NIET AUTHENTIEK

 

Ik kreeg de beelden van het promofilmpje dat we maakten in Rotterdam en dacht: we’re fucked.

Het filmpje is bedoeld voor Voordekunst. Daar ga ik vragen of mensen willen participeren in een crowdfundingproject voor mijn nieuwe boek. De beelden waren prachtig, het lijk lag te gek dood te wezen en ik deed het niet ook niet onaardig.

Maar toen kwam het ‘money shot’

In het filmpje zit een ‘call to action’, het daadwerkelijke moment dat ik aan de kijkers vraag of ze een donatie willen doen voor een boek dat ik daarna pas ga schrijven.

En dat stukje hé? Dat heb ik verprutst.

Koen Leerink, de filmmaker, zei dat het hem deed denken aan een verkiezingsspot. Mijn echtgenote vond het vooral heel dwingend. ‘Of je gaat er mee, omdat ze jouw passie krijgen,’ zei ze, ‘of ze haken af omdat het té is.’

‘Het lijkt wel een reclame voor het Zwitserleven gevoel,’ voegde ze er nog aan toe.

Au.

Ik was het helemaal met ze eens, overigens. Ik leek wel een tweedehands autoverkoper! Wie mij kent, prikt daar misschien doorheen, maar de rest?

I am fucked.

Weet je wat het is? Ik vind om geld vragen verschrikkelijk. Mijn echtgenote zei opgegeven moment: ‘Je vraagt gewoon nergens of ze mee willen doen, je draait er alleen maar omheen.’

Dat klopt. Ik vertel hoe geweldig het boek wordt, hoe leuk het project is, wat je krijgt als je meedoet, en dan …

Dan niks.

En wat ik wel vraag, dat acteer ik. Ik zeg een tekst op, speel de schrijver, ik ben niet, ik doe.

En dat gaat dus niet werken, voor het project niet, maar ook niet voor mij. Want die gladde verkoper wil ik niet zijn.

A.s. zaterdag gaan Koen en ik het opnieuw doen. We filmen de ‘call to action’ helemaal opnieuw, net zolang tot hij goed is. Niet goed omdat het beeld mooi is, het geluid er goed opstaat, ik me niet verspreek, maar omdat ik in de camera vertel waarom dit boek nou echt zo belangrijk voor mij is. Eerlijk, authentiek.

En dan vraag ik het gewoon: ‘Wil jij donateur worden van mijn crowdfundingproject? Wil jij er voor zorgen dat ik dat geweldige boek kan schrijven?’

Ik zweet nu al peentjes.

FULL CIRCLE

 

In 2001 zegde ik mijn baan op als Multimedia Manager bij ECI, verkocht ik mijn eengezinswoning en verhuisde naar een goedkoop appartement in Rotterdam om daar mijn eerste jeugdroman te schrijven. Het boek heette ‘De Werelddromer’ en ging over een jongen wiens dromen werkelijkheid worden.

Zelf droomde ik van een succesvolle carrière als kinderboekenschrijver en daar werkte ik hard voor. Ik las boeken over schrijven, pende iedere dag minimaal 1.000 woorden en schaafde en schaafde tot ik eindelijk tevreden was over mijn manuscript. Het was meer dan 300 pagina’s lang en ik had er een jaar aan gewerkt.

Na een paar bemoedigende woorden van Marcel Möring – die zo genereus was om de eerste bladzijden te lezen – stuurde ik De Werelddromer naar Uitgeverij De Fontein en wachtte af.

Na drie maanden en één telefoontje kreeg ik het manuscript terug. De uitgever had zestig pagina’s gelezen en met een rode pen opmerkingen in de kantlijn gezet.

Ik zag meer rood dan zwart.

Er zaten te veel personages in het verhaal (hij telde er elf in het eerste hoofdstuk), het was onevenwichtig, het zat vol met spel- en taalfouten en was nergens grappig. Kortom: het was bagger en ik had iedere beginnersfout gemaakt die er te maken viel.

Bovenop het manuscript zat een gele post-it note. “Geef niet op,” stond er. “Ik denk dat je kan schrijven, maar misschien moet je met iets simpelers beginnen.”

Ik gaf niet op. Aangezien mijn spaargeld op was, ging ik weer fulltime werken en schreef in mijn vakantie en in de avonduren. Ik begon aan iets simpels: een dun boekje voor kinderen vanaf 7 jaar. Het heette ‘Een Elfje in de Sneeuw’ en het verscheen in 2002 bij Uitgeverij Zwijsen.

Het is nu 2011. Ik ben tien jaar en dertig boeken verder. In januari verkocht ik mijn nieuwe boek ‘Superhelden.nl‘ aan Uitgeverij De Fontein op basis van een idee, het eerste hoofdstuk en een voorwaarde: als het uiteindelijke manuscript niet goed bleek, mochten ze in april alsnog besluiten om het niet uit te geven.

Twee weken geleden leverde ik het manuscript in. Het was ruim 300 pagina´s en ik had er vier maanden aan gewerkt.

Afgelopen vrijdag kwam het verlossende telefoontje: “Ik vind het boek geweldig! Het is heel erg goed geschreven en superspannend,’ zei mijn redacteur. “Ik weet zeker dat kinderen dit geweldig gaan vinden.”

Ik heb de hele dag met een grote grijns rondgelopen.

Tot eind mei heb ik de tijd om alle aantekeningen en opmerkingen in de kantlijn te verwerken (in potlood deze keer ipv rode pen). Daarna kijkt de bureauredacteur nog een keer naar de komma’s en de ‘d’s’ en de ‘t’s’ en dan gaat het boek naar de drukker. Half september ligt het in de winkel en mogen jullie zeggen wat jullie er van vinden.

1 juni begin ik aan mijn nieuwe boek. Het gaat over een jongen wiens dromen werkelijkheid worden en het heet ‘De Werelddromer’. Waarom ik daar na tien jaar pas weer aan begin? Dat bewaar ik voor een volgende blog.

P.S. Vandaag kreeg ik het manuscript terug met een hele andere ‘post-it-note’.