Hoe zit het nou %&*$# met Nachtmerrieman!

1595 dagen geleden hadden 308 mensen 17.032 euro gestort om een boek te krijgen dat pakweg drie jaar geleden had moeten verschijnen. Vandaag is dat boek er nog steeds niet. En het is ook nog niet af.
 
Het is ook nog niet bijna af.
 
En sommige donateurs zijn het wachten zat.
 
Ik snap dat.
 
Laat me beginnen met iets heel duidelijk te stellen. Ik ben verantwoordelijk voor mijn leven en voor mijn project. Ik heb een belofte gedaan die ik niet heb waargemaakt en daar ben ik als enige verantwoordelijk voor. Ik heb de afgelopen drie jaar keuzes gemaakt waardoor het boek er nog niet is. Ik sta 100% achter al die keuzes. Maar het zijn wel mijn keuzes. En als donateur heb je het volste recht om mij aan te spreken op het niet nakomen van mijn belofte.
 
Er zijn een heleboel redenen waarom het boek te laat is. Veel van die redenen heb je kunnen lezen in een eerdere update en in de blogpost: ‘Waarom ik spijt heb van mijn crowdfundingactie’. Maar er zijn daarna nog een aantal dingen gebeurd, sommigen hadden met het boek te maken, andere niet.
 
En dat is het grote probleem met NMM voor mij in de communicatie. Er spelen zoveel dingen tegelijk en door elkaar, dat ik soms niet weet wat te communiceren.
 
Ik ga het toch proberen.
 
Na mijn blogpost van 16 januari 2016, begon ik vol goede moed te schrijven aan NMM. Ik voelde de druk van de crowdfunding niet meer (nog steeds niet, trouwens), wist wat ik wilde met mijn grotere, ambitieuzere plot en mijn hoofdpersoon Madeline Finn. Ik schreef elke dag aan het boek en wanneer ik niet schreef, werkte ik aan de structuur. Gestaag kwam mijn woordenaantal weer in de buurt van de 35.000 die ik eerder had weggegooid. En wat ik had, was het beste dat ik ooit geschreven had.
 
Tegelijkertijd realiseerde ik mij twee dingen:
 
1. Dit boek ging mij veel meer tijd kosten dan ik had gepland. Langer dan de zes maanden die ik in de crowdfunding had genoemd. Langer dan het jaar dat ik er in mijn hoofd van had gemaakt. Misschien wel twee jaar. Omdat de structuur van het boek veel ingewikkelder is dan welk boek ik ook eerder schreef. Omdat de taal anders is dan die van een jeugdboek. Ik schrijf domweg veel minder woorden per dag dan aan bijvoorbeeld Superhelden.nl, soms maar honderd (ipv 1.000).
 
2. Ik moest meer backstory uitwerken voor mijn personages dan ik ooit had gedaan.
 
Misschien moet ik dat even uitleggen.
 
Als ik per ongeluk op een Tros muziekfeest op het plein kom, dan vind ik daar wat van. Ik hou niet van de muziek, dus misschien erger ik me. Of misschien amuseer ik mij omdat ik zie dat anderen zich amuseren.
 
Als je juist graag op dat soort feesten komt, reageer je anders dan ik.
 
Als de zanger zingt over een verloren liefde, dan reageer ik anders dan iemand die net verlaten is. Als iemand met een multiculturele achtergrond op zo’n feest komt, waar meestal bijna iedereen wit is, reageert zij anders dan ik.
 
Wie je bent, maakt hoe je reageert op een situatie. Dat is in het echte leven zo, en dus ook in een boek.
 
Maar in een jeugdboek is dat veel minder! En dat komt met name omdat de personages jonger zijn en minder meegemaakt hebben. Kinderen reageren, zeker tot een jaar of elf, veel primairder. Daarnaast zijn het soort jeugdboeken dat ik schrijf minder psychologisch dan wat ik met NMM van plan ben.
 
Ik realiseerde me, dat ik te weinig over mijn personages wist. Niet alleen over de hoofdpersoon, haar echtgenote en de dader, maar ook over de slachtoffers.
 
Voordat ik verder kon, moest ik de achtergronden uitwerken van mijn personages die verder gingen dan hun haarkleur, leeftijd, opleiding en leefstijl. Ik moest weten wat ze dreef, wat hun passie was, waar ze bang voor waren. Ik moest weten wat ze hadden meegemaakt.
 
Maar hoe doe je dat?
 
Ik ga er altijd vanuit dat ieder probleem dat ik tegenkom, al een keer door iemand anders is opgelost, dus ik begon te Googlen. En ik kwam uit op een boek dat ‘Story Genius’ heette. In dat boek werd een methode uit de doeken gedaan waarin je het verleden van een personage uitwerkt met het plot van je boek ingedachte. Je bedenkt specifieke situaties die je hoofdpersoon dusdanig hebben gevormd dat ze wordt wie je nodig hebt voor je roman.
 
Het was fascinerend om te lezen, maar ook behoorlijk pittig. En ik kwam er niet helemaal uit hoe ik dan moest doen. Op dat moment besloot de schrijfster van het boek, samen met een romanschrijfster die de methode al gebruikt had, een online cursus te geven waarin je specifiek je personages voor jouw boek ging uitwerken. En je kreeg een persoonlijke coach die met jou meelas.
 
Wow.
 
Ik was meteen verkocht en kocht een plekje. Vol goede moed begon ik aan de cursus, die nog beter was dan ik had gehoopt. Mijn personages groeiden en werden als van vlees en bloed.
 
Nu een klein stukje terug in de tijd.
 
Het moment dat ik me realiseerde dat ik voorlopig niet verder kon met het daadwerkelijke schrijven aan NMM, was ik gestart met Superhelden 4. Want ik wilde hoe dan ook iedere dag schrijven. Ik had het plot van het boek per ongeluk op vakantie bedacht en de structuur uitgewerkt en het was – vergeleken net NMM – een zonnetje om te schrijven. Ondertussen werkte ik iedere dag aan de personages van NMM, aan de plotstructuur en schreef ik af en toe een hoofdstuk als ik ineens de geest kreeg. Al snel kwam daar de cursus bij en deed ik twee dingen tegelijk. Tussendoor schreef ik ook nog even Meesterspion in zes weken (want: inkomen).
 
Dat ging goed, totdat het fout ging.
 
Ik leverde Superhelden 4 in (voor 3/4 af, maar wilde de reactie van mijn redacteur weten, voordat ik het einde schreef) en begon aan week 2 van de cursus (die 10 of 16 weken duurt).
 
Ik kreeg Superhelden 4 terug met meer commentaar dan ik had verwacht. Maar ik was het er wel mee eens.
 
Ik ging Superhelden 4 herschrijven en zat inmiddels in week 5 van de cursus. So far, so good, al werd het wel een beetje veel.
 
En toen was het 7 juli en was er het ongeluk. En ik deed niets meer aan welk boek dan ook. Ik heb m’n gezin overeind gehouden, totdat ik zelf instortte. Ik kreeg begeleiding en een diagnose ADHD. (Goh, wat viel er veel op z’n plek). Ik leer nu van mijn psycholoog hoe ik planningen moet maken die wel werken, hoe ik kan leren om mijn attentiespanne te verlengen (ik zit nu op 8 minuten …) en om maar een ding tegelijk te doen.
 
Dat ene ding is nu Superhelden 4 afmaken. Dat is om verschillende redenen:
 
1. Het boek is bijna af. Dat betekent dat ik over een paar maanden iets klaar heb, en dat gevoel heb ik nodig, na negen maanden ‘niks’ doen. Ik heb het succes nodig.
 
2. Het is relatief makkelijk om te schrijven. Ik ken de personages, weet hoe het verhaal gaat, en wat er niet goed was aan de vorige versie. Ik weet wat ik moet doen. Het is veilig. Daarnaast leer ik weer om langer te schrijven, om het uur per dag dat ik nu schrijf op te rekken naar de paar uur per dag die ik voorheen schreef.
 
3. Een nieuw boek betekent inkomen, en dat betekent dat ik kan blijven doen wat ik het liefste doe: schrijven.
 
Zodra SH4 af is en goedgekeurd, ga ik verder met de cursus Story Genius. Ik heb met mijn Amerikaanse coach en de makers afgesproken dat ik het op mag pakken wanneer ik daar weer toe in staat ben, en het mag uitwerken in mijn eigen tempo.
 
Zodra ik klaar ben met de cursus, ga ik NMM (her)schrijven en afmaken, met de personages die ik daarvoor ontwikkeld heb.
 
Een ding tegelijk, na elkaar.
 
En dan, op gegeven moment, is er een eerste versie af. Die laat ik dan een paar weken liggen, lees het opnieuw, herschrijf het eventueel en stuur het naar mijn redacteur bij Meulenhoff. Zij gaat daar dan op reageren en stuurt het mij terug met het verzoek een tweede versie te schrijven.
 
En dat gaat net zolang door totdat wij allebei tevreden zijn. En tussendoor zal ik opdrachtwerk doen, optreden op scholen, lezingen geven, vader zijn en echtgenoot. Want het leven gaat gewoon door. En we moeten ook eten.
 
En dan komt het moment dat NMM verschijnt. En dan komt er het beloofde feest. Het beste feest. Het feest waar ik eindelijk mijn boek deel met jullie, de donateurs. Waar ik jullie persoonlijk één voor één bedank voor jullie steun en voor jullie geduld.
 
Maar ik doe geen enkele belofte meer wanneer het boek uitkomt. Want ik kan het niet waarmaken. Tenzij ik het snelste boek ga schrijven dat ik kan, in plaats van het beste. Dan is het eind van dit jaar af.
 
Maar ik wil dat niet.
 
Jullie hopelijk ook niet.

2016 – Het jaar van het boek

2016 jaar van het boek2016 is door het CPNB uitgeroepen tot het jaar van het boek. Volgens de website betekent dit dat er ‘extra aandacht is voor het boek in bibliotheken, boekhandels, bedrijven, onderwijs en andere (literaire) instellingen. Van boekbesprekingen tot prijsuitreikingen, van (lees)acties tot exposities. Voor jong en oud, rijk en arm, van laaggeletterd tot boekenwurm.’ Een mooi initiatief, wat mij betreft!

Nu is het voor een schrijver natuurlijk altijd jaar van het boek, maar 2016 wordt ook voor mij wel heel speciaal. Niet alleen is dit het jaar waarin ik Nachtmerrieman inlever bij uitgeverij Meulenhoff (yeah, baby!), maar er verschijnen ook maar liefst drie nieuwe boeken van mijn hand, schrijf ik evenveel korte verhalen voor een nog te verschijnen verhalenbundel, plus een kort Superhelden.nl-verhaal voor Plot26 én liggen de Duitse vertalingen van Superhelden dl 1 en 2 in die Buchhandlung!

Maar in het jaar van het boek wil ik ook iets speciaals doen. Iets dat niet over mijn eigen boeken gaat. Daarom ga ik in 2016 meer boeken lezen van mijn Nederlandse collega’s, minimaal vijftien. Dat is iets wat ik voor mijn gevoel veel te weinig doe. Deels omdat ik ter ontspanning het liefst genrefiction voor volwassenen lees, maar ook omdat ik het soms lastig vind om Nederlandse boeken te lezen als ik zelf in het Nederlands schrijf. Ik ben altijd bang dat ik andermans stijl overneem.

Helaas mis ik daardoor wel een paar prachtige boeken! Want wat ik vorig jaar las, waren absolute pareltjes. ‘Gips’ van Anna Woltz, ‘Elke dag een druppel gif’ van Wilma Geldof, ‘Hoe ik per ongeluk een boek schreef’ van Annet Huizing, wat heb ik genoten van dit drietal. En ik wil meer! Vandaar dat ik het jaar van het boek aangrijp om minstens een keer per maand een oorspronkelijk Nederlandstalig jeugdboek te lezen.

Ik gebruik daarvoor de Hebban Reading Challenge. Hoewel de Engelse naam anders doet vermoeden (wat is er mis met het woord ´uitdaging´?), is de challenge alleen voor Nederlandse boeken (vertaald mag  wel), dus ik kan mijn Engelse en Nederlandse leeslijst helaas niet combineren. Daarom gebruik ik Goodreads om bij te houden wat ik lees dit jaar. Mijn Nederlandse uitdaging heb ik in ieder geval op vijftien boeken gezet, te beginnen met ‘Truth or Dare’ van Wieke van Oordt. En ja, dat is – ondanks de Engelse titel – een Nederlands boek…

Hoe gaat jouw jaar van het boek eruit zien? Ga je eindelijk zelf dat boek schrijven? Doe je mee aan een #boekperweek uitdaging van de Bibliotheek of vul je de Hebban Reading Challenge in? Ga je een leesclub organiseren of word je lid van de voorleesexpres? Ga je overbodige boeken doneren aan de stichting zwerfboek of kom je met een innovatie die het boekenvak gaat veranderen?

Mijn Manuscripta

Ik had een fan

Ik had een fan

Manuscripta was voor het eerst in Utrecht. En dat beviel mij uitstekend! (En nee, niet alleen omdat het tien minuten fietsen van mijn huis is.) Het was er gemoedelijk druk en dat gaf iedereen ruim de gelegenheid om zijn of haar favoriete auteur te ontmoeten. Zo zag ik Ingrid en Dieter Schubert signeren bij de Utrechtse Kinderboekhandel, waar ik ook even bij kletste met Thijs Goverde. Henk Spaan en Adriaan van Dis liepen langs, met Herman Koch in hun kielzog, om te signeren en interviews te geven. Ik zag een stukje van het interview met Mel Wallis de Vries. Helaas was de akoestiek in de centrale hal van het stadhuis zo slecht dat ik slechts één op de drie woorden kon verstaan.

Gelukig was het buiten fantastisch weer.

MichaIk mocht een uur signeren bij de stand van De Fontein. Op weg ernaartoe kwam ik collega en toffe peer Micha Meinderts tegen die mij zijn boek gaf omdat hij jarig was. Samen waren wij die dag een onafscheidelijk duo. Wij spraken en vermaakten ons met collega’s Simone van der Vlugt, Nanda Roep, Suzanne Peters, Elsbeth Witt en Martijn Lindeboom die langskwamen om bij te kletsen en zoenen uit te wisselen (een feature die Facebook nog niet ondersteunt.) Ondertussen signeerde ik af en toe een boek, een kaart of een Superheldenposter (op de rug van een – mag ik dat zeggen? – hele mooie moeder) en mocht ik met mijn fans op de foto. Ik beantwoordde de meest gestelde vraag met: ‘4 november in de winkel!’ en sprak met Eveline Karman die volgend jaar debuteert bij De Fontein met ‘Verstrikt’.

Mooi versje van Lars

Mooi versje van Lars

Bij een biertje bij de stand van Meulenhoff (die heel blij waren om te horen dat ik morgen aan Nachtmerrieman ga beginnen) ontmoette ik Lars van der Werf. Lars schrijft versjes op de typemachine. Ze zijn schattig, ontroerend en komen soms ook binnen, zoals deze die hij schreef voor iemand die onlangs haar zoon op veel te jonge leeftijd verloor. Zijn boek ‘Versjes van Lars’ verschijnt 3 november.

Er was natuurlijk nog veel meer te doen en te zien op Manuscripta, maar ja, daar was ik niet bij.

Volgend jaar weer in Utrecht?

Mijmeringen over ECI

ECIDe Schijfwereld
Mijn cd-romwinkel ‘De Schijfwereld’ had ik gesloten, de anderhalve ton aan schuld grotendeels weggewerkt. Samen met een vriend maakte ik cd-roms over The X-Files, Formule 1 Racen en over de millenniumbug die de wereld plat zou leggen. Ik kon rondkomen als freelancer, maar een vetpot was het niet.

Een goede vriendin vroeg of ik een dag in de week haar assistent wilde worden. Ze werkte bij boekenclub ECI en was o.a. verantwoordelijk voor de afdeling Multimedia. En ze was een groot fan van mijn voormalige winkel! ‘Je concept is geweldig,’ zei ze, ‘maar je bereikt je publiek niet. ECI heeft dat publiek wel.’ Of ik haar een tijdje wilde ondersteunen.

Ik zei ja.

eci gidsMultimedia manager
Na twee maanden kwam de aap uit de mouw. Mijn vriendin ging bij Kluwer werken en wilde mij als haar opvolger. De twee maanden waren bedoeld om mij en ECI aan elkaar te laten wennen.

Ik was boos, voelde mij gemanipuleerd en zei nee. De directeur van ECI had dezelfde reactie: zij ging weg en zij bepaalde niet wie haar opvolger werd! Daar waren procedures voor. Mijn vriendin verblikte of verbloosde niet en had één verzoek: of de algemeen directeur en ik een half uur met elkaar wilden praten, meer niet.

Een half uur later accepteerde ik een baan als Multimedia Manager. Het is één van de belangrijkste beslissingen in mijn leven geweest. Bij ECI heb ik van oude rotten als Joop Boezeman, Sander Knol en Yvonne van Oort geleerd hoe je ideeën rendabel moet maken. Tijdens de managementvergaderingen leerde ik dat je er met enthousiasme alleen niet komt. Ik maakte kennis met Femke Geurts (nu mijn redacteur bij De Fontein) en Maaike LeNoble (nu mijn uitgever bij Meulenhoff).

Ik leerde er hoe politiek in een bedrijf werkt.

superhelden-nlKinderboekenschrijver
Na een jaar had ik de omzet vertienvoudigd en begon het te rommelen binnen ECI. Ik besloot mijn droom te volgen, nam ontslag en werd kinderboekenschrijver. (Hoe dat uitpakte, lees je hier).

De afgelopen weken was ik bezig dozen uit te pakken, omdat onze jongens naar een grotere kamer verhuizen. Ik vond een boekje waarin mijn collega’s afscheid namen van mij en mij succes wensten met mijn aankomende carrière als schrijver. Dat was in 1998. Ik ging een onbekende toekomst tegemoet en liet de veiligheid en het salaris van ECI achter mij.

Het is nu zestien jaar later. En op exact dezelfde dag dat ik al mijmerend de afscheidsboodschappen van mijn ex-collega’s las, ging ECI failliet.

Hoezo veiligheid.

HET VERHAAL STAAT ALTIJD CENTRAAL

Superhelden3.nlHet verhaal staat altijd centraal, dat is wat ik met mijzelf afsprak toen ik stopte met het schrijven van AVI-boekjes. Bij de series waar ik aan meewerkte was het AVI-niveau namelijk belangrijker dan het verhaal. Waar ik altijd zoveel mogelijk bijvoeglijk naamwoorden schrap, moest ik ze hier toevoegen om het leesniveau op te krikken. Ik wilde dat niet meer, ik wilde zelf bepalen wat schreef, en hoe ik het opschreef. Ik wilde alleen nog maar mijn eigen verhalen vertellen, op mijn eigen manier.

Het eerste boek dat ik volledig op eigen voorwaarden schreef, was Superhelden.nl. Het is mijn grootse succes tot nu toe. De teller staat inmiddels op 11.000 verkochte exemplaren, het leverde een succesvol deel twee op en wordt mogelijk vertaald. Het boek is voor mij hét bewijs dat je niet moet proberen iets ‘commercieels’ te schrijven, maar juist een doelgroep moet zien te vinden voor het verhaal dat alleen jij kan vertellen.

‘Maar schrijf jij niet vrij bewust naar de markt toe, Marcel, als ik het zo mag uitdrukken?’ vroeg een collega aan mij.

Het antwoord is: ‘Nee, nooit.’ Het idee om de Superhelden.nl-trilogie te koppelen aan een internetgame bijvoorbeeld, kwam voort uit mijn liefde voor boeken én games. Ik vermoedde wel dat het aan zou slaan, maar daar was nog geen bewijs voor. Sterker nog, ik droeg zelf bij aan de kosten van de game, zo heilig geloofde ik erin. En ik schreef het boek precies zoals ik dat wilde, zonder concessies. Ik was dan ook blij verrast toen een bekende boekverkoper mij mailde: ‘Superhelden.nl is veel beter dan ik had verwacht. Ik had een veel commerciëler, gelikter boek verwacht na alle PR en marketing.’

Ik was een blij ei. Want hoewel ik heel graag heel veel boeken verkoop (en dara ook mij uiterste best voor doe) staat het verhaal altijd centraal.

Billy de Kip previewAltijd je eigen verhaal vertellen heeft ook consequenties. Want hoe enthousiast Billy de Kip ook wordt ontvangen door lezers en recensenten, een donker prentenboek vol cowboys, robots en geweld blijkt niet heel makkelijk te verkopen. Een groot commercieel succes is het boek tot nu toe niet, maar het is wel een van de verhalen waar het meest trots op ben in mijn carrière (en dat kan ik niet van al mijn AVI-boekjes zeggen). En wat ik van Billy leer is dat je ook langzaam je publiek kan vinden.

Het verhaal staat altijd centraal. Dat is ook waarom de uitgever en ik besloten om Superhelden3.nl een half jaar uit te stellen, tot groot verdriet van de lezers en de boekhandelaren die deel drie voor de feestdagen hadden verwacht. Het boek was af, het was leesbaar, we hadden het uit kunnen brengen. Dat was commercieel een betere beslissing geweest.

Maar het was niet goed, in ieder geval niet goed genoeg voor mij. Ik schrapte de helft van het manuscript en begon opnieuw. En nu heb ik een derde deel geschreven waar ik wél volledig achtersta. In april 2014 wordt de trilogie afgerond op een manier waar ik voor altijd trots op kan zijn.

Het verhaal staat altijd centraal. Daarom raakte mij de volgende tekst ook, die recensent Jaap Friso op zijn eindejaarsblog schreef:

Logo_Jaap_Leest‘Ik kan niet vaak genoeg pleiten voor de noodzaak van verhalen. Dan bedoel ik vooral de noodzaak die de schrijver moet voelen om zijn of haar verhaal met de wereld te delen. Natuurlijk is schrijven ook een ambacht, en een vak waar geld mee verdiend moet worden. Maar laat het toevertrouwen van letters aan papier of scherm toch in de eerste plaats vanuit een innerlijke drift voorkomen. Op social media schermen schrijvers met het aantal woorden dat ze op een dag hebben geschreven. Gaat het er niet vooral om dat het juiste woord op de juiste plaats staat in plaats van hoeveel het er zijn? Liever geen woorden dan dat er een quotum gehaald moet worden. Schrijf omdat het moet, niet omdat het kan.’

Het is een pleidooi waar ik mij voor de volle honderd procent achter schaar. Schrijf wat je wilt schrijven, laat je innerlijke drift leidend zijn. Dat is tenslotte waar we schrijvers voor zijn geworden.

dont_worry_about_word_count_worry_about_makin_tshirt-p235586900818791660uh4j_400Maar de tekst van Jaap Friso zette mij ook aan het denken. Ik ben namelijk één van die schrijvers die ‘schermt’ met het aantal woorden dat ik op een dag heb geschreven! Voor mij is dat vooral een middel om de voortgang te bewaken, geen doel op zich. Als ik een boek in zes maanden wil schrijven, dan moet ik een bepaald aantal woorden per dag schrijven. Het is niet onbelangrijk – geen woorden = geen boek – maar het is zeker geen doel op zich. Het verhaal – daar ga ik weer – staat altijd centraal.

Maar dat is niet wat ik communiceer op Twitter en Facebook! Wat ik communiceer is het aantal geschreven woorden. De reden waarom ik dat doe is simpel: over het boek zelf kan ik nog niks zeggen. Dat verhaal en de personages, het plot, het thema, de zinnen; ze zijn allemaal nog in ontwikkeling. Het is als de foto’s van je nog ongeboren kind, die laat je ook alleen maar aan de mensen zien die heel dicht bij je staan.

Nachtmerrieman

Nachtmerrieman

Het verhaal staat altijd centraal. En het verhaal dat ik (en vele schrijvers met mij) vertellen op Social Media is dat woordenaantallen wél belangrijk zijn. En dat is niet het verhaal dat ik wil vertellen. Wat ik wil vertellen is waarom ik schrijf, wat ik schrijf, over wie ik schrijf. Die woordenaantallen zijn bijzaak, die zijn er om te weten of waar ik ben op het traject, niks meer, niks minder.

Superhelden3.nl is af en wordt de komende weken herschreven tot het perfect is voor publicatie in april/mei. In januari begin ik aan Nachtmerrieman, mijn eerste thriller voor volwassenen dat – als het goed is – in het najaar van 2014 bij uitgeverij Meulenhoff Boekerij verschijnt. Mijn uitdaging voor 2014 wordt om te vertellen waarom Nachtmerrieman het allerbelangrijkste verhaal is dat ik te vertellen heb, zonder al te veel te verklappen en zonder dat de nadruk op het aantal woorden komt te liggen.

JE HEBT HELEMAAL GEEN BUDGET OM VOOR NIKS TE WERKEN!

FreeIk krijg bijna wekelijks een variatie op deze mail:

‘Geachte heer van Driel, wij van organisatie *** zijn een fan van uw werk en willen u graag vragen als spreker/schrijver/interviewer. We hebben helaas geen budget.’

Eigenlijk zeggen ze: ‘We willen u inhuren vanwege uw expertise, maar we willen u niet betalen voor uw expertise.’

Zo werd ik gevraagd door een commerciële uitgeverij of ik een Russische schrijver wilde interviewen. Maar wel voor niks, want ze waren pas net begonnen. ‘Er komt vast media-aandacht voor,’ zei de uitgever, ‘want het is een populaire schrijver.’

Voor wie zou de publiciteit zijn, denk je, voor mij of voor de Russische schrijver?

Foto Iris CompietMijn eigen uitgever Meulenhoff vroeg mij schrijver Neil Gaiman te interviewen. Dat kostte – naast de twee interviews en de reistijd, ook een dag om de vragen voor te bereiden. Twee dagen waarvoor ik keurig werd betaald. De publiciteit die het genereerde ging – terecht – naar Gaiman en niet naar mij.

Universiteiten, netwerkorganisaties, uitgevers, noem maar op, ze sturen allemaal dit soort mails. Als ik overal ja op zou zeggen, ben ik minimaal één dag per week onder de pannen.

Maar wel onbetaald.

Ik ben niet de enige die regelmatig het verzoek krijgt om voor niks te werken. Schrijvers, ontwerpers, filmmakers, vertalers, fotografen, sprekers, allemaal worden ze enorm gewaardeerd om hun kundigheid en inzet, maar niet altijd genoeg om er voor betaald te krijgen.

Daarom dit advies: doe het niet. Je hebt namelijk helemaal geen budget om gratis te werken! Gratis werken is alleen weggelegd voor mensen met genoeg tijd en geld.

designvalueNee, ook niet voor publiciteit. Publiciteit is namelijk geen wettig betaalmiddel.

(En ook niet ‘zodat je voor een volgend project wél betaald kan worden,’ want organisaties zonder geld, hebben ook volgende keer geen geld. Dan vragen ze gewoon de volgende sukkel om voor niks te werken en heb jij het nakijken.)

Mag je dan nooit ja zeggen tegen een gratis project? Tuurlijk wel! Ik doe het regelmatig. Maar wat mij opvalt is dat de organisatoren van fantastische evenementen heel ander soort mails sturen. Die leggen uit wat ze willen bereiken met het event, wie ze willen raken, wat voor waarde ze willen creëren, voor mij en voor anderen. Op dat soort mails ga ik wél in, mits ik er tijd voor heb. En dat kan ook, omdat ik betaald word voor alle andere evenementen.

Dus zeg gewoon ‘nee’ tegen gratis, net zolang tot je je het kan permitteren om ‘ja’ te zeggen tegen de gratis evenementen die je gewoon leuk vindt. Daar heb je dan ook gewoon wel tijd en budget voor.

Wil je mij inhuren voor een (huiskamer)lezing ‘Waanzinnige Plannen’ ga dan naar de site. Het is helemaal niet zo duur.

Een mooie aanvulling op dit blog komt van Hennie Tibben: ‘Voor gratis geven heb je een budget

CRISIS OP DE BEURSVLOER VAN HET BOEKENVAK

Stand LibrisIk maakte gisteren mijn opwachting op de inkoopbeurs van Libris. Op deze beurs kunnen boekhandelaren die aangesloten zijn bij de organisatie aanschuiven bij de stands van de diverse uitgevers. Vertegenwoordigers laten de boeken zien die net verschenen zijn, of binnenkort uitkomen en noteren orders. Daarna schudden ze elkaar de hand en nemen afscheid van elkaar. Op naar de volgende.

Er staan normaal geen auteurs.

Uitgeverij Scriptum – die mijn boek Waanzinnige Plannen uitgeeft – vroeg of ik een dagje mee wilde draaien. Ze lieten een mooie poster maken en ik kreeg een apart tafeltje. Ze maakten een flyer (waarop boekhandels werden uitgenodigd om mij te boeken voor een lezing) en legden stapels van mijn boek neer. Ik vroeg of ik ook mijn Superhelden.nlboeken en het net verschenen prentenboek ´Billy de Kip´ mocht laten zien.

´Natuurlijk!´ zei de uitgever.

Zo´n antwoord was tien jaar geleden ongehoord geweest.

Spandoek BillyEven verderop was de stand van David en Goliat, waar Billy zijn eigen spandoek had. Net uit het zicht prezen de mensen van De Fontein hun fonds aan, waaronder de beide Superhelden.nltitels. En aan de andere kant van de beurs vertelde Meulenhoff over ´Het Oceaan aan het Eind van het Pad´ van Neil Gaiman, (waarbij ze er meestal bij vertelden, dat ik hem geïnterviewd had en volgend jaar bij hen als met een boek voor volwassenen debuteer.)

Het was een beetje een surrealistisch ervaring. Drie jaar geleden wist nog niemand wie ik was, en nu lag ik overal.

De bezoekers schoven aan bij Scriptum en het eerste dat mij opviel is dat iedereen kent, soms al tientallen jaren. Het titelaanbod werd doorgenomen en er werden aantallen genoteerd.

Bescheiden aantallen.

Aan het eind van het gesprek introduceerde de uitgever mijn boek en mij en schoven de boekhandelaren een tafeltje op. Ze schudde mij de hand en bekeken ‘Waanzinnige Plannen’. En dan gebeurde er steevast hetzelfde.

‘O, jij bent van Superhelden.nl!’

Waanzinnige PlannenWe spraken over Waanzinnige Plannen (het boek, maar ook hun eigen plannen voor de boekhandel) en ik gaf ze een gesigneerd leesexemplaar. Ze vroegen wanneer Superhelden3.nl verscheen, want daar was veel vraag naar.

We namen afscheid.

Tussendoor hobbelde ik naar de stand van David & Goliat om te vertellen over Billy. De vertegenwoordiger vertelde de boekhandels verbaasd dat de bestellingen al binnenkwamen, vóórdat de folder verstuurd was, omdat men als kennisgemaakt had met onze kip via Facebook. ‘En niet alleen twee of drie stuks,’ zei de vertegenwoordigster, ‘maar soms ook twintig of dertig!’

Externe prijzenDe catering was dramatisch. Mijn broodje Tex-Mex smaakte naar hondenvoer. Misschien kwam dat omdat de prijzen extern waren.

Het was niet druk. Veel boekhandels hebben het zwaar en nieuwe boeken inkopen kosten geld. Geld dat sommige winkels niet hebben. Dus komen ze niet naar de beurs en bestellen ze geen nieuwe titels.

Maar de crisis bood ook kansen. Ik hoorde van meerdere boekhandelaren dat ze muziek waren gaan verkopen, nadat de lokale cd-winkel failliet was gegaan. Een aantal winkels had hun oppervlak recent uitgebreid met horeca, andere gingen daar binnenkort mee beginnen. De Koperen Tuin in Goes had de horeca er juist uitgegooid en meer ruimte gegeven aan de kinderboeken. En met succes.

Er waren zelfs boekhandels die hun uitbreiding hadden gecrowdfund omdat hun klanten wél bereid waren om te investeren, in tegenstelling tot de bank. Er werden steeds meer activiteiten georganiseerd, lezingen gehouden.

Die winkels floreerden.

Ik kreeg een kijkje achter de schermen van het boekenvak, sprak gedreven, hardwerkende mensen die ondanks deze moeilijke tijd nog steeds hun hart en ziel in dit vak staken, die durfden te innoveren, die nieuwe titels inkochten – waaronder die van mij – om zich te onderscheiden van hun concurrenten. Ik zag mensen die als een kind zo blij werden van ‘Billy de Kip’, boekhandelaren die ‘Waanzinnige Plannen’ meenamen, niet alleen voor de winkel, maar ook voor zichzelf, omdat het bij hun ook bruiste. Ik sprak verkopers die een (gesigneerd) leesexemplaar van Superhelden.nl halen kwamen halen voor hun neefje, zoon of buurmeisje.

Het boekenvak heeft het moeilijk, maar is nog lang niet dood.

THE WRITER AT THE END OF THE WORLD

Neil Gaiman (foto Jet Poelman)(Nederlands hieronder/Dutch below)

He was smaller than I remembered him, maybe because as a writer he is larger-than-life. He was still dressed in black, just as he was ten years ago, when I first met him at the Elf Fantasy Fair. A metal Cyberman stared at me from the lapel of his jacket, probably as a reminder of the Doctor Who episode he wrote. His hair was a little less black then before and he looked older, but only a little.

We shook hands.

He was tired. Even if I hadn’t read his blog, explaining why, I could see it in his eyes. They were drowning in fatigue, weary from the traveling and the talking and the signing.

Oh, the signing.

Imagine signing a piece of paper with your autograph, adding a little doodle, meanwhile talking to the person in front of you, who’s saying ‘thank you’ in many different ways, sometimes even in a different language, or at least with a different accent. Then imagine doing this for 1.700 people, each with at least two of your books in their hand, al saying that they love you, that they love your work, that you are their favourite author.

(c) Ron van RuttenIn his blog, Neil Gaiman wrote: ‘I went on a tour. Sometimes I was on a bus, and sometimes I wasn’t. I didn’t get a lot of sleep, and I signed many many thousands of books for many thousands of really astonishingly nice and patient people.’

He wrote this right before he came to The Netherlands to talk about his astonishing new book ’The Ocean at the End of the Lane’. Or should I say ‘De Oceaan aan het Einde van het Pad’ because he was here to promote the beautiful Dutch version of the book, which even has a Dutch introduction.

Coming to The Netherlands was a happy accident, not unlike the creation of the book itself. Gaiman thought his wife – rockchicksingersongwriter Amanda Palmer – was attending Lowlands this year. When he was asked to speak at Lowlands, he didn’t hesitate. It was only after he said yes he found out that the concert wasn’t happening. Amanda had just forgotten to remove it from the calendar.

It’s fitting, in a way, because the book is here because of Amanda too. It started out as a short story he wrote for her because he missed her. She was recording her new album in Melbourne and he was writing about the ocean and the end of the lane. The short story became a novelette, the novelette became a novella. The novella became a novel and the novel became a best selling book all over the world.

(c) Ron van RuttenMy first novel for adults, called ‘Nightmare Man’ is going to be published by Meulenhoff Boekerij, next year. They knew I was a big fan of Gaiman, so they asked me if I wanted to interview him in two Dutch bookstores.

Three problems: I was supposed to on holidays in France that week. And I was a fan boy, and an interviewer should have some distance from the subject he’s interviewing and not be fawning all over him. And I had never interviewed anyone in front of a live audience.

So I said yes.

I decided not to be a fan boy. I was there solely to let him speak, to let him shine. I asked questions about his new book and how it came to be.

I didn’t ask him anything about The Sandman.

When we finished, Neil started to sign the first of a few hundred copies of The Ocean and I read my tweets, anxious to now what the audience thought of our conversation.

‘You’re such a fan boy,’ the first tweep said.

O, well.

The highlight of the first interview was when I asked him about feeling insecure when writing. ‘The Ocean at the End of the Lane, I just wrote for Amanda,’ he said. ‘But when writing the prelude to The Sandman, I feel like 25 million people are reading over my shoulder, saying: ‘Nah, that’s not good enough.’

‘So, you don’t wake up looking in the mirror, saying: “I’m fucking Neil Gaiman!”, write awesome stuff and then, at the end of the day, you go on … hugging Amanda?’ I asked.

‘So, you say, in the morning I’m fucking Neil Gaiman,’ he said, ‘and in the evening I’m fucking Amanda Palmer?’ he added.

Foto Nora SinnemaThe audience was in stitches.

I learned some new things. I learned about him and Terry Pratchett plotting a sequel to Good Omens in 1988 in a hotel in America (where they shared a room to cut back in the costs). I found out who his companion would be, if he was The Doctor for one day.

Neil makes a pictureMe and Neil before the ABCWe had lunch and we talked. We paid a surprise visit to the ABC Bookstore who designed a beautiful window in his honour. We took a picture of him and two of the booksellers – all of them dressed in black – and Neil said: ‘We are a conspiracy of black.’ And I thought: if that was the title of a book, I would buy it.

I did buy ‘’Neil Gaiman’s ‘Make Good Art’ speech’ there, as a book, because it’s one of the most inspiring things I’ve ever read. You can watch it for free online, or read the transcript, but I bought the book, because I want this on my desk when I write and because it’s so beautifully designed.

Neil signed some copies of some of his books that were for sale at the bookshop and then we left.

And we talked some more.

I said, even though he is very nice and accessible and a real human being instead of this larger-than-life writer, it was still weird for me to be here and talk and have lunch, because I grew up with his writing for the last 25 years.

He said: ‘I know. I was talking to Stephen King some time ago and I experienced the same thing. I grew up with him and now here he was with me.’

We also talked a little in the office of the book store, just before the first interview. We talked about our fathers and  how proud they are of us, about how being on stage was completely different for him than for his wife Amanda. I showed him the first copy of my new picture book ‘Billy the Kip’ and he thought the artwork was amazing. And it is.

We sat and we didn’t talk for a while and played with our phones, tweeting and texting and waiting for the first interview to start.

UtrechtThe second day we did again, in Utrecht.

We made a joke about Gaimangate. We talked, on stage, in front of 275 people. They listened, they laughed. Neil read a chapter from my English version of The Ocean, which was dripping with water, because it had unknowingly been lying in a pool of water spilled from my glass.

I thought it was fitting. We just brought the ocean with us.

My wife was in the audience this time and she enjoyed herself, which was important to me.

We finished. The audience applauded. Neil stood up from his easy chair and left the stage to do the signing. He signed my copies of the books – and one for my father who turned 74 this week. We said our goodbyes and I left.

Signed by NeilAfter the signing he went on a bus with his family to do the whole thing again on Lowlands. And then he took a plane to Portsmouth where they named a street after ‘The Ocean at the End of the Lane’. I was not there. I read about it from his tweets and from the tweets from the people who were at Lowlands or at the newly named lane, like everybody else.

I went to bed and couldn’t sleep and wrote this blog.

And read his book. Again.

 

 

DE SCHRIJVER AAN HET EIND VAN DE WERELD

Hij was kleiner dan ik mij herinnerde, misschien omdat hij als schrijver ‘larger-than-life’ is. He was in het zwart gekleed, net zoals tien jaar geleden toen ik hem voor het eerst ontmoette op de Elf Fantasy Fair. Een metalen Cyberman sierde de revers van zijn jas, waarschijnlijk als een herinnering aan de episode van Doctor Who die hij schreef. Zijn haar was iets minder zwart dan voorheen, en hij zag er iets ouder uit, maar niet veel.

We gaven elkaar een hand.

Foto Thomas Olde HeuveltHij was moe. Zelfs als ik zijn blog niet gelezen had, waarin hij uitlegde waarom, dan had ik het nog aan zijn ogen kunnen zien. Ze verdronken haast in vermoeidheid, moe van het reizen en het praten en het signeren.

O, het signeren.

Stel je voor dat je een stuk papier signeert, er een tekeningetje bijzet, terwijl de persoon voor je op verschillende manieren ‘dank je wel, ‘zegt, soms zelfs in een andere taal of in ieder geval met een ander accent. Stel je nu voor dat je dat doet met 1.700 mensen die allemaal minimaal twee boeken van jou bij zich hebben, die allemaal zeggen dat ze van je houden, dat je hun favoriete auteur bent.

Op zijn blog schreef Neil Gaiman: ‘Ik was op tournee. Soms zat ik in een bus en soms niet. Ik sliep niet veel en ik signeerde vele vele duizenden boeken voor vele duizenden ontzettend aardige en geduldige mensen.’

Hij schreef dit vlak voordat hij naar Nederland kwam om te praten over de Nederlandse editie van zijn prachtige boek ‘De oceaan aan het einde van het pad’, waarvoor hij zelfs een voorwoord schreef.

Eigenlijk was het een ongeluk dat hij naar Nederland kwam, net zoals het boek ook een gelukkig toeval was. Gaiman dacht dat zijn vrouw, de rockzangeres Amanda Palmer, naar Lowlands zou komen. Toen hij gevraagd werd om op Lowlands wilde spreken, zij hij meteen ja. Pas daarna kwam hij erachter dat het concert van Amanda niet doorging, maar dat ze de datum was vergeten door te strepen op de kalender.

Ergens past dat wel, want het ontstaan van het boek kwam ook door Amanda. Hij schreef het als een kort verhaal voor haar, omdat hij haar miste. Zij nam haar nieuwe album op in Melbourne en hij schreef voor haar over de oceaan aan het einde van het pad. Het korte verhaal werd een novelle, de novelle een roman en de roman een bestseller over de hele wereld.

Nachtmerrieman, mijn eerste boek voor volwassenen, komt volgend jaar uit bij dezelfde uitgeverij en zij vonden het een goed idee als ik Neil Gaiman zou interviewen in twee boekhandels. Ze wisten dat ik een grote fan was, tenslotte.

Twee problemen: Ik was die week op vakantie in Frankrijk en ik was een fan. En een interviewer moet een zekere afstand zien te bewaren tot zijn onderwerp, en niet over hem heen kwijlen tijdens het gesprek.

Dus ik zei ja.

Ik besloot om mij niet als een fan te gedragen. Ik was er slechts om hem te laten stralen. Ik stelde vragen over zijn nieuwe boek en hoe het was ontstaan.

Ik vroeg niets over ‘The Sandman’.

Toen we klaar waren, begon Neil met het signeren, las mijn tweets, benieuwd naar wat het publiek van ons gesprek had gevonden.

‘Wat ben je toch een fan,’ twitterde de eerste.

Ach ja.

Foto Iris CompietHet hoogtepunt van het eerste interview was toen ik hem vroeg of hij ook wel eens onzeker was wanneer hij schreef. ‘De oceaan aan het einde van het pad schreef ik voor Amanda,’ antwoordde hij. ‘Maar bij het schrijven van de prelude voor The Sandman heb ik constant het gevoel dat 25 miljoen lezers over mijn schouder meelezen en roepen ‘Nee, dat is niet goed genoeg’.

‘Dus,’ zei ik. ‘Je staat niet op, kijkt in de spiegel, zegt: I’m fucking Neil Gaiman!’gaat iets fantastisch schrijven en dan … knuffel je Amanda?’

‘Dus ’s morgens ben ik ‘fucking Neil Gaiman’ en ’s avonds fuck ik Amanda Palmer?’ bedoel je?

Het publiek kwam niet meer bij.

Ik leerde ook nieuwe dingen. Hij vertelde dat hij en Terry Pratchett al in 1988 een vervolg op ‘Hoge Omens’bedachten, in een hotelkamer in Amerika, waar ze samen een kamer deelden om kosten te sparen. En we kwamen erachter wie zijn assistent zou zijn, als hij voor één dag De Doctor zou zijn.

We lunchten en we spraken over het vak. Als verrassing bezochten we The American Book Centre, die een prachtige etalage had ingericht met zijn boeken. We namen een foto van hem en twee verkopers, alle drie in het zwart gekleed, en Neil zei: ‘We are a conspiracy of black.’ En ik dacht: een boek met die titel, ik zou het kopen.

Wat ik kocht was een exemplaar van ‘Make Good Art’, een speech die je gratis online kan kijken. Het is een van de meest inspirerende dingen die ik ooit las en ik wilde een kopie van de speech op mijn bureau hebben. En het boekje is ook nog eens prachtig vormgegeven.

Neil signeerde een aantal boeken die er lagen en we vertrokken weer.

Onderweg spraken we verder.

(c) Ron van RuttenIk zei dat, hoe aardig en hoe toegankelijk hij ook is, het toch raar was voor mij om met hem te praten. Hij is een schrijver waar ik al 25 jaar alles van lees en nu hebben we ineens een gesprek, al wandelend door Amsterdam.

Hij zei dat hij het herkende. ‘Ik zat laatst tegenover Stephen King en ik had precies hetzelfde,’ zei hij. ‘Ik ben met hem opgegroeid en daar zat hij.’

We spraken over onze vaders en hoe trots ze op ons zijn en over hoe op het toneel staan voor hem compleet anders is dan voor zijn vrouw. Ik liet hem het eerste exemplaar van mijn nieuwe prentenboek ‘Billy de Kip’ zien en hij zei hoe mooi hij de tekeningen vond. (En dat zijn ze)

We zaten stil en we spraken een tijdje niet. We speelden met onze telefoon, twitterden, stuurden sms’jes en wachtten af totdat het eerste interview begon.

De volgende deden we het nog een keer in Utrecht.

We maakten een grap over ‘Gaimangate’. We hadden een conversatie op het toneel voor bijna 400 mensen. Er werd gelachen en geluisterd. Neil las voor uit de Engelse editie van De Oceaan, een drijfnat exemplaar omdat het boek in een plas water bleek te liggen, gemorst uit mijn glas. Ergens klopte het wel, we hadden gewoon de oceaan met ons meegenomen.

Mijn echtgenote zat in het publiek en vermaakte zich, wat weer belangrijk voor mij was.

We beëindigden ons gesprek. Neil kreeg een groot applaus en stond op om te gaan signeren. Hij signeerde een exemplaar voor mij en voor mijn vader die een paar dagen daarvoor 74 was geworden. We namen afscheid van elkaar en ik vertrok.

OceanNaderhand stapte Neil op een bus met zijn schoonfamilie en reisde af naar Lowlands om het allemaal nog een keer te doen. Daarna pakte hij het vliegtuig naar Portsmouth waar ze een straat naar zijn boek hadden genoemd. Ik was er niet bij. Ik las erover via zijn tweets, net als ieder ander.

Ik ging naar bed en kon niet slapen en schreef dit blog.

En ik las zijn boek nog een keer.

HOE BIED JE EEN BOEK AAN BIJ… SCRIPTUM

ScriptumDe vraag die mij het meest gesteld wordt is: ‘Hoe kan ik nou het beste mijn manuscript aanbieden bij een uitgever? Hoe val ik op tussen alle andere manuscripten?’ Hoe werkt dat nou? Daarom vroeg ik aan ‘mijn’ uitgevers, te weten Meulenhoff/Boekerij (voor de volwassenen romans), Uitgeverij Scriptum (voor de non-fictie), De Fontein (grote jeugdboekenuitgever) en David & Goliat (kleine kinderboekenuitgever) hoe zij het liefst manuscripten ontvangen. Vorige keren was het de beurt aan Meulenhoff/Boekerij, en kinderboekenuitgever David & Goliat. Deze keer geeft Tosca Ruijs van uitgeverij Scriptum – die mijn boek ‘Waanzinnige Plannen’ uitgeeft – de antwoorden:

Wat is de beste manier voor een schrijver of illustrator om een manuscript bij jullie aan te bieden?

Het liefst ontvangen we een manuscript of uitgewerkt boekvoorstel via de mail, met begeleidende informatie over de schrijver zelf, waarom hij/zij dit boek geschreven heeft en waarin het zich onderscheidt van de boeken die er wellicht al zijn op dat gebied. Soms bellen mensen van tevoren om zich te introduceren, maar mailen is effectiever. Via de telefoon kun je nog zo’n prettig gesprek hebben, als het manuscript daarna niet goed geschreven blijkt, houdt het op.

Waar moet een schrijver of illustrator rekening mee houden wanneer hij of zij een manuscript instuurt?

Dat het even duurt voor je een reactie op je manuscript/boekvoorstel krijgt. Wekelijks komen er nieuwe manuscripten binnen en het bekijken en beoordelen gebeurt tussen de bedrijven door. Gemiddeld duurt het een week of vier voor je te horen krijgt of je manuscript uitgegeven kan worden, maar in perioden van grote drukte kan het langer duren.

Wat zijn de meest gemaakte fouten van een schrijver die een manuscript instuurt?

Schrijf een nette mail waarin je jezelf voorstelt en zorg dat je manuscript er verzorgd uitziet. Klinkt afgezaagd, maar het wordt nog steeds vaak over het hoofd gezien. En stuur alleen manuscripten of boekvoorstellen die passen bij de uitgeverij. Dus stuur geen romans naar een uitgeverij die alleen non-fictie publiceert, het is echt zonde van je tijd, de kans dat we nét van plan waren om een fictiefonds te starten is vrij klein. Open deuren, maar ze willen maar niet dicht…

Hoe belangrijk is een agent voor jullie?

Niet heel erg belangrijk; alleen voor de buitenlandse vertalingen werken we veel met agenten. Met de Nederlandse auteurs verlopen de contacten veelal rechtstreeks. Wel of geen agent, je kunt altijd je manuscript/boekvoorstel insturen.

Wat is het beste advies dat je een schrijver kan geven die bij jullie uitgeven wil worden?

Kijk goed op onze site of je denkt dat het onderwerp echt past bij het soort boeken dat we uitgeven: uitsluitend non-fictie in de categorieën management, psychologie & opvoeding, foto/cadeau, mens & maatschappij en kunst. Zo ja, stuur je voorstel of manuscript dan met alle aanvullende informatie per mail. Vraag niet eerst om een gesprek waarbij je je ideeën toelicht, het ontbreekt ons aan tijd om met iedereen eerst in gesprek te gaan. Als blijkt dat we je voorstel/manuscript helemaal zien zitten, komt dat gesprek er vanzelf. En: laat je niet ontmoedigen door een afwijzing. Er spelen bij een uitgever ook altijd factoren mee als persoonlijke smaak, timing en een beperking in het aantal titels die jaarlijks kunnen worden uitgegeven. Zelf kan ik zo’n 10 psychologietitels per jaar uitgeven en dan wil ik niet dat 5 daarvan over mindfulness gaan, het moet een evenwichtige mix zijn. Een andere uitgever maakt weer andere afwegingen, dus geef niet op, kijk wat je kunt doen met eventuele feedback die je hebt gekregen, en probeer het nog eens.

Kijk voor meer informatie op de site van uitgeverij Scriptum.

 

 

HOE BIED JE EEN BOEK AAN BIJ … MEULENHOFF/BOEKERIJ?

Meulenhoff BoekerijDe vraag die mij het meest gesteld wordt is: ‘Hoe kan ik nou het beste mijn manuscript aanbieden bij een uitgever? Hoe val ik op tussen alle andere manuscripten?’ Ik moet het antwoord schuldig blijven, omdat ik mijn boeken verkoop voordat ik ze schrijf. De laatste keer dat ik ongevraagd een manuscript opstuurde is tien jaar geleden (en dat boek is nooit uitgegeven). Maar het is natuurlijk een hele legitieme vraag! Hoe werkt dat nou? Daarom vroeg ik aan ‘mijn’ uitgevers, te weten Meulenhoff/Boekerij (voor de volwassenen romans), Uitgeverij Scriptum (voor de non-fictie), De Fontein (grote jeugdboekenuitgever) en David & Goliat (kleine kinderboekenuitgever) hoe zij het liefst manuscripten ontvangen.

Maaike le Noble is uitgever bij Meulenhoff en Hajnalka Bata bij Meulenhoff Boekerij. Zij gaven de volgende antwoorden:

Wat is de beste manier voor een schrijver om een manuscript bij Meulenhoff/Boekerij aan te bieden?

We krijgen een manuscript graag aangeboden via het redactie-emailadres van De Boekerij of dat van Meulenhoff. Hier staan wat richtlijnen, zoals: doe er altijd een goede synopsis bij. Maar belangrijk is ook dat we meteen zien wat voor genre het manuscript is (dan weten we naar welke redacteur het moet), dat de schrijver realistische verwachtingen heeft (dus niet: mijn roman heeft 800 blz. en moet liefst fullcolour geïllustreerd worden, en nog voor de zomer verschijnen). Je hoeft niet meteen het hele manuscript te sturen, een heel goed eerste hoofdstuk nodigt uit tot vragen om meer!

Waar moet een schrijver rekening mee houden wanneer hij of zij een manuscript instuurt?

Wat schrijvers natuurlijk liever niet horen: dat het wel even kan duren voordat ze een reactie ontvangen! We krijgen ontzettend veel manuscripten binnen, zowel via ons e-mailadres als via andere schrijvers en bijvoorbeeld recensenten. We proberen iedereen binnen een aantal maanden te antwoorden, maar heel veel sneller is het vaak niet.

Wat zijn de meest gemaakte fouten van een schrijver die een manuscript instuurt?

Wat echt niet helpt: alvast je eigen omslagontwerp meesturen. En hoewel we dol zijn op cadeautjes, krijg je niet eerder een contract als je iets moois of lekkers meestuurt…

Hoe belangrijk is een agent voor jullie?

Dat kan belangrijk zijn; een agent kent vaak goed het fonds van onze uitgeverij dus stuurt alleen maar manuscripten die bij ons kunnen passen. Maar het is absoluut geen must, je kan je ook zelf verdiepen in de uitgeverijen waar je je manuscript naar stuurt, en zo je kans op een positieve reactie vergroten.

Wat is het beste advies dat je een schrijver kan geven die bij jullie uitgegeven wil worden?

Laat zien wat je kan, stuur geen te vroege versie, maar (een deel van) je manuscript waar je echt tevreden over bent. Kijk goed naar de richtlijnen van de diverse uitgeverijen, je maakt het makkelijker om beoordeeld te worden. EN; maak geen spelfouten in je begeleidende brief…

Volgende week: Uitgeverij David & Goliat