Ruggegraat

Dit blog gaat niet over mij.

Vandaag mocht ik optreden in het zuiden des lands. De dame van de bibliotheek pikte mij ’s morgens op bij mijn hotel en bracht mij van school naar school, waar ik voor de groepen 7 en 8 mijn subrozavoorstelling deed. Het ging goed en de kinderen waren enthousiast.

Na de pauze maakte ik mij klaar voor de laatste groep. Ik was moe en ik weet nog steeds niet of dat in mijn voor- of in mijn nadeel heeft gewerkt. Ik dronk mijn koffie, begaf mij naar de klas en zette de websites klaar op het smartboard, in afwachting van de groepen 7 en 8.

Het waren twee verschillende klassen die zich in een voor hen onbekend klaslokaal bevonden, aangezien hun eigen ruimte geen smartboard had. Groep 8 ging achterin zitten en groep 7 voorin. Ik stelde mij voor aan de twee leerkrachten, wenste de kinderen goedemiddag en wachtte tot het stil genoeg was, om te kunnen beginnen.

Dat werd het niet. Ook niet toen meerdere leerlingen hun hand opstaken (een teken aan je medeleerlingen dat het tijd wordt om je mond te houden). Ook niet toen ik langer wachtte. Ook niet toen de leerkracht om stilte vroeg.

Ik begon. En stopte. En begon weer. En stopte weer. Ik maakte grappen, vertelde enthousiast mijn verhaal, keek af en toe iemand streng aan. Ik probeerde  alles wat ik tijdens de afgelopen zeven jaar geleerd heb, en waar ik groepen van meer dan 100 kinderen probleemloos muisstil mee heb gekregen. Ik haalde alles uit de kast.

Het had geen enkel effect.

Ik vertelde de lerares dat dit voor mij niet werkte en zij greep zeer effectief in. De klas werd stil, er werden kinderen uit elkaar gehaald, en er werd een ultimatum gesteld: wie nu nog dwars door de voorstelling heen praatte, mocht eruit.

Ik begon. En stopte. En begon. En stopte. Er ging iemand uit. En nog een. En nog een. Eén van de jongens weigerde om op te stappen en ging in discussie met de leerkracht. Hij werd uiteindelijk de klas uit gezet.

Ik was te moe om er tegen te vechten en legde de voorstelling stil. Ik ging in dialoog met de kinderen. ‘Wat is hier de situatie?’, vroeg ik. Wat hier ook aan de hand was, het had niets met mij had te maken, dat was overduidelijk. Een van de meisjes, die stil had zitten luisteren, nam het woord: ‘Onze klas heeft jongens met autisme, ADHD en gedragsstoornissen. In groep acht zitten jongens met gedragsstoornissen. In groep acht zitten jongens die kinderen in groep zeven pesten.’ Ze zei het matter of fact, zonder wrok, of ergernis, het was een feit, iets waar ze zich allang bij neer had gelegd.

De juf vulde aan dat de eigen leraar gisteren ziek was geworden en zij de klas er vandaag bij deed. Ik vroeg of het klopte dat groep 7 en 8 elkaar niet lagen. Dat werd beaamd.

Wat ik zag was een klas vol stille vechters. Jongens, maar vooral meisjes die stil wachtten tot we weer verder gingen. Die gewend waren te wachten tot ze weer verder gingen. Die gewend waren op de tweede plaats te komen.

Iets in mij brak op dat moment.

We weten dat leerkrachten het soms zwaar hebben met een klas. Dat het een dankbaar maar ook volstrekt ondankbaar beroep kan zijn. Dat het een beroep is dat iemand kan slopen.

We weten dat jongens (het zijn zelden meisjes) met gedragsproblemen, autisme of ADHD hulp nodig hebben. Dat er niks mis met ze is (de twee grootste stoorzenders vandaag waren op hun eigen onhandige manier de hele tijd aan het proberen mij te helpen) en dat ze niet gemeen, verwend of vervelend zijn, maar zich vaak juist geen raad weten met zichzelf. (Laten we eerlijk, ik was vroeger één van die jongens die niet stil te krijgen was.)

Maar hoevaak staan we stil bij de rest van de klas? Bij de stille jongens en meisjes, degene die hard werken, die hun best doen, die een helpende hand reiken (of opsteken) en die afwachten tot er eindelijk tijd is voor hen is? Die geleerd hebben stil te zijn en geen aandacht op te eisen, omdat er geen ruimte voor hen is, omdat er met hun niets aan de hand is? Wat voor effect heeft het op hun leven om iedere dag in deze situatie te zitten?

De rest van de middag was bijzonder. De kinderen die overgebleven waren, kwamen los, lachten en deden mee. Het meisje dat zo helder had uitgelegd wat de situatie was, bleek een bijzonder analytische geest te hebben en legde feilloos de onderliggende thema’s van mijn boek bloot.

Ik rondde af, bedankte de kinderen en ging naar huis. Overstuur, maar dat gaat wel weer over. Want deze blog gaat niet over mij. Hij gaat over de stoere, slimme, standvastige kinderen die ogenschijnlijk op de tweede plaats staan. Maar die – misschien wel zonder dat ze het weten – de spil, de ruggegraat van een klas vormen.