Mijn Manuscripta

Ik had een fan

Ik had een fan

Manuscripta was voor het eerst in Utrecht. En dat beviel mij uitstekend! (En nee, niet alleen omdat het tien minuten fietsen van mijn huis is.) Het was er gemoedelijk druk en dat gaf iedereen ruim de gelegenheid om zijn of haar favoriete auteur te ontmoeten. Zo zag ik Ingrid en Dieter Schubert signeren bij de Utrechtse Kinderboekhandel, waar ik ook even bij kletste met Thijs Goverde. Henk Spaan en Adriaan van Dis liepen langs, met Herman Koch in hun kielzog, om te signeren en interviews te geven. Ik zag een stukje van het interview met Mel Wallis de Vries. Helaas was de akoestiek in de centrale hal van het stadhuis zo slecht dat ik slechts één op de drie woorden kon verstaan.

Gelukig was het buiten fantastisch weer.

MichaIk mocht een uur signeren bij de stand van De Fontein. Op weg ernaartoe kwam ik collega en toffe peer Micha Meinderts tegen die mij zijn boek gaf omdat hij jarig was. Samen waren wij die dag een onafscheidelijk duo. Wij spraken en vermaakten ons met collega’s Simone van der Vlugt, Nanda Roep, Suzanne Peters, Elsbeth Witt en Martijn Lindeboom die langskwamen om bij te kletsen en zoenen uit te wisselen (een feature die Facebook nog niet ondersteunt.) Ondertussen signeerde ik af en toe een boek, een kaart of een Superheldenposter (op de rug van een – mag ik dat zeggen? – hele mooie moeder) en mocht ik met mijn fans op de foto. Ik beantwoordde de meest gestelde vraag met: ‘4 november in de winkel!’ en sprak met Eveline Karman die volgend jaar debuteert bij De Fontein met ‘Verstrikt’.

Mooi versje van Lars

Mooi versje van Lars

Bij een biertje bij de stand van Meulenhoff (die heel blij waren om te horen dat ik morgen aan Nachtmerrieman ga beginnen) ontmoette ik Lars van der Werf. Lars schrijft versjes op de typemachine. Ze zijn schattig, ontroerend en komen soms ook binnen, zoals deze die hij schreef voor iemand die onlangs haar zoon op veel te jonge leeftijd verloor. Zijn boek ‘Versjes van Lars’ verschijnt 3 november.

Er was natuurlijk nog veel meer te doen en te zien op Manuscripta, maar ja, daar was ik niet bij.

Volgend jaar weer in Utrecht?

HOE WORD IK GRAPPIG?

idiootUPDATE! DE WINNAARS ZIJN GEKOZEN EN KRIJGEN BERICHT! ER KAN NIET MEER MEEGEDAAN WORDEN.

Ik belde mijn uitgever om een idee te pitchen. Voor Waanzinnige Plannen had ik een twintigtal mensen geïnterviewd die hun ooitdromen hadden gerealiseerd en ik had de smaak te pakken. Wat nou als ik cabaretiers ging vragen naar hun geheim? Wat nou als ik ze vroeg waarom zij grappig waren? Dat zou vast een mooi boek opleveren!

Mijn uitgever zag het niet zitten en ik borg het idee op een virtuele la. Maar zonder dat ik dat wist, had cabaretier Silvester exact hetzelfde plan opgevat en was zelfs al bijna klaar met zijn boek.

En nu ligt ‘Hoe word ik grappig?’ overal in de winkel.

Schrijven kun je leren, zeg ik altijd. Hoewel talent niet onbelangrijk is, is schrijven ook een ambacht met technieken en gereedschappen en regels (waar je je wel of niet aan hoeft te houden). Zou dat met humor ook zo werken? Zou je iemand op kunnen leiden tot cabaretier?

Ik moest meteen denken aan de oudejaarsconference van Beau van Erven Dorens.

SilvesterIn het boek interviewt Silvester bijna dertig collega’s en stelde ze exact dezelfde vragen. Het zal je niet verbazen dat de antwoorden net zo van elkaar verschillen als de cabaretiers zelf.

Het eerste dat mij opviel tijdens het lezen, is dat het een heel serieus boek is. Op een enkele kwinkslag na (Jan Jaap van der Wal, nadat hij het verloop van zijn carrière beschreef: ‘Inmiddels ben ik superrijk, en bedoel ik echt loaded.’) proberen de heren (en een enkel dame) serieus hun vak en technieken te ontleden. En dat is fascinerend wat mij betreft.

Zo zegt diezelfde Jan Jaap dat de beste verhalen echt gebeurd zijn en echte emoties bevatten. En dat herken ik heel erg. Want hoewel ik natuurlijk geen cabaretier ben, begin ik mijn schoolvoorstellingen altijd met een vijf-minuten durende routine over mijn kinderen en dat levert overal in het land gelach op. Het verhaal is weliswaar al jaren oud, (over hoe ik van mijn jongste pas de trap af mocht wanneer hij gezegd had dat ik de trap af mocht) maar ik kan het vertellen alsof het gisteren was en dat maakt het echt en dus grappig.

Een van mijn favoriete grappenmakers is Joep van Deudekom. Die zichzelf helemaal niet zo grappig vindt: ‘Ik ben niet heel ad rem, heb niet de humor aan mijn kont hangen. Maar ik kan wel grappige dingen bedenken. Secundair grappig dus.’

Ehm..Wat ze bijna allemaal benadrukken is hoe belangrijk het is om goed te kijken en te luisteren, jezelf en anderen te observeren. En daarmee verschilt het bedenken van grappen dus nauwelijks van het schrijven van boeken. Want zowel schrijvers als cabaretiers blinken uit in het op een originele manier kijken naar de wereld. En of dat dan grappig is of niet is dan niet eens het belangrijkste.

Zoals Hans Sibbel in het boek zegt: ‘Ik belicht de wereld net even anders, waardoor hij absurd is, of mooi.’ Of Silvester zelf: ‘Ik kijk een beetje scheef naar de wereld.’

Misschien is dat wel hét geheim van de schrijver én de grappenmaker: een beetje scheef naar de wereld kijken.

Ik mag drie gesigneerde exemplaren van ‘Hoe word ik grappig?’ weggeven aan mijn lezers. Zet hieronder je meest gênante, grappige persoonlijke en waargebeurde ervaring. De drie leukste ontvangen een (gesigneerd!) exemplaar van het boek. De jury bestaat uit ondergetekende, uitgever Nanda Roep en uiteraard cabaretier Silvester. Over de uitslag kan niet gecorrespondeerd, getweet, gefacebookt, worden.

GooglePlus mag dan weer wel, dat lezen we toch niet.

Je kunt het boek uiteraard ook gewoon kopen.

Ik zou het doen.

Uitgeverij Nanda vind je ook op Facebook.

WAAROM IK SELF-PUBLISHING OVERWEEG

writing_for_moneyEen van de meest gestelde vragen* die ik krijg is: ‘Wanneer ga jij je eigen boeken uitgeven? Dan verdien je veel meer per boek dan  10%!

Ik snap de vraag wel. Omdat ik een deel van de promotie van mijn boeken zelf doe, lijkt de stap naar zelfpublicatie niet zo groot.

En inderdaad, als je het goed aanpakt, kun je de winst per boek verviervoudigen. Toch zie ik er het nut niet van in.

Nog niet.

De voornaamste reden is omdat ik mijn boeken voornamelijk via de boekhandel verkoop. En dat zijn aantallen die ik zelf niet via een eigen website of Bol.com verkocht krijg. 100 x 40% is toch echt heel veel minder dan 10.000 x 10%. En als je ziet hoe moeilijk het is voor gerenommeerde uitgevers om hun titels de boekhandel in te krijgen, dan kan je je voorstellen dat ik er niet op zit te wachten om als een soort vertegenwoordiger voor mijn eigen boeken op pad te gaan.

Daarnaast heb ik geweldige redacteuren die mijn schrijfkunst op een veel hoger plan tillen. En ja, die expertise kun je inhuren. Maar durft iemand tegen mij te zeggen dat het niet publicabel is, als ik haar facturen betaal? En hoe zit dat met ontwerpers? Gaan die voor het beste ontwerp of voor een tevreden opdrachtgever die graag zijn zin krijgt?

Ik denk dat ik het antwoord wel weet.

En toch overweeg ik het wel eens, zelf publiceren. En dat komt uiteindelijk toch door het huidige verdienmodel. Want dat deugt niet.

10% voor de auteur is weinig. Te weinig als je het mij vraagt. En je zou zeggen dat met de extra inspanningen die veel auteurs tegenwoordig treffen, het percentage omhoog kan. We besteden tenslotte een steeds groter deel van onze tijd aan promotie. Tijd die we niet kunnen besteden aan het schrijven.

Maar in de realiteit krijgen we juist steeds minder. Het percentage dat wij schrijvers ontvangen moeten we namelijk tegenwoordig delen met de illustrator.

In het kort: vroeger kreeg een auteur 10% en werd de illustrator apart betaald door de uitgever. Dat kon een vast bedrag zijn, of een percentage. Maar het huidige modelcontract stelt dat illustrator en auteur de 10% moeten delen. Het geld dat normaal naar de illustrator ging, blijft nu bij de uitgever.

Het modelcontract voor kinderboeken leidt tot lelijke boeken,’ zei kinderboekenauteur Sjoerd Kuyper al tijdens de Middag van het Kinderboek in 2011. ‘Het is een slechte zaak dat auteurs en illustratoren royalty’s moeten delen.’

Daar sluit ik mij volledig bij aan. Prentenboeken zijn voor mij bijvoorbeeld een visitekaartje en daarom maak ik ze graag. Maar ik verdien meer met het geven van twee lezingen dan met het schrijven van een prentenboek. Daarom maak ik er ook niet heel veel, het is gewoon niet rendabel. Dan kan ik mij beter storten op een (jeugd)roman, waarvan de royalties in ieder geval geheel voor mij zijn.

Het is een slechte zaak omdat er steeds minder overblijft voor de drijvende kracht achter ieder boek: de auteur. En er komt een punt dat iedere auteur zich af moet vragen of het publiceren via een traditionele uitgever nog wel rendabel is. En of het toch niet beter is om zelf je eigen boeken uit te geven en aan de man te brengen.

Dat het kan, hebben Nanda Roep en Circus Patz laten zien.

Ik overweeg het. Soms. Maar ik doe het niet.

Nog niet.

Maar dan moet er wel wat gaan veranderen bij de uitgeverijen.

P.S. Een schrijver leeft natuurlijk niet van royalties alleen. Waar de inkomsten allemaal uit bestaan, schreef ik eerder in ‘Hoe verdienen kinderboekenschrijvers hun geld?’

* (na: ‘Wanneer komt Superhelden3.nl uit?’ en ‘Komt er ook een film van?’)

LEES SUPERHELDEN.NL GRATIS EN VOOR NIKS!

VakantiebiebDe Vakantiebieb app is een fantastisch initiatief van de bibliotheken. Je downloadt de gratis app voor je telefoon of tablet en leest een vakantieperiode lang gratis e-books. Aan het eind van de periode verdwijnen de boeken automatisch weer uit je app.

Omdat het in oktober kinderboekenweek is én herfstvakantie, staan er deze maand extra veel jeugdboeken in de app. Titels van Rian Visser, Marion van der Coolwijk, Nanda Roep én van mij. Want ook Superhelden.nl is deze maand helemaal gratis te lezen!

VakantiebiebSuperhelden.nl is niet alleen kerntitel deze kinderboekenweek, we hebben er inmiddels ook meer dan 10.000 van verkocht en het boek beleefde een derde druk. En vanaf vandaag is Superhelden2.nl weer leverbaar in de inmiddels tweede druk. Redenen genoeg voor een feestje! En wat is een mooier cadeau dan het boek een maand lang gratis te laten lezen door een nieuw publiek?

De app download je hier voor Android en Apple.

Je kunt Superhelden.nl en Superhelden2.nl deze kinderboekenweek natuurlijk ook gewoon aanschaffen, net als Billy de Kip. Dan krijg je het kinderboekenweekgeschenk ‘Jij bent Super, Jan!’ van Harmen van Straaten er gratis bij!

Wil je een handtekening in je boek? Zoek mij dan op tijdens de Kinderboekenweek.

 

DE ONZICHTBARE SCHRIJVER OP KLETSNET

Dat kinderboeken weinig serieus worden genomen in de media weten we inmiddels wel. Literaire romans met een oplage van 2.000 stuks (waarvan de helft in de ramsj terecht komt), worden serieus beoordeeld in de pers, net als iedere dichtersscheet in bundels die slechts gelezen worden door recensenten en familie. Maar kinderboeken, (waarvan zelfs minder bekende schrijvers zoals ik al drie- tot zesduizend exemplaren per titel verkopen), worden structureel genegeerd.

Ook op internet blijken we onzichtbaar. Zo stond er in het NRC Handelsblad van zaterdag 5 maart een positief artikel over Social Media en in het bijzonder Twitter, met de kop: Doorbraak van kletsnet op internet is een zegen. Het is een grappig, goedgeschreven stuk dat een mooi tegenwicht geeft aan de conservatieve en zure stukken van bijvoorbeeld de Britse schrijfster Zadie Smith. Vreemd genoeg lijkt schrijver Arjen van Veelen zelf niet op Twitter te zitten.

Misschien dat daarom van Veelen op één punt de mist inging. Hij schrijft: “Behoorlijk wat schrijvers zijn actief op FaceBook. Schrijvers met veel volgers op Twitter zijn zeldzamer.” Daarna noemt hij NRCcollega Bas Heijne (3.814 volgers) als uitzondering.

Misschien heeft van Veelen de aanwezigheid van kinderboekenschrijvers op Twitter gemist? Kijk bijvoorbeeld naar twittergodin Rian Visser (3.914 volgers) en de impact die ze op Internet had met haar blog over Clavis. Ikzelf mag ook niet klagen met zo’n 3100 volgers. Dat gevestigde namen als Nanda Roep, Simone van der Vlugt, Edward van den Vendel en Jan Paul Schutten nog niet aan die aantallen zitten, lijkt een kwestie van tijd. Twitter is een jong medium en hun tweets zijn grappig, informatief en persoonlijk.

Later schrijft van Veelen terecht: “De essentie van de tweet zit in het sociale, in het samenspel, de een-tweetjes.” Daar heeft hij helemaal gelijk in.

Het wordt tijd dat hij gaat twitteren.