FUCK

fuck_youSchrijvers van christelijke kinderboeken worstelen met vloeken, vertelde Hans Alderliesten op een studiedag voor christelijke kinderboekenschrijvers. (Artikel is niet te lezen op zondag). Als je zelf gelovig bent (en je publiek ook), dan wil je die grens niet overschrijden, dat lijkt mij duidelijk. Waarom dan de worsteling? Misschien omdat christelijke schrijvers ook wel weten dat kinderen in het dagelijkse leven wél vloeken? Ook de gelovige.

Als schrijver-zonder-geloof heb ik hetzelfde dilemma. Ik wil waarheidsgetrouwe boeken schrijven. Maar zelf vloek ik nauwelijks, op een enkele ‘shit’ na. En mijn kinderen probeer ik vloekloos op te voeden. (Dat dit een kansloze zaak is, ben ik uiteraard van op de hoogte).

Mijn eerste boeken verschenen bij Zwijsen, een educatieve uitgeverij die oorspronkelijk werd opgericht door de Fraters van Tilburg. Toch deden ze bij Zwijsen nooit overdreven moeilijk over vloeken. Kinderen die af en toe shit zeiden, (en een enkele keer fuck) in een 11+ boek kwamen mét de juiste motivatie langs de censuur.

En de juiste motivatie, dat is voor mij de graadmeter.

superhelden-nlIn mijn Superhelden.nl-trilogie wordt behoorlijk gevloekt, vooral door één personage: Fiber. Zij is deels geïnspireerd op Lisbeth Salander – uit de Millennium trilogie – en Debra Morgen – de zus van Dexter, uit de gelijknamige serie. Fiber is een beschadigd meisje van zestien, een hacker die zich verschuilt achter stoere praat en harde vloeken. En daar hebben sommige lezers best moeite mee. Eén lezeres vroeg zich – in een verder heel positieve recensie – af of ik mijn boek wilde aanpassen. Zij mailde mij: ‘Ik hoop dat Marcel van Driel in de tweede druk van zijn boek wat grove zinnen zou willen verwijderen. Want elkaar verrot slaan, ontleden van zijn ballen en hij wil alleen maar n….n hoort niet thuis in een goed kinderboek. De taal van kinderen verloederd (sic) toch al verschrikkelijk en ik vind dat Nederlandse kinderboekenschrijvers het goede voorbeeld moeten geven aan hun lezers!’

Dat is in feite dezelfde redenatie die Hans Alderliesten volgt. Hij zegt: ‘Kinderboekenschrijvers zijn volgens mij heel creatieve mensen. Ik zou het een zwaktebod vinden als zij geen oplossing zouden vinden.’

Heeft hij daar gelijk in? Ja. Kinderboekenschrijvers zijn heel creatieve mensen. En ja, wij kunnen daar heel eenvoudig een oplossing voor vinden. Daar hoef je niet eens creatief voor te zijn. Je zet gewoon overal ‘zij vloekte’ neer. Op die manier is het heel goed mogelijk om het karakter van Fiber neer te zetten, zonder dat ze daadwerkelijk vloekt. Maar heeft het daarmee dezelfde impact?

Ik denk van niet.

fuck DexterWie weleens Dexter heeft gekeken, weet hoe schokkend het is als Debra Morgen haar mond opendoet. De ene fuck volgt op de ander. Eerst is het grappig, daarna gênant. Daarna tragisch. Maar het heeft wél een functie. Net zoals het taalgebruik van Fiber een functie heeft.

Maar Dexter is voor volwassenen. Ik schrijf voor (oudere) kinderen. Moet ik dan niet het goede voorbeeld geven?

Ik zeg: nee. Ik probeer ik een semirealistisch beeld van kinderen te schetsen die onder zware druk staan. Ik probeer duidelijk te maken hoe ‘fucked-up’ het karakter van Fiber is. Daarnaast speelt het boek zich af op een eiland waar – op twee volwassenen na – iedereen onder de achttien is. Hoe realistisch is het dat meer dan 200 kinderen ‘verdikkeme’ zeggen in plaats van ‘fuck’ als er geen ouderlijk toezicht is?

Niet heel erg.

Vloeken is voor mij een manier om mijn verhaal ‘waar’ te maken. Het is een keuze die ik voor dit boek zeer bewust heb gemaakt. Ik accepteer de kritiek die daarbij hoort, en ook de eventuele verkopen die ik misloop. Want een boek schrijven dat voor een lezer aanvoelt alsof het echt is, daar zit wat mij betreft de echte worsteling van een schrijver.

(Dit blog verscheen eerder in Azra Magazine)

NASCHRIFT: Meerdere mensen wezen mij erop dat ‘fuck’ en ‘shit’ in de oorspronkelijke zijn geen vloeken zijn, omdat ze niet gebaseerd zijn op het vervloeken van de christelijke god. Dat is waar. Maar tegenwoordig worden ‘krachttermen in de ruimere zin des woords’ meestal ook vloeken genoemd en dat is de definitie die de critici op mijn boek hanteerden, dus dat is de definitie die ik heb aangehouden.

GOEDE VOORNEMENS GESLAAGD

1 januari 2010 keken iets meer dan 100.000 mensen naar het tv-programma ‘ Goede Voornemens, Slechte Voornemens‘. Het ging over mensen die het roer om wilden gooien. Ze wilden stoppen met roken, afvallen, op het rechte pad blijven, meer tijd vrijmaken voor hun kinderen.

Eén van de deelnemers  wilde orde op zaken stellen met zijn financiën. Dat was ik. Want eind 2009, toen het programma werd opgenomen, zat ik behoorlijk aan de grond. We waren een jaar daarvoor verhuisd naar een groter – en behoorlijk duurder – huis. Ik was na vijf jaar noodgedwongen gestopt met mijn PR-bureau (mijn enige overgebleven klant was door de kredietcrisis getroffen.) Ik stond voor de keuze: actief acquireren voor nieuwe klanten, of kiezen voor mijn droom en fulltime kinderboekenschrijver worden.

Ik koos voor het laatste.

In eerste instantie ging het best goed: ik werd het hele jaar door gevraagd om op te komen treden op scholen en in bibliotheken en ik schreef en publiceerde minimaal drie boeken per jaar. Toch waren mijn inkomsten wel geslonken. En daar zat hem de kneep.

Ik gaf namelijk nog steeds net zoveel uit als voorheen. Strips, boeken, games, dvd’s, muziek, eten, … ik gaf geld uit alsof ik de loterij gewonnen had. Dat ging een tijdje goed en toen kwam de zomer.

Tijdens de zomer had ik altijd een grote PR-klus te doen. Maar een schrijver kan in de zomer weinig anders dan schrijven. Scholen zijn gesloten, bibliotheken zijn leger dan ooit. Mijn inkomen daalde niet, het stopte. Drie maanden lang kwam er geen cent binnen.

Na de zomer had ik helemaal niets meer, behalve een gat van drie maanden. Ik kon dat gat op geen enkele manier inlopen, ook al had ik na de zomer gelukkig weer genoeg te doen.

Op Twitter kwam een oproep langs om mee te doen aan een tv-programma over goede voornemens. Ik besloot mij op te geven en werd geaccepteerd. Er kwamen verschillende mensen bij ons thuis filmen en op het laatst werden zowel mijn vrouw als ik geïnterviewd door programmamaker Bram van Splunteren. Hij vroeg mijn vrouw: ‘ Als Marcel dit niet oplost, houdt jullie huwelijk dan nog stand?’ Mijn vrouw antwoordde ontkennend. Gelukkig voegde ze er wel aan toe dat ze er alle vertrouwen had dat ik dit op ging lossen. (Jammer dat ze dat stukje niet uitzonden, zodat mijn ouders en sommige vrienden dachten dat we bijna in een scheiding lagen, maar dat terzijde).

Haar  opmerking zette mij wel aan het denken. Ik heb een gezin met twee kleine kinderen en ik breng 50% van het inkomen in. Als ik getrouwd wilde blijven met mijn favoriete vrouw van de hele wereld, moest ik hoognodig iets doen.

We deden het volgende: ik stopte met het kopen van strips, games, dvd’s etc. We namen met pijn in ons hart afscheid van onze werkster en gingen zelf schoonmaken, tussen onze drukke werkzaamheden door. We sloegen de AH voortaan over en haalden onze boodschappen bij de Nettorama. Biologisch vlees en uit eten waren verleden tijd. We gingen niet op vakantie en ik ging voor het eerst in zes jaar niet naar Lowlands.

Daarnaast begon ik hogere bedragen te vragen voor commercieel werk. Ook ging ik  actiever op zoek naar commerciële schrijfklussen. In plaats van mij te focussen op die ene grote opdracht – die meestal op het laatste nippertje niet doorging – sprak ik met meerdere potentiële opdrachtgevers onder het motto: ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt.’ Ik leerde ‘nee’ zeggen tegen heel leuke klussen die veel tijd kosten, maar weinig opleveren. Ik vroeg voorschotten aan op nog te ontvangen royalties en verkocht 100 boeken via Twitter om de belastingen te betalen. Langzaam begonnen we in te lopen en halverwege het jaar waren we bijna weer helemaal bij.

Toen  kwam de zomer van 2010. Het gevreesde gat in het midden van het jaar. De grote opdrachten waar ik mee bezig was, leken geen van allen door te gaan en de stress sloeg toe. Mijn echtgenote wilde dat ik een baan ging zoeken en ik wilde alles op alles zetten om fulltime schrijver te blijven. Net toen ik er geen gat meer in zag, gebeurde er van alles.

Bino werd verkocht aan China en Thailand . Er werden bescheiden maar welkome voorschotten overgemaakt. De Waag vroeg mij om hoorspelen te schrijven rond de Forten van Amsterdam, een goedbetaalde klus waarmee ik de hele zomer doorbracht. Meer opdrachtgevers dienden zich aan, voor vertalingen, audioboeken voor de vakantie, workshops schrijven en lezingen voor volwassenen. Ik mocht een biodiversiteitsprookje schrijven en met een groep kinderen en een boswachter het bos in op de Dag van de Biodiversiteit. De Kinderboekenweek zat overvol en de maand daarna ook. Ineens leek iedereen te weten wat ik deed, waar ik goed in was, én wat ik kostte. Ik zeg niet dat we ineens stinkend rijk waren, maar voor het eerst sinds het beëindigen van mijn PR-bureau zat er weer balans tussen inkomen en uitgaven.

Het is nu 1 januari 2011. Precies een jaar geleden zaten wij voor de televisie en keken we naar onszelf, strijdvaardig, maar ook een beetje wanhopig, hopend op betere tijden. Onze werkster begint deze week weer met het schoonmaken van ons huis en ik heb zowaar vier maanden inkomen apart staan, zodat ik de komende tijd zonder zorgen kan schrijven aan mijn nieuwe boek. Boodschappen doen we nog steeds bij de Nettorama, maar ook af en toe weer bij de AH. En wie weet gaan we dit jaar zelfs weer op vakantie.

Waarom lukte mij dit wel, terwijl de meeste goede voornemens een vroege dood sterven? Ten eerste omdat er iets op het spel stond. Als ik dit niet oploste, dan zou alles wat ik de afgelopen jaren had opgebouwd, zowel privé als zakelijk, teniet worden gedaan. Ten tweede heb ik het in de wereld gezet. Iedereen die ik kende (en velen die ik niet kenden) wisten waar ik op uit was en wat ik wilde bereiken. Ten derde liet ik mij ondersteunen, door een coach, door mijn vrouw, door mijn vrienden. En als laatste en misschien wel belangrijkste, omschreef ik mijn doelen en gaf ik mijzelf deadlines.

Ik kan nu met gepaste trots en veel dankbaarheid terugkijken op een enerverend maar ook mooi 2010 waarin mijn goede voornemens realiteit zijn geworden. Ik kan nieuwe doelen stellen en nieuwe voornemens creëren die meer in lijn liggen met mijn dromen dan met mijn angsten.

Hoe zit dat met jou?

Wat zijn jouw dromen? Welke angsten wil jij onder ogen zien? Welke goede voornemens ga jij in de wereld zetten voor 2011? Welke doelen ga je helder maken en welke deadlines ga je stellen? Hoe ga jij je laten ondersteunen in het behalen van je doelen? Voornemens gaan niet over wensen. Voornemens gaan over resultaten.

Wat ga jij creëren om succesvol te zijn?

Welkom op StoerBoek.nl

2 december 2009 hakte ik de knoop door en besloot uit frustratie met mijn huidige uitgeverij er zelf één op te starten. Ik vroeg mijn volgers op Twitter te stemmen op één van de namen en een meerderheid koos voor StoerBoek.nl. De volgende dag ging ik vol goede moed naar de Kamer van Koophandel om mijn nieuwe bedrijfsnaam in te schrijven. Ik zou de uitgeefwereld wel eens een poepie laten ruiken.

1 januari 2010 zagen honderdduizenden Nederlanders mij en mijn vrouw bij het tv-programma Goede Voornemens, Slechte Voornemens, waarin ik vertelde over onze slechte financiële situatie. Na de uitzending realiseerde ik mij dat ik maar op twee dingen moest richten: minder uitgaven en meer inkomen. Het starten van een eigen uitgeverij moest even op een laag pitje.

Zomer 2010 Mijn uitgaven zijn beheerst, mijn inkomsten meer dan voldoende. Mijn planning is daarentegen tot eind 2010 gevuld met nieuwe opdrachten, optredens en boeken. Geen tijd om aan iets nieuws te beginnen. Daarnaast dringt zich steeds vaker de vraag bij mij op: wil ik wel een uitgeverij?

1 oktober 2010. De site van StoerBoek.nl is eindelijk online. Hij is gemaakt door de onvolprezen @abduladvany in ruil voor een tas vol met golfclubs. Het is een blogsite geworden, waar ik in de eerste instantie ga schrijven óver schrijven. Over alles wat je doet en bedenkt voordat je aan een boek begint. Over waar schrijvers hun inkomsten vandaan halen. Over successen en mislukkingen. Over collega’s en hoe zij hun werk zien. Én over uitgeven.

Over de ontwikkelingen in de e-markt wordt volop geblogd door IT- ers en kennisexperts en – in mindere mate – door uitgevers, maar nog weinig door auteurs. Dat gat wil ik op deze site gaan vullen. Of daar uiteindelijk een uitgeverij uitkomt (en of die enkel en alleen van/voor mijzelf is), is niet eens zo belangrijk. Ik voorspel dat de reis er naartoe al interessant genoeg is. Reizen jullie met mij mee?