DE IDEALE LEZER

Het leukste gedeelte van Waanzinnige Plannen is als alles nog mogelijk is. Het moeilijkste gedeelte is wanneer je daadwerkelijk aan het werk moet. Begin februari had ik de eerste 20.000 woorden klaar van Superhelden.nl. Dat zijn ongeveer 100 pagina’s, afhankelijk van de opmaak. De uitgeverij had ze gelezen en was enthousiast. De eerste horde was genomen.

Maar net zoals in de sport is starten een stuk makkelijker dan volhouden. Want in februari begon het echte leven in de weg te zitten. Ik werd 44 (1 feestje), mijn oudste werd 6 (vier feestjes!), er moest een nieuw script komen voor het Fortenspel van De Waag en ik gaf twee middagen in de week les op de basisschool. Het werd steeds moeilijker om mijn target van 1500 woorden per dag te halen, en zelfs daarmee ging het krap worden. Want de eerste versie van het boek moet begin april ingeleverd worden, en de schatting is dat het 60.000 woorden of meer gaat worden.

Ik besloot een week naar Vlieland te gaan om meters te maken. De kinderen logeerden bij OpaOma en ik pakte de boot naar het eiland, vol goede moed, energie en met een strakke planning: vier- a vijfduizend woorden per dag schrijven.

Ik kwam mijzelf behoorlijk tegen. Ten eerste was ik hondsmoe van weken (nee maanden) hard werken, vroeg opstaan en laat naar bed gaan. Ten tweede had ik al een maand niet aan het boek geschreven en moest ik er weer helemaal inkomen. Stukken die ik schreef, moest ik herschrijven of soms zelfs helemaal weggooien, voordat ik tevreden was.

Na één dag en avond was ik maar liefst 2500 woorden opgeschoten …

De tweede dag ging beter, vooral omdat ik mijzelf dwong door te schrijven met Write or Die. Beter achteraf een hoofdstuk herzien dan onverrichter zake huiswaarts keren. Ik begon – tegen mijn eigen afspraken in – overdag te twitteren en zocht steeds meer excuses om niet te schrijven. Uiteindelijk kwam ik die dag op 3.982 woorden. Niet slecht, maar waar was de flow? Nog belangrijker: waar was de lol? Dit leek wel werk!

’s Avonds in bed las ik in ‘On Writing’ van Stephen King. Hij vertelde dat hij zijn boeken altijd voor zijn Ideale Lezer schreef, in zijn geval zijn echtgenote. Ik moest lachen om de herkenning, mijn ideale lezer was ikzelf.

Maar deze keer niet.

Het kwartje viel: ik was dit boek niet voor mijzelf aan het schrijven, maar voor mijn uitgever! Mijn redacteur was, zonder dat ik (of zij wat dat betreft) het wist, meegereisd naar Vlieland en las over mijn schouder mee. Ieder bladzijde moest minstens net zo goed zijn als de eerste 100 pagina’s anders kwam het boek straks niet uit!

Dezelfde King schreef: in de eerste versie is er maar één ding belangrijk en dat is het verhaal. Niet het thema, niet de lezers, niet de zinnen, niet het literaire gehalte of de karakterontwikkeling van de hoofdpersoon. Alleen. Het. Verhaal.

Ik stopte met mij afvragen of mijn karakters teveel vloekten (vast), of het verhaal niet te gewelddadig was (neah) en of ik het überhaupt allemaal wel op tijd af ging krijgen (tuurlijk!). Ik zette twitter overdag uit (eindelijk) en begon te schrijven. En te schrijven. En te schrijven. Ik gaf mij volledig over aan het verhaal dat ik wilde vertellen.

In de afgelopen vier dagen heb ik meer dan 15.000 woorden geschreven verspreid over zestig hele spannende pagina’s. Vandaag begint hoofdpersoon Iris aan haar grootste beproeving.

Die van mij heb ik net achter de rug. Tot de volgende hindernis natuurlijk.