JE BENT NOOIT GOED GENOEG (VOOR JE SMAAK)

 

Doodmoe word ik er soms van, al die inspirerende quotes en dito filmpjes die de hele dag op Twitter en Facebook rondgaan. Vooral als ze afkomstig zijn van mensen die zichzelf heel inspirerend vinden, maar die eigenlijk niets te melden hebben. Meestal negeer ik ze, maar soms, heel soms, komt de juiste tekst op het juiste moment langs en maakt het net dat kleine beetje verschil. En laatst was dat dit filmpje van schrijver Ira Glass, dat ik zag op een moment dat ik het even heel erg moeilijk had met mijn vak en mijn boek.

Wat Glass zegt is zo herkenbaar: als creatieveling heb je een bepaalde smaak. En als beginner (en in mijn geval ook als gevorderde) ben je zelden zo goed als je grote voorbeeld.

Ik ben dit jaar tien jaar schrijver en ik begin een beetje door te krijgen hoe het werkt, dat schrijven. Maar mijn beste boek komt niet in de buurt van het beste boek van mijn favoriete schrijver! Als ik King lees of Mitchell, of Card, of Auster, of Möring, of Gaiman, dan heb ik soms de neiging om er maar mee op te houden, ondanks de aantoonbare progressie die ik als schrijver doormaak.

Het is goed om te horen dat ik niet de enige ben die hiermee worstelt. En ik wed dat je voor ‘schrijver’ net zo makkelijk ‘illustrator’, ‘tennisser’, ‘leerkracht’ of wat voor beroep dan ook kan invullen. Iedereen heeft wel een voorbeeld waaraan hij of zij zich spiegelt. En iedereen voelt zich in zijn of haar beroep wel eens tekort schieten omdat onze grote voorbeelden zoveel beter zijn.

Daarom is het verhaal van Ira Glass een hart onder de riem. Als radio- en televisiemaker (presentator én producent) is Glass niet de eerste de beste en zijn er velen die tegen hem opkijken. Maar ook hij loopt hier tegenaan. En ook hij gaat door en doet zijn best om zo goed mogelijk zichzelf te zijn. Dat geldt voor hem, dat geldt voor mij én dat geldt voor jou! Wie weet, misschien spiegelt zich ooit wel iemand aan jou! Wie weer denkt er ooit iemand: als ik nou ooit eens zo goed word als hem of haar!

Ik ga gewoon door met schrijven en geniet van zij die beter zijn dan ik. Net als Ira Glass. En als ik het even niet zie zitten, dan denk ik gewoon: wedden dat Neil Gaiman ook tegen iemand opkijkt en denkt: ik wou dat ik dat kon.

En jij? Hoe ga jij hiermee om in jouw vak?

(Overigens: voor wie nu denkt dat dit blog een vrijbrief is om door te gaan met herposten van andermans quotes, filmpjes, ideeën en inzichten, zonder enige persoonlijke context of inbreng, die heeft het wat mij betreft nog steeds niet begrepen.)

Maar dat terzijde.

FULL CIRCLE

 

In 2001 zegde ik mijn baan op als Multimedia Manager bij ECI, verkocht ik mijn eengezinswoning en verhuisde naar een goedkoop appartement in Rotterdam om daar mijn eerste jeugdroman te schrijven. Het boek heette ‘De Werelddromer’ en ging over een jongen wiens dromen werkelijkheid worden.

Zelf droomde ik van een succesvolle carrière als kinderboekenschrijver en daar werkte ik hard voor. Ik las boeken over schrijven, pende iedere dag minimaal 1.000 woorden en schaafde en schaafde tot ik eindelijk tevreden was over mijn manuscript. Het was meer dan 300 pagina’s lang en ik had er een jaar aan gewerkt.

Na een paar bemoedigende woorden van Marcel Möring – die zo genereus was om de eerste bladzijden te lezen – stuurde ik De Werelddromer naar Uitgeverij De Fontein en wachtte af.

Na drie maanden en één telefoontje kreeg ik het manuscript terug. De uitgever had zestig pagina’s gelezen en met een rode pen opmerkingen in de kantlijn gezet.

Ik zag meer rood dan zwart.

Er zaten te veel personages in het verhaal (hij telde er elf in het eerste hoofdstuk), het was onevenwichtig, het zat vol met spel- en taalfouten en was nergens grappig. Kortom: het was bagger en ik had iedere beginnersfout gemaakt die er te maken viel.

Bovenop het manuscript zat een gele post-it note. “Geef niet op,” stond er. “Ik denk dat je kan schrijven, maar misschien moet je met iets simpelers beginnen.”

Ik gaf niet op. Aangezien mijn spaargeld op was, ging ik weer fulltime werken en schreef in mijn vakantie en in de avonduren. Ik begon aan iets simpels: een dun boekje voor kinderen vanaf 7 jaar. Het heette ‘Een Elfje in de Sneeuw’ en het verscheen in 2002 bij Uitgeverij Zwijsen.

Het is nu 2011. Ik ben tien jaar en dertig boeken verder. In januari verkocht ik mijn nieuwe boek ‘Superhelden.nl‘ aan Uitgeverij De Fontein op basis van een idee, het eerste hoofdstuk en een voorwaarde: als het uiteindelijke manuscript niet goed bleek, mochten ze in april alsnog besluiten om het niet uit te geven.

Twee weken geleden leverde ik het manuscript in. Het was ruim 300 pagina´s en ik had er vier maanden aan gewerkt.

Afgelopen vrijdag kwam het verlossende telefoontje: “Ik vind het boek geweldig! Het is heel erg goed geschreven en superspannend,’ zei mijn redacteur. “Ik weet zeker dat kinderen dit geweldig gaan vinden.”

Ik heb de hele dag met een grote grijns rondgelopen.

Tot eind mei heb ik de tijd om alle aantekeningen en opmerkingen in de kantlijn te verwerken (in potlood deze keer ipv rode pen). Daarna kijkt de bureauredacteur nog een keer naar de komma’s en de ‘d’s’ en de ‘t’s’ en dan gaat het boek naar de drukker. Half september ligt het in de winkel en mogen jullie zeggen wat jullie er van vinden.

1 juni begin ik aan mijn nieuwe boek. Het gaat over een jongen wiens dromen werkelijkheid worden en het heet ‘De Werelddromer’. Waarom ik daar na tien jaar pas weer aan begin? Dat bewaar ik voor een volgende blog.

P.S. Vandaag kreeg ik het manuscript terug met een hele andere ‘post-it-note’.