JE HEBT HELEMAAL GEEN BUDGET OM VOOR NIKS TE WERKEN!

FreeIk krijg bijna wekelijks een variatie op deze mail:

‘Geachte heer van Driel, wij van organisatie *** zijn een fan van uw werk en willen u graag vragen als spreker/schrijver/interviewer. We hebben helaas geen budget.’

Eigenlijk zeggen ze: ‘We willen u inhuren vanwege uw expertise, maar we willen u niet betalen voor uw expertise.’

Zo werd ik gevraagd door een commerciële uitgeverij of ik een Russische schrijver wilde interviewen. Maar wel voor niks, want ze waren pas net begonnen. ‘Er komt vast media-aandacht voor,’ zei de uitgever, ‘want het is een populaire schrijver.’

Voor wie zou de publiciteit zijn, denk je, voor mij of voor de Russische schrijver?

Foto Iris CompietMijn eigen uitgever Meulenhoff vroeg mij schrijver Neil Gaiman te interviewen. Dat kostte – naast de twee interviews en de reistijd, ook een dag om de vragen voor te bereiden. Twee dagen waarvoor ik keurig werd betaald. De publiciteit die het genereerde ging – terecht – naar Gaiman en niet naar mij.

Universiteiten, netwerkorganisaties, uitgevers, noem maar op, ze sturen allemaal dit soort mails. Als ik overal ja op zou zeggen, ben ik minimaal één dag per week onder de pannen.

Maar wel onbetaald.

Ik ben niet de enige die regelmatig het verzoek krijgt om voor niks te werken. Schrijvers, ontwerpers, filmmakers, vertalers, fotografen, sprekers, allemaal worden ze enorm gewaardeerd om hun kundigheid en inzet, maar niet altijd genoeg om er voor betaald te krijgen.

Daarom dit advies: doe het niet. Je hebt namelijk helemaal geen budget om gratis te werken! Gratis werken is alleen weggelegd voor mensen met genoeg tijd en geld.

designvalueNee, ook niet voor publiciteit. Publiciteit is namelijk geen wettig betaalmiddel.

(En ook niet ‘zodat je voor een volgend project wél betaald kan worden,’ want organisaties zonder geld, hebben ook volgende keer geen geld. Dan vragen ze gewoon de volgende sukkel om voor niks te werken en heb jij het nakijken.)

Mag je dan nooit ja zeggen tegen een gratis project? Tuurlijk wel! Ik doe het regelmatig. Maar wat mij opvalt is dat de organisatoren van fantastische evenementen heel ander soort mails sturen. Die leggen uit wat ze willen bereiken met het event, wie ze willen raken, wat voor waarde ze willen creëren, voor mij en voor anderen. Op dat soort mails ga ik wél in, mits ik er tijd voor heb. En dat kan ook, omdat ik betaald word voor alle andere evenementen.

Dus zeg gewoon ‘nee’ tegen gratis, net zolang tot je je het kan permitteren om ‘ja’ te zeggen tegen de gratis evenementen die je gewoon leuk vindt. Daar heb je dan ook gewoon wel tijd en budget voor.

Wil je mij inhuren voor een (huiskamer)lezing ‘Waanzinnige Plannen’ ga dan naar de site. Het is helemaal niet zo duur.

Een mooie aanvulling op dit blog komt van Hennie Tibben: ‘Voor gratis geven heb je een budget

STREETVIEW VOOR SCHRIJVERS

Pikes PeaksAlexander Klöping interviewde voor DWDD University Chris Anderson – de ex-hoofdredacteur van Wired, die nu drones maakt – waar de vliegende fotografen in de toekomst voor gebruikt kunnen worden. Chris Anderson gaf het volgende – uitermate interessante antwoord – ‘Als ik eerlijk ben, is dat als in de jaren ‘70 vragen wat je met computers kan doen. […] Technologen verzinnen niet wat je met technologie kunt. Wij maken de techniek […] zodat de gewone burger er in het dagelijks gebruik een doel aan kan geven.’

Daar moest ik vandaag aan denken, toen ik vanmorgen over de Pikes Peak Highway reed in Colorado.

Nee, ik heb niet ineens een rijbewijs en nee, ik stapte vanmorgen ook niet op het vliegtuig naar Amerika. Maar ik reed – voor mijn gevoel –van Colorado Springs naar Pikes Peak en genoot onderweg van het uitzicht. Wat ik zag, zag ik door de ogen van Alex, een van de personages in Superhelden3.nl.

Hoe ik dat deed? Via Google Streetview natuurlijk.

Zouden ze bij Google ooit beseft hebben hoe essentieel Streetview is voor schrijvers? Zou er iemand in Silicon Valley überhaupt weten dat schrijvers uit de hele wereld samen met hun hoofdpersonen door verre landen en steden reizen, zonder er ooit daadwerkelijk te komen?

Vast niet. En dat hoeft ook niet. Want wat Anderson zegt, klopt, het zijn niet de technologen die verzinnen wat je met techniek kunt doen, maar de consument. En het zijn de schrijvers die wat ze zien weer vertalen naar verhalen. Zodat de lezer die straks Superhelden3.nl leest, zich in Colorado waant, naast Alex op de passagiersstoel de berg oprijdt en met hem mee mijmert over een verloren verleden en een onzekere toekomst.

Reis je mee naar de top?

CHRISTELIJKE LEERSCHOOL VOOR PEDOFIELE GRAFSCHENNERS?

Kinderboekenschrijvers van Nederland zijn boos. Aanleiding is een interview met Anne Nijburg in het Algemeen Dagblad van jl. 20 januari, waarin de man – in hoedanigheid van voorzitter van de vereniging Bijbel & Onderwijs – kinderboeken in de ban wil doen.

Volgens Nijburg is het boek ‘De Zuurtjes’ van kinderboekenauteur Jaap Robben en illustrator Benjamin Leroy: ‘een satanisch boek dat aanzet tot grafschennis en wangedrag. Door middel van het gebruik van fantasie proberen de makers van dit boek kinderen naar de duisternis te trekken,’ aldus Nijburg.

Nijburg geeft lezingen in heel Nederland over de ‘verruwing van de kinderliteratuur.’ Voorbeelden heeft hij te over. Zo is de anti-autoritaire houding in de boeken van Annie M.G. Schmidt hem een doorn in het oog en het ‘occultisme’ in de verhalen van Paul van Loon een ‘steen des aanstoots’. ‘Een moord zoals die op Dirk Post in Urk of kinderporno is ook begonnen als een fantasie,’ zegt Nijburg in het AD.

Uitgeverijen en auteurs buitelen over elkaar om de goeie man te veroordelen. Opmerkingen als deze: “… als we deze kinderboeken toelaten dan moeten we ook pedofilie toestaan, Want er is geen verschil tussen denken en doen,’ kunnen volgens schrijvers en uitgevers absoluut niet door de beugel.

Maar wat nou als Nijburg gelijk heeft?

Een paar jaar geleden mocht ik voorlezen op een ZCS (Zwaar Christelijke School) in Rotterdam. De basisschool zou de goedkeuring van Nijburg zeker hebben kunnen wegdragen: niet alleen de boeken van Paul van Loon maar ook Harry Potter waren op verzoek van de zwaar gelovige ouders uit de schoolbibliotheek verwijderd. Ik besloot een empirisch onderzoek uit te voeren en vroeg aan de leerlingen: ‘Wie van jullie heeft Harry Potter toch gelezen, ondanks het verbod van je ouders?’ Het antwoord was niet verrassend: drieëntwintig van de zesentwintig leerlingen hadden minstens één boek van J.K. Rowling gelezen. Ter vergelijking: dat is bijna twee keer zoveel als in een ‘normale’ klas, waar je al blij mag zijn als de helft van de leerlingen überhaupt leest.

Boeken verbieden zet kennelijk aan tot lezen. Als het dan ook waar is – en dat beweert Nijkerk – dat dit soort satanische boeken aanzet tot moord en pedofilie, dan is de logische conclusie dat (zwaar) gelovige kinderen twee keer zoveel blootgesteld worden aan deze verderfelijke kinderliteratuur! Het is in dat geval niet ondenkbaar dat er twee keer zoveel satanische, pedofiele grafschenders worden afgeleverd door ZCS’en. En dat zijn er nogal wat in Nederland. Het is volkomen terecht dat de vereniging Bijbel & Onderwijs zich hier zorgen om maakt!

Gelukkig is er ook voor deze ontspoorde kinderen een oplossing: De Katholieke Kerk. Daar kunnen de verdwaalde schapen ongestoord en ongestraft hun gang gaan, zonder dat er een politieke of geestelijke haan naar kraait. Zolang er maar geen kinderboeken over geschreven worden, zal ook Nijburg daar geen problemen mee hebben, neem ik aan.

Confrontatie met mijzelf

Ik werd uitgenodigd voor LinkedIn. In de mail zat een verwijzing naar een blog die volgens de afzender op ons gesprek bij Seats2meet geïnspireerd was. Ik herinnerde mij hem nog goed, een charmante, ietwat verlegen jongeman die beretrots was op zijn net verschenen roman. We spraken over bloggen en schrijven. Ik Googlede zijn website en bewonderde de schitterende omslag van zijn roman Pooldrift.

Ik was benieuwd naar wat hij over mij geblogd had. Wel verbaasde ik mij over zijn opmerking dat hij mij ‘onherkenbaar’ had gemaakt in zijn verhaal. Waar was dat nou weer voor nodig? Ik surfte naar Mindz en begon te lezen:

‘Eh… ik zit hier, hoor,’ zeg ik voorzichtig tegen de man met wie ik net heb kennisgemaakt. Hij lijkt me niet te horen. Helemaal in beslag genomen door het beeldscherm van zijn laptop. We raakten zonet in gesprek. Ik gaf hem een hand en stelde me aan hem voor. Toen hij mijn hand losliet keerde hij zich naar zijn toetsenbord en tikte mijn naam in op google. […]Het geeft me een ongemakkelijk gevoel dat hij zich niet rechtstreeks tot mij richt. Het is alsof je moeder op een verjaardagsborrel tegen haar vrienden over jou begint op te scheppen. En jij zit erbij.

Ik kreeg letterlijk pijn in mijn maag terwijl ik zijn blog las. Is dit hoe ik communiceer met mensen? Met mijn blik gericht op mijn beeldscherm in plaats van op de persoon tegenover mij? Is mijn laptop een verlengstuk geworden van mijzelf? Een vervanging? Nee, toch …?

Ik was gestrest die dag, had het te druk met teveel deadlines. Ik was gefrustreerd, wilde het liefst met mijn Waanzinnige Plan ™ aan de slag en zat in plaats daarvan teksten te vertalen over eeuwenoude Peruaanse begraafplaatsen. Ik had weinig ruimte voor de mensen om mij heen en beperkte de gesprekken tot korte kennismakingen en aanzetten tot afspraken. En nu wilde iemand met mij praten over zijn boek, over schrijven. Gewoon een gesprek tussen twee mensen.

Er waren veel dingen die ik die dag had kunnen doen. Ik had kunnen vragen naar zijn boek, of hij het misschien bij zich had, hoe het was ontstaan. Ik had kunnen vertellen dat ik met mijn hoofd heel ergens anders zat, dat ik zat te stressen en of we het gesprek op een later tijdstip konden voortzetten. Ik had mijn laptop opzij kunnen schuiven en kunnen besluiten dat mijn deadline best tien minuten kon wachten en dat het tijd was voor koffie en een gesprek met een enthousiaste medeauteur.

Maar dat deed ik allemaal niet. In plaats daarvan greep ik naar mijn laptop, wuifde de kritische opmerkingen van mijn mede seats2meeters (ga je hem nou zitten Google-en, terwijl hij tegenover je zit?) weg en voerde een halfslachtig gesprek vanachter mijn beeldscherm.

Om met de woorden van Dan Karaty te spreken: ‘not your best performance.’

Beste David, bij deze keer nodig ik je uit om een avondje met mij de kroeg in te duiken. Zonder laptop, smartphone of iPad. Zonder virtuele vrienden, websites en Google. Om te praten over schrijven en je roman, waar ik erg benieuwd naar ben.

En dank je wel voor je blog. Ik ben deze week weer een beetje wijzer geworden.

30 tips om de NaNoWriMo te overleven én te winnen!

 

Tijdens de NaNoWriMo schrijf je in 30 dagen een roman van minimaal 50.000 woorden. Ieder jaar beginnen er meer dan 150.000 schrijvers-in-spe vol goede moed aan hun boek. Toch haalt slechts één derde de eindstreep. Hier volgen 30 tips van Nanowrimofinalisten en een paar van mijzelf:

1. Accepteer dat je een slecht boek gaat schrijven met goede stukken (of een goed boek met slechte stukken). Laat los dat alles in één keer perfect moet zijn. Een Nanowrimoboek is een first draft!

2. Schrijf als het even kan iedere dag. Als dat niet lukt, schrijf nooit langer dan twee dagen niet.

3. Zorg voor genoeg snoep, koffie, chocola en chips om de dagen en nachten door te komen. (Die lijn komt volgend jaar wel weer). Of zorg voor niet dikmakende beloningen, als dat beter voor je werkt.

4. Weet dat de tweede week heel erg zwaar wordt, en dat daar de meeste schrijvers afhaken.

5. Weet ook dat de derde week heel erg gaaf wordt en dat je niet weet wat je mee gaat maken in week vier.

6. Begin op 1 november om precies 0.00 en schrijf 1.667 woorden. Ga daarna slapen. Begin de volgende dag (nog steeds 1 november) gewoon weer aan je 1.167 woorden van die dag. Nu loop je alvast een dag voor.

7. Parkeer het stemmetje in je hoofd (dat vertelt dat het niet goed is, je het toch niet kan, dat je net zo goed kan stoppen) voor een maand en omarm alles wat je schrijft.

8. Corrigeer niks. Noppes. Nada.

9. Herschrijf niks. Heb je een idee dat een aanpassing verreist in een eerder hoofdstuk? Omschrijf dan in je document wat je in de tweede versie wilt gaan veranderen. En die woorden tellen ook mee!

10. Ga iedere dag naar nanowrimo.org en voer je woordenaantal van die dag in.

11. Licht je omgeving in dat je iedere dag ca. anderhalf uur weg bent (en dat je in december extra tijd voor ze hebt).

12. Gebruik Write or Die als je in tijdnood zit. Dat is een briljant programma waarin je binnen een beperkte tijd een van te voren bepaald aantal woorden schrijft. Anders wordt je scherm rood. En gaan er kinderen huilen.

13. Doe WordWars met andere deelnemers. Spreek af hoelang je schrijft (meestal 30 minuten). De winnaar is degene met de meeste woorden. De tijd gaat nu in!

14. Gebruik loze tijd om te schrijven ipv te lezen/twitteren/tv te kijken.

15. Ga als het even kan 1 x per week naar een locale write-in, of organiseer er zelf een. In zo’n middag schrijf je gauw het driedubbele aan aantal woorden. Kijk op het forum waar de write-ins worden georganiseerd.

17. Schrijf het aantal woorden dat bij je past. Ik schrijf het liefst mijn 1.667 woorden in één keer. Anderen schrijven vier keer per dag 500 woorden in sessies van 20 minuten. Whatever works.

18. Tweet tussendoor met je maatjes om de spirit erin te houden. (via @CoachCaroline) en Volg andere nano-ers op twitter en maak twitter in november 1 grote peptalk! (via @veratalens)

19. Heb schijt aan wat anderen ervan zullen denken. Je hoeft het niet te laten lezen als het af is. (via @raaphorst) Schrijf wat je nooit hebt durven schrijven!

20. NaNoWriMo is topsport. Topsport gaat niet vanzelf. Echte sporters geven niet op. Die gaan door, juist als het moeilijk wordt. (Via Yuri van Gelder)

22. Probeer niet te stoppen als je even niet meer weet wat je moet schrijven, maar vlak daarvoor. Dan kun je de volgende dag meteen weer verder. (via @yskaya quote van Stephen King)

23. Zet up-tempo muziek aan. Langzame muziek vertraagt je schrijfritme. (Je kunt een uitzondering maken voor een langzame/emotionele scene)

24. Sluit een weddenschap af met mensen. Vertel ze wat je gaat doen, als je het NIET haalt. Bijvoorbeeld het hele huis schrobben. Met een tandenborstel. En Frans Bauer op de radio. Hoe verschrikkelijker, hoe beter!

25. Wees niet bang als je boek een eigen leven gaat leiden. Je plot is een leidraad, laat je leiden door de karakters en accepteer dat je verhaal soms erg vreemde wendingen krijgt.

26. Gebruik situaties uit je eigen leven en dat van anderen. En verander daarna de namen.

27. Zorg dat je werkplek in orde is. Kijk waar je het beste schrijft. In een stille kamer? Of juist in een luidruchtige kroeg?

28. Zet internet uit als je schrijft. Laat je niet afleiden door twitter, MSN, email of je telefoon.

29. Zet je spellingchecker uit! (Dat geldt trouwens niet alleen tijdens de NaNoWriMo). Als je schrijft, wil je niet uit de flow raken. Spelchecken doe je achteraf.

30. Heb plezier! (Moet ik er nog bijzeggen dat dit eigenlijk de belangrijkste reden is?). De NaNoWriMo is een race naar 50.000 woorden, niet naar het perfecte boek!

Heb je nog meer tips? Betere tips? Aanvullingen? Zet ze hieronder in een reactie!

Happy NaNoWrimo!

This time I am going to take over the world! HAHAHA! (evil laugh)

Ik heb maar één ambitie en dat is wereldheerschappij. Ik wil door iedereen gelezen worden, jong en oud, man en vrouw, in binnen- en buitenland.

Schrijvers zonder ambitie geloof ik niet. Ik ontmoet ze wel! Vrouwen (het zijn op de een of andere manier zelden mannen), die ‘voor zichzelf schrijven’, die hun werk ongelezen op hun harde schijf laten staan of ongezien in een la leggen. Als ik doorvraag blijkt het bijna altijd om angst te gaan: angst om afgewezen te worden, om niet begrepen te worden, en vooral: om niet goed genoeg te zijn.

Die laatste angst ken ik maar al te goed. Het maakt niet uit dat ik meer dan dertig boeken heb geschreven, bij iedere boek denk ik weer dat ik het niet (meer) kan. Op de een of andere manier hoort het erbij, bij het schrijven. Ik haal mijn schouders op en ga aan het werk. Ik duw de angst naar de achtergrond, waar hij (mijn angst is altijd mannelijk) in zijn eentje mag razen, terwijl ik woorden op virtueel papier knal.

Ik stel mij voor dat het boek af is en overal in de winkels ligt. Dat ik op talkshows verschijn (altijd Jonathan Ross, nooit Paul & Witteman), dat de filmrechten verkocht worden en ik naar New York verhuis. Wereldheerschappij, dus.

(Dat dit tot nu toe niet is gebeurd, maakt mij helemaal niet uit, overigens. Schrijven is dromen. In mijn hoofd ben ik overal geweest.)

Wat is jouw droom? Hoe groot denk jij? Wat hou jij weg van de wereld die op jou én op  jouw werk zit te wachten? Waarom streef jij niet naar wereldheerschappij?

Als het leest als boek …

Eppo van Nispen is de nieuwe directeur van het CPNB, de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek. Tijdens de door Ted van Lieshout georganiseerde Middag van het Kinderboek, vertelde van Nispen dat zijn kinderen het verschil niet benoemen tussen analoge boeken en hun digitale versies. Volgens zijn kids is een boek gewoon een boek, of het nou op een iPad staat of op papier.

Ik herken dit wel. De afgelopen maanden heb ik meer dan vijftien boeken gelezen; Jeugdboeken, thrillers, fantasy en non-fictie. En de helft las ik niet op papier maar op het scherm van mijn iPhone. Zes fantasyboeken van Jim Butcher, met in totaal meer dan 2400 (papieren) pagina’s werden in drie weken weggelezen op een scherm van 11,5 bij 6 cm. Na tien minuten merkte ik niet eens meer dat ik geen papier in mijn handen had. Sterker nog, ik ging juist nog meer lezen dan ik al deed, omdat ik mijn wacht- en reistijden gebruikte om snel nog even een hoofdstuk te lezen, in plaats van mijn tijd te vertwitteren,( tot grote blijdschap van mijn volgers). Ik was om: e-books zijn van harte welkom, zelfs al heb ik de perfecte reader nog niet ontdekt.

Maar het belangrijkste inzicht kwam later: Ik merkte dat wanneer ik anderen attent maak op één van de boeken, dan noem ik de titel en de schrijver, niets meer. Ik ben op dat moment vergeten waar en hoe ik het boek gelezen heb. Ik wil gewoon dat jij dat boek ook gaat lezen. Het medium, dat kies je zelf wel.

De kinderen van Eppo hadden mij dat natuurlijk al veel eerder kunnen vertellen.

Welkom op StoerBoek.nl

2 december 2009 hakte ik de knoop door en besloot uit frustratie met mijn huidige uitgeverij er zelf één op te starten. Ik vroeg mijn volgers op Twitter te stemmen op één van de namen en een meerderheid koos voor StoerBoek.nl. De volgende dag ging ik vol goede moed naar de Kamer van Koophandel om mijn nieuwe bedrijfsnaam in te schrijven. Ik zou de uitgeefwereld wel eens een poepie laten ruiken.

1 januari 2010 zagen honderdduizenden Nederlanders mij en mijn vrouw bij het tv-programma Goede Voornemens, Slechte Voornemens, waarin ik vertelde over onze slechte financiële situatie. Na de uitzending realiseerde ik mij dat ik maar op twee dingen moest richten: minder uitgaven en meer inkomen. Het starten van een eigen uitgeverij moest even op een laag pitje.

Zomer 2010 Mijn uitgaven zijn beheerst, mijn inkomsten meer dan voldoende. Mijn planning is daarentegen tot eind 2010 gevuld met nieuwe opdrachten, optredens en boeken. Geen tijd om aan iets nieuws te beginnen. Daarnaast dringt zich steeds vaker de vraag bij mij op: wil ik wel een uitgeverij?

1 oktober 2010. De site van StoerBoek.nl is eindelijk online. Hij is gemaakt door de onvolprezen @abduladvany in ruil voor een tas vol met golfclubs. Het is een blogsite geworden, waar ik in de eerste instantie ga schrijven óver schrijven. Over alles wat je doet en bedenkt voordat je aan een boek begint. Over waar schrijvers hun inkomsten vandaan halen. Over successen en mislukkingen. Over collega’s en hoe zij hun werk zien. Én over uitgeven.

Over de ontwikkelingen in de e-markt wordt volop geblogd door IT- ers en kennisexperts en – in mindere mate – door uitgevers, maar nog weinig door auteurs. Dat gat wil ik op deze site gaan vullen. Of daar uiteindelijk een uitgeverij uitkomt (en of die enkel en alleen van/voor mijzelf is), is niet eens zo belangrijk. Ik voorspel dat de reis er naartoe al interessant genoeg is. Reizen jullie met mij mee?