WAAROM IK GERONIMO STILTON GEWELDIG VIND

keep-calm-and-hate-geronimo-stiltonAls er iets is dat wij kinderboekenschrijvers nog erger vinden dan BN’ers die ‘even’ een kinderboek uit hun mouw schudden, dan is het ‘de muis’.

Nee, met ‘de muis’ bedoelen we niet Mickey Mouse, en ook niet ‘Muis’ van Lucy Cousins. We hebben het natuurlijk over Geronimo Stilton.

Geronimo Stilton is de hoofdpersoon van honderden kinderboeken. Volgens het omslag is hij de schrijver van zijn eigen boeken, maar achter de titels zit een heel team van schrijvers. Het is een van oorsprong Italiaanse reeks en een waanzinnige hit in de halve wereld.

Persoonlijk vind ik de serie één van de slechts geschreven reeksen kinderboeken ooit. De zinnen zijn krom, de verhalen slecht opgebouwd. Er is nauwelijks diepgang en de boeken hangen van slechte gimmicks aan elkaar. Als schrijver word ik niet blij van de boeken en al helemaal niet van het succes.

Foto Nora SinnemaMaar een van mijn grote schrijfvoorbeelden, Neil Gaiman, is het niet met mij eens.

‘Ik denk niet dat er zoiets als slechte kinderboeken bestaan,’ zei hij tijdens een recente lezing. ‘Om de zoveel tijd is het mode om onder sommige volwassenen om een groep boeken – of een auteur – aan te wijzen als ‘slecht voor kinderen,’ boeken die kinderen niet zouden mogen lezen. Dat is snobisme. En dwaasheid.’

Als schrijver heb ik moeite met zijn uitspraak. Maar als vader? Als vader ben ik het helemaal met hem eens.

Mijn oudste zoon is negen jaar en geen lezer van nature. Waar ik als kind een boek per dag las, gaat hij liever sporten of gamen. En als hij al iets te lezen pakt, dan is de KidsWeek of de Donald Duck.

Geronimo_StiltonOf Geronimo Stilton. Het ene boek na het andere vliegt door zijn handen, soms wel één per week. We gaan regelmatig naar de bibliotheek om nieuwe titels te halen, zo snel leest hij.

Tijdens de afgelopen kinderboekenweek mocht hij – zoals altijd  – een boek uitkiezen. Hij pakte een titel met een hologram op de cover, weer een gimmick. Iedere avond las ik een hoofdstuk voor, waarna hij zelf nog een hoofdstuk las. Het boek – Deltora deel 1 – hing van clichés aan elkaar, maar was in ieder geval beter geschreven dan Stilton. En onze zoon smulde ervan!

‘Een afgezaagde, versleten idee is niet afgezaagd en versleten voor hen. Dit is de eerste keer dat het kind dit idee tegenkomt,’ aldus Gaiman.

Time MemeHet deed mij denken aan mijn eerste tijdreisboek. Ik heb geen idee meer wat de titel was, maar ik zal een jaar of acht geweest zijn. Ik weet nog wel dat ik compleet flabbergasted was. Tijdreizen, wat een geweldig idee! En wat knap van de schrijver hoe hij de hoofdpersoon terug liet gaan in de tijd om zijn eigen toekomst te veranderen!

Pas later kwam ik erachter dat het boek de zoveelste versie was van het verhaal en zeker niet de beste. Maar boeide mij dat iets? Nee, natuurlijk niet. Ik had mij vermaakt! Ik was verrast. En ik wilde meer van dit soort boeken! Ik las Arendsoog, Wipneus en Pim, De Vijf. Allemaal boeken die het predicaat ‘kwaliteit’zelden opgeplakt kregen.

Gisteren kreeg ik de volgende mail:

‘Beste meneer driel [sic],

Ik doe mijn boekbespreking over uw geniale boek superhelden1.nl.

Ik wist niet dat lezen leuk was maar door dit boek las ik zelfs in mijn vrije tijd.

Hoe dan ook ik vroeg me af of u nog tips had of andere dingen waar u me mee kan helpen.

vriendelijke groet,

Floortje (12 jaar ik mag de game spelen!)’

Ze las zelfs in haar vrije tijd! Hoe bijzonder is dat? Dat is wat boeken met je doen!

Mijn zoon vermaakt zich uitstekend met ‘de muis’ net als honderdduizenden anderen op de hele wereld. Hij leest en verliest zich in de verhalen. In plaats van dat hij een afkeer krijgt van boeken die zogenaamd ‘goed’ voor hem zijn, leest hij wat hij leuk vindt en gaat daarna hij op zoek naar meer. En daarom vind ik Geronimo Stilton geweldig.

WANNEER MAG JE JEZELF SCHRIJVER NOEMEN?

writer‘Hoe lang kun je een schrijver die niet schrijft eigenlijk nog met goed fatsoen een schrijver noemen?’ vroeg een collega zich vandaag af op Facebook. Het is een interessante vraag, die aansluit bij een andere: wanneer mag je jezelf eigenlijk schrijver noemen?

In 1998 zegde ik mijn baan op als Multimedia Manager bij ECI om een boek te schrijven. Wanneer iemand vroeg wat ik deed, zei ik: ‘Ik ben schrijver,’ dit tot grote woede van mijn ex-vriendin. Zij was journaliste, maakte documentaires voor de Oostenrijkse televisie en had daar de school van de journalistiek doorlopen. Toch noemde zij zich pas na jaren journaliste. Het was een naam die je moest verdienen volgens haar.

Ik was het daar niet mee eens. Mijzelf definiëren als een schrijver, maakte dat ik schreef. Anders zou het niet meer dan een veredelde hobby zijn.

Inmiddels heb ik tientallen boeken op mijn naam staan en twijfelt niemand er meer aan mijn beroep. En wanneer ik nu mensen vertel dat ik kinderboeken schrijf, krijg ik een heel andere reactie:

‘O, als ik tijd heb, ga ik dat ook ooit nog eens doen!’

keep-calm-and-continue-to-bite-my-tongueIk moet dan op mijn tong bijten. Wat ik niet zeg, (maar wel denk) is: ‘Tuurlijk! Want om te schrijven heb je geen talent nodig, of discipline, alleen maar tijd.’

Het is exact dezelfde reactie die ik vaak kreeg, toen ik zelf net begonnen was. ‘Wie denk je wel dat je bent?’

Wanneer ben je een schrijver?

Iemand suggereerde: wanneer je meer dan één titel op je naam hebt staan. Maar in dat geval zijn Margaret Mitchell (Gone With the Wind), J.D. Salinger (The Catcher in the Rye) en deze andere acht wereldberoemde schrijvers, geen schrijvers.

‘Je bent een schrijver wanneer je gelezen wordt,’ zei een andere collega. Maar dat roept de vraag op: Wat ben je dan, als je niet meer gelezen wordt en hoe meet je dat?

Geronimo_Stilton(En dan is Geronimo Stilton een schrijver.)

Vermoedelijk is er geen juist antwoord. Maar dat maakt de vraag niet minder interessant. Want wie wij zijn, is dat niet de ultieme levensvraag?

Wat denk jij?

Femke Dekker schreef hier eerder het volgende over.

PAUL VAN LOON MAAKT DIK

Populaire boeken zijn net snoepgoed, zoet, zonder voedingswaarde en je wordt er dik van. In drie verschillende vormen kwam ik dit wijdverbreide vooroordeel tegen op het internet.

Gisteren was daar de opmerking van ‘De Gelukkige Lezer’ (alias Volkskrantkinderboekenrecensent Pjotr van Lenteren) op Facebook. Na het bekendmaken van Tosca Menten als de schrijfster van het kinderboekenweekgeschenk schreef hij: ‘Oef: kinderboekenweekgeschenk glijdt af naar niveau Geronimo Stilton met Tosca Menten, bekend van Dummie de Mummie.’ *

Oef, inderdaad.

Een maand eerder schreef Stefan Bosmans  op Verteleens.be dat er iets fundamenteel mis is met ‘Superhelp’ van Benny Lindelauf, omdat het geen artistiek meesterwerk is en Lindelauf het aan de lezer verplicht is om alleen literaire juweeltjes af te leveren.

Pardon?

Volgens Katrien Temmerman van datzelfde Verteleens, zijn ‘Geronimo Stilton en aanverwanten (Paul van Loon, Marc De Bel, Carry Slee, de Girls Only reeks van Clavis, …) lekkere snoepjes. Maar laat je je kind een hele week snoepen, of zelfs maar de hele dag door, omdat je kind nu eenmaal graag snoept? Nee toch?’

Snoepjes?

Er zijn goede boeken en er zijn slechte boeken. Er zijn literaire boeken en er is populaire fictie (en er zit een enorm grijs gebied tussenin). Het literaire gehalte van een boek zegt niets over de kwaliteit. Helemaal niets.

Echt niet.

Er zijn meer slechte boeken dan goede. Ook ik word daar als schrijver wel eens moedeloos van. En het siert Pjotr, Stefan, Katrien  dat ze het voor de goede boeken en goede schrijvers opnemen. Maar op het moment dat je gerenommeerde auteurs als Menten, van Loon en Slee wegzet als het literaire equivalent van snoepgoed, verlies je iedere geloofwaardigheid als recensent. Daarnaast getuigt het van een ongekende gemakzucht om populaire schrijvers een veeg uit de literaire pan te geven, alsof populair en leesbaar automatisch gelijkwaardig is aan slecht en eenvoudig.

Wil ik daarmee zeggen dat populaire schrijvers alleen maar goede boeken schrijven? Nee, natuurlijk niet! Bij ‘ons’ populaire schrijvers zit net zoveel bagger, misschien nog wel meer. Maar dat heeft niets met onze populariteit te maken, of ons publiek, of de genres waarin wij schrijven. Helemaal niets.

Echt niet.

Een goed boek heeft een goed verhaal dat goed opgeschreven is, meer niet. Tegelijkertijd is dat het moeilijkste wat er is, een goed verhaal goed vertellen. En afhankelijk van het verhaal dat de schrijver wil vertellen, het publiek dat hij/zij wil bereiken, of de talenten die men bezit, kiest de schrijver voor een vorm. Zo zegt diezelfde Benny Lindelauf over ‘Superhelp’: ‘Mijn hoofd kent veel verhalen. Ik zoek voor die verhalen een podium. Het is me lief dat dat dat podium de ene keer opgebouwd wordt voor de groep lezers die houdt van literaire, gelaagde genreoverstijgende verhalen en de andere keer voor lezers die houden van toegankelijke genrevaste verhalen. Die wellicht wat meer houvast nodig hebben. Omdat lezers me dierbaar zijn. Alle lezers.’

Amen, Benny, amen.

In de filmkritieken is deze slag inmiddels gemaakt. Waar vroeger arthousefilms als vanzelf het predicaat meesterwerk kregen, en Hollywoodfilms werden afgeserveerd als pretentieloos vermaak, worden titels tegenwoordig beoordeeld op hun eigen kwaliteiten, ongeacht genre of herkomst. Als kinderboekenrecensenten serieus geworden willen worden, moeten ze eerst beginnen om de lezer serieus te nemen. Alle lezers. Ook lezers die van populaire boeken houden.

* Later nuanceerde Pjotr zijn verhaal met de terechte opmerking: ‘Ik vind dat de CPNB de laatste jaren een aardige balans had of in elk geval zocht tussen de bekende publiekslieverdjes en auteurs die wat méér te bieden hebben dan gedol met mummies. Dus als ik het voor het zeggen had, en dat heb ik gelukkig niet, dan had het van mij dit jaar weer wat zwaarder gemoogd.’