PAUL VAN LOON MAAKT DIK

Populaire boeken zijn net snoepgoed, zoet, zonder voedingswaarde en je wordt er dik van. In drie verschillende vormen kwam ik dit wijdverbreide vooroordeel tegen op het internet.

Gisteren was daar de opmerking van ‘De Gelukkige Lezer’ (alias Volkskrantkinderboekenrecensent Pjotr van Lenteren) op Facebook. Na het bekendmaken van Tosca Menten als de schrijfster van het kinderboekenweekgeschenk schreef hij: ‘Oef: kinderboekenweekgeschenk glijdt af naar niveau Geronimo Stilton met Tosca Menten, bekend van Dummie de Mummie.’ *

Oef, inderdaad.

Een maand eerder schreef Stefan Bosmans  op Verteleens.be dat er iets fundamenteel mis is met ‘Superhelp’ van Benny Lindelauf, omdat het geen artistiek meesterwerk is en Lindelauf het aan de lezer verplicht is om alleen literaire juweeltjes af te leveren.

Pardon?

Volgens Katrien Temmerman van datzelfde Verteleens, zijn ‘Geronimo Stilton en aanverwanten (Paul van Loon, Marc De Bel, Carry Slee, de Girls Only reeks van Clavis, …) lekkere snoepjes. Maar laat je je kind een hele week snoepen, of zelfs maar de hele dag door, omdat je kind nu eenmaal graag snoept? Nee toch?’

Snoepjes?

Er zijn goede boeken en er zijn slechte boeken. Er zijn literaire boeken en er is populaire fictie (en er zit een enorm grijs gebied tussenin). Het literaire gehalte van een boek zegt niets over de kwaliteit. Helemaal niets.

Echt niet.

Er zijn meer slechte boeken dan goede. Ook ik word daar als schrijver wel eens moedeloos van. En het siert Pjotr, Stefan, Katrien  dat ze het voor de goede boeken en goede schrijvers opnemen. Maar op het moment dat je gerenommeerde auteurs als Menten, van Loon en Slee wegzet als het literaire equivalent van snoepgoed, verlies je iedere geloofwaardigheid als recensent. Daarnaast getuigt het van een ongekende gemakzucht om populaire schrijvers een veeg uit de literaire pan te geven, alsof populair en leesbaar automatisch gelijkwaardig is aan slecht en eenvoudig.

Wil ik daarmee zeggen dat populaire schrijvers alleen maar goede boeken schrijven? Nee, natuurlijk niet! Bij ‘ons’ populaire schrijvers zit net zoveel bagger, misschien nog wel meer. Maar dat heeft niets met onze populariteit te maken, of ons publiek, of de genres waarin wij schrijven. Helemaal niets.

Echt niet.

Een goed boek heeft een goed verhaal dat goed opgeschreven is, meer niet. Tegelijkertijd is dat het moeilijkste wat er is, een goed verhaal goed vertellen. En afhankelijk van het verhaal dat de schrijver wil vertellen, het publiek dat hij/zij wil bereiken, of de talenten die men bezit, kiest de schrijver voor een vorm. Zo zegt diezelfde Benny Lindelauf over ‘Superhelp’: ‘Mijn hoofd kent veel verhalen. Ik zoek voor die verhalen een podium. Het is me lief dat dat dat podium de ene keer opgebouwd wordt voor de groep lezers die houdt van literaire, gelaagde genreoverstijgende verhalen en de andere keer voor lezers die houden van toegankelijke genrevaste verhalen. Die wellicht wat meer houvast nodig hebben. Omdat lezers me dierbaar zijn. Alle lezers.’

Amen, Benny, amen.

In de filmkritieken is deze slag inmiddels gemaakt. Waar vroeger arthousefilms als vanzelf het predicaat meesterwerk kregen, en Hollywoodfilms werden afgeserveerd als pretentieloos vermaak, worden titels tegenwoordig beoordeeld op hun eigen kwaliteiten, ongeacht genre of herkomst. Als kinderboekenrecensenten serieus geworden willen worden, moeten ze eerst beginnen om de lezer serieus te nemen. Alle lezers. Ook lezers die van populaire boeken houden.

* Later nuanceerde Pjotr zijn verhaal met de terechte opmerking: ‘Ik vind dat de CPNB de laatste jaren een aardige balans had of in elk geval zocht tussen de bekende publiekslieverdjes en auteurs die wat méér te bieden hebben dan gedol met mummies. Dus als ik het voor het zeggen had, en dat heb ik gelukkig niet, dan had het van mij dit jaar weer wat zwaarder gemoogd.’