WANNEER MAG JE JEZELF SCHRIJVER NOEMEN?

writer‘Hoe lang kun je een schrijver die niet schrijft eigenlijk nog met goed fatsoen een schrijver noemen?’ vroeg een collega zich vandaag af op Facebook. Het is een interessante vraag, die aansluit bij een andere: wanneer mag je jezelf eigenlijk schrijver noemen?

In 1998 zegde ik mijn baan op als Multimedia Manager bij ECI om een boek te schrijven. Wanneer iemand vroeg wat ik deed, zei ik: ‘Ik ben schrijver,’ dit tot grote woede van mijn ex-vriendin. Zij was journaliste, maakte documentaires voor de Oostenrijkse televisie en had daar de school van de journalistiek doorlopen. Toch noemde zij zich pas na jaren journaliste. Het was een naam die je moest verdienen volgens haar.

Ik was het daar niet mee eens. Mijzelf definiëren als een schrijver, maakte dat ik schreef. Anders zou het niet meer dan een veredelde hobby zijn.

Inmiddels heb ik tientallen boeken op mijn naam staan en twijfelt niemand er meer aan mijn beroep. En wanneer ik nu mensen vertel dat ik kinderboeken schrijf, krijg ik een heel andere reactie:

‘O, als ik tijd heb, ga ik dat ook ooit nog eens doen!’

keep-calm-and-continue-to-bite-my-tongueIk moet dan op mijn tong bijten. Wat ik niet zeg, (maar wel denk) is: ‘Tuurlijk! Want om te schrijven heb je geen talent nodig, of discipline, alleen maar tijd.’

Het is exact dezelfde reactie die ik vaak kreeg, toen ik zelf net begonnen was. ‘Wie denk je wel dat je bent?’

Wanneer ben je een schrijver?

Iemand suggereerde: wanneer je meer dan één titel op je naam hebt staan. Maar in dat geval zijn Margaret Mitchell (Gone With the Wind), J.D. Salinger (The Catcher in the Rye) en deze andere acht wereldberoemde schrijvers, geen schrijvers.

‘Je bent een schrijver wanneer je gelezen wordt,’ zei een andere collega. Maar dat roept de vraag op: Wat ben je dan, als je niet meer gelezen wordt en hoe meet je dat?

Geronimo_Stilton(En dan is Geronimo Stilton een schrijver.)

Vermoedelijk is er geen juist antwoord. Maar dat maakt de vraag niet minder interessant. Want wie wij zijn, is dat niet de ultieme levensvraag?

Wat denk jij?

Femke Dekker schreef hier eerder het volgende over.

OVER NETFLIX, 11 SEPTEMBER EN DE IRONIE VAN ONLINE PRIVACY

Terms and Conditions11 september. De avond ervoor had ik al een account aangemaakt op het net in Nederland gelanceerde Netflix, maar ik had nu pas tijd om het aanbod echt te bekijken en de functionaliteit te testen. Ik keek een oude aflevering van Dr. Who (‘The Doctor’s Wife’, altijd voor herhaling vatbaar) en de documentaire ‘Terms And Conditions May Apply’ over hoe makkelijk we onze online privacy weggeven door overal op  ‘I Agree’ te klikken.

De ironie ontging mij niet. Want ook om van Netflix gebruik te maken, moet je akkoord gaan met een hele reeks aan voorwaarden en bepalingen. En die had ik natuurlijk niet gelezen.

De documentaire gaat uitgebreid in op hoeveel privacygevoelige informatie wij bewust en onbewust weggegeven en hoe met name de Amerikaanse overheid gretig gebruik maakt van de Big Data die Google, Facebook en andere (sociale) netwerken verzamelen. En het geeft een aantal voorbeelden van hoe het mis kan gaan: een jongen die twee dagen vastzat omdat hij ‘Let’s destroy America’ twitterde (hij ging feestvieren). Een komiek die de politie aan zijn deur kreeg omdat hij een Fightclub quote op Facebook plaatste, een schrijver van CSI die online van plan leek om zijn vrouw te vermoorden.

Ik pakte mijn iPad erbij en raadde de documentaire aan op Facebook. Opnieuw ontging de ironie mij niet.

AgreeIk vond de documentaire niet schokkend en dat was misschien nog wel het meest schokkende. Ik ben mij volledig bewust wat er online allemaal over mij verzameld wordt, en kan daar kennelijk mee leven. Wel was het vreemd om op 11 september een documentaire te kijken die om de haverklap naar dezelfde datum verwees, nu twaalf jaar geleden. De dag dat alles veranderde, zeker op het gebied van privacywetgeving.

Zelf kwam ik er op 9/11/2001 achter dat ik geen tv kon kijken. Bij werkzaamheden voor de deur hadden de stratenmakers een kabel geraakt, waardoor ik zonder kabeltelevisie kwam te zitten. Dat bleek al weken zo te zijn, maar ik wist van niets. Ik keek alleen Dvd’s of zat op internet. Online keek ik de schokkerige beelden van de vliegtuigen die zich in de torens van New York boorden. Schokkerig, omdat mijn internetverbinding nauwelijks snel genoeg was om de beelden op postzegelformaat door te geven.

Via datzelfde internet kijk ik nu twaalf jaar later probleemloos streaming naar een documentaire over internetprivacy op Netflix. In HD kwaliteit.

netflixDe voorlopige conclusie over Netflix NL: het filmaanbod is om te huilen, maar qua series valt er behoorlijk wat te genieten, vooral als je zoals ik lang niet alles gezien hebt wat er de afgelopen jaren verschenen is. Ben jij volledig bij op tv-gebied, dan heb je er voorlopig niets te zoeken. Maar voor 7,99 per maand kan ik in ieder geval een tijdje vooruit. De streamingkwaliteit is goed, zowel op TV als op de iPad. De ondertiteling daarentegen is abominabel. Verkeerd spatiegebruik (oftewel, de Engelse Ziekte), slecht vertaalde zinnen en zelfs complete spelfouten. En geen mogelijkheid om te schakelen naar Engelse titels.

Maar vanavond zit ik lekker weer te genieten van ‘The Thick of It’ waar de nieuwe Dr. Who Peter Capaldi als Malcolm Tucker tekeer gaat als een bootwerker met het syndroom van Gilles de la Tourette. Die data wordt natuurlijk weer verzameld en samengevoegd met mijn blog over het woord ‘FUCK’ en mijn uitlatingen op Facebook. Ik ben benieuwd wanneer de politie hier voor de deur staat. Een kinderboekenschrijver die vloekt, dat moet ergens een rode vlag opleveren.

De website van ‘Terms And Conditions May Apply’ vind je overigens hier. Je moet wel eerst op ‘I Agree’ klikken om de trailer te mogen bekijken.

Humor.

Een proefabonnement op Netflix neem je hier.

FACEBOOK VERSUS TWITTER

 

Fecbook versus TwitterIk ben de laatste tijd vaker te vinden op Facebook dan op Twitter. Dat komt voornamelijk omdat voor mijn gevoel er op FB meer ‘gesprekken’ plaatsvinden dan op Twitter. Op Twitter lijkt men voornamelijk boodschappen de wereld in te sturen. En dat is jammer, want ik ben ooit aan Twitter begonnen omdat ik er zoveel bijzondere mensen sprak. Nu lijkt dat bijna niet meer mogelijk. Dat is natuurlijk ook niet zo vreemd. Toen ik met Twitter startte, volgde ik zo´n honderd mensen, nu meer dan zesduizend. Het is een illusie om te denken dat ik zie wat mijn volgers doen en visa versa. Ik heb lijstjes met schrijvers/illustrators, tweeps van het eerste uur, en mensen van wie ik graag wil weten wat ze doen/te zeggen hebben en dat is het wel. Meer tijd heb ik ook niet, er moet ook nog geschreven worden.

Toen ik vanmorgen meldde dat mijn aandacht verschuift van Twitter naar Facebook, kreeg ik op beide media veel reacties. Opvallend genoeg deelden de meeste mensen mijn ervaring. Opvallend, want daarmee volgen we niet de trend. Met name jongeren schijnen Facebook namelijk massaal te verlaten. Maar Facebook is op de een of andere manier intiemer voor mij, en er ontstaan sneller groepsgesprekken, doordat de structuur anders is. Maar ook hier zie ik slechts de updates van een paar honderd man door Facebooks Edgerank, dat een selectie maakt van wie ik wat te zien krijg (en andersom).

Voor mij als schrijver blijft Twitter overigens nog steeds onontbeerlijk. Als ik een nieuwe blog schrijf, is het aantal lezers vele malen groter als ik de link op Twitter zet dan wanneer ik dat op FB doe. Vooral als er geRT’ed wordt, dan kan het heel hard gaan. Dat komt deels doordat Twitter (nog) geen Edgerank heeft. In theorie kan iedereen je updates zien. De praktijk is echter heel anders. Dat merkte ik toen iemand – die mij al een jaar volgde – vroeg of ik soms kinderboeken schreef. Of toen er mensen er na 60 (!) dagen intensief twitteren pas achterkwamen dat ik een crowdfundingproject had gedaan.

Er gaan geruchten dat Twitter ook met Edgerank gaat beginnen. Dat betekent dat we niet meer alle tweets van alle tweeps te zien krijgen, maar slechts een gedeelte. En dat als we willen dat iedereen onze tweets kan lezen, we daar voor moeten gaan betalen. Dat zou voor mij een moment kunnen zijn om met Twitter te stoppen, of terug te gaan naar het begin en het slechts te gebruiken om met een handjevol mensen in gesprek te zijn.

Misschien is dat ook wel het hoogstmogelijke op Social Media, contact hebben met een handjevol mensen.

RTL NIEUWS BEVEELT SUPERHELDEN.NL AAN!

 

UPDATE: Nadat onderstaand bericht verscheen op de website van RTL Nieuws, liep het meteen storm op de vier genoemde boeken! Lia Reedijk van de Utrechtse Kinderboekhandel meldde dat Superhelden.nl afgelopen zaterdag uitverkocht was en ook Selexyz Tilburg verkocht van alle vier de titels meerdere exemplaren.

‘Vier kinderboeken die je kind gelezen moet hebben’ kopt RTL Nieuws op hun website. En op de eerste plaats staat tot mijn grote verbazing en vreugde: Superhelden.nl!

Deze week werden de winnaars van de kinderjury 2012 bekend gemaakt. En naast Fantasia IV van ‘De Muis’ was de grote verrassing Manon Sikkel die met ‘Hoe word ik een koppelaar’ Francine Oomen versloeg. Maar volgens RTL zijn er meer boeken die de moeite waard zijn. Ze vroegen Lia Reedijk van de Utrechtse Kinderboekhandel om vier aanbevelingen.

Lia roemde terecht ‘Vos en Haas: Een echt zwijn is stoer’ en ‘De glanzende stad’, het meest recente boek van Thijs Goverde, met prachtige illustraties van Charlotte Dematons. Daarnaast beval ze een mij onbekend prentenboek aan over vrolijke vissen.

En Superhelden.nl dus. Daarover schreef ze: “Deze jeugdthriller is heel interactief en leeft erg op het internet. Van Driel doet veel met sociale media en wordt door veel kinderen gevolgd op Twitter en Facebook. In het boek spelen kinderen over de hele wereld het spel superhelden en proberen de hoogste mogelijke level te bereiken. Het leuke is dat lezers het spel ook kunnen spelen op de superhelden.nl.”

Dat is geweldig nieuws in dezelfde week dat de trailer van Superhelden.nl meer dan 10.000 keer bekeken is, én het tweede deel naar volle tevredenheid van mij en de uitgever is afgerond.

Hier zit een blij man.

DE TIEN GROOTSTE ERGERNISSEN VAN KINDERBOEKENSCHRIJVERS

 

Op basis van een absoluut niet disproportioneel en a-gestratificeerde steekproef onder een zeer selectieve club van bevooroordeelde collega-schrijvers op Facebook, heb ik een poll gehouden over de grootste ergernissen van kinderboekenschrijvers. Hier is de zeer onbetrouwbare uitkomst die absoluut niet representatief is voor alle kinderboekenschrijvers van Nederland! Voor alle duidelijkheid, dit zijn dus niet per se allemaal mijn eigen ergernissen. 🙂

1.    Bekende Nederlanders die ook een kinderboek hebben geschreven en daar op tv iets over mogen zeggen. En op de radio. En in de bladen. En op internet. (Met stip op één!)

2.    ‘Ik ga op een dag ook een kinderboek schrijven, maar nu heb ik het te druk,’ als antwoord op de mededeling dat je kinderboeken schrijft. Schrijven kan namelijk iedereen.

3.    ‘Jij schrijft kinderboeken toch? En wat voor werk doe je?‘ nipt gevolgd door:

4.    ‎‘Ben je nog van plan om ooit echte (lees: volwassenen) boeken te schrijven later?’

5.    Ook een fijne: ‘Wat leuk dat je zo met je hobby bezig kan zijn.’ Gek genoeg komt die nog al eens van leerkrachten.

6.    Inkomen is ook vaak een zorg, blijkt uit opmerkingen als: ‘Jij schrijft kinderboeken? O, maar je partner heeft toch een goeie baan? of ‘Kun je daar nou van leven?’

7.    Kinderen hebben weer hun eigen vragen. Bijvoorbeeld: ‘Schrijf je Harry Potter’ of ‘Waarom ga je geen Harry Potter schrijven?’ (Voor Harry Potter mag je ook Geronimo Stilton, de boeken van Tonke Dragt, Paul van Loon, Francine Oomen en Carry Slee lezen, en zelfs karakters als Spider-Man en Mickey Mouse). Ja, echt. Maar wel schattig.

8.    Een persoonlijke favoriet blijft: ‘Als ik jou nou een idee geef, en jij schrijft het op, dan delen we de opbrengst!’ Hoor ik toch zeker één keer per jaar.

9.    In het verlengde van punt twee ligt: ‘Ik kan ook best leuke stukjes schrijven.’ Daarover zei een collega terecht: ‘Alsof je tegen de bakker zegt: ‘Ik kan thuis ook heel goed brood afbakken!’

10.    En op laatste plaats staat: ‘Wat ik heb meegemaakt, schrijf daar maar eens een boek over!’

Mooiste ergernis kwam van een lezer/niet-auteur: ‘Auteurs die klagen over hun ergernissen in plaats van hun energie aan het schrijven van mooie verhalen te besteden.’

Kijk, die snapt het! 🙂

 

Schrijver en illustrator Milja Praagman schreef een tegenblog met de tien grootste gelukszaligheden van ons vak.

WAAROM DE VERHALENVERTELLER MINDER TWITTERT

Vanmiddag zag ik Rise of the Planet of the Apes in de bioscoop. Waar ik een leuke actiefilm verwachtte, kreeg ik een episch verhaal voorgeschoteld, vol emotie en kippenvelmomenten, waarin de bad guys en de good guys continu van plaats wisselden en de revolutionaire computertechniek ervoor zorgde dat de show gestolen werd door een digitale aap. Het was, kortom de reden waarom ik naar de bioscoop ga, waarom ik boeken lees en strips, waarom ik tv-series kijk: omdat ik geraakt wil worden.

[Lees meer…]

JUDGE A BOOK BY ITS COVER

Als schrijver heb je meestal weinig te vertellen over het omslag van je eigen boek. Tenzij je (wereld)beroemd bent. Ik herinner mij een documentaire over Francine Oomen die discussieerde over de tint geel op één van haar boeken. Geloof me: dat zijn uitzonderingen.

Gelukkig is SUPERHELDEN.NL een project wat ik zelf van de grond toe heb opgestart. Ik ben nauw betrokken  bij alle aspecten van het boek, inclusief het omslag.

Maar wie zegt dat ik de wijsheid in pacht heb?

De enige voorkant waar ik tot nu toe medeverantwoordelijk voor ben geweest, is subroza.nl. En dat is nou net een omslag waar mensen een haat-liefde verhouding mee hebben. Van zowel lezers als boekverkopers krijg ik namelijk steevast dezelfde reactie:  ´Dat is absoluut je mooiste/lelijkste omslag.`  Een middenweg lijkt er niet te zijn.

Deze keer wordt alles uit de kast getrokken om de allerbeste voorkant te maken. We hebben topontwerpers Villa Grafica en Wil Immink gevraagd ieder een omslag te bedenken op basis van dezelfde briefing. Ik zelf overlegde zelfs dagelijks met de Villa, terwijl uitgeverij De Fontein Wil begeleide. Uiteraard kregen de ontwerpers elkaars ontwerpen pas te zien toen ze helemaal klaar waren.

Beide omslagen zijn geweldig. En hoewel ze een aantal frappante overeenkomsten hebben, zijn ze gelukkig ook erg verschillend. De uitgeverij en ik waren het al snel met elkaar eens: welke het ook wordt, wij zijn tevreden.

Maar welke het wordt, daar gaan wij niet over, maar jullie! En jullie zijn: de lezers, de ouders, de boekverkopers, de leerkrachten, de twitteraars, de FaceBookers en de Hyvers.

De afgelopen week hebben (voornamelijk) volwassenen kunnen stemmen op één van de omslagen via Twitter en Facebook. De stemmers hebben een duidelijke voorkeur voor één van de twee omslagen. (Welke houd ik nog even voor me). Volgende week gaan de jeugdige lezers stemmen via Hyves. Ik ben erg benieuwd of ze dezelfde smaak hebben als hun ouders.

Heb jij al gestemd? Nee? Surf dan snel naar www.superhelden.nl en kies!