SCHRIJF JE LOS

Writing is like sportIk heb er moeite mee om van het één op het andere moment verder te schrijven aan mijn boek. Ik breng ’s morgens eerst de kinderen naar school, ruim de ontbijttafel af, reageer op berichtjes op Twitter en Facebook en neem plaats achter de computer. In een ideale wereld open ik Word, lees waar ik de vorige dag gebleven ben en begin met schrijven.

Helaas werkt dat meestal niet voor mij. Ik moet mij altijd eerst even losschrijven. En ik gebruik daar dit blog voor.

Bij een blog maak ik mij minder druk ‘of het allemaal wel klopt’. Ik heb een idee en daar schrijf ik een stukje over. Ik zoek er een afbeelding bij, zet het online en deel het. Dat kost ongeveer een half uur. Daarna kost het mij op de een of andere manier geen enkele moeite meer om de draad van mijn boek op te pakken en daaraan verder te schrijven. Ik ben warmgelopen, zogezegd.

Het is een beetje als sporten. Daar begin je ook niet meteen op de toppen van je kunnen te presteren. Je doet wat rek- en strekoefeningen, je loopt of fietst je warm. En wanneer je zover bent, begin je aan je daadwerkelijke programma of wedstrijd. Dat is bij schrijven niet anders, althans niet bij mij.

Er zijn natuurlijk meer manieren. Tien minuten zonder onderbreking schrijven of typen, zonder jezelf te corrigeren of te censureren, is ook een goeie. Maar het voordeel van een blog, is dat je je gedachten kunt delen met de rest van de wereld. Zo weten zij niet alleen waar jij mee bezig bent, maar draag je ook weer kennis over.

Wat doe jij om je los te schrijven? Of begin jij gewoon?

HOE BIED JE EEN BOEK AAN BIJ … MEULENHOFF/BOEKERIJ?

Meulenhoff BoekerijDe vraag die mij het meest gesteld wordt is: ‘Hoe kan ik nou het beste mijn manuscript aanbieden bij een uitgever? Hoe val ik op tussen alle andere manuscripten?’ Ik moet het antwoord schuldig blijven, omdat ik mijn boeken verkoop voordat ik ze schrijf. De laatste keer dat ik ongevraagd een manuscript opstuurde is tien jaar geleden (en dat boek is nooit uitgegeven). Maar het is natuurlijk een hele legitieme vraag! Hoe werkt dat nou? Daarom vroeg ik aan ‘mijn’ uitgevers, te weten Meulenhoff/Boekerij (voor de volwassenen romans), Uitgeverij Scriptum (voor de non-fictie), De Fontein (grote jeugdboekenuitgever) en David & Goliat (kleine kinderboekenuitgever) hoe zij het liefst manuscripten ontvangen.

Maaike le Noble is uitgever bij Meulenhoff en Hajnalka Bata bij Meulenhoff Boekerij. Zij gaven de volgende antwoorden:

Wat is de beste manier voor een schrijver om een manuscript bij Meulenhoff/Boekerij aan te bieden?

We krijgen een manuscript graag aangeboden via het redactie-emailadres van De Boekerij of dat van Meulenhoff. Hier staan wat richtlijnen, zoals: doe er altijd een goede synopsis bij. Maar belangrijk is ook dat we meteen zien wat voor genre het manuscript is (dan weten we naar welke redacteur het moet), dat de schrijver realistische verwachtingen heeft (dus niet: mijn roman heeft 800 blz. en moet liefst fullcolour geïllustreerd worden, en nog voor de zomer verschijnen). Je hoeft niet meteen het hele manuscript te sturen, een heel goed eerste hoofdstuk nodigt uit tot vragen om meer!

Waar moet een schrijver rekening mee houden wanneer hij of zij een manuscript instuurt?

Wat schrijvers natuurlijk liever niet horen: dat het wel even kan duren voordat ze een reactie ontvangen! We krijgen ontzettend veel manuscripten binnen, zowel via ons e-mailadres als via andere schrijvers en bijvoorbeeld recensenten. We proberen iedereen binnen een aantal maanden te antwoorden, maar heel veel sneller is het vaak niet.

Wat zijn de meest gemaakte fouten van een schrijver die een manuscript instuurt?

Wat echt niet helpt: alvast je eigen omslagontwerp meesturen. En hoewel we dol zijn op cadeautjes, krijg je niet eerder een contract als je iets moois of lekkers meestuurt…

Hoe belangrijk is een agent voor jullie?

Dat kan belangrijk zijn; een agent kent vaak goed het fonds van onze uitgeverij dus stuurt alleen maar manuscripten die bij ons kunnen passen. Maar het is absoluut geen must, je kan je ook zelf verdiepen in de uitgeverijen waar je je manuscript naar stuurt, en zo je kans op een positieve reactie vergroten.

Wat is het beste advies dat je een schrijver kan geven die bij jullie uitgegeven wil worden?

Laat zien wat je kan, stuur geen te vroege versie, maar (een deel van) je manuscript waar je echt tevreden over bent. Kijk goed naar de richtlijnen van de diverse uitgeverijen, je maakt het makkelijker om beoordeeld te worden. EN; maak geen spelfouten in je begeleidende brief…

Volgende week: Uitgeverij David & Goliat

INSPIRATIE IS OVERSCHAT

 

Het blijft de meest gestelde vraag in mijn carrière: wat doe je nou als je geen inspiratie hebt? Nou, dan ga ik schrijven, net zoals wanneer ik wél inspiratie heb. Ik schrijf wanneer ik moe ben, chagrijnig, blij, vrolijk, boos, teleurgesteld, hoopvol of wanhopig ben. Ik ben schrijver, dus ik schrijf, ik kan niet anders.

Mijn tegenvraag is altijd: wat doe jij dan als je niet geïnspireerd bent? Sta jij dan niet voor de klas? Ga je dan niet naar je werk? Ontwerp jij niks, help jij niemand in het ziekenhuis, regel je het verkeer niet? Ga je niet achter het stuur zitten of achter de computer? Blijf jij in bed liggen wanneer je geen zin hebt?

Nope, niemand. Iedereen gaat gewoon aan het werk. Maar omdat wij schrijvers creatief zijn, denken mensen dat wij gemotiveerd worden door inspiratie.

writer

Het tegendeel is waar. Wij worden gemotiveerd door deadlines, door Waanzinnige Plannen, door dromen en toekomstbeelden. Die plannen en dromen en beelden, die komen voort uit inspiratie. En die inspiratie hebben hebben we vooral wanneer we niet aan het werk zijn.

Wij schrijvers hebben ook niet meer wilskracht dan ‘gewone’ mensen. (Het idee alleen al dat wij geen gewone mensen zouden zijn, is hilarisch!) Wij slepen ons ’s morgens ook naar onze computer ( en een enkeling naar pen en papier). We gieten sloten koffie naar binnen en eten veel te veel chocolade. We verdoen onze tijd op Social Media, geven onszelf een schop onder de kont en gaan schrijven. En we werken totdat het tijd om te stoppen, te koken, boodschappen te doen of de kinderen van school te halen.

Het is ook lang niet iedere dag even leuk, schrijven.Het lukt ook niet iedere dag even goed. Maar weet je wat? Het maakt niet uit. We hebben gewoon een afspraak met onszelf. We hebben het mooiste beroep van de wereld. Waarom zouden we niet schrijven, alleen maar omdat we geen zin hebben?

En weet je wat het mooiste is? Als je iedere dag schrijft, word je vanzelf beter. Als je iedere dag schrijft, wordt het routine. En routine is sterker dan geen zin hebben.

WINTERSLAAP

 

Ik ga op winterslaap. Van 1 december tot ergens halverwege januari 2013 ben ik offline en besteed ik al mijn tijd aan schrijven en mijn gezin.

Dat ik een doener ben, zal weinig mensen verbazen. Hoewel ik niet overdreven veel werk – de veertig uur per week haal ik bij lange na niet – lukt het mij om vrij veel werkzaamheden in mijn week te stoppen. Daarnaast besteed ik veel tijd aan social media en ben ik altijd wel bezig met een of twee projecten. Die projecten ontstaan vaak in periodes dat ik niets doe. Zo is het Nachtmerrieman – boek én crowdfundingproject – bedacht tijdens onze vakantie in Portugal, waar ik vier weken was met mijn gezin. Er waren geen mailtjes of telefoontjes, er was geen Twitter, Facebook en dus alle tijd om op mijn gemak een plan de campagne uit te werken.

Ik vind het lastig om iets totaal nieuws te creëren tijdens de waan van de dag. En de afgelopen maanden was de waan groter dan ooit. Niet alleen verscheen Superhelden2.nl en was ik vaker op pad voor interviews en optredens, maar door Nachtmerrieman werd ik ineens ook gevraagd voor literaire festivals en lezingen over crowdfunding. Allemaal dingen die ik graag doe, maar ik kom nergens anders meer aan toe.

En ik ben gewoon moe. Heel erg moe.

Daarom ga ik van 1 december tot half januari niets anders doen dan schrijven en met mijn gezin doorbrengen. En lekker puzzelen over welke Waanzinnige Plannen ik volgend jaar uit ga voeren. Dat doe ik even zonder de prikkels van Twitter, Facebook, mail en Google+.

Dat laatste was een grapje.

Fijne jaarwisseling en tot 2013!

Interview

Voor een werkstuk werd ik door een leerling van de basisschool geïnterviewd over het schrijverschap. De antwoorden zijn misschien ook interessant voor anderen, vandaar dat ik de vragen en de antwoorden op mijn blog heb gezet.

BEDENKEN

1-      Hoe kom je op het idee voor een nieuw boek?

Ideeën gaan meestal vanzelf. Ik lees iets in de krant, ik hoor een verhaal van iemand, of ik zie iemand lopen waarbij ik denk: wat is zijn verhaal? Het moeilijke (maar ook leuke) is om er daarna een verhaal van te maken.

2-      Krijg je wel eens hulp bij het  bedenken van een verhaal?

Ja, als ik helemaal vast zit, bel ik mijn beste vriend en gaan we samen wat drinken. Ik vertel hem dan het verhaal en waar ik vast zit en dan gaan we samen verder denken. En dat werkt altijd!

3-      Worden al je ideeën ook een boek?

Nee, helaas niet. Ik heb nog zeker vijftig boekideeën liggen waar ik geen tijd voor heb …

4-       Weet je meteen hoe een verhaal afloopt.  denk je het van te voren uit?

Meestal bedenk ik het einde voordat ik begin met schrijven, of weet ik in ieder geval hoe het ongeveer gaat aflopen en hoe ongeveer de reis ernaartoe is.

5-      Hoe bedenk je de hoofdpersonen?

Ik bedenk wat ik voor personage nodig heb. Is het een spannend boek, dan heb ik een hoofdpersoon nodig die snel in actie komt. Gaat het over iemand die gepest wordt, dan bedenk ik iemand die dat soort gedrag oproept.

6-      Hoe bedenk je de titel?

Soms heb ik eerst de titel en bedenk ik er een verhaal bij (De Drie Sneeuwwitjes), soms ontstaat de titel tijdens het schrijven (Een Huis vol Herrie), soms bedenkt de uitgever de titel (Straatwijs) en soms maak ik hem speciaal bij het thema van de Kinderboekenweek (subroza.nl en Superhelden.nl).

7-      Hoe maak je een verhaal spannend?

Door soms informatie weg te laten, door hoofdstukken te eindigen met een cliffhanger, door iets onverwachts te laten gebeuren.

SCHRIJVEN

1-      Hoelang doe je er ongeveer over om een boek te schrijven?

Dat wisselt van een week (Sprookjesspeurders) tot negen maanden (subroza.nl) en alles wat daar tussen zit J.

2-      Blijf je vaak vast zitten. Dat je niet weet hoe het verder moet?

Ja,  soms. Dan bel ik mijn beste vriend (zie boven)

3-      Heb je wel eens dat je een hoofdstuk geschreven en je dacht… dit moet anders. Wat deed je toen?

Ja, dan gooi ik het weg en herschrijf ik hem. Soms wel zes keer.

4-      Vind  je je eigen verhalen spannend als je ze schrijft?

Vaak wel.

5-      Wat is een goed einde?

Dat is een goeie vraag. Eentje waarop ik het antwoord niet weet. Ik hou ervan als een einde een emotionele reactie oproept.

6-      Hoe schrijf je?  Elke dag of soms. Hoeveel op een dag?

Ik probeer iedere dag te schrijven, maar dat lukt niet altijd, omdat ik ook veel moet optreden. Ik schrijf tussen de vier zinnen per dag (prentenboek) tot 5.000 woorden op een dag (maar 1.000 – 2.000 is normaler).

7-      Vind je schrijven altijd leuk?

Nee, heel vaak niet. Soms heel erg.

AF MAKEN

1-      Denk je als het af hebt ik verander niks meer?

Nee, ik wil altijd nog veranderen, zelfs al is het al gedrukt.

2-      Gebruik je  proeflezers? Wat doe je dan met hun commentaar?

Vroeger niet, maar voor Superhelden.nl wel. Als meerdere lezers hetzelfde probleem hebben, dan pas ik dat stuk aan.

3-      Hoeveel invloed heeft de uitgever op je verhaal?

Veel, ze kijken naar wat werkt en wat niet. En daar reageer ik da weer op.

4-      Kost herschrijven veel tijd?

Dat verschilt per boek. Soms is het dag, maar soms ook weken.

5-      Heb je wel eens iets weggegooid op  het eind, wat je heel  jammer vond? Wat was dat dan?

Ik gooi vaak scènes weg die ik heel gaaf vind, maar die de vaart uit het boek halen. Dat vind ik dan heel jammer!

 

IK WIL GELEZEN WORDEN! GASTBLOG WIJNAND BRUGGINK

Help, ik schrijf!

‘Help, mijn kind is te dik’

‘Help, mijn man is klusser’

‘Help, mijn man heeft een hobby’

‘Help, mijn huis stort in’

En dan nu ik.

Soms trek ik heel hard aan mijn haren om een sterke zin te verzinnen waar ik op door kan borduren. Mensen die zich niet bezig houden met het schrijven van vermakelijke teksten zullen dat waarschijnlijk niet begrijpen. Maar serieus, je moet een sterke zin hebben om mee te beginnen. Bijvoorbeeld:

‘De krakende deur ging open en het geluid van piepende scharnieren beschadigde mijn oren. We keken elkaar aan, dit kon wel eens ons einde betekenen..’

Diegenen die graag verhalen schrijven kunnen hier zo als het moet heel wat alinea’s aan vast plakken zonder dat het saai wordt. Als je mij niet gelooft, dan heb je het gewoon niet in je.

Schrijven is het boetseren van een film in andermans gedachten. Een echte schrijver kruipt in de hersens van de lezer en wil daar de komende maanden niet meer uitkomen. Stiekem wil ik dat ook en ik weet van mezelf dat ik het in mij heb om ooit zover te komen.

Als ik alle reacties die ik gekregen heb op mijn teksten die ik geschreven heb verzamel, dan kan ik rustig aan concluderen dat ik er wel kom.

Zolang ik de meters maar blijf maken. Zo liet Hugo Borst mij weten dat er potentie in mijn schuil houdt, zolang ik meters blijf maken. Kluun daarentegen wou helemaal geen reactie geven. Maar daar werd dan ook niet om gevraagd. En dat brengt me tot het volgende, ongevraagde reacties. Daar zul je mee moeten leven als je wil komen waar ik wil zijn.

Want ik wil groots zijn, ik wil mijn jeugdroman op de planken en met mijn moeder langs de vitrines lopen. Ik wil torenhoog respect hebben van schrijvers. Ik wil zoveel.

Al 23 jaren oud, volg een HBO-opleiding in Leeuwarden en reis elke dag op en neer van Groningen naar Leeuwarden om aanwezig te zijn voor de lessen. Dit is vervelend voor me, want mijn gedachten nemen een loopje met mij. Er zijn maar liefst drie dagen van de vijf lesdagen dat ik denk aan fulltime schrijven. Dat is een droom, schrijfgerei op een glazen bureau in een mooi kantoor met een kop koffie naast me, en schrijven! Soms is dat zo ver weg, die droom.

Om mezelf door de saaie lessen en de lange dagen te slepen, houd ik mij bezig met de gedachte wat ik al gedaan heb, of wat ik al geschreven heb. Zo besefte ik laatst dat ik al een heel stuk heb geschreven voor mijn boek, en dat er zelfs gedeeltes geplaatst worden op de grootste studentenwebsite van Nederland. ‘Schrijf ik nou echt voor een website?!’

Dat laatste ging door mijn hoofd, en ik voelde me direct weer een stuk beter van binnen en mijn mindset liet zich weer lenen voor een nieuw stuk lesstof. Het blijft frustrerend dat het af en toe niet gaat zoals ik het graag zou zien. Soms denk ik aan het schrijven van kleine verhalen, die te laten binden en dan uit te laten geven. Om heel eerlijk te zijn, ik wil gelezen worden.

De reden dat ik een gastblog wou schrijven voor Marcel van Driel is simpelweg de lezers er van op de hoogte te brengen van mij, en dat ik onderweg ben. Ik ben onderweg om groots te worden, ik ben onderweg met pen en papier en met elk woord dat ik schrijf is weer een centimeter of vijf dichterbij mijn einddoel, niet meer onderweg zijn.

“Hij die zijn doelen opgeeft, zal nooit weten hoe dicht hij bij het bereiken van zijn doelen was”

RECENSENT GERECENSEERD

Als Nederlandse kinderboekenschrijver moet je blij zijn als je überhaupt gerecenseerd wordt. Ieder jaar verschijnen er zo’n 3000 titels- al dan niet vertaald – in het Nederlandse taalgebied. De weinige media die nog aan recenseren doen, belichten over het algemeen alleen maar de juweeltjes, de hypes, een aantal prentenboeken en het oeuvre van de gevestigde orde.

Als aankomend schrijver is de enige feedback die je krijgt van je lezers of van Biblion. De lezers die iets te zeggen over je boek zijn meestal erg enthousiast, anders nemen ze de moeite niet om te reageren. En het niveau van de ‘recensies’ van Biblion is op z’n minst wisselvallig te noemen maar is meestal bedroevend amateuristisch.

Het initiatief van JipJip om boeken van onbekende schrijvers – op hun eigen verzoek – te laten recenseren door professionele recensenten is daarom aan te moedigen.

Maar er is ook een risico. Deze recensie van Jürgen Peeters is daar een goed voorbeeld van. De lat ligt bij Jürgen namelijk erg hoog en gezien de eerdere recensies die ik van hem gelezen heb, moet je van goeden huize komen om bij hem in de smaak te vallen. Dat kan een bittere pil zijn.

Maar aan de andere kant: So What? Jürgen mag dan meedogenloos zijn in zijn oordeel, hij heeft wel de moeite genomen om op een kritische manier naar een boek te kijken. Dat geeft hem geen gelijk, maar als hij een boek afkraakt, doet hij dat in ieder geval op basis van argumenten.

Als schrijver kan je dan twee dingen doen: roepen dat de man geen verstand heeft van zijn vak, of door de zure appel heen bijten en kijken wat hij te zeggen heeft en met welke punten jij je voordeel kan doen. Bijvoorbeeld: Vera van Renterghem geeft in haar reactie aan dat het een keuze is geweest om de hoofdpersoon in Rood flarden van de revolutie mee te laten krijgen. Dat lijkt mij een legitieme keuze om te maken als schrijver. Jürgen is het daar als lezer niet mee eens, en dat mag. Verschillende meningen over een boek zullen altijd blijven bestaan.

Maar als Jürgen schrijft dat het ‘tergend trage verhaalbegin spanning en vaart mist’ dan kan het als schrijver interessant zijn om te kijken waarom hij dat zegt. En of er uit die kritiek iets te halen is om je volgende boek beter te maken. Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar van de dertig boeken die ik geschreven heb, is er niet één perfect. En elk boek probeer ik weer een beetje dichter bij mijn ideaalbeeld te komen.

Heb ik dan helemaal geen kritiek op de criticus? Tuurlijk wel. Ik heb zelf jarenlang muziekrecensies geschreven en ben zelf meer van de opbouwende kritiek dan de neersabelende. Ik vertel liever eerst wat er wél werkt en daarna wat er niet werkt. En voor een kinderboekenrecensent vind ik dat Jürgen wel erg zijn best doet om erudiet te zijn, waarvan ik vind dat het in zijn geheel niet past bij het genre van populaire kinderboeken.

Ik ben het ook zelden met hem eens.

Maar die keren dat ik het wél met hem eens ben, dáár leer ik van als schrijver.

Yes! Yes! Waanzinnig Plan: een tipje van de sluier

Bij fictie gaat het meestal zo: een schrijver krijgt een idee voor een boek, werkt het uit en schrijft een eerste versie. Na twee of drie versies is hij (of zij natuurlijk) min of meer tevreden en stuurt het manuscript naar één of meerdere uitgevers. Daarna gaat hij wachten bij de brievenbus of mailbox.

In de meeste gevallen duurt het lang voordat je een reactie krijgt (drie tot zes maanden is geen uitzondering) en de reactie is vaak een afwijzing. Omdat het boek niet goed genoeg is, of omdat het gewoonweg niet in het fonds van de uitgeverij past. (Bijvoorbeeld omdat ze een bepaald genre niet uitgeven, of juist al heel veel vergelijkbare boeken hebben).

Als het boek wél wordt geaccepteerd, gaat er een redacteur mee aan de slag, waarna de schrijver zich op een nieuwe versie van het manuscript stort. Ondertussen laat de uitgeverij een omslag ontwerpen en zet een pr- en marketingcampagne op. Als iedereen tevreden is, gaat het boek eindelijk naar de drukker.

Al met al zit er in veel gevallen twee jaar of meer tussen idee en verschijning.

Het afgelopen jaar heb ik een verhaal uitgewerkt voor een nieuw boek. En in november wist ik eindelijk hoe ik het aan wilde pakken. Ik wist wát ik wilde schrijven én hoe het uitgegeven moest worden.

En daar lag het probleem: het was voor mij essentieel dat het boek vóór de kinderboekweek 2011 in de winkel kwam te liggen. Dat gaf mij elf maanden de tijd om het boek te schrijven, te herschrijven én uit te laten geven.

Een waanzinnig én krankzinnig plan.

Ik schreef het eerste hoofdstuk en maakte een opzet van het boek. Dat stuurde ik samen met het plan naar een uitgeverij die kende. Daarna twitterde ik het volgende: ‘Gezocht: een uitgeverij met lef (en budget) die samen met mij een Waanzinnig Plan wil uitvoeren.’

Binnen twee dagen had ik vier afspraken met vier verschillende uitgeverijen. En allemaal reageerden ze superenthousiast. Niet dat ze geen haken en ogen zagen. Niet dat er geen zaken meer uit te zoeken zijn. Maar over de opzet van het plan en het boek waren de uitgeverijen unaniem enthousiast.

En de eerste ‘JA!’ is inmiddels binnen!

De komende weken vinden er vervolggesprekken plaats en wacht mij de moeilijke taak om te bepalen waar de beste ‘match’ ligt.  Maar één ding is zeker: het boek gaat er komen in 2011!

(Waar het boek over gaat en waarom het zo essentieel is dat het volgend jaar in de winkel ligt, vertel ik een volgende blog).

De onzichtbare hand van de redacteur

Niemand die een beetje kan tekenen, zal zich aanbieden als illustrator van een kinderboek. Niemand die wel eens een camera in zijn of haar handen houdt, zal zomaar een dure videoclip gaan maken. Niemand die een beetje kan programmeren zal zich meteen aanmelden als programmeur bij Google.

Toch denkt iedereen die woorden achter elkaar aan kan rijgen tot een zin, dat hij kan schrijven.

Ik heb het al zo vaak meegemaakt, mensen die knullige persberichten, oubollige flapteksten of aanbevelingen vol hyperbool schrijven en ervan overtuigd zijn dat alles wat ze aan het papier toevertrouwen briljant is. Ze denken dat er geen noodzaak is om een professional in te huren, en al helemaal niet om de teksten ná te laten kijken door een professional: een redacteur.

Inmiddels ben ik er wel achter dat je de echte schrijver herkent aan de redacteur. Pas als je weet hoe moeilijk het is om een verhaal goed te vertellen, realiseer je je, dat je dat niet alleen kan. Dat geldt niet alleen voor aanstormende talenten, maar net zo goed voor de gerenommeerde schrijvers.

Eén van de mooiste voorbeelden komt van Stephen King. Hij wilde het commentaar logenstraffen dat zijn boeken zo dik zijn omdat hij te beroemd is om naar een kritische redacteur te luisteren. Daarom plaatste hij een  tiental pagina’s achterin één van zijn boeken, mét aantekeningen van zijn redacteur. Hij had meer rode strepen in zijn tekst staan dan ik ooit heb gezien in mijn teksten …

1 oktober ben ik begonnen met dit blog en ik mag niet klagen over het aantal lezers en de kwaliteit van de reacties. Maar ik weet zeker dat ik heel andere respons zou hebben gekregen, als niet ieder blog voor publicatie gelezen en gecorrigeerd werd door mijn ‘onzichtbare’ redacteur Caryn ’t Hart.

Je moest eens weten wat zij er allemaal uit haalt.

Hele alinea’s worden omgegooid, taalfouten worden gecorrigeerd, suggesties worden gedaan om de tekst leesbaarder te krijgen, de zinnen korter te maken, de boodschap beter over te brengen.

Of het nu gaat om een boek, een vertaling of een blog, de redacteur is degene die, onzichtbaar en achter de schermen, ervoor zorgt dat wij schrijvers er goed uit komen te zien.

Nu nog iemand vinden die mijn tweets nakijkt …

Volg NIET je hart en al helemaal NIET je gevoelens (een blog voor wie echt wat wil bereiken)

Mensen verbazen zich regelmatig als ik vertel dat ik dertig boeken heb geschreven in minder dan tien jaar. Vooral als ze zich realiseren dat ik dat niet eenzaam op een zolderkamertje deed. In de afgelopen tien jaar heb ik twee kinderen gekregen, ben ik getrouwd en werkte ik – tot drie jaar geleden – fulltime in mijn eigen bedrijf. En toch lukte het mij om te schrijven: ’s avonds, ’s nachts, op vakantie en in de verloren uurtjes.

Dat is natuurlijk omdat ik mijn hart heb gevolgd, omdat ik doe wat mijn passie is. Toch?

Nee, dus.

Ik vond schrijven in het begin verschrikkelijk. Het heeft mij minstens vijf boeken gekost voordat ik een beetje lol kreeg in het proces. Daarvoor was ik alleen maar blij met het eindresultaat. Ik vond het vooral fijn geschreven te hebben. Als schrijven mijn passie al is, dan is dat pas veel later gekomen. Ik raakte gepassioneerd doordát ik ben gaan schrijven, raakte geïnspireerd door wát ik schreef, zeker niet andersom.

Maar als het niet mijn passie was die mij dreef, hoe is het mij dan gelukt zoveel te produceren (en uit te laten geven) in tien jaar? Ben ik beter dan de rest? Koppiger? Ben ik iemand die altijd alles afmaakt waar hij aan begint?

Niet echt.

Tien jaar geleden stond ik er juist om bekend dat ik niets afmaakte. Banen, relaties, vriendschappen …  alles duurde gemiddeld twee jaar voordat ik er mee kapte. Ik ben opgeleid tot supermarktmanager maar heb de opleiding (2x) niet afgemaakt. Ik heb een winkel gehad die ik na anderhalf jaar met grote schulden sloot. Ik begon met een eigen bedrijf dat cd-roms produceerde, stopte om een baan aan te nemen bij ECI als Multimedia Manager, nam ontslag om een boek te schrijven, ging weer werken, nam ontslag, enz. enz. Ondertussen ruilde ik iedere twee jaar mijn vriendin in (of zij mij) omdat de relatie teveel moeite kostte. Ik volgde mijn hart, deed wat mijn gevoelens mij dicteerden en bereikte helemaal niets.

Is er iets mis met gevoelens? Nee. Maar als je iets wilt bereiken, moet je er niet teveel mee doen. Als je naar je gevoelens luistert, dan kom je de helft van de week ’s ochtends je bed niet uit, omdat je moe bent, slecht geslapen hebt, boos, bang of verdrietig bent om iets dat iemand heeft gezegd/gedaan/niet gezegd/niet gedaan. Als je naar je gevoelens luistert, dan stop je op moment dat iets moeilijk wordt, op het moment dat er écht een beroep wordt gedaan op je doorzettingsvermogen. Als je naar je gevoelens luistert, ren je iedere twee maanden achter een andere man of vrouw aan, in plaats van je tijd en energie te steken in je huidige relatie.

Topsporters, succesvolle ondernemers, visionairs als Einstein, Mandela, Ghandi, schrijvers als Harry Mulisch en Stephen King (die iedere dag schrijven of schreven, van negen tot vijf, of ze nou zin hadden of niet), kunstenaars, politici, leerkrachten die iedere dag voor de klas staan, allemaal hebben ze één ding gemeen: ze laten zich leiden door hun commitments.

Een commitment is meer dan een belofte, het is een creatie. Het is een toekomstbeeld dat je neerzet met specifieke details. Het is een beeld met een Wat en een Wanneer erin. Het is een creatie die je communiceert met jezelf en deelt met anderen. Iets waar je je hard voor maakt, ongeacht de gevoelens die je erbij hebt. Want ook helden als Ghandi, Mandela en Einstein twijfelden. Ook schrijvers als Stephen King, Paul Auster en Marcel van Driel (maar waarschijnlijk niet Mulisch) denken soms dat wat ze schrijven bagger is, dat ze er maar beter mee op kunnen houden, dat ze de vorige keer geluk hebben gehad en dat ze het sowieso te druk hebben. Iedereen twijfelt. So What?

Wat ga jij creëren? Hoe ziet jouw creatie eruit? Maak het specifiek! Wanneer is het af? Wie ga jij er bij betrekken? Wat ga jij veroorzaken?