Ik schrijf weer (een beetje)

Op de een of andere manier gebeurt het altijd in de OBA.

De eerste twee keren waren tijdens De Middag van het Kinderboek, toen nog georganiseerd door Ted van Lieshout. In de pauze kwam beide keren de eigenaresse van een bekende kinderboekwinkel naar mij toe. Ze hadden allebei nagenoeg dezelfde boodschap: ‘Ik verkoop heel veel exemplaren van Superhelden.nl, maar had het boek zelf nog nooit gelezen, omdat ik eerlijk gezegd niet verwachtte dat het erg goed zou zijn. Het was vooral de combinatie game+boek die de serie zo populair maakte, dacht ik. Maar ik heb de boeken onlangs gelezen en was aangenaam verrast. De serie is echt heel goed geschreven!’ De verbazing klonk ter plekke nog door in hun stem.

De aanname dat ik een betere marketeer ben dan schrijver is mij niet vreemd. Toen Subroza.nl uitkwam en we er 3.000 van verkochten in de eerste paar dagen van de Kinderboekenweek, stond er een draadje op een schrijfforum over mijn boek. Algemene conclusie was wel dat ik het heel slim had aangepakt, met het boek, de game en het thema van de Kinderboekenweek – dat Subrosa: boeken vol geheimen was – maar het jammer was dat ze niet een echte schrijver de kans hadden gegeven zijn of haar boek te publiceren.

Ik had toen 25 AVI-boeken op mijn naam staan.

Gisteren was het schrijfevenement ‘Schrijf!’ in de OBA, een geweldig georganiseerde dag waar meerdere schrijvers lezingen verzorgden of workshops gaven over hun vak en waarvoor ik de opening mocht verzorgen. Ik vertelde over hoe je creativiteit tot bloei komt als je iedere dag schrijft, al zijn het maar een paar honderd woorden per keer. In de pauze kwam er een jongeman naar mij toe.

Hij was begin twintig, gok ik, en beginnend schrijver. Maar in tegenstelling tot de andere deelnemers, kwam hij niet om tips te vragen, maar om te vertellen dat hij een fan was. ‘Ik ben zo blij dat u net vertelde dat er een deel 4 komt,’ zei hij. ‘Ik hoop ooit zelf ook zulke boeken te gaan schrijven.’

Ik glom geloof ik nog meer dan hij.

15 jaar geleden kwam mijn eerste boekje – Een elfje in de sneeuw – uit. Dit jaar verschijnt mijn 50ste titel. En hoewel ik nog steeds goed ben in PR en marketing, hoef ik tegenwoordig gelukkig niet meer te bewijzen dat ik echt kan schrijven. In Duitsland verscheen de Superheldentrilogie onder de naam Pala, zonder de game of website en wordt daar goed verkocht en goed gerecenseerd. Zonder commentaar. Het is gewoon een boek van een schrijver, niets meer en niets minder.

En dat is uiteindelijk wat ik wil zijn: gewoon een schrijver. Iemand die zijn ideeën in een leesbare vorm kan gieten, iemand die kinderen inspireert tot lezen en anderen tot schrijven. En ik ben mijn lezers, de uitgevers en de boekhandelaren immens dankbaar dat zij mij de ruimte geven om mijn vak uit te oefenen.

Het afgelopen half jaar hebben wij het thuis heel zwaar gehad, waren we vooral bezig met overleven. Het schrijven is daarbij naar de achtergrond verdwenen. De laatste tijd pak ik mijn boek weer langzaam op, schrijf ik een paar honderd woorden per dag. Bouw ik langzaam weer aan m’n verhaal. En aan mijn leven.

De jongeman in de OBA bedankte mij gisteren voor mijn boeken. En ik zei: graag gedaan. Maar alles in mij schreeuwde: nee, jij bedankt. Want ik voelde ineens weer waar ik voor schrijf.

DCC, Stormvogels, Jazzcats, Ingmar Heytze, MvhK en GvhFB

Je kunt nooit teveel Deadpools hebben

Je kunt nooit teveel Deadpools hebben

Schrijven is een eenzaam beroep, zeggen, maar daar was deze week niks van te merken. Want hoewel ik iedere ochtend een paar uur zat te schrijven, keek ik bijna iedere avond en drie weekenddagen naar een podium, of stond er zelf op. Dit was mijn week:

Dutch Comic Con

Voor de tweede keer werd in Nederland de Dutch Comic Con georganiseerd in de Utrechtse Jaarbeurs. En deze keer was het vele malen beter georganiseerd dan vorig jaar. De ruimte tussen de stands op de beurs was breder, waardoor je normaal kon lopen, de vele cosplayers beter kon bewonderen en de uitgestalde waren beter kon bekijken. Ik kocht een Deadpool-T-shirt en -vest en een Punisher T-shirt. Mijn kinderen gingen voor knuffels (de jongste) en een bad ass ruimteschip (de oudste).

Drukbezocht panel met nog meer laweaai

Drukbezocht panel met nog meer lawaai

Wat er niet goed geregeld was, waren de microfoons. Ik mocht een panel modereren voor de American Book Centre, waarin ik Jeff Vandermeer, Ann Vandermeer, Brian McCLellan, Adrian Stone en Tisa Piscar vragen stelde over de business kant van het schrijven. Helaas was het zo’n lawaai op de Comic Con, dat we staand en schreeuwend de vragen moesten beantwoorden.

Mijn oudste tegen Kylo Ren

Mijn oudste tegen Kylo Ren

 

 

 

Zondag was dat probleem gelukkig opgelost, maar toen liep ik met mijn kinderen over de beursvloer rond, waar ze ademloos alle verklede mannen en vrouwen bewonderden, de stands indoken en de merchandise bekeken. Kom maar op met de volgende con!

 

Voorstelling Stormvogels

Vreemde vogels

Vreemde vogels

Mijn schoonzus had ons hele gezin uitgenodigd om naar een jeugdvoorstelling te gaan, genaamd Stormvogels. Buiten waaide de wind naar code geel, dus de titel en dag waren goed gekozen. Het was een verrassend goed geschreven, gezongen en geacteerde voorstelling over kinderen-als-vogels (duiven, mussen en een enkele paradijsvogel) waarin iets teveel thema’s (religie, vluchtelingen als gelukszoekers) tegelijk langskwam om volledig te overtuigen. Daarna dronken we met z’n allen wat (spa rood, want 21 dagen zonder alcohol of suiker), terwijl de kinderen buiten speelden. Wat een topdag!

Presentatie Jazzcats

Doodlin'

Doodlin’

Terwijl ik iedere seconde die ik ter beschikking had, besteedde aan het schrijven aan de verboeking van de jeugdfilm Meesterspion (oktober in de winkel en de bioscoop), probeerde ik ook nog de uitgebreide tekst van het jazznummer Doodlin’ uit mijn hoofd te leren, niet met onverdeeld succes. Donderdag was de uitvoering en de generale repetitie was zo abominabel dat zelfs het gezegde ‘Een slechte repetitie is een goede première’ niet op leek te gaan. Ik kende mijn tekst niet, hoorde mijzelf te luid of te zacht en durfde bijna het podium niet op. En ik kom mijzelf niet eens moed indrinken!

Met z'n allen

Met z’n allen

Gelukkig en wonder boven wonder ging het uiteindelijk best wel oké en zong ik bijna geheel uit mijn hoofd en niet al te vals voor een volgepakte zaal mijn lied. De twee gezamenlijke nummers gingen goed, mijn medejazzcats zongen de sterren van de hemel en onze juf Caroline Lobanov speelde geweldig piano. Daarna mochten wij genieten van de groep die na ons kwam en klassieke jazznummers zong met een heuse bigband. Het werd laat maar gezellig (en dat zonder alcohol). Topavond!

Dertig jaar Ingmar Heytze

De meester leest voor.

De meester leest voor.

Een kleine vijfentwintig jaar geleden vroeg ik Ingmar Heytze of hij een wervende tekst voor een folder wilde schrijven, omdat ik dacht dat ik dat niet kon. Ik was tenslotte geen schrijver en hij was dichter en woordkunstenaar. Vrijdag vierde Ingmar zijn dertigjarige (!) bestaan als dichter met de bundel ‘Voor de liefste onbekende’ en een prachtige voorstelling in De Kleine Komedie. Ondersteund door Ellen Deckwitz en met bijdragen van o.a. Hans Dorrestijn, A. L. Snijders, Tommy Wieringa, Vrouwkje Tuinman en Kees Wennekedonk, was het een Utrechts feestje op het podium en in de zaal. Volgend jaar keer in onze eigen stad, Ingmar?

Meisje in boot gevonden

Meisje in boot gevonden

Het was die dag trouwens 1 april en het Marinemuseum meldde dat een 14-jarig meisje zichzelf opgesloten had in een torpedobuis van De Tonijn, de onderzeeboot die op het terrein van het museum in Den Helder staat. Hierover zo dadelijk meer.

Oh ja, en KOOP DIE BUNDEL!

 

 

Selma vertelt

Selma vertelt

Middag van het kinderboek

Ik had natuurlijk beter in Amsterdam kunnen blijven, want de volgende ochtend moest ik om elf uur alweer in de OBA zijn voor de lezing van Selma Noord, gevolgd door de Middag van het Kinderboek. Selma sprak over (het gebrek aan) diversiteit in kinderboeken en wat mij het meest raakte, was de boodschap die ze kreeg van kinderen van diverse afkomsten: ‘De boeken gaan nooit over ons,’ zeiden ze, ‘maar altijd over Iris en Tim en Tom en Sanne. En als er andere in voor komen, dan heten ze Fátima of Mo en mogen ze ook één zin zeggen.’ Selma sprak zonder verwijt, maar was duidelijk op zoek naar kansen. Ze noemde ook nog het pleidooi van Marieke Nijkamp, de Nederlandse YA-auteur die momenteel internationaal scoort met haar boek ‘This is where it ends’ én de drijvende kracht achter de ‘We need diverse books’ campagne.

Marieke Nijkamp, Corinne Duyvis en Adrian Stone op de Comic Con.

Marieke Nijkamp, Corinne Duyvis en Adrian Stone op de Comic Con.

Ik sprak Marieke een paar dagen daarvoor nog kort op de Comic Con, maar had geen idee van haar betrokkenheid bij dit onderwerp. Haar boek staat inmiddels op de leeslijst en de opmerkingen van haar en Selma neem ik mee in mijn volgende boek.

(Gelukkig had ik net een kort verhaal geschreven over de 14-jarige Marokkaanse Najiba die zichzelf opsloot in een torpedobuis van De Tonijn voor de verhalenbundel ‘Alle Hens’ die in juni uitkomt bij Uitgeverij Kluitman.)

Want ik ben nog niet lang genoeg

Want ik ben nog niet lang genoeg

Daarna volgde de daadwerkelijke Middag van het Kinderboek, deze keer niet onder auspiciën van de onvolprezen Ted van Lieshout, maar van Marco Kunst en Aby Hartog (of Merco en Aaby, zoals we ze voortaan noemen). Onder de noemer ‘Zijn er nog taboes in kinderboeken?’ kregen we een lezing over illustraties (conclusie: in de jaren 70 mocht er meer dan nu) en literatuur (Jaap Friso maakte duidelijk dat er eigenlijk over elk taboe wel een jeugdboek te vinden is). Ik mocht het podium op om schrijvers op te roepen lid te worden van de Vereniging van Letterkundigen en tijdens een forumgesprek bespraken Janny van der Molen, Floortje Zwigtman, Corien Oranje en uitgever Anke Werker onder leiding van Pjotr van Lenteren welke taboes er nog te schenden waren. Lees vooral deze blogs van Femke en Marlies over de verrassende uitkomst van dit gesprek.

Daarna was het bij babbelen en Spa rood drinken met m’n collega’s. Topmiddag!

Garnalen in zwarte bonensaus

Garnalen in zwarte bonensaus

Ik at in mijn eentje bij een Chinees restaurant op de Zeedijk, een achenebbisj tentje met fantastisch eten en geen mogelijkheid tot pinnen. Nadat ik twee keer op en neer was geweest, op zoek naar een pinautomaat, kwam ik terug met cashgeld en kon ik eindelijk naar:

Het gala van het Fantastische boek

Komisch duo De Twee Marcel's

Komisch duo De Twee Marcel’s

Wat vroeger de Paul Harland Prijs was, heet nu de Harland Awards. 200 korte verhalen werden er dit jaar ingezonden, een hele klus voor de jury om daar de beste uit te pikken, weet ik uit ervaring. Gelukkig bestond deze dit jaar uit Chris Kooi, Renée Vink, Martijn Adelmund en winnaar van vorig jaar Erik Heiser, onder de bezielde leiding van Tomas Ross (die wegens privéomstandigheden helaas verstek moest laten gaan). Samen met Marcel Vaarmeijer (de schrijver van het geweldige ‘Voor wie ik heb liefgehad,’ een collega die ik tot nu toe alleen van online kende) en zijn lieftallige echtgenote, luisterde ik naar de openingspeech van Martijn Lindeboom (op naar de Week van het Fantastische boek!), het hilarische verhaal van Jeff Vandermeer over zoetwaterinktvissen (je had erbij moeten zijn), het gepassioneerde pleidooi van Susan Smit aan niet-genre schrijvers (zoals zij zelf) is om hun boeken fantastischer te maken, de komische presentatie van Thomas Olde Heuvelt en Iris Compiet en de speeches van de prijswinnaars en het onthutsende verhaal van David Samwel Bol.

Jij bent een winnaar!

Jij bent een winnaar!

Chicklit (!) auteur Lisette Jonkman deed voor de eerste keer mee en won verrassend zowel de eerste prijs als de debuutprijs met haar korte verhaal ‘De vier stadia van verval’ en Auke Hulst mocht de allereerste Harland Award Romanprijs in de wacht slepen voor zijn ‘Slaap zacht, Johnny Idaho.

Daarna was het bij babbelen en Spa rood drinken met m’n collega’s. Topavond!

En nu? En nu ga ik twee weken aan één stuk door schrijven. In m’n eentje. Zonder drank.

WAAROM IK SELF-PUBLISHING OVERWEEG

writing_for_moneyEen van de meest gestelde vragen* die ik krijg is: ‘Wanneer ga jij je eigen boeken uitgeven? Dan verdien je veel meer per boek dan  10%!

Ik snap de vraag wel. Omdat ik een deel van de promotie van mijn boeken zelf doe, lijkt de stap naar zelfpublicatie niet zo groot.

En inderdaad, als je het goed aanpakt, kun je de winst per boek verviervoudigen. Toch zie ik er het nut niet van in.

Nog niet.

De voornaamste reden is omdat ik mijn boeken voornamelijk via de boekhandel verkoop. En dat zijn aantallen die ik zelf niet via een eigen website of Bol.com verkocht krijg. 100 x 40% is toch echt heel veel minder dan 10.000 x 10%. En als je ziet hoe moeilijk het is voor gerenommeerde uitgevers om hun titels de boekhandel in te krijgen, dan kan je je voorstellen dat ik er niet op zit te wachten om als een soort vertegenwoordiger voor mijn eigen boeken op pad te gaan.

Daarnaast heb ik geweldige redacteuren die mijn schrijfkunst op een veel hoger plan tillen. En ja, die expertise kun je inhuren. Maar durft iemand tegen mij te zeggen dat het niet publicabel is, als ik haar facturen betaal? En hoe zit dat met ontwerpers? Gaan die voor het beste ontwerp of voor een tevreden opdrachtgever die graag zijn zin krijgt?

Ik denk dat ik het antwoord wel weet.

En toch overweeg ik het wel eens, zelf publiceren. En dat komt uiteindelijk toch door het huidige verdienmodel. Want dat deugt niet.

10% voor de auteur is weinig. Te weinig als je het mij vraagt. En je zou zeggen dat met de extra inspanningen die veel auteurs tegenwoordig treffen, het percentage omhoog kan. We besteden tenslotte een steeds groter deel van onze tijd aan promotie. Tijd die we niet kunnen besteden aan het schrijven.

Maar in de realiteit krijgen we juist steeds minder. Het percentage dat wij schrijvers ontvangen moeten we namelijk tegenwoordig delen met de illustrator.

In het kort: vroeger kreeg een auteur 10% en werd de illustrator apart betaald door de uitgever. Dat kon een vast bedrag zijn, of een percentage. Maar het huidige modelcontract stelt dat illustrator en auteur de 10% moeten delen. Het geld dat normaal naar de illustrator ging, blijft nu bij de uitgever.

Het modelcontract voor kinderboeken leidt tot lelijke boeken,’ zei kinderboekenauteur Sjoerd Kuyper al tijdens de Middag van het Kinderboek in 2011. ‘Het is een slechte zaak dat auteurs en illustratoren royalty’s moeten delen.’

Daar sluit ik mij volledig bij aan. Prentenboeken zijn voor mij bijvoorbeeld een visitekaartje en daarom maak ik ze graag. Maar ik verdien meer met het geven van twee lezingen dan met het schrijven van een prentenboek. Daarom maak ik er ook niet heel veel, het is gewoon niet rendabel. Dan kan ik mij beter storten op een (jeugd)roman, waarvan de royalties in ieder geval geheel voor mij zijn.

Het is een slechte zaak omdat er steeds minder overblijft voor de drijvende kracht achter ieder boek: de auteur. En er komt een punt dat iedere auteur zich af moet vragen of het publiceren via een traditionele uitgever nog wel rendabel is. En of het toch niet beter is om zelf je eigen boeken uit te geven en aan de man te brengen.

Dat het kan, hebben Nanda Roep en Circus Patz laten zien.

Ik overweeg het. Soms. Maar ik doe het niet.

Nog niet.

Maar dan moet er wel wat gaan veranderen bij de uitgeverijen.

P.S. Een schrijver leeft natuurlijk niet van royalties alleen. Waar de inkomsten allemaal uit bestaan, schreef ik eerder in ‘Hoe verdienen kinderboekenschrijvers hun geld?’

* (na: ‘Wanneer komt Superhelden3.nl uit?’ en ‘Komt er ook een film van?’)

WAAR BEN IK WANNEER?

Marcel-van-Driel-lezing-002-940x198De vakantie is bijna afgelopen. De komende weken ben ik op een aantal plekken in Nederland te vinden:

Schrijver en held Neil Gaiman komt op 16 en 17 augustus naar Nederland. Ik interview hem in Rotterdam (vol!) en Utrecht (aanmedlen verplicht!) en daar kun jij bij zijn!

Ik geef een workshop op 14 september tijdens de ‘Middag van het Kinderboek’ van Ted van Lieshout. Het belooft een interessante dag te worden. Klik hier voor gratis kaartjes.

Tijdens de ‘Get Social Experience’ op 24 september vertel ik iets over Waanzinnige Plannen en Social Media. En er zijn nog veel meer geweldige sprekers! Kaarten koop je hier.

Als het leest als boek …

Eppo van Nispen is de nieuwe directeur van het CPNB, de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek. Tijdens de door Ted van Lieshout georganiseerde Middag van het Kinderboek, vertelde van Nispen dat zijn kinderen het verschil niet benoemen tussen analoge boeken en hun digitale versies. Volgens zijn kids is een boek gewoon een boek, of het nou op een iPad staat of op papier.

Ik herken dit wel. De afgelopen maanden heb ik meer dan vijftien boeken gelezen; Jeugdboeken, thrillers, fantasy en non-fictie. En de helft las ik niet op papier maar op het scherm van mijn iPhone. Zes fantasyboeken van Jim Butcher, met in totaal meer dan 2400 (papieren) pagina’s werden in drie weken weggelezen op een scherm van 11,5 bij 6 cm. Na tien minuten merkte ik niet eens meer dat ik geen papier in mijn handen had. Sterker nog, ik ging juist nog meer lezen dan ik al deed, omdat ik mijn wacht- en reistijden gebruikte om snel nog even een hoofdstuk te lezen, in plaats van mijn tijd te vertwitteren,( tot grote blijdschap van mijn volgers). Ik was om: e-books zijn van harte welkom, zelfs al heb ik de perfecte reader nog niet ontdekt.

Maar het belangrijkste inzicht kwam later: Ik merkte dat wanneer ik anderen attent maak op één van de boeken, dan noem ik de titel en de schrijver, niets meer. Ik ben op dat moment vergeten waar en hoe ik het boek gelezen heb. Ik wil gewoon dat jij dat boek ook gaat lezen. Het medium, dat kies je zelf wel.

De kinderen van Eppo hadden mij dat natuurlijk al veel eerder kunnen vertellen.

Make it up as you go

John Lennon zei : ‘Life is what happens to you when you are busy making other plans.’ Dat is wel waar, maar geen excuus om dan maar niets te plannen. Een doel hebben geeft je werk relevantie en het helpt je keuzes maken.

Geen plan hebben is echter óók geen excuus om niets te doen. Een boek schrijf je door te beginnen met schrijven, niet door er eeuwig over na te denken. Een uitgeverij begin je door de eerste stap te zetten

Peter van Eijk, directeur van Stichting Bibliotheek.nl, sprak op de Middag van het Kinderboek over de opkomst van het E-Book. Hij zei: ‘Het is een illusie nu al te weten hoe over vijf jaar de verdienmodellen eruitzien en hoe de rechten precies geregeld zullen zijn. Laat je niet afschrikken door alle mogelijke hobbels en hindernissen die je tegen kunt komen. Afwachten en niets doen is geen optie, want dan zullen anderen je voorbijgaan.’

Wat dat betreft is een (E-)boek schrijven niet anders dan een uitgeverij (of elk ander bedrijf) opstarten: formuleer een (eind)doel, maak een globaal plan en begin. En ‘Make it up as you go’.  Op die manier ben ik tien jaar geleden begonnen als schrijver. En zo ben ik nu aan het starten als uitgever. Door mij in te schrijven bij de Kamer van Koophandel. Door de rechten van boeken, die niet meer verkrijgbaar zijn, terug te vragen bij mijn uitgever. Door mij aan te sluiten bij een club van schrijvers en would-be uitgevers om samen het e-bookwiel uit te vinden. Door afspraken te maken met Printing-On-Demand drukkerijen.

Mijn vraag aan jou: welk plan voer jij niet uit? Wat is excuus? Wat is je doel? Wat zou de eerste stap kunnen zijn? En wanneer ga je hem zetten?