WIL JIJ OVER MIJN BOEK OF LEZING SCHRIJVEN?

Waanzinnige PlannenUPDATE: WE HEBBEN INMIDDELS VOLDOENDE BLOGGERS!

Schrijf jij voor een blog, tijdschrift of krant, of werk je voor de televisie? Heb jij een Waanzinnig Plan of een nooit uitgevoerde ooitdroom? Wil jij mijn boek ‘Waanzinnige Plannen’ als eerste lezen, naar mijn lezing komen en er een artikel, blog of recensie over schrijven?

Neem in dat geval even contact met mij op! Ik mail je per ommegaande het e-book (dat volgende week verschijnt) en nodig je uit voor één van de lezingen. En zodra het artikel/verslag of je blog is geplaatst, stuur ik je uiteraard ook een gesigneerd exemplaar van het papieren boek op, met een persoonlijk bedankje, en een aanmoediging om je Waanzinnig Plan ook daadwerkelijk uit te voeren.

In ‘Waanzinnige Plannen’ vertel ik niet alleen wat de basisvoorwaarden zijn voor een geslaagd project, maar laat ik ook anderen aan het woord die een Waanzinnig Plan op hun naam hebben staan. De opzet is deels geïnspireerd op ‘On Writing’ van Stephen King. Daarin vertelt hij niet hoe het moet, maar hoe hij het heeft gedaan, wat voor hem werkte en wat niet. In mijn boek komendaarom  niet alleen mijn projecten aan bod – ook al zijn dat er nogal wat – maar juist ook die van anderen. Stapje voor stapje loodsen we je door het proces heen, van Go naar Goal, van idee naar eindresultaat.

Wat is jouw Waanzinnig Plan? Wat is de droom die jou ’s nachts wakker houdt, maar waar je niet aan durft te beginnen? Wat houdt je tegen? Geen tijd? Geen geld? Geen talent? Of is er iets anders aan de hand? Lees mijn boek, kom naar de lezing en ga aan de slag. De wereld wacht op mensen met Waanzinnige Plannen.

Wil je een recensie-exemplaar aanvragen? Mail mij dan je gegevens of laat een reactie achter onder dit blog. Vermeld ook even voor je welk medium je schrijft.

Voor meer informatie over boek of lezing, surf je naar de website.

HOE JE EEN BETERE SCHRIJVER WORDT

 

door gastblogger Thomas Olde Heuvelt

Thomas met zijn nieuwe boek HEXVeel schrijvers willen hogerop komen. Schrijvers die net in eigen beheer of kleinschalig hun manuscript hebben uitgegeven, dromen van een grote uitgever. Niet 500 boeken verkopen, maar 5.000. Nog beter: kunnen leven van de pen. Maar durven zij ook kritisch naar zichzelf te kijken?

Afwijzing is nooit leuk. Ik heb er zelf ook mee te maken gehad. De reacties die je daarop hoort zijn allemaal even menselijk. Je hebt de auteur met grootheidswaanzin: ‘De wereld is nog niet klaar voor mijn verhaal!’ Je hebt de berustende auteur: ‘Waarschijnlijk paste dit verhaal gewoon niet goed bij ze.’ Of de rebelse auteur: ‘Ik weiger me te conformeren naar wat de massa wil lezen!’ Bij alle drie klinkt dezelfde boodschap door: de auteur is overtuigd van eigen kunnen en is teleurgesteld dat ‘de wereld’ het talent niet herkent. Om de pijn te verzachten wordt naar redenen buiten zichzelf gezocht.

De waarheid is harder. In bijna alle gevallen ligt het aan eigen gebreken. Toen ik mijn eerste boek schreef, was ik totaal overtuigd van de superioriteit ervan. Maar een grote uitgever wilde er niet aan. Als ik het nu – 10 jaar later – nalees, denk ik: wat was ik toch naïef. Dacht ik écht dat dat boek sterk genoeg was voor een massapubliek? Dat is het bij lange na niet!

Toen ik met die werkelijkheid werd geconfronteerd, nam ik mezelf iets voor. Ik zou de wereld gaan veroveren. En om de wereld klaar te stomen voor mijn verhaal, moest ik niet de wereld veranderen… maar mijn verhaal!

Sindsdien ben ik elke dag keihard gaan werken om mezelf te verbeteren. De eerste, grote stap, kan iedere schrijver zelf, thuis doen. Iedereen heeft namelijk zijn of haar voorbeelden. Mijn advies is: trek je op aan je grootmeesters om zo goed als zij te worden. Je hoeft niet zelf het wiel opnieuw uit te vinden. Ik neem regelmatig een van mijn favoriete boeken en ga analyseren waaróm het zo goed werkt. Ik maak hele spanningsboogdiagrammen, maak aantekeningen hoeveel ruimte er wordt gewijd aan de opbouw, de afwikkeling, personageontwikkeling, noem maar op. En dat vergelijk ik vervolgens met mijn eigen werk. Pas dan begin je te zien waarom het nou zoveel sterker is dan jouw werk… en kun je je eigen werk gaan aanpassen.

Ook schrijf ik wel eens hele bladzijden van mijn favoriete auteurs over, gewoon om eens een andere stijl in de vingers te voelen. Geloof me: je voelt pas hoe anders het is als je het typt, niet als je het leest. Als je dat steeds van een andere auteur doet, proef je ontzettend veel stijlen en haal je er voor jezelf de dingen uit die jou goed liggen. Zo hou je jezelf continu scherp en blijf je jezelf verbeteren en vernieuwen.

Naast die zelfstudie is nog een tweede punt, wat mij heeft geholpen om een veel sterker schrijver te worden dan ik vroeger was. Dat was de ijzersterke en meedogenloze verhaalredactie van iemand die béter was en meer wist dan ik. Ik doel niet op de redacteur die zegt: ‘Misschien zou je hier eens een klein stukje kunnen schrappen’ of ‘Ik weet niet, deze passage kan misschien wat sterker, of denk je zelf dat…’ Nee. Ik doel op de keiharde redacteur die zonder morren je boek terugbrengt van 120.000 naar 90.000 woorden. Die precies aangeeft: gooi die eerste 100 bladzijden helemaal om, haal dit naar voren, laat dat weg. Die met één stugge opmerking beslist: ‘Haal die hele sequentie (van een pagina of 12) weg’, terwijl jij denkt ‘Maar… maar… maar… dat was net mijn favoriete stukje en daar heb ik verdomme drie weken aan gewerkt!’ En die je, zodra je begint te smeken, met vriendelijke dreiging aankijkt en zegt: ‘NU!’

Die redactie heb ik gehad van Jacques Post met mijn derde boek Leerling Tovenaar Vader & Zoon. Ik heb er zoveel van geleerd dat mijn schrijven exponentieel sterker is geworden. Inmiddels durf ik zonder blikken of blozen te beweren dat ik korte verhalen heb geschreven die beter zijn dan enkele korte verhalen van een van mijn grootmeesters, Stephen King. Maar ik durf ook zonder blikken of blozen te erkennen dat King ook veel korte verhalen heeft die weer sterker zijn dan de mijne. En redactie? Die blijf ik nodig hebben. Stephen King ook.

Want dat is de clou: niemand kan het alleen. Heb je de droom om er te komen als schrijver? Erken dan allereerst dat je er nog niet bent en ga er keihard aan werken. Geef je droom niet op. Vind een redacteur die aanwijsbaar beter is dan jij en leer ervan. Als je die luxe niet tot je beschikking hebt, betaal er dan voor (maar alleen als je weet dat het een ijzersterke is – zoek naar iemand met de juiste referenties). En als je die middelen niet hebt, stort je dan hoe dan ook op de zelfstudie bij je grootmeesters. Dag in, dag uit, elke keer weer opnieuw. Verbeter jezelf. En dat kun je niet alleen!

Thomas Olde Heuvelt (1983) is de jonge, veelgeprezen Nederlandse auteur van romans en verhalen in de fantastische sfeer. Zijn werk valt in te delen onder magisch-realisme, fantasy en spanning, en heeft vaak een humoristische en emotionele inslag. BBC Radio noemde Thomas ‘One of Europe’s foremost talents in Fantastic Literature.’

Zijn verhaal ‘The Boy Who Cast No Shadow’ leverde hem internationaal erkenning op. Het werd bekroond met de prestigieuze Paul Harland Prijs voor beste Nederlandstalige fantastische verhaal, en na internationale publicatie door het Britse PS Publishing ontving het samen met internationale topauteur Carlos Ruiz Zafón een Honorable Mention in de Science Fiction & Fantasy Translation Awards.

Lees op Thomas’ site hoe je hem aan een Hugo-nominatie kan helpen.

JE BENT NOOIT GOED GENOEG (VOOR JE SMAAK)

 

Doodmoe word ik er soms van, al die inspirerende quotes en dito filmpjes die de hele dag op Twitter en Facebook rondgaan. Vooral als ze afkomstig zijn van mensen die zichzelf heel inspirerend vinden, maar die eigenlijk niets te melden hebben. Meestal negeer ik ze, maar soms, heel soms, komt de juiste tekst op het juiste moment langs en maakt het net dat kleine beetje verschil. En laatst was dat dit filmpje van schrijver Ira Glass, dat ik zag op een moment dat ik het even heel erg moeilijk had met mijn vak en mijn boek.

Wat Glass zegt is zo herkenbaar: als creatieveling heb je een bepaalde smaak. En als beginner (en in mijn geval ook als gevorderde) ben je zelden zo goed als je grote voorbeeld.

Ik ben dit jaar tien jaar schrijver en ik begin een beetje door te krijgen hoe het werkt, dat schrijven. Maar mijn beste boek komt niet in de buurt van het beste boek van mijn favoriete schrijver! Als ik King lees of Mitchell, of Card, of Auster, of Möring, of Gaiman, dan heb ik soms de neiging om er maar mee op te houden, ondanks de aantoonbare progressie die ik als schrijver doormaak.

Het is goed om te horen dat ik niet de enige ben die hiermee worstelt. En ik wed dat je voor ‘schrijver’ net zo makkelijk ‘illustrator’, ‘tennisser’, ‘leerkracht’ of wat voor beroep dan ook kan invullen. Iedereen heeft wel een voorbeeld waaraan hij of zij zich spiegelt. En iedereen voelt zich in zijn of haar beroep wel eens tekort schieten omdat onze grote voorbeelden zoveel beter zijn.

Daarom is het verhaal van Ira Glass een hart onder de riem. Als radio- en televisiemaker (presentator én producent) is Glass niet de eerste de beste en zijn er velen die tegen hem opkijken. Maar ook hij loopt hier tegenaan. En ook hij gaat door en doet zijn best om zo goed mogelijk zichzelf te zijn. Dat geldt voor hem, dat geldt voor mij én dat geldt voor jou! Wie weet, misschien spiegelt zich ooit wel iemand aan jou! Wie weer denkt er ooit iemand: als ik nou ooit eens zo goed word als hem of haar!

Ik ga gewoon door met schrijven en geniet van zij die beter zijn dan ik. Net als Ira Glass. En als ik het even niet zie zitten, dan denk ik gewoon: wedden dat Neil Gaiman ook tegen iemand opkijkt en denkt: ik wou dat ik dat kon.

En jij? Hoe ga jij hiermee om in jouw vak?

(Overigens: voor wie nu denkt dat dit blog een vrijbrief is om door te gaan met herposten van andermans quotes, filmpjes, ideeën en inzichten, zonder enige persoonlijke context of inbreng, die heeft het wat mij betreft nog steeds niet begrepen.)

Maar dat terzijde.

FAVORIETE FICTIE BOEKEN 2011

Ik heb dit jaar minder boeken gelezen dan ik wilde. Normaal heb ik er geen enkel probleem mee om fictie te lezen terwijl ik zelf met een boek bezig ben, maar tijdens het schrijven van Superhelden.nl had ik slechts ruimte in mijn hoofd voor non-fictie, tijdschriften en comics. Gelukkig heb ik de schade de afgelopen maanden ingehaald. Al werden niet al deze boeken dit jaar gepubliceerd, is dit toch mijn top zes (fictie) van 2011:

1.    The Thousand Autumns of Jacob de Zoet – David Mitchell

Mitchell is een held. Cloud Atlas is terecht bejubeld voor zijn gedurfde structuur en prachtige stijl, maar zijn semiautobiografische roman Black Swan Green vind ik eigenlijk nog veel mooier. Het was dan ook een buitenkansje dat Mitchell kwam vertellen in Utrecht over zijn laatste boek De niet-verhoorde gebeden van Jacob de Zoet.

Het boek gaat over hoe de Oost-Indische compagnie als enige in 1799 handel mocht drijven met Japan. Hoofdpersoon is Jacob de Zoet wiens leven op het eiland Dejima (vlak voor de kust van Nagasaki) er heel anders uit komt te zien dan hij had verwacht. De eerste hoofdstukken zitten zo tjokvol informatie dat het lastig is om in het verhaal te komen. De personages en termen (Japans en Nederlands) buitelen over elkaar heen en als lezer wordt je geacht je kop erbij te houden. Mitchell vertelde in Utrecht hoeveel research hij voor het boek heeft moeten doen, en dat is zowel het voor- als het nadeel van het boek. Maar zodra alles op z’n plaats valt bij schrijver en lezer, ontspruit zich een historische roman die leest als avonturenboek met de nodige horrorelementen. Niet perfect, maar wel het boek wat mij uiteindelijk het meest verrast heeft dit jaar.

En hoewel ik in 2011 vrijwel volledig overgeschakeld naar elektronische boeken, koester ik mijn papieren exemplaar waarin Mitchell schreef:

‘To Marcel, a 30 book writer! I envy you!’

The Thousand Autumns of Jacob de Zoet is Mitchells vijfde boek. Hij is nu bezig met her vervolg dat deels weer een historisch boek gaat worden en deels een toekomstroman. Typisch Mitchell.

2.    11/22/63 – Stephen King

Stephen King is niet alleen een held, het is waarschijnlijk ook de schrijver die mijn eigen schrijfstijl het meest beïnvloed heeft. Na het tegenvallende Under the Dome kwam King met één van de beste boeken uit zijn carrière: 22-11-63.

Het is boek voor de King-haters die niet van horror houden, maar wel The Shawshanks Redemption, Stand by Me en The Green Mile op hun favoriete filmlijstje hebben staan. Het verhaal gaat over leraar Jake Epping die terugreist in de tijd om de moord op John F. Kennedy te verhinderen, maar in plaats daarvan verliefd wordt, op een dame én op het begin van de jaren zestig. Hoewel het einde niet 100% overtuigd, is dit het meest ontroerende boek van 2011.

3.    The Wind-Up Girl – Paolo Bacigalupi

Zover ik weet is dit boek niet vertaald in Nederlands en dat is volledig onterecht. Volgens de omschrijving is het een biopunk science fiction verhaal, wat dat dan ook mag zijn. Het speelt zich af in het Thailand van de 23ste eeuw. De wereld is bijna ten onder gegaan aan genenmanipulatie en Global warming. Eén man – de bijna gewetenloze mister Anderson Lake – is op zoek naar nieuwe – gekweekte – vruchten, maar vindt een genetisch gecreëerd meisje dat tegen haar programmering ingaat.

Het boek is een fantastische kruising tussen Blade Runner en een historische roman die meer raakvlakken vertoont met Mitchells Thousand Autums’ dan je op het eerste gezicht zou vermoeden. Het is geen gemakkelijk boek, de personages zijn nooit simpel goed of slecht en de proza is prachtig maar niet altijd even toegankelijk. Maar het boek is iedere seconde waard, het meest verrassende boek dat ik 2011 las.

4.    The Night Circus – Erin Morgenstern

Een roman over twee geliefden die een magische strijd voeren, niet wie de sterkste is, of zelfs wie de mooiste circusattractie maakt, maar wie de meest … nee, dat zou verklappen zijn.

Het Nachtcircus is oorspronkelijk geschreven tijdens de Nanowrimo. Morgenstern herschreef het boek in twee jaar en bood het via haar agent aan diverse uitgeverijen aan. Nadat het meer dan dertig keer werd afgewezen, verscheen het dit jaar in een eerste oplage van 175.000 stuks. De rechten zijn verkocht aan meer dan twintig landen, de filmrechten zijn in handen van Summit. En terecht, want Het Nachtcircus is een prachtig boek, met een hele bijzondere structuur, waarbij de flashbacks en flashforwards een hele aparte verhaallijn vormen, en werkelijk fantastisch mooie zinnen.

Hoewel het plot niet het meest originele is, is de sfeer van het circus zo bijzonder dat je zou willen dat je het echt kon bezoeken. Wonderschoon en samen met King het meest toegankelijke boek uit mijn top vijf.

5.    Een gedeelde vijfde plaats voor twee collega’s van mij: Enne Koens, die het prachtige Vogel schreef, over Berre die onder haar nieuwe naam Elke haar verleden van zich af probeert te schudden in de grote stad. En Corien Oranje, de het waargebeurde verhaal van Olivier bewerkte tot een jeugdroman over Victor die na het verlies van zijn onderbeen zijn sportieve carrière in duigen zag vallen en terug vocht. Zowel Olivier/Victor als Corien zijn mijn Kampioen.

 

PROEFLEZERS SUPERHELDEN

Hollywoodfilms worden vaak gescreend voor een testpubliek. Zo werd ik in Santa Monica van de straat geplukt voor een testscreening van Four Dogs Playing Poker met Forest Whitaker. ‘Saai’ vulde ik in op het formulier dat we uitgereikt kregen. De film haalde de bioscoop niet, maar kwam jaren later direct op dvd.

Ik heb ook proeflezers, maar nooit kinderen. Nooit de doelgroep. Eigenlijk vind ik dat de visie van de regisseur (of schrijver) moet prevaleren en niet die van de studio of het grote publiek. Seven met een happy ending? Magnolia zonder kikkers? Ik moet er niet aan denken. Daarom laat ik mijn manuscripten alleen lezen aan volwassen mensen die ik ken en vertrouw. Zij zeggen eerlijk wat er wel en niet werkt.

Toch deed ik afgelopen vrijdag ik een oproep op Twitter: “Heb je een kind van 11 of 12 dat DIT WEEKEND tijd heeft om Superhelden.nl te proeflezen? DM mij!”. Ook de vorige versie van het manuscript heb ik laten lezen door tieners. En wel om de doodeenvoudige reden dat de eerste 30 pagina’s van mijn boek niet werkten. Mijn echtgenote was de eerste die het zei: het boek komt te langzaam op gang en de eerste drie hoofdstukken zijn te ingewikkeld. Mijn redacteur en een tweede (volwassen) proeflezer gaven dezelfde boodschap: het boek is geweldig, maar het eerste stuk moet scherper, korter, beter. Om te weten of de doelgroep dezelfde mening had, besloot ik mijn reserves opzij te zetten en het manuscript aan drie Subrozafans te laten lezen.

De eerste lezer vond het boek geweldig, superspannend en kon niet wachten op deel 2. De tweede proeflezer had moeite om door de eerste hoofdstukken te komen en de derde gaf het na een paar bladzijdes zelfs op.

Ik had een probleem.

Stephen King zegt dat als iedereen met hetzelfde commentaar komt, je niet in discussie moet gaan maar je boek moet aanpassen.

Dus dat heb ik de afgelopen weken gedaan. In samenspraak met de redacteur heb ik de eerste dertig pagina’s ingekort, herschreven en duidelijker gemaakt. Daarna deed ik bovenstaande oproep. Binnen vijf minuten had ik zes proeflezers (en moest ik nee zeggen tegen de tientallen lezers die ook graag een voorproefje wilden). Ze hadden slechts één weekend om 300 pagina’s te lezen.

En dat deden ze. Dit waren de reacties:

Lot: ‘Ik vond het keileuk. En toen (GECENSUREERD) bijna doodging, hield ik wel even mijn adem in. Er waren geen dingen die ik niet leuk vond. Ik vond het nog leuker dan subroza.nl maar subroza2.nl vond ik niet zo leuk. Ik heb heel veel zin in Superhelden.nl’

Marijke: ‘Erg leuk boek, heel spannend. Eerst dacht ik ‘superhelden’, dat is vast saai. Daar heb ik niks mee. Maar het is een Supergaaf boek! Sommige stukken vond ik wel heel eng. Wat ik wel jammer vind is dat het vervolg er nog niet is. Het is afgesloten, maar nog niet af. Eigenlijk moet het nog beginnen.’

Noor: ‘Ik vond het boek erg leuk en spannend. (Je moet wel het boek nog even goed na kijken want er staan nog wat taalfoutjes in.) Het was eigenlijk gewoon het perfecte boek (voor mij). Ik kan niet wachten tot deel 2 uit komt!!!!!!!!’

Yme: ‘Goed boek, spannend en leuk. Spannendst: verdrinkingsscene en de scene met de spin! Niets is saai of te langdradig.’

Moeder en twee zonen: ‘Het is een machtig en magisch verhaal, vlot geschreven.’

Was er dan helemaal geen kritiek? Jawel, maar die bleek vaak heel persoonlijk te zijn. Zo vond één kind het maar raar dat er ‘nepscheldwoorden’ als ‘bloody hell’ werden gebruikt (bij ons op school zeggen ze gewoon “fuck”), terwijl de andere al rode oortjes kreeg van ‘shit’.  Een plotverrassing bleek voor de één verwarrend en voor de ander verrassend te zijn, en wat de één ‘heel erg eng’ vond, vond de ander juist ‘superspannend.’

Dat zijn dingen waar ik mee kan leven, geen schrijver kan het iedereen naar de zin maken (dat moet je ook niet willen.)

Zolang ze het maar niet saai vinden.

 

DE IDEALE LEZER

Het leukste gedeelte van Waanzinnige Plannen is als alles nog mogelijk is. Het moeilijkste gedeelte is wanneer je daadwerkelijk aan het werk moet. Begin februari had ik de eerste 20.000 woorden klaar van Superhelden.nl. Dat zijn ongeveer 100 pagina’s, afhankelijk van de opmaak. De uitgeverij had ze gelezen en was enthousiast. De eerste horde was genomen.

Maar net zoals in de sport is starten een stuk makkelijker dan volhouden. Want in februari begon het echte leven in de weg te zitten. Ik werd 44 (1 feestje), mijn oudste werd 6 (vier feestjes!), er moest een nieuw script komen voor het Fortenspel van De Waag en ik gaf twee middagen in de week les op de basisschool. Het werd steeds moeilijker om mijn target van 1500 woorden per dag te halen, en zelfs daarmee ging het krap worden. Want de eerste versie van het boek moet begin april ingeleverd worden, en de schatting is dat het 60.000 woorden of meer gaat worden.

Ik besloot een week naar Vlieland te gaan om meters te maken. De kinderen logeerden bij OpaOma en ik pakte de boot naar het eiland, vol goede moed, energie en met een strakke planning: vier- a vijfduizend woorden per dag schrijven.

Ik kwam mijzelf behoorlijk tegen. Ten eerste was ik hondsmoe van weken (nee maanden) hard werken, vroeg opstaan en laat naar bed gaan. Ten tweede had ik al een maand niet aan het boek geschreven en moest ik er weer helemaal inkomen. Stukken die ik schreef, moest ik herschrijven of soms zelfs helemaal weggooien, voordat ik tevreden was.

Na één dag en avond was ik maar liefst 2500 woorden opgeschoten …

De tweede dag ging beter, vooral omdat ik mijzelf dwong door te schrijven met Write or Die. Beter achteraf een hoofdstuk herzien dan onverrichter zake huiswaarts keren. Ik begon – tegen mijn eigen afspraken in – overdag te twitteren en zocht steeds meer excuses om niet te schrijven. Uiteindelijk kwam ik die dag op 3.982 woorden. Niet slecht, maar waar was de flow? Nog belangrijker: waar was de lol? Dit leek wel werk!

’s Avonds in bed las ik in ‘On Writing’ van Stephen King. Hij vertelde dat hij zijn boeken altijd voor zijn Ideale Lezer schreef, in zijn geval zijn echtgenote. Ik moest lachen om de herkenning, mijn ideale lezer was ikzelf.

Maar deze keer niet.

Het kwartje viel: ik was dit boek niet voor mijzelf aan het schrijven, maar voor mijn uitgever! Mijn redacteur was, zonder dat ik (of zij wat dat betreft) het wist, meegereisd naar Vlieland en las over mijn schouder mee. Ieder bladzijde moest minstens net zo goed zijn als de eerste 100 pagina’s anders kwam het boek straks niet uit!

Dezelfde King schreef: in de eerste versie is er maar één ding belangrijk en dat is het verhaal. Niet het thema, niet de lezers, niet de zinnen, niet het literaire gehalte of de karakterontwikkeling van de hoofdpersoon. Alleen. Het. Verhaal.

Ik stopte met mij afvragen of mijn karakters teveel vloekten (vast), of het verhaal niet te gewelddadig was (neah) en of ik het überhaupt allemaal wel op tijd af ging krijgen (tuurlijk!). Ik zette twitter overdag uit (eindelijk) en begon te schrijven. En te schrijven. En te schrijven. Ik gaf mij volledig over aan het verhaal dat ik wilde vertellen.

In de afgelopen vier dagen heb ik meer dan 15.000 woorden geschreven verspreid over zestig hele spannende pagina’s. Vandaag begint hoofdpersoon Iris aan haar grootste beproeving.

Die van mij heb ik net achter de rug. Tot de volgende hindernis natuurlijk.

De onzichtbare hand van de redacteur

Niemand die een beetje kan tekenen, zal zich aanbieden als illustrator van een kinderboek. Niemand die wel eens een camera in zijn of haar handen houdt, zal zomaar een dure videoclip gaan maken. Niemand die een beetje kan programmeren zal zich meteen aanmelden als programmeur bij Google.

Toch denkt iedereen die woorden achter elkaar aan kan rijgen tot een zin, dat hij kan schrijven.

Ik heb het al zo vaak meegemaakt, mensen die knullige persberichten, oubollige flapteksten of aanbevelingen vol hyperbool schrijven en ervan overtuigd zijn dat alles wat ze aan het papier toevertrouwen briljant is. Ze denken dat er geen noodzaak is om een professional in te huren, en al helemaal niet om de teksten ná te laten kijken door een professional: een redacteur.

Inmiddels ben ik er wel achter dat je de echte schrijver herkent aan de redacteur. Pas als je weet hoe moeilijk het is om een verhaal goed te vertellen, realiseer je je, dat je dat niet alleen kan. Dat geldt niet alleen voor aanstormende talenten, maar net zo goed voor de gerenommeerde schrijvers.

Eén van de mooiste voorbeelden komt van Stephen King. Hij wilde het commentaar logenstraffen dat zijn boeken zo dik zijn omdat hij te beroemd is om naar een kritische redacteur te luisteren. Daarom plaatste hij een  tiental pagina’s achterin één van zijn boeken, mét aantekeningen van zijn redacteur. Hij had meer rode strepen in zijn tekst staan dan ik ooit heb gezien in mijn teksten …

1 oktober ben ik begonnen met dit blog en ik mag niet klagen over het aantal lezers en de kwaliteit van de reacties. Maar ik weet zeker dat ik heel andere respons zou hebben gekregen, als niet ieder blog voor publicatie gelezen en gecorrigeerd werd door mijn ‘onzichtbare’ redacteur Caryn ’t Hart.

Je moest eens weten wat zij er allemaal uit haalt.

Hele alinea’s worden omgegooid, taalfouten worden gecorrigeerd, suggesties worden gedaan om de tekst leesbaarder te krijgen, de zinnen korter te maken, de boodschap beter over te brengen.

Of het nu gaat om een boek, een vertaling of een blog, de redacteur is degene die, onzichtbaar en achter de schermen, ervoor zorgt dat wij schrijvers er goed uit komen te zien.

Nu nog iemand vinden die mijn tweets nakijkt …

Volg NIET je hart en al helemaal NIET je gevoelens (een blog voor wie echt wat wil bereiken)

Mensen verbazen zich regelmatig als ik vertel dat ik dertig boeken heb geschreven in minder dan tien jaar. Vooral als ze zich realiseren dat ik dat niet eenzaam op een zolderkamertje deed. In de afgelopen tien jaar heb ik twee kinderen gekregen, ben ik getrouwd en werkte ik – tot drie jaar geleden – fulltime in mijn eigen bedrijf. En toch lukte het mij om te schrijven: ’s avonds, ’s nachts, op vakantie en in de verloren uurtjes.

Dat is natuurlijk omdat ik mijn hart heb gevolgd, omdat ik doe wat mijn passie is. Toch?

Nee, dus.

Ik vond schrijven in het begin verschrikkelijk. Het heeft mij minstens vijf boeken gekost voordat ik een beetje lol kreeg in het proces. Daarvoor was ik alleen maar blij met het eindresultaat. Ik vond het vooral fijn geschreven te hebben. Als schrijven mijn passie al is, dan is dat pas veel later gekomen. Ik raakte gepassioneerd doordát ik ben gaan schrijven, raakte geïnspireerd door wát ik schreef, zeker niet andersom.

Maar als het niet mijn passie was die mij dreef, hoe is het mij dan gelukt zoveel te produceren (en uit te laten geven) in tien jaar? Ben ik beter dan de rest? Koppiger? Ben ik iemand die altijd alles afmaakt waar hij aan begint?

Niet echt.

Tien jaar geleden stond ik er juist om bekend dat ik niets afmaakte. Banen, relaties, vriendschappen …  alles duurde gemiddeld twee jaar voordat ik er mee kapte. Ik ben opgeleid tot supermarktmanager maar heb de opleiding (2x) niet afgemaakt. Ik heb een winkel gehad die ik na anderhalf jaar met grote schulden sloot. Ik begon met een eigen bedrijf dat cd-roms produceerde, stopte om een baan aan te nemen bij ECI als Multimedia Manager, nam ontslag om een boek te schrijven, ging weer werken, nam ontslag, enz. enz. Ondertussen ruilde ik iedere twee jaar mijn vriendin in (of zij mij) omdat de relatie teveel moeite kostte. Ik volgde mijn hart, deed wat mijn gevoelens mij dicteerden en bereikte helemaal niets.

Is er iets mis met gevoelens? Nee. Maar als je iets wilt bereiken, moet je er niet teveel mee doen. Als je naar je gevoelens luistert, dan kom je de helft van de week ’s ochtends je bed niet uit, omdat je moe bent, slecht geslapen hebt, boos, bang of verdrietig bent om iets dat iemand heeft gezegd/gedaan/niet gezegd/niet gedaan. Als je naar je gevoelens luistert, dan stop je op moment dat iets moeilijk wordt, op het moment dat er écht een beroep wordt gedaan op je doorzettingsvermogen. Als je naar je gevoelens luistert, ren je iedere twee maanden achter een andere man of vrouw aan, in plaats van je tijd en energie te steken in je huidige relatie.

Topsporters, succesvolle ondernemers, visionairs als Einstein, Mandela, Ghandi, schrijvers als Harry Mulisch en Stephen King (die iedere dag schrijven of schreven, van negen tot vijf, of ze nou zin hadden of niet), kunstenaars, politici, leerkrachten die iedere dag voor de klas staan, allemaal hebben ze één ding gemeen: ze laten zich leiden door hun commitments.

Een commitment is meer dan een belofte, het is een creatie. Het is een toekomstbeeld dat je neerzet met specifieke details. Het is een beeld met een Wat en een Wanneer erin. Het is een creatie die je communiceert met jezelf en deelt met anderen. Iets waar je je hard voor maakt, ongeacht de gevoelens die je erbij hebt. Want ook helden als Ghandi, Mandela en Einstein twijfelden. Ook schrijvers als Stephen King, Paul Auster en Marcel van Driel (maar waarschijnlijk niet Mulisch) denken soms dat wat ze schrijven bagger is, dat ze er maar beter mee op kunnen houden, dat ze de vorige keer geluk hebben gehad en dat ze het sowieso te druk hebben. Iedereen twijfelt. So What?

Wat ga jij creëren? Hoe ziet jouw creatie eruit? Maak het specifiek! Wanneer is het af? Wie ga jij er bij betrekken? Wat ga jij veroorzaken?