HOE JE EEN BETERE SCHRIJVER WORDT

 

door gastblogger Thomas Olde Heuvelt

Thomas met zijn nieuwe boek HEXVeel schrijvers willen hogerop komen. Schrijvers die net in eigen beheer of kleinschalig hun manuscript hebben uitgegeven, dromen van een grote uitgever. Niet 500 boeken verkopen, maar 5.000. Nog beter: kunnen leven van de pen. Maar durven zij ook kritisch naar zichzelf te kijken?

Afwijzing is nooit leuk. Ik heb er zelf ook mee te maken gehad. De reacties die je daarop hoort zijn allemaal even menselijk. Je hebt de auteur met grootheidswaanzin: ‘De wereld is nog niet klaar voor mijn verhaal!’ Je hebt de berustende auteur: ‘Waarschijnlijk paste dit verhaal gewoon niet goed bij ze.’ Of de rebelse auteur: ‘Ik weiger me te conformeren naar wat de massa wil lezen!’ Bij alle drie klinkt dezelfde boodschap door: de auteur is overtuigd van eigen kunnen en is teleurgesteld dat ‘de wereld’ het talent niet herkent. Om de pijn te verzachten wordt naar redenen buiten zichzelf gezocht.

De waarheid is harder. In bijna alle gevallen ligt het aan eigen gebreken. Toen ik mijn eerste boek schreef, was ik totaal overtuigd van de superioriteit ervan. Maar een grote uitgever wilde er niet aan. Als ik het nu – 10 jaar later – nalees, denk ik: wat was ik toch naïef. Dacht ik écht dat dat boek sterk genoeg was voor een massapubliek? Dat is het bij lange na niet!

Toen ik met die werkelijkheid werd geconfronteerd, nam ik mezelf iets voor. Ik zou de wereld gaan veroveren. En om de wereld klaar te stomen voor mijn verhaal, moest ik niet de wereld veranderen… maar mijn verhaal!

Sindsdien ben ik elke dag keihard gaan werken om mezelf te verbeteren. De eerste, grote stap, kan iedere schrijver zelf, thuis doen. Iedereen heeft namelijk zijn of haar voorbeelden. Mijn advies is: trek je op aan je grootmeesters om zo goed als zij te worden. Je hoeft niet zelf het wiel opnieuw uit te vinden. Ik neem regelmatig een van mijn favoriete boeken en ga analyseren waaróm het zo goed werkt. Ik maak hele spanningsboogdiagrammen, maak aantekeningen hoeveel ruimte er wordt gewijd aan de opbouw, de afwikkeling, personageontwikkeling, noem maar op. En dat vergelijk ik vervolgens met mijn eigen werk. Pas dan begin je te zien waarom het nou zoveel sterker is dan jouw werk… en kun je je eigen werk gaan aanpassen.

Ook schrijf ik wel eens hele bladzijden van mijn favoriete auteurs over, gewoon om eens een andere stijl in de vingers te voelen. Geloof me: je voelt pas hoe anders het is als je het typt, niet als je het leest. Als je dat steeds van een andere auteur doet, proef je ontzettend veel stijlen en haal je er voor jezelf de dingen uit die jou goed liggen. Zo hou je jezelf continu scherp en blijf je jezelf verbeteren en vernieuwen.

Naast die zelfstudie is nog een tweede punt, wat mij heeft geholpen om een veel sterker schrijver te worden dan ik vroeger was. Dat was de ijzersterke en meedogenloze verhaalredactie van iemand die béter was en meer wist dan ik. Ik doel niet op de redacteur die zegt: ‘Misschien zou je hier eens een klein stukje kunnen schrappen’ of ‘Ik weet niet, deze passage kan misschien wat sterker, of denk je zelf dat…’ Nee. Ik doel op de keiharde redacteur die zonder morren je boek terugbrengt van 120.000 naar 90.000 woorden. Die precies aangeeft: gooi die eerste 100 bladzijden helemaal om, haal dit naar voren, laat dat weg. Die met één stugge opmerking beslist: ‘Haal die hele sequentie (van een pagina of 12) weg’, terwijl jij denkt ‘Maar… maar… maar… dat was net mijn favoriete stukje en daar heb ik verdomme drie weken aan gewerkt!’ En die je, zodra je begint te smeken, met vriendelijke dreiging aankijkt en zegt: ‘NU!’

Die redactie heb ik gehad van Jacques Post met mijn derde boek Leerling Tovenaar Vader & Zoon. Ik heb er zoveel van geleerd dat mijn schrijven exponentieel sterker is geworden. Inmiddels durf ik zonder blikken of blozen te beweren dat ik korte verhalen heb geschreven die beter zijn dan enkele korte verhalen van een van mijn grootmeesters, Stephen King. Maar ik durf ook zonder blikken of blozen te erkennen dat King ook veel korte verhalen heeft die weer sterker zijn dan de mijne. En redactie? Die blijf ik nodig hebben. Stephen King ook.

Want dat is de clou: niemand kan het alleen. Heb je de droom om er te komen als schrijver? Erken dan allereerst dat je er nog niet bent en ga er keihard aan werken. Geef je droom niet op. Vind een redacteur die aanwijsbaar beter is dan jij en leer ervan. Als je die luxe niet tot je beschikking hebt, betaal er dan voor (maar alleen als je weet dat het een ijzersterke is – zoek naar iemand met de juiste referenties). En als je die middelen niet hebt, stort je dan hoe dan ook op de zelfstudie bij je grootmeesters. Dag in, dag uit, elke keer weer opnieuw. Verbeter jezelf. En dat kun je niet alleen!

Thomas Olde Heuvelt (1983) is de jonge, veelgeprezen Nederlandse auteur van romans en verhalen in de fantastische sfeer. Zijn werk valt in te delen onder magisch-realisme, fantasy en spanning, en heeft vaak een humoristische en emotionele inslag. BBC Radio noemde Thomas ‘One of Europe’s foremost talents in Fantastic Literature.’

Zijn verhaal ‘The Boy Who Cast No Shadow’ leverde hem internationaal erkenning op. Het werd bekroond met de prestigieuze Paul Harland Prijs voor beste Nederlandstalige fantastische verhaal, en na internationale publicatie door het Britse PS Publishing ontving het samen met internationale topauteur Carlos Ruiz Zafón een Honorable Mention in de Science Fiction & Fantasy Translation Awards.

Lees op Thomas’ site hoe je hem aan een Hugo-nominatie kan helpen.

HÉ, DAT IS MIJN IDEE!

Vandaag las ik de laatste inzendingen (van de eenentwintig) van de prestigieuze Paul Harland Prijs. De PHP is een genrewedstrijd, dat wil zeggen dat de verhalen genrefiction moeten zijn. Science Fiction, horror, fantasy of combinaties ervan, alles mag, zolang ze de realiteit maar enigszins geweld aandoen. [Lees meer…]

DE EERSTE KEER IS POEP

 ‘The first draft of anything is shit’ zei literaire grootheid Ernest Hemingway en hij had gelijk. Het is het zinnetje dat een paar keer per dag door mijn hoofd schiet, tijdens het schrijven aan het tweede deel van Superhelden.nl. Want de tekst is nog lang niet zo geweldig als bij het eerste deel.

Dat is ook logisch want de eerste versie van het eerste boek was ook niet meteen heel goed. Dat werd het pas na vele malen herschrijven, nadat er meerdere redacteuren naar gekeken hadden en nadat de proeflezers er met een kam doorheen waren gegaan. De eerste versie is altijd poep, en daarna wordt het pas beter. Maar om te kunnen herschrijven, moet je wel eerst geschreven hebben. [Lees meer…]

PAUL HARLAND PRIJS

Als fantasy- en sciencefictionschrijver was er altijd maar één Nederlandse verhalenwedstrijd waar ik aan mee wilde doen en dat was de Paul Harland Prijs. De wedstrijd is vernoemd naar de in 2003 vermoorde schrijver Paul Harland en heeft drie simpele regels:

  1. Het verhaal moet fantastisch zijn. (fantasy, sciencefiction of horror)
  2. Het verhaal mag maximaal 10.000 woorden bevatten.
  3. Het verhaal wordt onder pseudoniem ingestuurd.

Vooral dat laatste sprak mij aan. Een capabele jury leest de inzendingen zonder enig idee te hebben of ze met een debutant of gerenommeerde schrijver te maken hebben. Pas ná de beoordelingen, worden de auteurs onthult.

Helaas is het er nooit van gekomen om iets in te sturen. Ieder jaar weer kwam er een vakantie, boekendeadline of commercieel project tussen, waardoor de inleverdatum van 10 juli onhaalbaar leek. En naarmate ik bekender werd en mijn boeken beter begonnen te verkopen, kreeg ik steeds minder behoefte om mee te doen aan een wedstrijd.

Daarom ben ik extra verheugd dat ik dit jaar toch meewerk aan de PHP. Niet als schrijver maar als jurylid! Eind van het jaar – als de eerste schifting heeft plaatsgevonden – mag ik samen met mijn collega-juryleden een twintig- tot dertig verhalen lezen en beoordelen, zonder dat ik weet wie ze geschreven hebben. Daarna kiezen we (na lang beraad en veel strijd – maar toch unaniem, u kent dat wel) voor het beste verhaal van 2011!

Misschien wel die van jou.

Meer weten? Klik hier. En doe mee!