OVER WESTERNS EN JAPANSE ROBOTS

Billy en ClintWesterns. We zijn er allemaal mee opgegroeid. Het is een genre dat in films, tv-series, boeken en strips tot bloei is gekomen, een idealisering van een tijdperk dat essentieel nooit bestaan heeft, althans niet in die vorm.

Kinderen kennen westerns meestal uit tekenfilms, de Donald Duck of uit Toy Story. Ze spelen cowboytje met neppistolen, jagen op koeien (maar volgens mij niet meer op indianen) en slapen in tenten. Ze zijn heel even de rebellen uit de films, de helden zonder naam.

Billy is een cowboy van het nieuwe stempel. In plaats van pistolen heeft hij technisch vernuft. Billy is direct geïnspireerd op Roadrunner, op Tom van Jerry en op Tweety van Silvester. Underdogs die de slechterik te slim af zijn.

Billy de Kip previewDe robots in het prentenboek komen weer uit een hele ander genre, dat in Nederland veel minder bekend is: Mecha. Mecha zijn wandelende robots bestuurd door een piloot. Ze zijn enorm populair in Japan, maar beginnen hier ook door te breken, onder andere door de film ‘Pacific Rim’.

Het mixen van genres is iets dat in Japan en in de Angelsaksische wereld normaler is dan in ons land. De tekenfilms waarin monsters, robots, aliens en cowboys het tegen elkaar opnemen komen bijna allemaal uit het buitenland. Toch zijn dat de verhalen waar onze kinderen mee in aanraking komen op de televisie, in de comics en in de bioscoop.

‘Billy de Kip’ is onze poging om de klassieke strijd tussen goed en kwaad, tussen David & Goliat te vertellen in een modern jasje, met cowboys en reusachtige robots, op rijm en met moderne digitale tekeningen.

Kippiejajee, moddertokkers!

PROMETHEUS: EEN RECENSIE/REFLECTIE

 

Prometheus. Lower your expectations. A lot. It looks amazing, but the characters are flat and I didn’t care about anyone except the robot,” tweette ik gisteren in 138 tekens. Omdat ik er toch wat meer over kwijt wil, een recensie/reflectie. (Let op: spoilers halverwege de blog).

Mijn eerste kennismaking met Alien was via de strip-van-de-film. Ik was een jaar of dertien toen de film uitkwam. No way dat mijn ouders mij die in de bioscoop lieten zien. En gelijk hadden ze, als jochie had ik al slapeloze nachten van Dr. Who. Ik las de strip stiekem in de bibliotheek – ik durfde hem niet eens te lenen – en was erg onder de indruk van het artwork van Walt Simonson, en het verhaal van het moordende monster.

Ik weet niet meer of ik Aliens eerst in de bioscoop zag of op VHS. Ik heb de film zo vaak gezien, op zoveel verschillende soorten schermen en dragers, dat ik hem bijna uit hem hoofd ken. En hoezeer ik de eerste film van Ridley Scott ook waardeer, de tweede blijft voor mij de ultieme Alienfilm. Alien 3 is gemankeerd, maar intrigerend en laat al veel van de latere Fincher zien en blijft het waard om te kijken. Alien: Resurrection is de slechtste film, maar legde wel de basis voor Firefly/Serenity, de serie/film van screenwriter Joss Whedon.

Over de Alien vs Predator films hebben we het niet.

Prometheus werd niet alleen aangekondigd als een prequel/aanvulling op Alien, maar ook als de terugkeer van regisseur Ridley Scott naar het genre dat hem bekend maakte: Science Fiction. Wat mij brengt op Blade Runner.

Blade Runner is waarschijnlijk mijn favoriete film aller tijden. Het is een koude, afstandelijke film, waarbij de emoties verborgen zijn achter de film, tussen de beelden door. Daardoor is het één van de meest emotionele films die ik, veel meer dan een optelsom van de prachtige beelden, de sublieme manier van storytelling, de iconische vertolking van Rutger Hauer en de toekomstvisie de allesbepalend is geweest voor de science fictionfilms die erna kwamen.

Prometheus is misschien wel de best geregisseerde film van Sir Scott. Het zijn niet alleen de beelden die van een adembenemende schoonheid zijn, maar ook de manier waarop het verhaal vertelt wordt. Het is bijna een arthousefilm, zo langzaam en nauwgezet wordt alles uit de doeken gedaan. In de introductie van de androïde David (een magistrale Michael Fassbender die nu officieel mijn favoriete acteur is) in beelden-zonder-woorden is duidelijk hoe verschrikkelijk goed Scott geworden is. Zo goed dat hij misschien Spielberg wel naar de kroon steekt als beste regisseur. En net als bij Hugo van Martin Scorsese moet ik mijn reserves over 3D aan de kant zetten bij Prometheus: in de hand van de meesters komen 3D werelden tot leven als nooit tevoren.

Qua beeld en storytelling, qua toon en tempo is Prometheus is één van de allermooiste films die ik in jaren heb gezien.

Waarom Scott en scenaristen Jon Spaihts en Damon “Lost” Lindelof weggekomen zijn met bordkartonnen karakters die uit iedere science fiction B-film lijken te zijn weggelopen, is mij een raadsel.

LET OP: Spoilers vanaf hier!

Het begint al in de eerste scène: wetenschapper Elizabeth Shaw (Noomi Rapace uit de originele Millenniumfilm) vindt in 2089 een grottekening van 35.000 jaren oud. Zij roept haar partner Charlie Holloway (een hele saaie Logan Marshall-Green) die zich onderaan de berg bevindt. Een minuut lang gillen ze van grote afstand, omdat ze elkaar anders niet kunnen verstaan.

Hebben ze in 2089 geen walkie talkies? Geen mobiele telefoons? Gaan ze daar altijd op expeditie zonder een ander communicatiemiddel dan hun eigen stem?

De scène is kenmerkend voor de stupiditeit van de karakters. Ook wanneer ze geland zijn op de buitenaardse planeet, gedragen ze zich als een stel tieners die voor het eerst op schoolreisje zijn. Dat karakters in verhalen fouten maken is realistisch, maar dat een expeditie van 1 miljard dollar bemand wordt door een stel kleuters, gaat er bij mij niet in. Helmen worden afgezet – want er is toch lucht – buitenaardse voorwerpen worden zonder pardon aan boord meegenomen, crewleden raken de weg kwijt en worden achtergelaten zonder dat iemand het interesseert wat er met ze gebeurt. Niet de hun collega’s en zeker ook niet het publiek in de zaal.

Vlak voordat de hoofdpersoon zwanger wordt van een alien, wordt er nog gauw even uitgelegd dat ze onvruchtbaar is, in een dialoog waar je bij de filmacademie niet mee weg zou komen. En wanneer Charlize Theron – een in ondankbare rol als ben-ik-nou-wel-of-niet-de-baas-hier bitch, op haar knieën gaat voor een onherkenbaar gemaakt  Guy Pearce, denk je: ‘zeg het niet, zeg het niet!’ voordat het ze het grootste cliché uit de geschiedenis van de SF uitspreekt sinds The Empire Strikes Back.

Maar het grootste probleem van de film is misschien wel dat we al op driekwart van de film zijn, voordat we weten dat ze in gevaar en wat het gevaar is. En de Engineer die uiteindelijk hun ondergang betekent, is een designlachtertje, net als het standaard HollywoodtentakelmonstermeteenvaginaAlsmond.

Hoe goed Scott als filmmaker ook is, hoezeer Michael Fassbender ook iedere scène steelt in een film die van het begin tot het eind oogstrelend is, als je als kijker niet geïnteresseerd bent in het lot van de karakters of het waarom en hoe van het verhaal, heb je als regisseur gefaald.