor ieder kind een boek te eten zijn. Mijn enige klacht is nu dat er binnen de kinderboekenmarkt net wat te weinig ruimte is voor variatie. Maar sommige uitgevers gaan selecter boeken op de markt brengen en dat is goed nieuws.

  29. De vraag is waardoor er zo weinig variatie is. Uitgevers geven vaak de boekhandel de schuld, omdat die alleen de toptitels (in commercieel opzicht dan) in de schappen wil leggen. Een reden voor mijn uitgever om minder of geen ‘moeilijke’ boeken uit te brengen, want die verkopen slecht. En waarschijnlijk geldt dit voor meer uitgevers. Zo bezien gaan ze inderdaad ‘selecter’ uitgeven, maar of dit nou het aanbod ten goede komt…

  30. Overigens kan ik soms heel goed begrijpen dat kinderen ‘moeilijke’ boeken links laten liggen. Alleen al door het uiterlijk van de boeken, dat ik vaak niet uitnodigend vind. Neem bijvoorbeeld het bekroonde Dissus. Ik wil dit boek niet ‘dissen’, maar de hele vormgeving ervan straalt al iets uit wat zegt: alleen voor ingewijden. Of nog erger: voor volwassenen. Ik zag het vandaag als een soort Fremdkorper bij de lectuurshop van de Plus liggen, op de plank onder een rij Geronimo Stiltons en naast twee Dolfje Weerwolfjes.

  31. ‘Moeilijke’ boeken moeten dus wel een beetje beschermd worden, door er een prijs voor te geven en ze zo rendabeler voor uitgave te maken. Belangrijk voor de kinderen die ze wel willen, al is dat een kleinere groep. En om voor te lezen. Want dan wordt zo’n net iets te heftig boek ineens wel heel erg mooi. En beter te begrijpen, vooral als de voorlezer regelmatig even checked of de essentie wel begrepen is. Voorlezen hoeft echt niet te stoppen als een kind technisch zelf kan lezen.

  32. Selecter uitgeven = minder ‘moeilijke’ boeken? Kan. Maar het beleid was nu vooral een overvloed aan imitaties van succesformules op de markt gooien en afwachten wat verkocht zou worden. Ook verre van ideaal.

  33. Een overvoering van de markt waardoor er voor zowel ‘moeilijke’ al ‘makkelijke’ boeken minder plek was op de plank.

  34. Snoeien in al die sneue navolgers kan zeker geen kwaad. En misschien moet het voorlopig maar eens verboden worden om series van meer dan 3 boeken te publiceren. Da’s alvast een begin.

  35. Marjolijn Hof zegt

    Onlangs werd ik aangesproken over een mening die ik hier zou hebben. Daarom voor de duidelijkheid: ik ben een andere Marjolijn dan de Marjolijn die hier reageerde.
    (Overigens heb ik wel een mening, maar ik kan die slecht kwijt onder een weblogbericht. Meestal wordt ik achteraf een beetje ongelukkig van mijn eigen woorden. Een weblogreactie en nuances gaan niet goed samen. Ik doe wat dat betreft heel bewust aan onthouding.)

  36. Marjolijn Hof zegt

    Aanspreken als: het woord richten tot om een gesprek te voeren (Van Dale)en dus niet aanspreken op.
    Maar kijk daar gaan we alweer.

  37. Ik vind het hele onderscheid tussen zogenaamde KinderLiteratuur en dikmakende kinderpulp echt vreselijk. Ik vind dat onderscheid voor volwassenen ook altijd nogal artificieel, maar voor kinderen vind ik het bijna misdadig om het onderscheid te maken. Wat willen we ze eigenlijk leren?

    Ten eerste lezen, dat is al niet voor iedereen even makkelijk.

    Ten tweede lol in het lezen. Daar lijkt me dat hele onderscheid van literatuur versus lectuur niet echt bevorderlijk voor. Net zoiets als kinderen op de basisschool uittreksels laten maken van boeken, en ze laten nadenken over ‘wat de schrijver ermee bedoelt’. Laat ze toch. Wat ze moeten leren is, hoe heerlijk het is, om lekker onder de dekens of opgekruld in een stoel jezelf te verliezen in een verhaal. Ik heb zelf als kind grote hoeveelheden Wipneus en Pim verorberd. Later als 12/13 jarige heeeel veeel Zwarte Hengst boekjes. Prima! Als de leeshonger is gewekt, komen ze later vanzelf ook misschien wel Literatuur tegen die ze lekker vinden. Ik vind zelf (als 41-jarige) Geronimo Stilton vrij vreselijk om te lezen. Het simpele taalgebruik, het verhaal wat van de hak op de tak springt, de karikaturale personages. Maar mijn kinderen vinden het heerlijk, en ik verman me, en denk aan mijn moeder die ook niet zo van Wipneus en Pim hield :-).

    Als laatste hoop je dat kinderen door boeken hun wereld kunnen vergroten, dat ze een mening gaan vormen, een eigen smaak. Ook daarbij zijn ze niet geholpen door een kunstmatige tweedeling tussen goede Literatuur en slechte pulp. Laat ze het maar zelf beslissen. We beslissen al zoveel voor ze.

  38. Raar, in mijn mail zag ik dat er een nieuwe post was in deze leuke en lange discussie. Van Lugosi. Maar ik zie hem hier niet. Wat doe ik verkeerd?

Trackbacks

  1. […] waar je in de rij voor moet staan, boeken die succes garanderen. Nu las ik toevallig vandaag een stuk van Marcel van Driel ‘Paul van Loon maakt dik’. Ik ben het helemaal met hem eens! Een […]

  2. […]  Paul van Loon maakt dik. Aanleiding voor dit stuk was de opmerking van recensent Pjotr van Lenteren ‘Oef: […]

Laat wat van je horen

*