KIJK EENS MAMA, PAPA! MET ZONDER HANDEN!

Gisteren stond ik – in het kader van de Nationale Voorleesdagen – in Apeldoorn voor de klas met mijn subrozavoorstelling. Met deze keer wel heel bijzonder extra publiek: mijn ouders. Want hoewel ik de voorstelling al meer dan 500 keer gegeven heb, waren zij nog niet eerder in de gelegenheid geweest om te komen kijken.

Het ging gelukkig geweldig. De kinderen moesten lachen om mijn grappen, deden fanatiek mee met het oplossen van de puzzels, waren muisstil toen ik voorlas hoe Colin DeVries in een bioscoop werd vermoord en vroegen mij het hemd van het lijf over het schrijverschap.

Mijn ouders waren superenthousiast en ik gloeide. Ze hadden genoten van de voorstelling, vonden dat ik volstrekt maf was en bewonderden hoe ik de regie hield. Met andere woorden: ze waren trots.

Ik twitterde hoe stoer het was dat ze er waren geweest en kreeg de volgende reactie van Karen: “@MarcelvanDriel Stoer èn je bent weer even kind #kijkpapmam #leuk”

En ze had gelijk.

Net als mijn eigen zoon van vijf gilt dat ik moet kijken als hij van een paaltje springt, of onze peuter een show weggeeft in de huiskamer, mocht ik gisteren even roepen: “Kijk, pap, mam! Kijk eens wat ik kan!” Niet om bevestiging te zoeken, niet om erkenning te krijgen, maar gewoon, omdat ik trots ben op mijn vak en op mijn talent en blij ben om dat met mijn ouders te delen.

Heel even was ik weer dat jongetje van vijf.

‘Kijk eens mama,papa! Met zonder handen!’

GA JE MEE BINO ZOEKEN?

15 januari 2011 zit ik in Amersfoort en kijk ik met mijn gezin naar de kleutervoorstelling Bino de Musical van Lidion en Rick. Dat wordt een bijzondere ervaring. Want elf maanden eerder stond ik zelf op het toneel en was ik het die met Lidion op zoek ging naar de witte pinguïn.

Bino de Musical is gebaseerd op acht prentenboeken rond Bino de sneeuwwitte pinguïn die ik met illustrator Vera de Backker maakte. Samen met actrice, clown en regisseur Lidion Zierikzee bedacht ik een kleutervoorstelling in opdracht van het Festival Mooie Woorden. 14 februari 2010 speelden we voor 140 man publiek en zongen we de liedjes van VOF de Kunst, Jeroen Schipper en Suze van Calsteren.

De voorstelling was een enorm succes, veel groter dan verwacht, veel groter dan we hadden durven hopen. Kinderen zongen de liedjes mee, kwamen achteraf het podium oprennen om Bino een handje te geven en vroegen wanneer ze nog een keer konden komen kijken. De ouders glunderden en lachten even hard mee. We hadden een hit.

Het was alleen wel een eenmalige hit. Want Nederland rondtoeren met een kleutermusical, daar heb ik echt geen tijd voor. In 2011 moet ik een jeugdthriller én vier nieuwe Bino prentenboeken schrijven en heel veel optreden op scholen. Daarnaast was er twijfel of ik als acteur goed genoeg was om een jaar lang dezelfde voorstelling te spelen, op hetzelfde niveau als Lidion.

Enter: Rick Schellinkhout. Rick studeerde net als Lidion af aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht als Docerend Theatermaker. Eerder speelde Rick en Lidion al samen in de kleutervoorstelling ‘Doe maar Bijzonder’. Rick schrijft, regisseert, speelt en doceert op o.a. jeugdtheaterscholen en bij theatergroep ARS te Hilversum. En nu speelt Rick dus Rick en gaat hij samen met Lidion op zoek naar Bino in de nieuewe versie van Bino de Musical.

15 januari is de première in De Kamers in Amersfoort. Ik ga in ieder geval kijken, lachen, meezingen en heel heel hard voor ze klappen. Kom je ook? (De première is inmiddels volgeboekt! Maar er is een extra voorstelling om 16.45!!!)

Klik hier om kaartjes te reserveren.

BINO DE MUSICAL (3+)

Rick en Lidion zijn de allerbeste vriendjes van de hele wereld! Samen reizen ze naar de Noordpool om op zoek te gaan naar Bino, de sneeuwwitte pinguïn. Onderweg beleven ze geweldige avonturen, bouwen ze een sneeuwkasteel en zingen prachtige liedjes over vriendschap, bijzonder zijn én natuurlijk: Witte pinguïns!

Bino de musical is een vrolijke muzikale theatervoorstelling voor kinderen vanaf 3 jaar naar een idee van Marcel van Driel en Lidion Zierikzee. De musical bevat speciaal voor Bino geschreven liedjes van VOF de Kunst, Jeroen Schipper (Rood Rood mannetje) en Suze van Calsteren. Bino de Musical is gebaseerd op de Bino prentenboeken die Marcel van Driel met illustrator Vera de Backker maakte voor uitgeverij Kwintessens.

Spel: Rick Schellinkhout en Lidion Zierikzee
Live muziek: Suze van Calsteren/Anke Timmer
Tekst: Marcel van Driel
Kostuums: Tessa Verbei
Poppen: Vera de Backker en Micha Burm
Productie: Lidion Zierikzee

GOEDE VOORNEMENS GESLAAGD

1 januari 2010 keken iets meer dan 100.000 mensen naar het tv-programma ‘ Goede Voornemens, Slechte Voornemens‘. Het ging over mensen die het roer om wilden gooien. Ze wilden stoppen met roken, afvallen, op het rechte pad blijven, meer tijd vrijmaken voor hun kinderen.

Eén van de deelnemers  wilde orde op zaken stellen met zijn financiën. Dat was ik. Want eind 2009, toen het programma werd opgenomen, zat ik behoorlijk aan de grond. We waren een jaar daarvoor verhuisd naar een groter – en behoorlijk duurder – huis. Ik was na vijf jaar noodgedwongen gestopt met mijn PR-bureau (mijn enige overgebleven klant was door de kredietcrisis getroffen.) Ik stond voor de keuze: actief acquireren voor nieuwe klanten, of kiezen voor mijn droom en fulltime kinderboekenschrijver worden.

Ik koos voor het laatste.

In eerste instantie ging het best goed: ik werd het hele jaar door gevraagd om op te komen treden op scholen en in bibliotheken en ik schreef en publiceerde minimaal drie boeken per jaar. Toch waren mijn inkomsten wel geslonken. En daar zat hem de kneep.

Ik gaf namelijk nog steeds net zoveel uit als voorheen. Strips, boeken, games, dvd’s, muziek, eten, … ik gaf geld uit alsof ik de loterij gewonnen had. Dat ging een tijdje goed en toen kwam de zomer.

Tijdens de zomer had ik altijd een grote PR-klus te doen. Maar een schrijver kan in de zomer weinig anders dan schrijven. Scholen zijn gesloten, bibliotheken zijn leger dan ooit. Mijn inkomen daalde niet, het stopte. Drie maanden lang kwam er geen cent binnen.

Na de zomer had ik helemaal niets meer, behalve een gat van drie maanden. Ik kon dat gat op geen enkele manier inlopen, ook al had ik na de zomer gelukkig weer genoeg te doen.

Op Twitter kwam een oproep langs om mee te doen aan een tv-programma over goede voornemens. Ik besloot mij op te geven en werd geaccepteerd. Er kwamen verschillende mensen bij ons thuis filmen en op het laatst werden zowel mijn vrouw als ik geïnterviewd door programmamaker Bram van Splunteren. Hij vroeg mijn vrouw: ‘ Als Marcel dit niet oplost, houdt jullie huwelijk dan nog stand?’ Mijn vrouw antwoordde ontkennend. Gelukkig voegde ze er wel aan toe dat ze er alle vertrouwen had dat ik dit op ging lossen. (Jammer dat ze dat stukje niet uitzonden, zodat mijn ouders en sommige vrienden dachten dat we bijna in een scheiding lagen, maar dat terzijde).

Haar  opmerking zette mij wel aan het denken. Ik heb een gezin met twee kleine kinderen en ik breng 50% van het inkomen in. Als ik getrouwd wilde blijven met mijn favoriete vrouw van de hele wereld, moest ik hoognodig iets doen.

We deden het volgende: ik stopte met het kopen van strips, games, dvd’s etc. We namen met pijn in ons hart afscheid van onze werkster en gingen zelf schoonmaken, tussen onze drukke werkzaamheden door. We sloegen de AH voortaan over en haalden onze boodschappen bij de Nettorama. Biologisch vlees en uit eten waren verleden tijd. We gingen niet op vakantie en ik ging voor het eerst in zes jaar niet naar Lowlands.

Daarnaast begon ik hogere bedragen te vragen voor commercieel werk. Ook ging ik  actiever op zoek naar commerciële schrijfklussen. In plaats van mij te focussen op die ene grote opdracht – die meestal op het laatste nippertje niet doorging – sprak ik met meerdere potentiële opdrachtgevers onder het motto: ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt.’ Ik leerde ‘nee’ zeggen tegen heel leuke klussen die veel tijd kosten, maar weinig opleveren. Ik vroeg voorschotten aan op nog te ontvangen royalties en verkocht 100 boeken via Twitter om de belastingen te betalen. Langzaam begonnen we in te lopen en halverwege het jaar waren we bijna weer helemaal bij.

Toen  kwam de zomer van 2010. Het gevreesde gat in het midden van het jaar. De grote opdrachten waar ik mee bezig was, leken geen van allen door te gaan en de stress sloeg toe. Mijn echtgenote wilde dat ik een baan ging zoeken en ik wilde alles op alles zetten om fulltime schrijver te blijven. Net toen ik er geen gat meer in zag, gebeurde er van alles.

Bino werd verkocht aan China en Thailand . Er werden bescheiden maar welkome voorschotten overgemaakt. De Waag vroeg mij om hoorspelen te schrijven rond de Forten van Amsterdam, een goedbetaalde klus waarmee ik de hele zomer doorbracht. Meer opdrachtgevers dienden zich aan, voor vertalingen, audioboeken voor de vakantie, workshops schrijven en lezingen voor volwassenen. Ik mocht een biodiversiteitsprookje schrijven en met een groep kinderen en een boswachter het bos in op de Dag van de Biodiversiteit. De Kinderboekenweek zat overvol en de maand daarna ook. Ineens leek iedereen te weten wat ik deed, waar ik goed in was, én wat ik kostte. Ik zeg niet dat we ineens stinkend rijk waren, maar voor het eerst sinds het beëindigen van mijn PR-bureau zat er weer balans tussen inkomen en uitgaven.

Het is nu 1 januari 2011. Precies een jaar geleden zaten wij voor de televisie en keken we naar onszelf, strijdvaardig, maar ook een beetje wanhopig, hopend op betere tijden. Onze werkster begint deze week weer met het schoonmaken van ons huis en ik heb zowaar vier maanden inkomen apart staan, zodat ik de komende tijd zonder zorgen kan schrijven aan mijn nieuwe boek. Boodschappen doen we nog steeds bij de Nettorama, maar ook af en toe weer bij de AH. En wie weet gaan we dit jaar zelfs weer op vakantie.

Waarom lukte mij dit wel, terwijl de meeste goede voornemens een vroege dood sterven? Ten eerste omdat er iets op het spel stond. Als ik dit niet oploste, dan zou alles wat ik de afgelopen jaren had opgebouwd, zowel privé als zakelijk, teniet worden gedaan. Ten tweede heb ik het in de wereld gezet. Iedereen die ik kende (en velen die ik niet kenden) wisten waar ik op uit was en wat ik wilde bereiken. Ten derde liet ik mij ondersteunen, door een coach, door mijn vrouw, door mijn vrienden. En als laatste en misschien wel belangrijkste, omschreef ik mijn doelen en gaf ik mijzelf deadlines.

Ik kan nu met gepaste trots en veel dankbaarheid terugkijken op een enerverend maar ook mooi 2010 waarin mijn goede voornemens realiteit zijn geworden. Ik kan nieuwe doelen stellen en nieuwe voornemens creëren die meer in lijn liggen met mijn dromen dan met mijn angsten.

Hoe zit dat met jou?

Wat zijn jouw dromen? Welke angsten wil jij onder ogen zien? Welke goede voornemens ga jij in de wereld zetten voor 2011? Welke doelen ga je helder maken en welke deadlines ga je stellen? Hoe ga jij je laten ondersteunen in het behalen van je doelen? Voornemens gaan niet over wensen. Voornemens gaan over resultaten.

Wat ga jij creëren om succesvol te zijn?

Ruggegraat

Dit blog gaat niet over mij.

Vandaag mocht ik optreden in het zuiden des lands. De dame van de bibliotheek pikte mij ’s morgens op bij mijn hotel en bracht mij van school naar school, waar ik voor de groepen 7 en 8 mijn subrozavoorstelling deed. Het ging goed en de kinderen waren enthousiast.

Na de pauze maakte ik mij klaar voor de laatste groep. Ik was moe en ik weet nog steeds niet of dat in mijn voor- of in mijn nadeel heeft gewerkt. Ik dronk mijn koffie, begaf mij naar de klas en zette de websites klaar op het smartboard, in afwachting van de groepen 7 en 8.

Het waren twee verschillende klassen die zich in een voor hen onbekend klaslokaal bevonden, aangezien hun eigen ruimte geen smartboard had. Groep 8 ging achterin zitten en groep 7 voorin. Ik stelde mij voor aan de twee leerkrachten, wenste de kinderen goedemiddag en wachtte tot het stil genoeg was, om te kunnen beginnen.

Dat werd het niet. Ook niet toen meerdere leerlingen hun hand opstaken (een teken aan je medeleerlingen dat het tijd wordt om je mond te houden). Ook niet toen ik langer wachtte. Ook niet toen de leerkracht om stilte vroeg.

Ik begon. En stopte. En begon weer. En stopte weer. Ik maakte grappen, vertelde enthousiast mijn verhaal, keek af en toe iemand streng aan. Ik probeerde  alles wat ik tijdens de afgelopen zeven jaar geleerd heb, en waar ik groepen van meer dan 100 kinderen probleemloos muisstil mee heb gekregen. Ik haalde alles uit de kast.

Het had geen enkel effect.

Ik vertelde de lerares dat dit voor mij niet werkte en zij greep zeer effectief in. De klas werd stil, er werden kinderen uit elkaar gehaald, en er werd een ultimatum gesteld: wie nu nog dwars door de voorstelling heen praatte, mocht eruit.

Ik begon. En stopte. En begon. En stopte. Er ging iemand uit. En nog een. En nog een. Eén van de jongens weigerde om op te stappen en ging in discussie met de leerkracht. Hij werd uiteindelijk de klas uit gezet.

Ik was te moe om er tegen te vechten en legde de voorstelling stil. Ik ging in dialoog met de kinderen. ‘Wat is hier de situatie?’, vroeg ik. Wat hier ook aan de hand was, het had niets met mij had te maken, dat was overduidelijk. Een van de meisjes, die stil had zitten luisteren, nam het woord: ‘Onze klas heeft jongens met autisme, ADHD en gedragsstoornissen. In groep acht zitten jongens met gedragsstoornissen. In groep acht zitten jongens die kinderen in groep zeven pesten.’ Ze zei het matter of fact, zonder wrok, of ergernis, het was een feit, iets waar ze zich allang bij neer had gelegd.

De juf vulde aan dat de eigen leraar gisteren ziek was geworden en zij de klas er vandaag bij deed. Ik vroeg of het klopte dat groep 7 en 8 elkaar niet lagen. Dat werd beaamd.

Wat ik zag was een klas vol stille vechters. Jongens, maar vooral meisjes die stil wachtten tot we weer verder gingen. Die gewend waren te wachten tot ze weer verder gingen. Die gewend waren op de tweede plaats te komen.

Iets in mij brak op dat moment.

We weten dat leerkrachten het soms zwaar hebben met een klas. Dat het een dankbaar maar ook volstrekt ondankbaar beroep kan zijn. Dat het een beroep is dat iemand kan slopen.

We weten dat jongens (het zijn zelden meisjes) met gedragsproblemen, autisme of ADHD hulp nodig hebben. Dat er niks mis met ze is (de twee grootste stoorzenders vandaag waren op hun eigen onhandige manier de hele tijd aan het proberen mij te helpen) en dat ze niet gemeen, verwend of vervelend zijn, maar zich vaak juist geen raad weten met zichzelf. (Laten we eerlijk, ik was vroeger één van die jongens die niet stil te krijgen was.)

Maar hoevaak staan we stil bij de rest van de klas? Bij de stille jongens en meisjes, degene die hard werken, die hun best doen, die een helpende hand reiken (of opsteken) en die afwachten tot er eindelijk tijd is voor hen is? Die geleerd hebben stil te zijn en geen aandacht op te eisen, omdat er geen ruimte voor hen is, omdat er met hun niets aan de hand is? Wat voor effect heeft het op hun leven om iedere dag in deze situatie te zitten?

De rest van de middag was bijzonder. De kinderen die overgebleven waren, kwamen los, lachten en deden mee. Het meisje dat zo helder had uitgelegd wat de situatie was, bleek een bijzonder analytische geest te hebben en legde feilloos de onderliggende thema’s van mijn boek bloot.

Ik rondde af, bedankte de kinderen en ging naar huis. Overstuur, maar dat gaat wel weer over. Want deze blog gaat niet over mij. Hij gaat over de stoere, slimme, standvastige kinderen die ogenschijnlijk op de tweede plaats staan. Maar die – misschien wel zonder dat ze het weten – de spil, de ruggegraat van een klas vormen.

De ragbinkende mensen van SSS

6 Oktober begint de Kinderboekenweek. Een week van tien dagen, die voor veel schrijvers nog anderhalf keer zo lang duurt. We reizen van hot naar her, van school naar bieb, van lezer naar lezer en verdienen in ruim twee weken een (flink) deel van ons jaarinkomen. En al deze optredens zijn geregeld door de geweldige dames (en een enkele heer) van de Stichting Schrijversschool Samenleving, kortweg de SSS.

De SSS bemiddelt en adviseert bij het organiseren van lezingen door schrijvers en (jeugdboek)illustratoren. Dat betekent in de praktijk dat zij alles voor ons regelen. De data, de locaties, de contracten en de betalingen. Het enige wat wij nog hoeven te doen, is komen opdagen.

In 2002 verscheen mijn eerste boekje: Een Elfje in de Sneeuw. Ik meldde mij aan bij de SSS en kreeg te horen dat ik eigenlijk twee titels moest hebben. Maar aangezien mijn tweede boek al in de productielijn zat, mocht ik er toch bij.

Ik wachtte maanden bij de telefoon voor mijn eerste optreden. Er belde niemand. Dat was achteraf niet zo gek, want niemand wist ik wie ik was. En wat de SSS niet doet, is scholen bellen om te zeggen: ‘Heb je misschien nog iemand nodig?’

Mijn eerste optreden was op een school in Houten waar ik voor een schijntje mijn verhaal kwam doen. Dat er nauwelijks wat tegenover stond, deerde mij niet. Ik was allang blij dat ik gevraagd werd!

In 2007 verscheen subroza.nl en dat boek veranderde mijn leven. We verkochten 3.000 exemplaren van subroza in minder dan vier weken en de bijbehorende  online games werden door meer dan 20.000 kinderen gespeeld. De aanvragen bij de SSS stegen navenant en mijn Kinderboekenweek telde ineens 17 dagen, inclusief de weekenden.

Dit jaar heb ik het iets rustiger, mijn Kinderboekenweek telt ‘slechts’ 12 dagen. Maar tegenwoordig treed ik het hele jaar op en haal ik de helft van mijn jaarinkomen uit school- en bibliotheekbezoeken. En nog steeds wordt alles geregeld door de ragbinkend gave dames(+heer) van de SSS, zonder wie schrijvend Nederland er heel anders uit zou zien. Ik zeg: Hulde!

Klik hier voor de website van de SSS

Klik hier als je wilt weten waar ik optreed.

Klik hier als je wilt weten welke voorstellingen ik geef.