Recensie: The art of Neil Gaiman

9781781571392Goeie biografie met misleidende titel.

Iedere week lees ik een boek in het kader van #boekperweek. Lees hier meer over het initiatief.

Ik zeg niet dat ik geen schrijver was geworden zonder Neil Gaiman – die eer komt waarschijnlijk aan Stephen King toe – maar hij is absoluut van invloed geweest op mijn carrière. Deels omdat hij in de comcicreeks The Sandman liet zien dat je genres gerust dwars door elkaar heen kon laten lopen, maar vooral omdat hij vanaf het begin af aan heeft geweigerd zich in een genre- of mediumhokje te laten stoppen. Tv-series, filmscripts, romans, graphic novels, gedichten, songteksten en de eerder genoemde comics; Gaiman schrijft alles. Daarnaast is hij ook geenszins gebonden aan één genre, al zou je veel van zijn werk om onder de grote gemene deler ‘fantasy’ kunnen scharen.

In dit overzicht van zijn werk legt uit Gaiman uit waarom hij zo divers is. Begonnen als journalist, een vak waar hij naar eigen zeggen niet in uitblonk, mocht hij (aankomende) grootheden als Douglas Adams, Clive Barker en Bob Silverberg interviewen. Dat deed hij vooral om van hen het vak te leren. En één van de klachten die hij keer op keer hoorde, was dat deze schrijvers van hun uitgevers zelden carte blanche kregen om iets anders uit te proberen. Ze voelden zich in een keurslijf gedwongen waar ze niet uitkwamen. Gaiman hoorde het aan, besloot dat hem niet hetzelfde ging overkomen en zorgde ervoor dat hij iedere keer met iets anders kwam, zodat nooit iemand kon roepen: jij bent een comicschrijver, jij mag geen romans schrijven.

(Daar kan ik mij als spreker, kinderboeken-, roman-, en non-fictieschrijver met film- en stripplannen uiteraard uitstekend in vinden).

Death81De titel is misleidend (en de reden waarom ik het rijk geïllustreerde boek in eerste instantie liet liggen) omdat het suggereert dat het vooral een plaatsjesboek is met ‘art’ uit zijn strips en films. Maar het is toch echt een biografie die ingaat op zijn comics, filmscripts, boekverfilmingen, romans, graphic novels en mislukte of uitgestelde project. De tekst is deels samengesteld uit bestaande interviews, aangevuld met gesprekken die schrijfster Hayley Campbell (dochter van tekenaar en Gaimancollaborateur) Eddy Campbell.

‘The art of Neil Gaiman’ is een must read voor Gaimanfans en een aanrader voor een ieder die geïnteresseerd is in genre fiction, hoe de comic- en filmindustrie werkt of gewoon wil weten hoe een succesvolle auteur het vak leerde met vallen en opstaan. En bluffen.

In 2013 interviewde ik Neil Gaiman voor De Boekerij. Het filmpje staat hierboven, het verslag vind je hier.

Ontlezing is een feit

NRCOntlezing
‘Feit is: we lezen steeds minder boeken,’
staat er op de voorpagina van de NRC Next. Feit. Dat is iets anders dan een aanname. Feiten zijn gebaseerd op cijfers. Bewijst de krant vandaag mijn ongelijk? Zat ik er met mijn blog van vorige week helemaal naast?

Maar in de krant blijkt het alleen over gedrukte media te gaan. ‘De tijd die Nederlanders besteden aan het lezen van gedrukte media daalt,’ schrijft NRC. De cijfers zijn op basis van het aantal verkochte (algemene) boeken dat al jaren daalt.

Geen woord over e-books.

Ex-lezer
Wie niet leest, leeft maar een keer,’ schrijft Christiaan Weijts in het hoofdartikel in de krant. ‘Ik gun het [lezen] vooral de niet-lezers of ex-lezers.’ En: ‘Waarom zijn steeds minder mensen bereid zo’n relatieve geringe inspanning te leveren die hun leven onmiskenbaar verrijkt.

Mooie woorden, die mij als lezer en schrijver raken. Maar is het waar? Wordt er echt minder gelezen?

Verderop in de krant – in een stuk over Polare – schrijft Maarten Asscher (directeur Athenaeum boekhandel): ‘Het aandeel e-books in de omzet bedroeg slechts 3,2 procent. Na jaren van optimistisch gepraat van digitale goeroes ziet het er nog steeds niet naar uit dat Nederland massaal overstag gaat voor het digitale lezen, laat staan dat er op dit punt van een revolutie sprake kan zijn. Ook dit kan het acute probleem niet zijn.’

spotify-logo-primary-vertical-light-background-rgbWat er mist in dit betoog, is het woordje ‘betaalde’ – als in ‘betaalde e-books’ en ik moet meteen denken aan de muziekindustrie: De muziekindustrie stortte namelijk niet in elkaar door betaalde downloads, maar door onbetaalde. En pas nu – door iTunes en Spotify – begint de business weer uit het dal te klimmen.

Meerdere mensen uit mijn omgeving – veellezers! – hebben al jaren geen boeken meer gekocht of geleend omdat ze deze ‘gratis’ krijgen. Nederlandse literatuur, alle ‘Game of Thronesboeken,’ zelfs ‘Joyland’ van Stephen King, een boek dat officieel niet eens als e-book verkrijgbaar is. Deze mensen lezen meer dan ooit! Maar niet betaald…

Ook over de tweedehandsmarkt wordt met geen woord gerept in de krant. Maar sinds Bol.com met succes tweedehands boeken verkoopt via de site, gaat het slecht met De Slegte. Is dat toeval? Marktplaats, boekwinkeltjes.nl, wat is de impact van deze sites op de handel?

Ik weet het niet. Maar ik weet wel dat deze omzet niet terecht komt in de algemene cijfers.

tweedehands boekenIn een Wired artikel uit 2012, zegt Sam Missingham, co-founder van Future Book: ‘Amazon’s second hand market has revolutionized the way people buy second hand books. There’s almost no book I can’t buy now if I want a copy — 10 years ago I could have taken a year scouting through second hand shops and still not have found what I want. Now one five-second search on Amazon and you can have it delivered to your door.’

Zou dat in Nederland zo heel erg anders zijn? Zou een deel van de omzet niet verschuiven naar tweedehands, als gevolg van de crisis? En wat dacht je van al die ongelezen boeken in de kast? Uit een onderzoek uit 2012 blijkt dat er veel meer boeken worden gekocht dan gelezen. Is het mogelijk dat – om geld te besparen – de ongelezen boeken nu tevoorschijn worden gehaald?

Ik weet het niet. Uit het zelfde onderzoek blijkt overigens dat er al jaren een dalende trend is qua lezen. Maar eentje die geen gelijke tred houdt met de verkoop van boeken. Zou dat er aan de hand zijn? Wordt er al jaren minder gelezen, maar blijft men stug boeken kopen die op de plank liggen te verstoffen en zijn we daar nu mee opgehouden?

Zelf lees ik steeds meer. Ik betaal ook voor mijn boeken. Maar ja, wel aan Amazon die ze in enkele seconden op mijn Kindle zet. Daar heeft de Nederlandse boekhandel ook niks aan.

dvdsFeit is dat er steeds minder dvd’s worden verkocht, maar er wordt niet minder gekeken. Er wordt steeds minder voor muziek betaald, maar niet minder geluisterd. Maar wanneer de omzet van algemene boeken daalt, wordt er volgens krant en boekenbranche automatisch minder gelezen, dat is kennelijk een feit.

Waarom blijf ik hier zo op hameren? Ben ik de Don Quixote van het boekenvak, strijdend tegen de windmolens van de ontlezing? Waarom wil ik de onderste steen boven hebben wat betreft de oorzaak van de terugval in verkoop van boeken?

Omdat het cruciaal is voor de toekomst van ons vak! Als er daadwerkelijk minder gelezen wordt, dan moet de branche een andere strategie volgen. Dan moeten we de lezer terug zien te halen, boeken en verhalen weer interessant maken, bibliotheken openen in plaats van sluiten, lezen (nog) belangrijker maken op scholen.

1276_books_everyone_should_readMaar als het lezen verschuift van gedrukt naar digitaal, van betaald naar onbetaald, dan moeten we inzetten op meer e-books met lagere prijzen, op lezen in de cloud. Dan moeten we de grote boekhandels weer aantrekkelijk maken voor de consument, met het juiste aanbod en de beste service. Dan gaat het om beschikbaarheid en betaalbaarheid, zowel online als offline. Dan gaat het er om dat we de consument weer laten betalen voor onze content. Zodat het leuk én rendabel blijft voor schrijvers, uitgevers en boekhandelaren om prachtige boeken te maken, te verkopen en daarmee het leven van de lezer te verrijken.

HERSCHRIJFPROCES

Stephen KingIn theorie schrijf ik de eerste versie van een boek in een keer. In de praktijk begin ik iedere ochtend met een korte herschrijf om er weer even in te komen. Als ik de dag ervoor nog geschreven heb, herlees ik de laatste paar pagina’s op het scherm en pas ik meteen dialogen en zinnen aan en corrigeer eventuele spel- of stijlfouten. Heb ik een paar dagen niet geschreven, (omdat het weekend was, ik opgetreden heb of omdat de kinderen vakantie hadden), dan lees ik een paar hoofdstukken terug die ik meteen bewerk. (Waarbij ik er wel voor moet waken dat ik niet in het herschrijfproces blijf steken, anders komen er nooit nieuwe woorden bij.)

Ik vergelijk deze korte herschrijfsessies met het uitvegen van een schoolbord. Je begint met vegen in het midden van het bord en maakt steeds grotere cirkels, waarbij je altijd weer een stuk van het midden meeneemt. (Ik weet zeker dat ik die vergelijking niet van mijzelf heb, maar geen idee meer waar ik het gelezen heb).

wiping offIs de eerste versie van een manuscript af, dan komt het echte herschrijven. Om te beginnen print ik het hele boek dubbelzijdig uit en soms laat ik het zelfs in een ringband zetten, zodat het er uitziet als een echt boek. Dan neem ik een week of twee/drie de tijd om de hele roman door te nemen. Uiteraard gaat er een streep door iedere typefout, dubbele spatie of vergeten aanhalingsteken. Ik schrijf commentaar in de kantlijn (zorg dat je altijd vijf centimeter kantlijn heb), waar ik vind dat iets sneller moet of juist beter uitgelegd. Ik voeg woorden toe of haal ze juist weg, schrap hele alinea’s geef aan waar scènes of hoofdstukken van plaats moeten veranderen en maak aantekeningen waar nog research mist.

Ik besteed extra veel aandacht aan de dialogen. Praten de karakters met hun eigen stem of met die van mij? Is wat ze vertellen infodump (waarbij de schrijver noodzakelijke informatie probeert over te brengen via dialogen) of is het natuurlijke spreektaal? Regelmatig zet ik naast een dialoog het woord SOAP of GTST, als de het drama er wel heel erg dik op ligt. Ik heb liever dat mijn personages niet zeggen wat ze voelen, maar dat je het als lezer wel begrijpt, dan andersom.

Ben ik helemaal klaar, dan keer ik weer terug naar het beeldscherm en ga ik alle aantekeningen verwerken in een nieuwe versie van het manuscript. Ik haal alle fouten eruit, herschrijf, wis, verplaats net zolang tot ik tevreden ben. Pas dan gaat de spellingchecker aan (tijdens het schrijven haalt een spelchecker je alleen maar uit de flow).

Marcel met manuscriptWanneer ik helemaal tevreden ben, gaat het manuscript naar de redacteur en naar De eventuele proeflezers. En ik ben iedere keer weer verrast hoeveel fouten die er alsnog uithalen, hoeveel onlogica ze vinden, hoeveel informatie ze missen of juist overbodig vinden.

Stephen King zegt in ‘On Writing’: ‘Schrijven doe je met de deur dicht, herschrijven met de deur open.’ Daar kan ik mij volledig bij aansluiten.

13 januari gaat mijn herschreven manuscript van Superhelden3.nl naar de redacteur en de proeflezers.

ALSOF IK WEER DEBUTEER

Ik heb een nieuw boek. En het voelt alsof ik opnieuw debuteer. Ergens is dat natuurlijk ook zo, want Waanzinnige Plannen! – en hoe ze te realiseren is mijn eerste non-fictieboek én mijn eerste boek voor volwassenen. Maar dat is niet persé waarom ik het zo spannend vind. Ik vind het vooral spannend omdat het zo’n persoonlijk boek is.

Bij mijn jeugdboeken kan ik altijd een zekere afstand bewaren. Ik ben niet mijn personages. Maar in Waanzinnige Plannen! laat ik niet alleen mijn successen, maar ook mijn falen zien. Ik denk namelijk dat je van mislukkingen meer leert dan van successen.

Mijn boek is geïnspireerd op Over leven en schrijven van mijn grote held en voorbeeld Stephen King, waarin King zijn eigen leven en ervaring gebruikt om zijn punten kracht bij te zetten. Dat heb ik ook geprobeerd. Zonder mij te willen vergelijken met de grootmeester, is Waanzinnige Plannen! – en hoe ze te realiseren bedoeld als een praktisch boek vol persoonlijke verhalen. Mijn persoonlijke verhalen, maar zeker ook die van anderen die ik voor het boek geïnterviewd heb.

WP_namen

Dat is meteen ook het tegenstrijdige aan het boek. Want hoewel Waanzinnige Plannen! mijn meest persoonlijke boek is, gaat het niet over mij. Het gaat over de lezer die zijn of haar Waanzinnige Plan wil uitvoeren. En dat maakt het misschien wel het aller-spannendst. Want wat nou als er in Nederland het komende jaar allemaal Waanzinnige Plannen ontstaan die op hun manier de wereld een klein beetje leuker maken.

Zou dat niet Waanzinnig zijn?

Waanzinnige Plannen! – en hoe ze te realiseren is vanaf vandaag overal te koop als E-book en op papier.

WIL JIJ OVER MIJN BOEK OF LEZING SCHRIJVEN?

Waanzinnige PlannenUPDATE: WE HEBBEN INMIDDELS VOLDOENDE BLOGGERS!

Schrijf jij voor een blog, tijdschrift of krant, of werk je voor de televisie? Heb jij een Waanzinnig Plan of een nooit uitgevoerde ooitdroom? Wil jij mijn boek ‘Waanzinnige Plannen’ als eerste lezen, naar mijn lezing komen en er een artikel, blog of recensie over schrijven?

Neem in dat geval even contact met mij op! Ik mail je per ommegaande het e-book (dat volgende week verschijnt) en nodig je uit voor één van de lezingen. En zodra het artikel/verslag of je blog is geplaatst, stuur ik je uiteraard ook een gesigneerd exemplaar van het papieren boek op, met een persoonlijk bedankje, en een aanmoediging om je Waanzinnig Plan ook daadwerkelijk uit te voeren.

In ‘Waanzinnige Plannen’ vertel ik niet alleen wat de basisvoorwaarden zijn voor een geslaagd project, maar laat ik ook anderen aan het woord die een Waanzinnig Plan op hun naam hebben staan. De opzet is deels geïnspireerd op ‘On Writing’ van Stephen King. Daarin vertelt hij niet hoe het moet, maar hoe hij het heeft gedaan, wat voor hem werkte en wat niet. In mijn boek komendaarom  niet alleen mijn projecten aan bod – ook al zijn dat er nogal wat – maar juist ook die van anderen. Stapje voor stapje loodsen we je door het proces heen, van Go naar Goal, van idee naar eindresultaat.

Wat is jouw Waanzinnig Plan? Wat is de droom die jou ’s nachts wakker houdt, maar waar je niet aan durft te beginnen? Wat houdt je tegen? Geen tijd? Geen geld? Geen talent? Of is er iets anders aan de hand? Lees mijn boek, kom naar de lezing en ga aan de slag. De wereld wacht op mensen met Waanzinnige Plannen.

Wil je een recensie-exemplaar aanvragen? Mail mij dan je gegevens of laat een reactie achter onder dit blog. Vermeld ook even voor je welk medium je schrijft.

Voor meer informatie over boek of lezing, surf je naar de website.

HOE JE EEN BETERE SCHRIJVER WORDT

 

door gastblogger Thomas Olde Heuvelt

Thomas met zijn nieuwe boek HEXVeel schrijvers willen hogerop komen. Schrijvers die net in eigen beheer of kleinschalig hun manuscript hebben uitgegeven, dromen van een grote uitgever. Niet 500 boeken verkopen, maar 5.000. Nog beter: kunnen leven van de pen. Maar durven zij ook kritisch naar zichzelf te kijken?

Afwijzing is nooit leuk. Ik heb er zelf ook mee te maken gehad. De reacties die je daarop hoort zijn allemaal even menselijk. Je hebt de auteur met grootheidswaanzin: ‘De wereld is nog niet klaar voor mijn verhaal!’ Je hebt de berustende auteur: ‘Waarschijnlijk paste dit verhaal gewoon niet goed bij ze.’ Of de rebelse auteur: ‘Ik weiger me te conformeren naar wat de massa wil lezen!’ Bij alle drie klinkt dezelfde boodschap door: de auteur is overtuigd van eigen kunnen en is teleurgesteld dat ‘de wereld’ het talent niet herkent. Om de pijn te verzachten wordt naar redenen buiten zichzelf gezocht.

De waarheid is harder. In bijna alle gevallen ligt het aan eigen gebreken. Toen ik mijn eerste boek schreef, was ik totaal overtuigd van de superioriteit ervan. Maar een grote uitgever wilde er niet aan. Als ik het nu – 10 jaar later – nalees, denk ik: wat was ik toch naïef. Dacht ik écht dat dat boek sterk genoeg was voor een massapubliek? Dat is het bij lange na niet!

Toen ik met die werkelijkheid werd geconfronteerd, nam ik mezelf iets voor. Ik zou de wereld gaan veroveren. En om de wereld klaar te stomen voor mijn verhaal, moest ik niet de wereld veranderen… maar mijn verhaal!

Sindsdien ben ik elke dag keihard gaan werken om mezelf te verbeteren. De eerste, grote stap, kan iedere schrijver zelf, thuis doen. Iedereen heeft namelijk zijn of haar voorbeelden. Mijn advies is: trek je op aan je grootmeesters om zo goed als zij te worden. Je hoeft niet zelf het wiel opnieuw uit te vinden. Ik neem regelmatig een van mijn favoriete boeken en ga analyseren waaróm het zo goed werkt. Ik maak hele spanningsboogdiagrammen, maak aantekeningen hoeveel ruimte er wordt gewijd aan de opbouw, de afwikkeling, personageontwikkeling, noem maar op. En dat vergelijk ik vervolgens met mijn eigen werk. Pas dan begin je te zien waarom het nou zoveel sterker is dan jouw werk… en kun je je eigen werk gaan aanpassen.

Ook schrijf ik wel eens hele bladzijden van mijn favoriete auteurs over, gewoon om eens een andere stijl in de vingers te voelen. Geloof me: je voelt pas hoe anders het is als je het typt, niet als je het leest. Als je dat steeds van een andere auteur doet, proef je ontzettend veel stijlen en haal je er voor jezelf de dingen uit die jou goed liggen. Zo hou je jezelf continu scherp en blijf je jezelf verbeteren en vernieuwen.

Naast die zelfstudie is nog een tweede punt, wat mij heeft geholpen om een veel sterker schrijver te worden dan ik vroeger was. Dat was de ijzersterke en meedogenloze verhaalredactie van iemand die béter was en meer wist dan ik. Ik doel niet op de redacteur die zegt: ‘Misschien zou je hier eens een klein stukje kunnen schrappen’ of ‘Ik weet niet, deze passage kan misschien wat sterker, of denk je zelf dat…’ Nee. Ik doel op de keiharde redacteur die zonder morren je boek terugbrengt van 120.000 naar 90.000 woorden. Die precies aangeeft: gooi die eerste 100 bladzijden helemaal om, haal dit naar voren, laat dat weg. Die met één stugge opmerking beslist: ‘Haal die hele sequentie (van een pagina of 12) weg’, terwijl jij denkt ‘Maar… maar… maar… dat was net mijn favoriete stukje en daar heb ik verdomme drie weken aan gewerkt!’ En die je, zodra je begint te smeken, met vriendelijke dreiging aankijkt en zegt: ‘NU!’

Die redactie heb ik gehad van Jacques Post met mijn derde boek Leerling Tovenaar Vader & Zoon. Ik heb er zoveel van geleerd dat mijn schrijven exponentieel sterker is geworden. Inmiddels durf ik zonder blikken of blozen te beweren dat ik korte verhalen heb geschreven die beter zijn dan enkele korte verhalen van een van mijn grootmeesters, Stephen King. Maar ik durf ook zonder blikken of blozen te erkennen dat King ook veel korte verhalen heeft die weer sterker zijn dan de mijne. En redactie? Die blijf ik nodig hebben. Stephen King ook.

Want dat is de clou: niemand kan het alleen. Heb je de droom om er te komen als schrijver? Erken dan allereerst dat je er nog niet bent en ga er keihard aan werken. Geef je droom niet op. Vind een redacteur die aanwijsbaar beter is dan jij en leer ervan. Als je die luxe niet tot je beschikking hebt, betaal er dan voor (maar alleen als je weet dat het een ijzersterke is – zoek naar iemand met de juiste referenties). En als je die middelen niet hebt, stort je dan hoe dan ook op de zelfstudie bij je grootmeesters. Dag in, dag uit, elke keer weer opnieuw. Verbeter jezelf. En dat kun je niet alleen!

Thomas Olde Heuvelt (1983) is de jonge, veelgeprezen Nederlandse auteur van romans en verhalen in de fantastische sfeer. Zijn werk valt in te delen onder magisch-realisme, fantasy en spanning, en heeft vaak een humoristische en emotionele inslag. BBC Radio noemde Thomas ‘One of Europe’s foremost talents in Fantastic Literature.’

Zijn verhaal ‘The Boy Who Cast No Shadow’ leverde hem internationaal erkenning op. Het werd bekroond met de prestigieuze Paul Harland Prijs voor beste Nederlandstalige fantastische verhaal, en na internationale publicatie door het Britse PS Publishing ontving het samen met internationale topauteur Carlos Ruiz Zafón een Honorable Mention in de Science Fiction & Fantasy Translation Awards.

Lees op Thomas’ site hoe je hem aan een Hugo-nominatie kan helpen.

JE BENT NOOIT GOED GENOEG (VOOR JE SMAAK)

 

Doodmoe word ik er soms van, al die inspirerende quotes en dito filmpjes die de hele dag op Twitter en Facebook rondgaan. Vooral als ze afkomstig zijn van mensen die zichzelf heel inspirerend vinden, maar die eigenlijk niets te melden hebben. Meestal negeer ik ze, maar soms, heel soms, komt de juiste tekst op het juiste moment langs en maakt het net dat kleine beetje verschil. En laatst was dat dit filmpje van schrijver Ira Glass, dat ik zag op een moment dat ik het even heel erg moeilijk had met mijn vak en mijn boek.

Wat Glass zegt is zo herkenbaar: als creatieveling heb je een bepaalde smaak. En als beginner (en in mijn geval ook als gevorderde) ben je zelden zo goed als je grote voorbeeld.

Ik ben dit jaar tien jaar schrijver en ik begin een beetje door te krijgen hoe het werkt, dat schrijven. Maar mijn beste boek komt niet in de buurt van het beste boek van mijn favoriete schrijver! Als ik King lees of Mitchell, of Card, of Auster, of Möring, of Gaiman, dan heb ik soms de neiging om er maar mee op te houden, ondanks de aantoonbare progressie die ik als schrijver doormaak.

Het is goed om te horen dat ik niet de enige ben die hiermee worstelt. En ik wed dat je voor ‘schrijver’ net zo makkelijk ‘illustrator’, ‘tennisser’, ‘leerkracht’ of wat voor beroep dan ook kan invullen. Iedereen heeft wel een voorbeeld waaraan hij of zij zich spiegelt. En iedereen voelt zich in zijn of haar beroep wel eens tekort schieten omdat onze grote voorbeelden zoveel beter zijn.

Daarom is het verhaal van Ira Glass een hart onder de riem. Als radio- en televisiemaker (presentator én producent) is Glass niet de eerste de beste en zijn er velen die tegen hem opkijken. Maar ook hij loopt hier tegenaan. En ook hij gaat door en doet zijn best om zo goed mogelijk zichzelf te zijn. Dat geldt voor hem, dat geldt voor mij én dat geldt voor jou! Wie weet, misschien spiegelt zich ooit wel iemand aan jou! Wie weer denkt er ooit iemand: als ik nou ooit eens zo goed word als hem of haar!

Ik ga gewoon door met schrijven en geniet van zij die beter zijn dan ik. Net als Ira Glass. En als ik het even niet zie zitten, dan denk ik gewoon: wedden dat Neil Gaiman ook tegen iemand opkijkt en denkt: ik wou dat ik dat kon.

En jij? Hoe ga jij hiermee om in jouw vak?

(Overigens: voor wie nu denkt dat dit blog een vrijbrief is om door te gaan met herposten van andermans quotes, filmpjes, ideeën en inzichten, zonder enige persoonlijke context of inbreng, die heeft het wat mij betreft nog steeds niet begrepen.)

Maar dat terzijde.

FAVORIETE FICTIE BOEKEN 2011

Ik heb dit jaar minder boeken gelezen dan ik wilde. Normaal heb ik er geen enkel probleem mee om fictie te lezen terwijl ik zelf met een boek bezig ben, maar tijdens het schrijven van Superhelden.nl had ik slechts ruimte in mijn hoofd voor non-fictie, tijdschriften en comics. Gelukkig heb ik de schade de afgelopen maanden ingehaald. Al werden niet al deze boeken dit jaar gepubliceerd, is dit toch mijn top zes (fictie) van 2011:

1.    The Thousand Autumns of Jacob de Zoet – David Mitchell

Mitchell is een held. Cloud Atlas is terecht bejubeld voor zijn gedurfde structuur en prachtige stijl, maar zijn semiautobiografische roman Black Swan Green vind ik eigenlijk nog veel mooier. Het was dan ook een buitenkansje dat Mitchell kwam vertellen in Utrecht over zijn laatste boek De niet-verhoorde gebeden van Jacob de Zoet.

Het boek gaat over hoe de Oost-Indische compagnie als enige in 1799 handel mocht drijven met Japan. Hoofdpersoon is Jacob de Zoet wiens leven op het eiland Dejima (vlak voor de kust van Nagasaki) er heel anders uit komt te zien dan hij had verwacht. De eerste hoofdstukken zitten zo tjokvol informatie dat het lastig is om in het verhaal te komen. De personages en termen (Japans en Nederlands) buitelen over elkaar heen en als lezer wordt je geacht je kop erbij te houden. Mitchell vertelde in Utrecht hoeveel research hij voor het boek heeft moeten doen, en dat is zowel het voor- als het nadeel van het boek. Maar zodra alles op z’n plaats valt bij schrijver en lezer, ontspruit zich een historische roman die leest als avonturenboek met de nodige horrorelementen. Niet perfect, maar wel het boek wat mij uiteindelijk het meest verrast heeft dit jaar.

En hoewel ik in 2011 vrijwel volledig overgeschakeld naar elektronische boeken, koester ik mijn papieren exemplaar waarin Mitchell schreef:

‘To Marcel, a 30 book writer! I envy you!’

The Thousand Autumns of Jacob de Zoet is Mitchells vijfde boek. Hij is nu bezig met her vervolg dat deels weer een historisch boek gaat worden en deels een toekomstroman. Typisch Mitchell.

2.    11/22/63 – Stephen King

Stephen King is niet alleen een held, het is waarschijnlijk ook de schrijver die mijn eigen schrijfstijl het meest beïnvloed heeft. Na het tegenvallende Under the Dome kwam King met één van de beste boeken uit zijn carrière: 22-11-63.

Het is boek voor de King-haters die niet van horror houden, maar wel The Shawshanks Redemption, Stand by Me en The Green Mile op hun favoriete filmlijstje hebben staan. Het verhaal gaat over leraar Jake Epping die terugreist in de tijd om de moord op John F. Kennedy te verhinderen, maar in plaats daarvan verliefd wordt, op een dame én op het begin van de jaren zestig. Hoewel het einde niet 100% overtuigd, is dit het meest ontroerende boek van 2011.

3.    The Wind-Up Girl – Paolo Bacigalupi

Zover ik weet is dit boek niet vertaald in Nederlands en dat is volledig onterecht. Volgens de omschrijving is het een biopunk science fiction verhaal, wat dat dan ook mag zijn. Het speelt zich af in het Thailand van de 23ste eeuw. De wereld is bijna ten onder gegaan aan genenmanipulatie en Global warming. Eén man – de bijna gewetenloze mister Anderson Lake – is op zoek naar nieuwe – gekweekte – vruchten, maar vindt een genetisch gecreëerd meisje dat tegen haar programmering ingaat.

Het boek is een fantastische kruising tussen Blade Runner en een historische roman die meer raakvlakken vertoont met Mitchells Thousand Autums’ dan je op het eerste gezicht zou vermoeden. Het is geen gemakkelijk boek, de personages zijn nooit simpel goed of slecht en de proza is prachtig maar niet altijd even toegankelijk. Maar het boek is iedere seconde waard, het meest verrassende boek dat ik 2011 las.

4.    The Night Circus – Erin Morgenstern

Een roman over twee geliefden die een magische strijd voeren, niet wie de sterkste is, of zelfs wie de mooiste circusattractie maakt, maar wie de meest … nee, dat zou verklappen zijn.

Het Nachtcircus is oorspronkelijk geschreven tijdens de Nanowrimo. Morgenstern herschreef het boek in twee jaar en bood het via haar agent aan diverse uitgeverijen aan. Nadat het meer dan dertig keer werd afgewezen, verscheen het dit jaar in een eerste oplage van 175.000 stuks. De rechten zijn verkocht aan meer dan twintig landen, de filmrechten zijn in handen van Summit. En terecht, want Het Nachtcircus is een prachtig boek, met een hele bijzondere structuur, waarbij de flashbacks en flashforwards een hele aparte verhaallijn vormen, en werkelijk fantastisch mooie zinnen.

Hoewel het plot niet het meest originele is, is de sfeer van het circus zo bijzonder dat je zou willen dat je het echt kon bezoeken. Wonderschoon en samen met King het meest toegankelijke boek uit mijn top vijf.

5.    Een gedeelde vijfde plaats voor twee collega’s van mij: Enne Koens, die het prachtige Vogel schreef, over Berre die onder haar nieuwe naam Elke haar verleden van zich af probeert te schudden in de grote stad. En Corien Oranje, de het waargebeurde verhaal van Olivier bewerkte tot een jeugdroman over Victor die na het verlies van zijn onderbeen zijn sportieve carrière in duigen zag vallen en terug vocht. Zowel Olivier/Victor als Corien zijn mijn Kampioen.

 

PROEFLEZERS SUPERHELDEN

Hollywoodfilms worden vaak gescreend voor een testpubliek. Zo werd ik in Santa Monica van de straat geplukt voor een testscreening van Four Dogs Playing Poker met Forest Whitaker. ‘Saai’ vulde ik in op het formulier dat we uitgereikt kregen. De film haalde de bioscoop niet, maar kwam jaren later direct op dvd.

Ik heb ook proeflezers, maar nooit kinderen. Nooit de doelgroep. Eigenlijk vind ik dat de visie van de regisseur (of schrijver) moet prevaleren en niet die van de studio of het grote publiek. Seven met een happy ending? Magnolia zonder kikkers? Ik moet er niet aan denken. Daarom laat ik mijn manuscripten alleen lezen aan volwassen mensen die ik ken en vertrouw. Zij zeggen eerlijk wat er wel en niet werkt.

Toch deed ik afgelopen vrijdag ik een oproep op Twitter: “Heb je een kind van 11 of 12 dat DIT WEEKEND tijd heeft om Superhelden.nl te proeflezen? DM mij!”. Ook de vorige versie van het manuscript heb ik laten lezen door tieners. En wel om de doodeenvoudige reden dat de eerste 30 pagina’s van mijn boek niet werkten. Mijn echtgenote was de eerste die het zei: het boek komt te langzaam op gang en de eerste drie hoofdstukken zijn te ingewikkeld. Mijn redacteur en een tweede (volwassen) proeflezer gaven dezelfde boodschap: het boek is geweldig, maar het eerste stuk moet scherper, korter, beter. Om te weten of de doelgroep dezelfde mening had, besloot ik mijn reserves opzij te zetten en het manuscript aan drie Subrozafans te laten lezen.

De eerste lezer vond het boek geweldig, superspannend en kon niet wachten op deel 2. De tweede proeflezer had moeite om door de eerste hoofdstukken te komen en de derde gaf het na een paar bladzijdes zelfs op.

Ik had een probleem.

Stephen King zegt dat als iedereen met hetzelfde commentaar komt, je niet in discussie moet gaan maar je boek moet aanpassen.

Dus dat heb ik de afgelopen weken gedaan. In samenspraak met de redacteur heb ik de eerste dertig pagina’s ingekort, herschreven en duidelijker gemaakt. Daarna deed ik bovenstaande oproep. Binnen vijf minuten had ik zes proeflezers (en moest ik nee zeggen tegen de tientallen lezers die ook graag een voorproefje wilden). Ze hadden slechts één weekend om 300 pagina’s te lezen.

En dat deden ze. Dit waren de reacties:

Lot: ‘Ik vond het keileuk. En toen (GECENSUREERD) bijna doodging, hield ik wel even mijn adem in. Er waren geen dingen die ik niet leuk vond. Ik vond het nog leuker dan subroza.nl maar subroza2.nl vond ik niet zo leuk. Ik heb heel veel zin in Superhelden.nl’

Marijke: ‘Erg leuk boek, heel spannend. Eerst dacht ik ‘superhelden’, dat is vast saai. Daar heb ik niks mee. Maar het is een Supergaaf boek! Sommige stukken vond ik wel heel eng. Wat ik wel jammer vind is dat het vervolg er nog niet is. Het is afgesloten, maar nog niet af. Eigenlijk moet het nog beginnen.’

Noor: ‘Ik vond het boek erg leuk en spannend. (Je moet wel het boek nog even goed na kijken want er staan nog wat taalfoutjes in.) Het was eigenlijk gewoon het perfecte boek (voor mij). Ik kan niet wachten tot deel 2 uit komt!!!!!!!!’

Yme: ‘Goed boek, spannend en leuk. Spannendst: verdrinkingsscene en de scene met de spin! Niets is saai of te langdradig.’

Moeder en twee zonen: ‘Het is een machtig en magisch verhaal, vlot geschreven.’

Was er dan helemaal geen kritiek? Jawel, maar die bleek vaak heel persoonlijk te zijn. Zo vond één kind het maar raar dat er ‘nepscheldwoorden’ als ‘bloody hell’ werden gebruikt (bij ons op school zeggen ze gewoon “fuck”), terwijl de andere al rode oortjes kreeg van ‘shit’.  Een plotverrassing bleek voor de één verwarrend en voor de ander verrassend te zijn, en wat de één ‘heel erg eng’ vond, vond de ander juist ‘superspannend.’

Dat zijn dingen waar ik mee kan leven, geen schrijver kan het iedereen naar de zin maken (dat moet je ook niet willen.)

Zolang ze het maar niet saai vinden.

 

DE IDEALE LEZER

Het leukste gedeelte van Waanzinnige Plannen is als alles nog mogelijk is. Het moeilijkste gedeelte is wanneer je daadwerkelijk aan het werk moet. Begin februari had ik de eerste 20.000 woorden klaar van Superhelden.nl. Dat zijn ongeveer 100 pagina’s, afhankelijk van de opmaak. De uitgeverij had ze gelezen en was enthousiast. De eerste horde was genomen.

Maar net zoals in de sport is starten een stuk makkelijker dan volhouden. Want in februari begon het echte leven in de weg te zitten. Ik werd 44 (1 feestje), mijn oudste werd 6 (vier feestjes!), er moest een nieuw script komen voor het Fortenspel van De Waag en ik gaf twee middagen in de week les op de basisschool. Het werd steeds moeilijker om mijn target van 1500 woorden per dag te halen, en zelfs daarmee ging het krap worden. Want de eerste versie van het boek moet begin april ingeleverd worden, en de schatting is dat het 60.000 woorden of meer gaat worden.

Ik besloot een week naar Vlieland te gaan om meters te maken. De kinderen logeerden bij OpaOma en ik pakte de boot naar het eiland, vol goede moed, energie en met een strakke planning: vier- a vijfduizend woorden per dag schrijven.

Ik kwam mijzelf behoorlijk tegen. Ten eerste was ik hondsmoe van weken (nee maanden) hard werken, vroeg opstaan en laat naar bed gaan. Ten tweede had ik al een maand niet aan het boek geschreven en moest ik er weer helemaal inkomen. Stukken die ik schreef, moest ik herschrijven of soms zelfs helemaal weggooien, voordat ik tevreden was.

Na één dag en avond was ik maar liefst 2500 woorden opgeschoten …

De tweede dag ging beter, vooral omdat ik mijzelf dwong door te schrijven met Write or Die. Beter achteraf een hoofdstuk herzien dan onverrichter zake huiswaarts keren. Ik begon – tegen mijn eigen afspraken in – overdag te twitteren en zocht steeds meer excuses om niet te schrijven. Uiteindelijk kwam ik die dag op 3.982 woorden. Niet slecht, maar waar was de flow? Nog belangrijker: waar was de lol? Dit leek wel werk!

’s Avonds in bed las ik in ‘On Writing’ van Stephen King. Hij vertelde dat hij zijn boeken altijd voor zijn Ideale Lezer schreef, in zijn geval zijn echtgenote. Ik moest lachen om de herkenning, mijn ideale lezer was ikzelf.

Maar deze keer niet.

Het kwartje viel: ik was dit boek niet voor mijzelf aan het schrijven, maar voor mijn uitgever! Mijn redacteur was, zonder dat ik (of zij wat dat betreft) het wist, meegereisd naar Vlieland en las over mijn schouder mee. Ieder bladzijde moest minstens net zo goed zijn als de eerste 100 pagina’s anders kwam het boek straks niet uit!

Dezelfde King schreef: in de eerste versie is er maar één ding belangrijk en dat is het verhaal. Niet het thema, niet de lezers, niet de zinnen, niet het literaire gehalte of de karakterontwikkeling van de hoofdpersoon. Alleen. Het. Verhaal.

Ik stopte met mij afvragen of mijn karakters teveel vloekten (vast), of het verhaal niet te gewelddadig was (neah) en of ik het überhaupt allemaal wel op tijd af ging krijgen (tuurlijk!). Ik zette twitter overdag uit (eindelijk) en begon te schrijven. En te schrijven. En te schrijven. Ik gaf mij volledig over aan het verhaal dat ik wilde vertellen.

In de afgelopen vier dagen heb ik meer dan 15.000 woorden geschreven verspreid over zestig hele spannende pagina’s. Vandaag begint hoofdpersoon Iris aan haar grootste beproeving.

Die van mij heb ik net achter de rug. Tot de volgende hindernis natuurlijk.