WAAROM STEVE JOBS EEN EIKEL IS (EN IK NIET)

Steve Jobs’ biografie leest als een spannend jongensboek waarin Jobs zowel de held als de slechterik is. Dat is deels de verdienste van biograaf Walter Isaacson, die van het levensverhaal van Steve een uitstekend geschreven boekwerk heeft gemaakt, vol humor en cliffhangers. Maar het is ook een schrijnend boek: tegenover iedere uitvinding waarmee Jobs de wereld veranderde, staan tientallen (zo niet honderden) gekwetste ego’s, verwaarloosde gezinsleden en gebruuskeerde collega’s. Want als er iets duidelijk wordt uit de bio, is dat Steve Jobs een vreselijke man kon zijn.

Dat Jobs visie had, weten we allemaal. Voor mij kwam het mooiste voorbeeld tijdens het lezen. Ik wisselde continu tussen mijn iPhone en mijn iPad, afhankelijk van waar ik las. De software synchroniseerde automatisch tussen beide apparaten waar ik gebleven was in mijn e-book. Terwijl Jobs op het ‘papier’ pleitte voor de naadloze integratie van software en hardware, had ik het bewijs dat het werkte in mijn handen.

Ik heb ooit gewerkt voor iemand als Jobs. Hij was niet makkelijk, net als Jobs schold hij mensen uit voor rotte vis en liet ze vallen als een baksteen als hij ze niet meer nodig had. Tegelijkertijd durfde hij dingen te zeggen die we allemaal stiekem dachten. ‘Dit is verschrikkelijk slecht,’ zei hij over een product waar iemand maanden aan gewerkt had. En hij had gelijk, ook al kon je discussiëren over de woordkeuze, zijn stijl of het (gebrek aan) fatsoen. Ik heb nog nooit zoveel geleerd als in het jaar dat ik voor deze man werkte.

Toch ben ik er vertrokken. Ik kon de dagelijkse hoeveelheid agressie niet meer aan, het op de tenen lopen, de hele tijd bang zijn voor de volgende uitval of scheldpartij, het ellebogenwerk van mijn collega’s die zijn manier van leiding op leek te roepen. Ik wilde liever gelukkig zijn en plezier hebben in mijn werk.

Dat is gelukt. Ik geef nu leiding aan mijn eigen leven, maak de producten die ik wil maken op mijn eigen voorwaarden en werk met de mensen waar ik mee wil werken.

En toch mis ik het soms: de rücksichtslosekritiek met als enige doel een product beter te maken; het werken met een team waar aardig gevonden worden minder belangrijk is dan het eindresultaat; het met z’n allen proberen de wereld te veranderen. En dan vraag ik mij wel eens af: is het mogelijk om op zo’n hoog niveau te werken, zonder het verbale geweld, zonder de negatieve eigenschappen van iemand als Jobs? Of zijn er alleen de twee uitersten: de middelmatige, bureaucratische bedrijven die 99% van de ondernemingen zijn, en Apple?

Volgens mijn echtgenote kan ik soms net zo bot uit de hoek komen als Jobs. Ik probeer mijn kritiek daarom te gieten in de vorm van positieve feedback. En wanneer ik dat niet doe – zoals in mijn blog ‘De eerste keer is poep’ – krijg ik ook meteen een hele hoop bagger over me heen gestort. Dat vind ik vervelend, dus daarna bind ik weer in.

Jobs deed dat nooit, die zei altijd wat hij hij vond en wat hij dacht, ongeacht wat een ander daar van dacht. Daarom haalde Jobs resultaten. Betere resultaten dan ik! Want ook bij mijn boeken en mijn websites laat ik dingen gebeuren die ik eigenlijk niet wil. En ook mijn eigen standaard ligt eigenlijk te laag, dan ben ik tevreden omdat mijn uitgever tevreden is, niet omdat ik tevreden ben.

Zou het niet fantastisch zijn als zo’n hoge standaard te combineren is met geluk? Is dat überhaupt mogelijk?

Als het leest als boek …

Eppo van Nispen is de nieuwe directeur van het CPNB, de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek. Tijdens de door Ted van Lieshout georganiseerde Middag van het Kinderboek, vertelde van Nispen dat zijn kinderen het verschil niet benoemen tussen analoge boeken en hun digitale versies. Volgens zijn kids is een boek gewoon een boek, of het nou op een iPad staat of op papier.

Ik herken dit wel. De afgelopen maanden heb ik meer dan vijftien boeken gelezen; Jeugdboeken, thrillers, fantasy en non-fictie. En de helft las ik niet op papier maar op het scherm van mijn iPhone. Zes fantasyboeken van Jim Butcher, met in totaal meer dan 2400 (papieren) pagina’s werden in drie weken weggelezen op een scherm van 11,5 bij 6 cm. Na tien minuten merkte ik niet eens meer dat ik geen papier in mijn handen had. Sterker nog, ik ging juist nog meer lezen dan ik al deed, omdat ik mijn wacht- en reistijden gebruikte om snel nog even een hoofdstuk te lezen, in plaats van mijn tijd te vertwitteren,( tot grote blijdschap van mijn volgers). Ik was om: e-books zijn van harte welkom, zelfs al heb ik de perfecte reader nog niet ontdekt.

Maar het belangrijkste inzicht kwam later: Ik merkte dat wanneer ik anderen attent maak op één van de boeken, dan noem ik de titel en de schrijver, niets meer. Ik ben op dat moment vergeten waar en hoe ik het boek gelezen heb. Ik wil gewoon dat jij dat boek ook gaat lezen. Het medium, dat kies je zelf wel.

De kinderen van Eppo hadden mij dat natuurlijk al veel eerder kunnen vertellen.