OVER NETFLIX, 11 SEPTEMBER EN DE IRONIE VAN ONLINE PRIVACY

Terms and Conditions11 september. De avond ervoor had ik al een account aangemaakt op het net in Nederland gelanceerde Netflix, maar ik had nu pas tijd om het aanbod echt te bekijken en de functionaliteit te testen. Ik keek een oude aflevering van Dr. Who (‘The Doctor’s Wife’, altijd voor herhaling vatbaar) en de documentaire ‘Terms And Conditions May Apply’ over hoe makkelijk we onze online privacy weggeven door overal op  ‘I Agree’ te klikken.

De ironie ontging mij niet. Want ook om van Netflix gebruik te maken, moet je akkoord gaan met een hele reeks aan voorwaarden en bepalingen. En die had ik natuurlijk niet gelezen.

De documentaire gaat uitgebreid in op hoeveel privacygevoelige informatie wij bewust en onbewust weggegeven en hoe met name de Amerikaanse overheid gretig gebruik maakt van de Big Data die Google, Facebook en andere (sociale) netwerken verzamelen. En het geeft een aantal voorbeelden van hoe het mis kan gaan: een jongen die twee dagen vastzat omdat hij ‘Let’s destroy America’ twitterde (hij ging feestvieren). Een komiek die de politie aan zijn deur kreeg omdat hij een Fightclub quote op Facebook plaatste, een schrijver van CSI die online van plan leek om zijn vrouw te vermoorden.

Ik pakte mijn iPad erbij en raadde de documentaire aan op Facebook. Opnieuw ontging de ironie mij niet.

AgreeIk vond de documentaire niet schokkend en dat was misschien nog wel het meest schokkende. Ik ben mij volledig bewust wat er online allemaal over mij verzameld wordt, en kan daar kennelijk mee leven. Wel was het vreemd om op 11 september een documentaire te kijken die om de haverklap naar dezelfde datum verwees, nu twaalf jaar geleden. De dag dat alles veranderde, zeker op het gebied van privacywetgeving.

Zelf kwam ik er op 9/11/2001 achter dat ik geen tv kon kijken. Bij werkzaamheden voor de deur hadden de stratenmakers een kabel geraakt, waardoor ik zonder kabeltelevisie kwam te zitten. Dat bleek al weken zo te zijn, maar ik wist van niets. Ik keek alleen Dvd’s of zat op internet. Online keek ik de schokkerige beelden van de vliegtuigen die zich in de torens van New York boorden. Schokkerig, omdat mijn internetverbinding nauwelijks snel genoeg was om de beelden op postzegelformaat door te geven.

Via datzelfde internet kijk ik nu twaalf jaar later probleemloos streaming naar een documentaire over internetprivacy op Netflix. In HD kwaliteit.

netflixDe voorlopige conclusie over Netflix NL: het filmaanbod is om te huilen, maar qua series valt er behoorlijk wat te genieten, vooral als je zoals ik lang niet alles gezien hebt wat er de afgelopen jaren verschenen is. Ben jij volledig bij op tv-gebied, dan heb je er voorlopig niets te zoeken. Maar voor 7,99 per maand kan ik in ieder geval een tijdje vooruit. De streamingkwaliteit is goed, zowel op TV als op de iPad. De ondertiteling daarentegen is abominabel. Verkeerd spatiegebruik (oftewel, de Engelse Ziekte), slecht vertaalde zinnen en zelfs complete spelfouten. En geen mogelijkheid om te schakelen naar Engelse titels.

Maar vanavond zit ik lekker weer te genieten van ‘The Thick of It’ waar de nieuwe Dr. Who Peter Capaldi als Malcolm Tucker tekeer gaat als een bootwerker met het syndroom van Gilles de la Tourette. Die data wordt natuurlijk weer verzameld en samengevoegd met mijn blog over het woord ‘FUCK’ en mijn uitlatingen op Facebook. Ik ben benieuwd wanneer de politie hier voor de deur staat. Een kinderboekenschrijver die vloekt, dat moet ergens een rode vlag opleveren.

De website van ‘Terms And Conditions May Apply’ vind je overigens hier. Je moet wel eerst op ‘I Agree’ klikken om de trailer te mogen bekijken.

Humor.

Een proefabonnement op Netflix neem je hier.

DE KOUDSTE APP IN DE iSTORE

 

Verstoppertje spelen met Bino

Het heeft even wat voeten in aarde gehad, maar hij is er: de Bino app voor de iPad! Het is een simpel maar verslavend spelletje voor kinderen vanaf een jaar of drie en kost 0,79 cent. In het spel moeten kinderen onze sneeuwwitte pinguïn vinden tussen de ijsblokken en hem daarna aankleden. Op dit moment zijn er drie verschillende outfits, maar het is de bedoeling dat daar in de toekomst extra kledingsets bijkomen.

Het maken van een app is stap 1, het promoten is een ‘whole different ballgame’ zoals de oude Grieken zeiden. Tussen de meer dan een half miljoen apps (!) in de iStore sneeuwt onze ijskoude app natuurlijk snel onder. En om dat te voorkomen, kunnen wij jouw hulp goed bij gebruiken.

Waar is Bino?

Heb je een iPad? 0,79 cent? Een kind tussen de drie en de zes jaar (of de speelsheid van één :)) Zou je dan de app willen downloaden, beoordelen en – als hij je bevalt – aanbevelen? Hoe meer downloads, hoe sneller wij extra content kunnen toevoegen!

Charlie speelt Bino

Heb je geen iPad, maar wil je toch wat doen? Misschien weet je nog forums of websites die (Kinder)apps bespreken? Tijdschriften? We horen het graag in de reacties hieronder!

Namens illustrator Vera de Backker, de appmakers van Zinder, ikzelf en niet te vergeten: Bino! hartelijk dank voor je voor je support. Met jouw hulp moet het lukken om van Bino een succes te maken!

Waar zijn mijn kleren?

P.S. een Androidversie wordt gemaakt als dit een succes blijkt. Voor smartphone’s is het spelletje helaas niet geschikt.

 

WAAROM STEVE JOBS EEN EIKEL IS (EN IK NIET)

Steve Jobs’ biografie leest als een spannend jongensboek waarin Jobs zowel de held als de slechterik is. Dat is deels de verdienste van biograaf Walter Isaacson, die van het levensverhaal van Steve een uitstekend geschreven boekwerk heeft gemaakt, vol humor en cliffhangers. Maar het is ook een schrijnend boek: tegenover iedere uitvinding waarmee Jobs de wereld veranderde, staan tientallen (zo niet honderden) gekwetste ego’s, verwaarloosde gezinsleden en gebruuskeerde collega’s. Want als er iets duidelijk wordt uit de bio, is dat Steve Jobs een vreselijke man kon zijn.

Dat Jobs visie had, weten we allemaal. Voor mij kwam het mooiste voorbeeld tijdens het lezen. Ik wisselde continu tussen mijn iPhone en mijn iPad, afhankelijk van waar ik las. De software synchroniseerde automatisch tussen beide apparaten waar ik gebleven was in mijn e-book. Terwijl Jobs op het ‘papier’ pleitte voor de naadloze integratie van software en hardware, had ik het bewijs dat het werkte in mijn handen.

Ik heb ooit gewerkt voor iemand als Jobs. Hij was niet makkelijk, net als Jobs schold hij mensen uit voor rotte vis en liet ze vallen als een baksteen als hij ze niet meer nodig had. Tegelijkertijd durfde hij dingen te zeggen die we allemaal stiekem dachten. ‘Dit is verschrikkelijk slecht,’ zei hij over een product waar iemand maanden aan gewerkt had. En hij had gelijk, ook al kon je discussiëren over de woordkeuze, zijn stijl of het (gebrek aan) fatsoen. Ik heb nog nooit zoveel geleerd als in het jaar dat ik voor deze man werkte.

Toch ben ik er vertrokken. Ik kon de dagelijkse hoeveelheid agressie niet meer aan, het op de tenen lopen, de hele tijd bang zijn voor de volgende uitval of scheldpartij, het ellebogenwerk van mijn collega’s die zijn manier van leiding op leek te roepen. Ik wilde liever gelukkig zijn en plezier hebben in mijn werk.

Dat is gelukt. Ik geef nu leiding aan mijn eigen leven, maak de producten die ik wil maken op mijn eigen voorwaarden en werk met de mensen waar ik mee wil werken.

En toch mis ik het soms: de rücksichtslosekritiek met als enige doel een product beter te maken; het werken met een team waar aardig gevonden worden minder belangrijk is dan het eindresultaat; het met z’n allen proberen de wereld te veranderen. En dan vraag ik mij wel eens af: is het mogelijk om op zo’n hoog niveau te werken, zonder het verbale geweld, zonder de negatieve eigenschappen van iemand als Jobs? Of zijn er alleen de twee uitersten: de middelmatige, bureaucratische bedrijven die 99% van de ondernemingen zijn, en Apple?

Volgens mijn echtgenote kan ik soms net zo bot uit de hoek komen als Jobs. Ik probeer mijn kritiek daarom te gieten in de vorm van positieve feedback. En wanneer ik dat niet doe – zoals in mijn blog ‘De eerste keer is poep’ – krijg ik ook meteen een hele hoop bagger over me heen gestort. Dat vind ik vervelend, dus daarna bind ik weer in.

Jobs deed dat nooit, die zei altijd wat hij hij vond en wat hij dacht, ongeacht wat een ander daar van dacht. Daarom haalde Jobs resultaten. Betere resultaten dan ik! Want ook bij mijn boeken en mijn websites laat ik dingen gebeuren die ik eigenlijk niet wil. En ook mijn eigen standaard ligt eigenlijk te laag, dan ben ik tevreden omdat mijn uitgever tevreden is, niet omdat ik tevreden ben.

Zou het niet fantastisch zijn als zo’n hoge standaard te combineren is met geluk? Is dat überhaupt mogelijk?

HET BETEKENT ALLEMAAL NIETS

Vorige week werd de NRCnext niet bezorgd. Gelukkig heb ik een iPad, maar ook daarop bleek de krant niet beschikbaar. Allerlei scenario’s vlogen door mijn hoofd: ons abonnement is ‘on hold’ gezet (heb ik wel betaald?), er is iets ergs gebeurd in het land, het NRC is failliet.

Tien minuten later kon ik de krant wel downloaden. Er bleef niets over van mijn theorieën.

Wij mensen zijn ‘meaning making machines’. Er gebeurt iets en wij geven daar betekenis aan. Dat deden we al toen we de donder Thor (of Donar) noemden en dat doen we nu als iemand niet op onze e-mails reageert.

Als schrijver maak je dankbaar gebruik van deze menselijke eigenschap om van niets iets te maken. Verhalen draaien tenslotte om conflict: karakters die elkaar verkeerd begrijpen, die iets van zichzelf vinden (of van anderen) – als reactie op volstrekt ongerelateerde gebeurtenissen. Het is de basis van bijna ieder verhaal.

Deze auteur is zelf ook een mens. Helaas, soms.

Toen ik eind vorig jaar mijn Waanzinnig Plan bedacht, was alles mogelijk. Mijn personages konden nog alle kanten op en in mijn hoofd leefden zelfs meerdere plotlijnen probleemloos naast elkaar. Inmiddels heb ik ruim 2/3 van het boek geschreven. Begin april moet ik de eerste volledige versie inleveren bij Uitgeverij De Fontein. Hoewel ik nog zo’n 20.000 woorden moet schrijven, weet ik redelijk goed wat er verder gaat gebeuren. Er is weinig ruimte voor meer voor afwijkend gedrag, de personages moeten gewoon doen wat ik zeg.

Maar waar ik het eerste deel schreef vol enthousiasme en mogelijkheden, weeg ik nu iedere woord en iedere zin op een presenteerblaadje. Is het spannend? Is het geloofwaardig? Is het goed genoeg? Ga ik de zeer krappe deadline redden? Is de uitgever tevreden? Zijn de lezers hier wel blij mee?

En  juist afgelopen week eisten allerlei andere zaken de aandacht.  Alsof ik niet genoeg aan mijn hoofd heb. Mijn oudste zoon – die al twee weken net-niet-ziek is – ontplofte bij het minste geringste. Ik loop al dagen rond met een gigantische hoofdpijn. Omdat ik lessen geef of workshops voorbereid, kom ik nauwelijks toe aan schrijven.  Ik maak spoedvertalingen, spring mensen bij die hun eigen dromen proberen te verwezenlijken en probeer tussendoor ook nog mijn deel van het gezin te runnen.

Vorige week was ik er helemaal klaar mee. Ik wilde nog maar één ding: in bed liggen met een deken over mijn hoofd en wachten tot het allemaal voorbij is. Totdat ik besefte: het is allemaal gewoon wat het is. Ja, het is druk. Ja, er is een deadline. Nee, ik weet niet of ik alles af krijg en ik weet ook niet of men het boek straks goed vindt of niet.

Maar ja, dat was eind vorig jaar ook allemaal zo. Alleen geef ik er nu een andere betekenis aan. Vorig jaar was de onbekendheid een uitdaging, nu is het een last. Een paar weken geleden was de deadline een motivatie om aan het werk te gaan, nu is het een reden om weg te rennen. (Volgens mijn echtgenote heb ik dit bij ieder boek, wanneer ik op 2/3 van het verhaal ben).

In een vorige blog schreef ik: Luister niet naar je gevoelens. Daar kreeg ik een hoop positieve maar ook negatieve reacties  op. Maar mijn punt blijft staan: je (dagelijkse) gevoelens worden meestal gevoed door omstandigheden en zijn volstrekt willekeurig. Een boze zoon, een onhandige planning, het zijn allemaal redenen: ze betekenen helemaal niets.

Stel nou dat de redacteuren bij het NRC zouden zeggen: omdat we een slechte week hebben gehad, verschijnt er vandaag geen krant. Een leraar verschijnt niet op school na een ruzie met haar man. Mark Rutte die een baaldag neemt omdat de uitslag van de verkiezingen tegenzit. Obama die lekker in zijn bed blijft liggen, met de dekens over zijn hoofd, omdat de Republikeinen iets onaardigs hebben gezegd?

Ik ben maar weer gewoon aan het werk gegaan. En in plaats van me druk te maken over deadlines, heb ik mij gefocust op waar ik goed in ben: verhalen vertellen. Inmiddels ben ik weer op schema, 53.053 woorden en still going strong.