Kutleerkrachten

225121-pink-floyd-the-wallDit blog gaat over die leerkrachten die qua fatsoen nog wat kunnen leren van hun leerlingen. Maar tijdens het opschrijven realiseerde ik mij iets: die paar leraren vallen in het niet bij al diegenen die het wél geweldig doen. Waarbij een schoolbezoek aanvoelt als een warm bad. Dus daarom: een ode aan die leerkrachten die wél geweldig zijn.

Maar eerst even dit.

Ik treed ruim dertig dagen per jaar op in bibliotheken en op scholen en ik ‘doe’ daar drie of vier groepen per dag. Dat zijn ruim drieduizend leerlingen, meer dan 100 klassen en dus ook meer dan 100 leerkrachten. En de meesten daarvan zijn geweldig.

Maar soms, heel soms, kan ik er wel een achter het behang plakken.

wIMG_2183

Optreden in boekhandel De Koperen Tuin is wél altijd een feest!

Vandaag bijvoorbeeld. De klas was 5 minuten te vroeg en de juf in kwestie klaagde dat ze vijf minuten op mij moesten wachten. Ik stelde mij voor en begon te vertellen, o.a. over Billy de Kip en dat het prentenboek anders is dan het gemiddelde prentenboek omdat het donker is en stoer. Veel (maar niet alle) prentenboeken zijn licht en kleurig en zoet en lief, beweerde ik.

‘Dat is niet waar!’ blafte ze vanuit de zaal. ‘Ik ken er veel die ook stoer zijn.’ Ik beaamde dat, maar gaf aan dat het meer uitzondering dan regel was. ‘Geloof me,’ zei ik tegen haar, ‘dit soort prentenboeken zijn lastiger de boekhandel in te krijgen dan gemiddeld.’

‘Ik geloof u helemaal niet,’ was haar brute antwoord. ‘Ik heb met kleuters gewerkt en er is zat!’

‘Mijn ervaring,’ begon ik nog, maar ze kapte mij af. Het was gewoon fout wat ik zei.

DSC_5890De leerlingen wachtten keurig tot ik verbouwereerd weer verder ging. Aan het eind van de voorstelling kwamen ze mij één voor één gedag zeggen. De twee hulpouders gaven mij een hand en bedankten mij. De juf verdween zonder wat te zeggen uit de zaal.

Ik moest denken aan de afgelopen jaren. Aan de twee juffen die met hun rug naar mij toe proefwerken nakeken, papiertjes uitknipten en door mijn beeld heenliepen als ze wat nodig hadden. Aan de leraar die de kinderen afleverde in de bibliotheek en in een andere zaal de krant ging lezen. Aan de leerkrachten die dozen met boeken kregen maar ze ‘vergeten’ waren uit te delen aan de leerlingen. Aan de klassen die niet op kwamen dagen in de bibliotheek, omdat het optreden op dat moment toch niet uitkwam, (maar verzuimden dat aan ons door te geven). Aan de klassen die geen idee hadden dat ik zou komen of wat ik kwam doen.

Aan de school die weigerde om mij van een lunch te voorzien, want ‘zij namen ook gewoon een broodtrommel mee’.

Met fans op de kinderboekenmarkt

Met fans op de Kinderboekenmarkt in Den Haag

En toen dacht ik aan die klas in Den Haag, waar moeilijk lerende kinderen een wedstrijd deden wie in een week het meeste boeken van mij kon lezen (vijf). Aan die leerkracht die iedere leerling een tekening van één van mijn boeken liet maken. Aan de versierde troon. Aan de fantastische vragen die leraren met de leerlingen hadden voorbereid. Aan de juf die mij en de SSS enthousiaste mails stuurde, die boeken kocht en foto’s stuurde. Aan al die leerkrachten die mijn bezoek gebruikten als middel om de kinderen enthousiast te krijgen voor lezen. Aan de juf die ieder jaar de hele klas meeneemt naar de boekenmarkt in Den Haag.

Aan die ene leerkracht vanmorgen die zei: ‘Ik heb mijn leerlingen vandaag puzzels zien oplossen waarvan ik niet wist dat ze dat konden. Ik zie dat meer (visuele) mogelijkheden aandragen, mijn leerlingen echt helpt kennis op te nemen.’

En ik dacht: er zijn zoveel meer goede dan slechte leerkrachten. En: wat ben ik blij met ze.

De ragbinkende mensen van SSS

6 Oktober begint de Kinderboekenweek. Een week van tien dagen, die voor veel schrijvers nog anderhalf keer zo lang duurt. We reizen van hot naar her, van school naar bieb, van lezer naar lezer en verdienen in ruim twee weken een (flink) deel van ons jaarinkomen. En al deze optredens zijn geregeld door de geweldige dames (en een enkele heer) van de Stichting Schrijversschool Samenleving, kortweg de SSS.

De SSS bemiddelt en adviseert bij het organiseren van lezingen door schrijvers en (jeugdboek)illustratoren. Dat betekent in de praktijk dat zij alles voor ons regelen. De data, de locaties, de contracten en de betalingen. Het enige wat wij nog hoeven te doen, is komen opdagen.

In 2002 verscheen mijn eerste boekje: Een Elfje in de Sneeuw. Ik meldde mij aan bij de SSS en kreeg te horen dat ik eigenlijk twee titels moest hebben. Maar aangezien mijn tweede boek al in de productielijn zat, mocht ik er toch bij.

Ik wachtte maanden bij de telefoon voor mijn eerste optreden. Er belde niemand. Dat was achteraf niet zo gek, want niemand wist ik wie ik was. En wat de SSS niet doet, is scholen bellen om te zeggen: ‘Heb je misschien nog iemand nodig?’

Mijn eerste optreden was op een school in Houten waar ik voor een schijntje mijn verhaal kwam doen. Dat er nauwelijks wat tegenover stond, deerde mij niet. Ik was allang blij dat ik gevraagd werd!

In 2007 verscheen subroza.nl en dat boek veranderde mijn leven. We verkochten 3.000 exemplaren van subroza in minder dan vier weken en de bijbehorende  online games werden door meer dan 20.000 kinderen gespeeld. De aanvragen bij de SSS stegen navenant en mijn Kinderboekenweek telde ineens 17 dagen, inclusief de weekenden.

Dit jaar heb ik het iets rustiger, mijn Kinderboekenweek telt ‘slechts’ 12 dagen. Maar tegenwoordig treed ik het hele jaar op en haal ik de helft van mijn jaarinkomen uit school- en bibliotheekbezoeken. En nog steeds wordt alles geregeld door de ragbinkend gave dames(+heer) van de SSS, zonder wie schrijvend Nederland er heel anders uit zou zien. Ik zeg: Hulde!

Klik hier voor de website van de SSS

Klik hier als je wilt weten waar ik optreed.

Klik hier als je wilt weten welke voorstellingen ik geef.