HET VERHAAL STAAT ALTIJD CENTRAAL

Superhelden3.nlHet verhaal staat altijd centraal, dat is wat ik met mijzelf afsprak toen ik stopte met het schrijven van AVI-boekjes. Bij de series waar ik aan meewerkte was het AVI-niveau namelijk belangrijker dan het verhaal. Waar ik altijd zoveel mogelijk bijvoeglijk naamwoorden schrap, moest ik ze hier toevoegen om het leesniveau op te krikken. Ik wilde dat niet meer, ik wilde zelf bepalen wat schreef, en hoe ik het opschreef. Ik wilde alleen nog maar mijn eigen verhalen vertellen, op mijn eigen manier.

Het eerste boek dat ik volledig op eigen voorwaarden schreef, was Superhelden.nl. Het is mijn grootse succes tot nu toe. De teller staat inmiddels op 11.000 verkochte exemplaren, het leverde een succesvol deel twee op en wordt mogelijk vertaald. Het boek is voor mij hét bewijs dat je niet moet proberen iets ‘commercieels’ te schrijven, maar juist een doelgroep moet zien te vinden voor het verhaal dat alleen jij kan vertellen.

‘Maar schrijf jij niet vrij bewust naar de markt toe, Marcel, als ik het zo mag uitdrukken?’ vroeg een collega aan mij.

Het antwoord is: ‘Nee, nooit.’ Het idee om de Superhelden.nl-trilogie te koppelen aan een internetgame bijvoorbeeld, kwam voort uit mijn liefde voor boeken én games. Ik vermoedde wel dat het aan zou slaan, maar daar was nog geen bewijs voor. Sterker nog, ik droeg zelf bij aan de kosten van de game, zo heilig geloofde ik erin. En ik schreef het boek precies zoals ik dat wilde, zonder concessies. Ik was dan ook blij verrast toen een bekende boekverkoper mij mailde: ‘Superhelden.nl is veel beter dan ik had verwacht. Ik had een veel commerciëler, gelikter boek verwacht na alle PR en marketing.’

Ik was een blij ei. Want hoewel ik heel graag heel veel boeken verkoop (en dara ook mij uiterste best voor doe) staat het verhaal altijd centraal.

Billy de Kip previewAltijd je eigen verhaal vertellen heeft ook consequenties. Want hoe enthousiast Billy de Kip ook wordt ontvangen door lezers en recensenten, een donker prentenboek vol cowboys, robots en geweld blijkt niet heel makkelijk te verkopen. Een groot commercieel succes is het boek tot nu toe niet, maar het is wel een van de verhalen waar het meest trots op ben in mijn carrière (en dat kan ik niet van al mijn AVI-boekjes zeggen). En wat ik van Billy leer is dat je ook langzaam je publiek kan vinden.

Het verhaal staat altijd centraal. Dat is ook waarom de uitgever en ik besloten om Superhelden3.nl een half jaar uit te stellen, tot groot verdriet van de lezers en de boekhandelaren die deel drie voor de feestdagen hadden verwacht. Het boek was af, het was leesbaar, we hadden het uit kunnen brengen. Dat was commercieel een betere beslissing geweest.

Maar het was niet goed, in ieder geval niet goed genoeg voor mij. Ik schrapte de helft van het manuscript en begon opnieuw. En nu heb ik een derde deel geschreven waar ik wél volledig achtersta. In april 2014 wordt de trilogie afgerond op een manier waar ik voor altijd trots op kan zijn.

Het verhaal staat altijd centraal. Daarom raakte mij de volgende tekst ook, die recensent Jaap Friso op zijn eindejaarsblog schreef:

Logo_Jaap_Leest‘Ik kan niet vaak genoeg pleiten voor de noodzaak van verhalen. Dan bedoel ik vooral de noodzaak die de schrijver moet voelen om zijn of haar verhaal met de wereld te delen. Natuurlijk is schrijven ook een ambacht, en een vak waar geld mee verdiend moet worden. Maar laat het toevertrouwen van letters aan papier of scherm toch in de eerste plaats vanuit een innerlijke drift voorkomen. Op social media schermen schrijvers met het aantal woorden dat ze op een dag hebben geschreven. Gaat het er niet vooral om dat het juiste woord op de juiste plaats staat in plaats van hoeveel het er zijn? Liever geen woorden dan dat er een quotum gehaald moet worden. Schrijf omdat het moet, niet omdat het kan.’

Het is een pleidooi waar ik mij voor de volle honderd procent achter schaar. Schrijf wat je wilt schrijven, laat je innerlijke drift leidend zijn. Dat is tenslotte waar we schrijvers voor zijn geworden.

dont_worry_about_word_count_worry_about_makin_tshirt-p235586900818791660uh4j_400Maar de tekst van Jaap Friso zette mij ook aan het denken. Ik ben namelijk één van die schrijvers die ‘schermt’ met het aantal woorden dat ik op een dag heb geschreven! Voor mij is dat vooral een middel om de voortgang te bewaken, geen doel op zich. Als ik een boek in zes maanden wil schrijven, dan moet ik een bepaald aantal woorden per dag schrijven. Het is niet onbelangrijk – geen woorden = geen boek – maar het is zeker geen doel op zich. Het verhaal – daar ga ik weer – staat altijd centraal.

Maar dat is niet wat ik communiceer op Twitter en Facebook! Wat ik communiceer is het aantal geschreven woorden. De reden waarom ik dat doe is simpel: over het boek zelf kan ik nog niks zeggen. Dat verhaal en de personages, het plot, het thema, de zinnen; ze zijn allemaal nog in ontwikkeling. Het is als de foto’s van je nog ongeboren kind, die laat je ook alleen maar aan de mensen zien die heel dicht bij je staan.

Nachtmerrieman

Nachtmerrieman

Het verhaal staat altijd centraal. En het verhaal dat ik (en vele schrijvers met mij) vertellen op Social Media is dat woordenaantallen wél belangrijk zijn. En dat is niet het verhaal dat ik wil vertellen. Wat ik wil vertellen is waarom ik schrijf, wat ik schrijf, over wie ik schrijf. Die woordenaantallen zijn bijzaak, die zijn er om te weten of waar ik ben op het traject, niks meer, niks minder.

Superhelden3.nl is af en wordt de komende weken herschreven tot het perfect is voor publicatie in april/mei. In januari begin ik aan Nachtmerrieman, mijn eerste thriller voor volwassenen dat – als het goed is – in het najaar van 2014 bij uitgeverij Meulenhoff Boekerij verschijnt. Mijn uitdaging voor 2014 wordt om te vertellen waarom Nachtmerrieman het allerbelangrijkste verhaal is dat ik te vertellen heb, zonder al te veel te verklappen en zonder dat de nadruk op het aantal woorden komt te liggen.

THE WRITER AT THE END OF THE WORLD

Neil Gaiman (foto Jet Poelman)(Nederlands hieronder/Dutch below)

He was smaller than I remembered him, maybe because as a writer he is larger-than-life. He was still dressed in black, just as he was ten years ago, when I first met him at the Elf Fantasy Fair. A metal Cyberman stared at me from the lapel of his jacket, probably as a reminder of the Doctor Who episode he wrote. His hair was a little less black then before and he looked older, but only a little.

We shook hands.

He was tired. Even if I hadn’t read his blog, explaining why, I could see it in his eyes. They were drowning in fatigue, weary from the traveling and the talking and the signing.

Oh, the signing.

Imagine signing a piece of paper with your autograph, adding a little doodle, meanwhile talking to the person in front of you, who’s saying ‘thank you’ in many different ways, sometimes even in a different language, or at least with a different accent. Then imagine doing this for 1.700 people, each with at least two of your books in their hand, al saying that they love you, that they love your work, that you are their favourite author.

(c) Ron van RuttenIn his blog, Neil Gaiman wrote: ‘I went on a tour. Sometimes I was on a bus, and sometimes I wasn’t. I didn’t get a lot of sleep, and I signed many many thousands of books for many thousands of really astonishingly nice and patient people.’

He wrote this right before he came to The Netherlands to talk about his astonishing new book ’The Ocean at the End of the Lane’. Or should I say ‘De Oceaan aan het Einde van het Pad’ because he was here to promote the beautiful Dutch version of the book, which even has a Dutch introduction.

Coming to The Netherlands was a happy accident, not unlike the creation of the book itself. Gaiman thought his wife – rockchicksingersongwriter Amanda Palmer – was attending Lowlands this year. When he was asked to speak at Lowlands, he didn’t hesitate. It was only after he said yes he found out that the concert wasn’t happening. Amanda had just forgotten to remove it from the calendar.

It’s fitting, in a way, because the book is here because of Amanda too. It started out as a short story he wrote for her because he missed her. She was recording her new album in Melbourne and he was writing about the ocean and the end of the lane. The short story became a novelette, the novelette became a novella. The novella became a novel and the novel became a best selling book all over the world.

(c) Ron van RuttenMy first novel for adults, called ‘Nightmare Man’ is going to be published by Meulenhoff Boekerij, next year. They knew I was a big fan of Gaiman, so they asked me if I wanted to interview him in two Dutch bookstores.

Three problems: I was supposed to on holidays in France that week. And I was a fan boy, and an interviewer should have some distance from the subject he’s interviewing and not be fawning all over him. And I had never interviewed anyone in front of a live audience.

So I said yes.

I decided not to be a fan boy. I was there solely to let him speak, to let him shine. I asked questions about his new book and how it came to be.

I didn’t ask him anything about The Sandman.

When we finished, Neil started to sign the first of a few hundred copies of The Ocean and I read my tweets, anxious to now what the audience thought of our conversation.

‘You’re such a fan boy,’ the first tweep said.

O, well.

The highlight of the first interview was when I asked him about feeling insecure when writing. ‘The Ocean at the End of the Lane, I just wrote for Amanda,’ he said. ‘But when writing the prelude to The Sandman, I feel like 25 million people are reading over my shoulder, saying: ‘Nah, that’s not good enough.’

‘So, you don’t wake up looking in the mirror, saying: “I’m fucking Neil Gaiman!”, write awesome stuff and then, at the end of the day, you go on … hugging Amanda?’ I asked.

‘So, you say, in the morning I’m fucking Neil Gaiman,’ he said, ‘and in the evening I’m fucking Amanda Palmer?’ he added.

Foto Nora SinnemaThe audience was in stitches.

I learned some new things. I learned about him and Terry Pratchett plotting a sequel to Good Omens in 1988 in a hotel in America (where they shared a room to cut back in the costs). I found out who his companion would be, if he was The Doctor for one day.

Neil makes a pictureMe and Neil before the ABCWe had lunch and we talked. We paid a surprise visit to the ABC Bookstore who designed a beautiful window in his honour. We took a picture of him and two of the booksellers – all of them dressed in black – and Neil said: ‘We are a conspiracy of black.’ And I thought: if that was the title of a book, I would buy it.

I did buy ‘’Neil Gaiman’s ‘Make Good Art’ speech’ there, as a book, because it’s one of the most inspiring things I’ve ever read. You can watch it for free online, or read the transcript, but I bought the book, because I want this on my desk when I write and because it’s so beautifully designed.

Neil signed some copies of some of his books that were for sale at the bookshop and then we left.

And we talked some more.

I said, even though he is very nice and accessible and a real human being instead of this larger-than-life writer, it was still weird for me to be here and talk and have lunch, because I grew up with his writing for the last 25 years.

He said: ‘I know. I was talking to Stephen King some time ago and I experienced the same thing. I grew up with him and now here he was with me.’

We also talked a little in the office of the book store, just before the first interview. We talked about our fathers and  how proud they are of us, about how being on stage was completely different for him than for his wife Amanda. I showed him the first copy of my new picture book ‘Billy the Kip’ and he thought the artwork was amazing. And it is.

We sat and we didn’t talk for a while and played with our phones, tweeting and texting and waiting for the first interview to start.

UtrechtThe second day we did again, in Utrecht.

We made a joke about Gaimangate. We talked, on stage, in front of 275 people. They listened, they laughed. Neil read a chapter from my English version of The Ocean, which was dripping with water, because it had unknowingly been lying in a pool of water spilled from my glass.

I thought it was fitting. We just brought the ocean with us.

My wife was in the audience this time and she enjoyed herself, which was important to me.

We finished. The audience applauded. Neil stood up from his easy chair and left the stage to do the signing. He signed my copies of the books – and one for my father who turned 74 this week. We said our goodbyes and I left.

Signed by NeilAfter the signing he went on a bus with his family to do the whole thing again on Lowlands. And then he took a plane to Portsmouth where they named a street after ‘The Ocean at the End of the Lane’. I was not there. I read about it from his tweets and from the tweets from the people who were at Lowlands or at the newly named lane, like everybody else.

I went to bed and couldn’t sleep and wrote this blog.

And read his book. Again.

 

 

DE SCHRIJVER AAN HET EIND VAN DE WERELD

Hij was kleiner dan ik mij herinnerde, misschien omdat hij als schrijver ‘larger-than-life’ is. He was in het zwart gekleed, net zoals tien jaar geleden toen ik hem voor het eerst ontmoette op de Elf Fantasy Fair. Een metalen Cyberman sierde de revers van zijn jas, waarschijnlijk als een herinnering aan de episode van Doctor Who die hij schreef. Zijn haar was iets minder zwart dan voorheen, en hij zag er iets ouder uit, maar niet veel.

We gaven elkaar een hand.

Foto Thomas Olde HeuveltHij was moe. Zelfs als ik zijn blog niet gelezen had, waarin hij uitlegde waarom, dan had ik het nog aan zijn ogen kunnen zien. Ze verdronken haast in vermoeidheid, moe van het reizen en het praten en het signeren.

O, het signeren.

Stel je voor dat je een stuk papier signeert, er een tekeningetje bijzet, terwijl de persoon voor je op verschillende manieren ‘dank je wel, ‘zegt, soms zelfs in een andere taal of in ieder geval met een ander accent. Stel je nu voor dat je dat doet met 1.700 mensen die allemaal minimaal twee boeken van jou bij zich hebben, die allemaal zeggen dat ze van je houden, dat je hun favoriete auteur bent.

Op zijn blog schreef Neil Gaiman: ‘Ik was op tournee. Soms zat ik in een bus en soms niet. Ik sliep niet veel en ik signeerde vele vele duizenden boeken voor vele duizenden ontzettend aardige en geduldige mensen.’

Hij schreef dit vlak voordat hij naar Nederland kwam om te praten over de Nederlandse editie van zijn prachtige boek ‘De oceaan aan het einde van het pad’, waarvoor hij zelfs een voorwoord schreef.

Eigenlijk was het een ongeluk dat hij naar Nederland kwam, net zoals het boek ook een gelukkig toeval was. Gaiman dacht dat zijn vrouw, de rockzangeres Amanda Palmer, naar Lowlands zou komen. Toen hij gevraagd werd om op Lowlands wilde spreken, zij hij meteen ja. Pas daarna kwam hij erachter dat het concert van Amanda niet doorging, maar dat ze de datum was vergeten door te strepen op de kalender.

Ergens past dat wel, want het ontstaan van het boek kwam ook door Amanda. Hij schreef het als een kort verhaal voor haar, omdat hij haar miste. Zij nam haar nieuwe album op in Melbourne en hij schreef voor haar over de oceaan aan het einde van het pad. Het korte verhaal werd een novelle, de novelle een roman en de roman een bestseller over de hele wereld.

Nachtmerrieman, mijn eerste boek voor volwassenen, komt volgend jaar uit bij dezelfde uitgeverij en zij vonden het een goed idee als ik Neil Gaiman zou interviewen in twee boekhandels. Ze wisten dat ik een grote fan was, tenslotte.

Twee problemen: Ik was die week op vakantie in Frankrijk en ik was een fan. En een interviewer moet een zekere afstand zien te bewaren tot zijn onderwerp, en niet over hem heen kwijlen tijdens het gesprek.

Dus ik zei ja.

Ik besloot om mij niet als een fan te gedragen. Ik was er slechts om hem te laten stralen. Ik stelde vragen over zijn nieuwe boek en hoe het was ontstaan.

Ik vroeg niets over ‘The Sandman’.

Toen we klaar waren, begon Neil met het signeren, las mijn tweets, benieuwd naar wat het publiek van ons gesprek had gevonden.

‘Wat ben je toch een fan,’ twitterde de eerste.

Ach ja.

Foto Iris CompietHet hoogtepunt van het eerste interview was toen ik hem vroeg of hij ook wel eens onzeker was wanneer hij schreef. ‘De oceaan aan het einde van het pad schreef ik voor Amanda,’ antwoordde hij. ‘Maar bij het schrijven van de prelude voor The Sandman heb ik constant het gevoel dat 25 miljoen lezers over mijn schouder meelezen en roepen ‘Nee, dat is niet goed genoeg’.

‘Dus,’ zei ik. ‘Je staat niet op, kijkt in de spiegel, zegt: I’m fucking Neil Gaiman!’gaat iets fantastisch schrijven en dan … knuffel je Amanda?’

‘Dus ’s morgens ben ik ‘fucking Neil Gaiman’ en ’s avonds fuck ik Amanda Palmer?’ bedoel je?

Het publiek kwam niet meer bij.

Ik leerde ook nieuwe dingen. Hij vertelde dat hij en Terry Pratchett al in 1988 een vervolg op ‘Hoge Omens’bedachten, in een hotelkamer in Amerika, waar ze samen een kamer deelden om kosten te sparen. En we kwamen erachter wie zijn assistent zou zijn, als hij voor één dag De Doctor zou zijn.

We lunchten en we spraken over het vak. Als verrassing bezochten we The American Book Centre, die een prachtige etalage had ingericht met zijn boeken. We namen een foto van hem en twee verkopers, alle drie in het zwart gekleed, en Neil zei: ‘We are a conspiracy of black.’ En ik dacht: een boek met die titel, ik zou het kopen.

Wat ik kocht was een exemplaar van ‘Make Good Art’, een speech die je gratis online kan kijken. Het is een van de meest inspirerende dingen die ik ooit las en ik wilde een kopie van de speech op mijn bureau hebben. En het boekje is ook nog eens prachtig vormgegeven.

Neil signeerde een aantal boeken die er lagen en we vertrokken weer.

Onderweg spraken we verder.

(c) Ron van RuttenIk zei dat, hoe aardig en hoe toegankelijk hij ook is, het toch raar was voor mij om met hem te praten. Hij is een schrijver waar ik al 25 jaar alles van lees en nu hebben we ineens een gesprek, al wandelend door Amsterdam.

Hij zei dat hij het herkende. ‘Ik zat laatst tegenover Stephen King en ik had precies hetzelfde,’ zei hij. ‘Ik ben met hem opgegroeid en daar zat hij.’

We spraken over onze vaders en hoe trots ze op ons zijn en over hoe op het toneel staan voor hem compleet anders is dan voor zijn vrouw. Ik liet hem het eerste exemplaar van mijn nieuwe prentenboek ‘Billy de Kip’ zien en hij zei hoe mooi hij de tekeningen vond. (En dat zijn ze)

We zaten stil en we spraken een tijdje niet. We speelden met onze telefoon, twitterden, stuurden sms’jes en wachtten af totdat het eerste interview begon.

De volgende deden we het nog een keer in Utrecht.

We maakten een grap over ‘Gaimangate’. We hadden een conversatie op het toneel voor bijna 400 mensen. Er werd gelachen en geluisterd. Neil las voor uit de Engelse editie van De Oceaan, een drijfnat exemplaar omdat het boek in een plas water bleek te liggen, gemorst uit mijn glas. Ergens klopte het wel, we hadden gewoon de oceaan met ons meegenomen.

Mijn echtgenote zat in het publiek en vermaakte zich, wat weer belangrijk voor mij was.

We beëindigden ons gesprek. Neil kreeg een groot applaus en stond op om te gaan signeren. Hij signeerde een exemplaar voor mij en voor mijn vader die een paar dagen daarvoor 74 was geworden. We namen afscheid van elkaar en ik vertrok.

OceanNaderhand stapte Neil op een bus met zijn schoonfamilie en reisde af naar Lowlands om het allemaal nog een keer te doen. Daarna pakte hij het vliegtuig naar Portsmouth waar ze een straat naar zijn boek hadden genoemd. Ik was er niet bij. Ik las erover via zijn tweets, net als ieder ander.

Ik ging naar bed en kon niet slapen en schreef dit blog.

En ik las zijn boek nog een keer.

HOE BIED JE EEN BOEK AAN BIJ … MEULENHOFF/BOEKERIJ?

Meulenhoff BoekerijDe vraag die mij het meest gesteld wordt is: ‘Hoe kan ik nou het beste mijn manuscript aanbieden bij een uitgever? Hoe val ik op tussen alle andere manuscripten?’ Ik moet het antwoord schuldig blijven, omdat ik mijn boeken verkoop voordat ik ze schrijf. De laatste keer dat ik ongevraagd een manuscript opstuurde is tien jaar geleden (en dat boek is nooit uitgegeven). Maar het is natuurlijk een hele legitieme vraag! Hoe werkt dat nou? Daarom vroeg ik aan ‘mijn’ uitgevers, te weten Meulenhoff/Boekerij (voor de volwassenen romans), Uitgeverij Scriptum (voor de non-fictie), De Fontein (grote jeugdboekenuitgever) en David & Goliat (kleine kinderboekenuitgever) hoe zij het liefst manuscripten ontvangen.

Maaike le Noble is uitgever bij Meulenhoff en Hajnalka Bata bij Meulenhoff Boekerij. Zij gaven de volgende antwoorden:

Wat is de beste manier voor een schrijver om een manuscript bij Meulenhoff/Boekerij aan te bieden?

We krijgen een manuscript graag aangeboden via het redactie-emailadres van De Boekerij of dat van Meulenhoff. Hier staan wat richtlijnen, zoals: doe er altijd een goede synopsis bij. Maar belangrijk is ook dat we meteen zien wat voor genre het manuscript is (dan weten we naar welke redacteur het moet), dat de schrijver realistische verwachtingen heeft (dus niet: mijn roman heeft 800 blz. en moet liefst fullcolour geïllustreerd worden, en nog voor de zomer verschijnen). Je hoeft niet meteen het hele manuscript te sturen, een heel goed eerste hoofdstuk nodigt uit tot vragen om meer!

Waar moet een schrijver rekening mee houden wanneer hij of zij een manuscript instuurt?

Wat schrijvers natuurlijk liever niet horen: dat het wel even kan duren voordat ze een reactie ontvangen! We krijgen ontzettend veel manuscripten binnen, zowel via ons e-mailadres als via andere schrijvers en bijvoorbeeld recensenten. We proberen iedereen binnen een aantal maanden te antwoorden, maar heel veel sneller is het vaak niet.

Wat zijn de meest gemaakte fouten van een schrijver die een manuscript instuurt?

Wat echt niet helpt: alvast je eigen omslagontwerp meesturen. En hoewel we dol zijn op cadeautjes, krijg je niet eerder een contract als je iets moois of lekkers meestuurt…

Hoe belangrijk is een agent voor jullie?

Dat kan belangrijk zijn; een agent kent vaak goed het fonds van onze uitgeverij dus stuurt alleen maar manuscripten die bij ons kunnen passen. Maar het is absoluut geen must, je kan je ook zelf verdiepen in de uitgeverijen waar je je manuscript naar stuurt, en zo je kans op een positieve reactie vergroten.

Wat is het beste advies dat je een schrijver kan geven die bij jullie uitgegeven wil worden?

Laat zien wat je kan, stuur geen te vroege versie, maar (een deel van) je manuscript waar je echt tevreden over bent. Kijk goed naar de richtlijnen van de diverse uitgeverijen, je maakt het makkelijker om beoordeeld te worden. EN; maak geen spelfouten in je begeleidende brief…

Volgende week: Uitgeverij David & Goliat

IMPROVISEREN MOET JE PLANNEN

 

Waanzinnige PlannenIk had het zo mooi bedacht. Op 1 februari moest ik de eerste versie van mijn manuscript ‘Waanzinnige Plannen! – en hoe ze te realiseren’ inleveren bij uitgeverij Scriptum. Al mijn afspraken had ik keurig voor de week daarna gepland. Maar zoals het vaak gaat met plannen, liep het allemaal anders. Ik realiseerde mij namelijk dat de structuur van het boek niet klopte. Na overleg met de uitgever besloten we de volgorde van de hoofdstukken om te gooien en de deadline een maand te verschuiven.

Vol goede moed wilde ik aan de tweede versie beginnen, maar dat ging niet. Mijn week zat namelijk geheel volgepland met afspraken, verjaardagen, de Lira nieuwsjaarsborrel en de Paul Harlanddag waar ik in een panel zat. Ik (her)schreef geen woord. En daar baalde ik van. Ik wilde aan de slag!

‘Life is what happens to you while you’re busy making other plans,’ zei John Lennon al. Voor veel mensen is dat een reden om maar helemaal niets te plannen. Maar dat werkt in de meeste gevallen niet, niet als je echt iets wilt bereiken. Voor mijn uitgever is het belangrijk om te weten wanneer ze een manuscript krijgen. Ze moeten een redacteur vrijmaken, het boek ruim van te voren aankondigen in de folder en soms zelfs tijd reserveren bij een drukker. Als ze het boek ‘wel een keer krijgen’ dan werkt dat niet.

Maar ook voor mijzelf is een planning essentieel. 1 oktober moet ik de eerste versie van ‘Nachtmerrieman’ inleveren bij Meulenhoff Boekerij en dat betekent dat ik uiterlijk 1 maart aan de thriller ga beginnen. En dan moet ‘Waanzinnige Plannen’ wel af zijn.

Gelukkig ben ik een kei in improviseren. Ontmoetingen worden bel- of Skype-afspraken, deelprojecten worden verschoven of gedelegeerd en nieuwe (her)schrijftijd wordt ingepland. De grap is echter dat ik alleen maar kan improviseren omdat ik een plan heb om van af te wijken. Zonder planning is improvisatie waardeloos. Dan doe je maar wat en heb je veel minder controle over het eindresultaat. Acteur Christopher Walken zegt daarover: ‘Improvising is wonderful. But the thing is that you cannot improvise unless you know exactly what you’re doing.’

Kunstenaars die van de regels afwijken, zorgen ervoor dat ze regels eerst door en door kennen. Ze weten exact waar ze wanneer van af moeten wijken. Dat geldt ook voor Waanzinnige Plannenmakers. Je doel genereert een planning. Je planning is een blauwdruk. Daar kun je op punten vanaf wijken, zolang je einddoel maar leidend blijft. Je probeert tenslotte je einddoel te halen, niet perfect je planning uit te voeren. Je planning is niet je doel! Maar zónder planning, deadline of helder geformuleerd einddoel blijf je vaak hangen in goede bedoelingen. Dan kun je nog zo goed zijn in improviseren, je resultaten blijven uit.

Omdat ik inmiddels ervaring heb met verschuivende deadlines, heb ik voordat ik begon een maand tussen ‘Waanzinnige Plannen’ en ‘Nachtmerrieman’ gepland. In het gunstigste geval had ik een paar weken ‘vrij gehad. Nu heb ik ruim de tijd om het eerste boek af te maken, voordat ik aan het volgende begin. En om te improviseren. Want ook dat moet je plannen.