BOEKRECENSIE: DE BIJZONDERE KINDEREN VAN MEVROUW PEREGRINE

 

De belofte van een verfilming is voor mij vaak de aanleiding om een boek te lezen. Het was waarom ik De Hongerspelen kocht, waarom ik The Night Circus downloadde en waarom ik De Bijzondere Kinderen Van Mevrouw Peregrine las. Voor de derde keer op een rij leverde dat een bijzonder prettige leeservaring op.

Miss Peregrine’s Home for Peculiar Children is het romandebuut van Ransom Riggs, een jonge filmmaker die een doos met oude foto’s vond waarop bijzondere kinderen bijzondere dingen deden. Ze leken te zweven, tweelingclowns te zijn of droegen een gezicht op hun achterhoofd. Riggs – die net een handboek over Sherlock Holmes had geschreven – wilde er een fotoboek van maken, maar zijn uitgever suggereerde een roman. Het boek staat inmiddels al maanden in de bestseller top tien, is een internationale hit en wordt verfilmd door Tim Burton.

Het verhaal gaat over een ogenschijnlijk normale jongen die naar een eiland verdwijnt, waar kinderen met bijzondere gaven schuilen voor de vijand. Uiteraard blijkt onze hoofdpersoon ook speciale gaven te hebben en uiteraard zijn er ook anderen op zoek naar het eiland, wezens met kwade bedoelingen. In essentie is het de X-Men in de verleden tijd.

Wat het boek zo bijzonder maakt, is de dromerige vertelstijl. Riggs heeft een mooie, eigen manier van schrijven en neemt de tijd om zijn hoofdpersoon uit de doeken te doen en het verhaal te vertellen met precies genoeg vaart en precies genoeg details. En de details maken het verhaal origineel en meeslepend. De karakters zijn uniek en geloofwaardig en het achtergrondverhaal suggereert een grotere wereld die nog vele boeken kan opleveren (deel twee is in de maak). Ieder hoofdstuk begint met één van de gevonden foto’s en als je weet dat deze precies zo gevonden zijn, vraag je je regelmatig af of de kinderen soms echt hebben bestaan.

Ik kan het iedere liefhebber van sfeervolle fantasy en dromerige (jeugd)boeken aanraden. Nu maar hopen dat Tim Burton er niet net zo’n zooitje van maakt als van Dark Shadows.

FAVORIETE FICTIE BOEKEN 2011

Ik heb dit jaar minder boeken gelezen dan ik wilde. Normaal heb ik er geen enkel probleem mee om fictie te lezen terwijl ik zelf met een boek bezig ben, maar tijdens het schrijven van Superhelden.nl had ik slechts ruimte in mijn hoofd voor non-fictie, tijdschriften en comics. Gelukkig heb ik de schade de afgelopen maanden ingehaald. Al werden niet al deze boeken dit jaar gepubliceerd, is dit toch mijn top zes (fictie) van 2011:

1.    The Thousand Autumns of Jacob de Zoet – David Mitchell

Mitchell is een held. Cloud Atlas is terecht bejubeld voor zijn gedurfde structuur en prachtige stijl, maar zijn semiautobiografische roman Black Swan Green vind ik eigenlijk nog veel mooier. Het was dan ook een buitenkansje dat Mitchell kwam vertellen in Utrecht over zijn laatste boek De niet-verhoorde gebeden van Jacob de Zoet.

Het boek gaat over hoe de Oost-Indische compagnie als enige in 1799 handel mocht drijven met Japan. Hoofdpersoon is Jacob de Zoet wiens leven op het eiland Dejima (vlak voor de kust van Nagasaki) er heel anders uit komt te zien dan hij had verwacht. De eerste hoofdstukken zitten zo tjokvol informatie dat het lastig is om in het verhaal te komen. De personages en termen (Japans en Nederlands) buitelen over elkaar heen en als lezer wordt je geacht je kop erbij te houden. Mitchell vertelde in Utrecht hoeveel research hij voor het boek heeft moeten doen, en dat is zowel het voor- als het nadeel van het boek. Maar zodra alles op z’n plaats valt bij schrijver en lezer, ontspruit zich een historische roman die leest als avonturenboek met de nodige horrorelementen. Niet perfect, maar wel het boek wat mij uiteindelijk het meest verrast heeft dit jaar.

En hoewel ik in 2011 vrijwel volledig overgeschakeld naar elektronische boeken, koester ik mijn papieren exemplaar waarin Mitchell schreef:

‘To Marcel, a 30 book writer! I envy you!’

The Thousand Autumns of Jacob de Zoet is Mitchells vijfde boek. Hij is nu bezig met her vervolg dat deels weer een historisch boek gaat worden en deels een toekomstroman. Typisch Mitchell.

2.    11/22/63 – Stephen King

Stephen King is niet alleen een held, het is waarschijnlijk ook de schrijver die mijn eigen schrijfstijl het meest beïnvloed heeft. Na het tegenvallende Under the Dome kwam King met één van de beste boeken uit zijn carrière: 22-11-63.

Het is boek voor de King-haters die niet van horror houden, maar wel The Shawshanks Redemption, Stand by Me en The Green Mile op hun favoriete filmlijstje hebben staan. Het verhaal gaat over leraar Jake Epping die terugreist in de tijd om de moord op John F. Kennedy te verhinderen, maar in plaats daarvan verliefd wordt, op een dame én op het begin van de jaren zestig. Hoewel het einde niet 100% overtuigd, is dit het meest ontroerende boek van 2011.

3.    The Wind-Up Girl – Paolo Bacigalupi

Zover ik weet is dit boek niet vertaald in Nederlands en dat is volledig onterecht. Volgens de omschrijving is het een biopunk science fiction verhaal, wat dat dan ook mag zijn. Het speelt zich af in het Thailand van de 23ste eeuw. De wereld is bijna ten onder gegaan aan genenmanipulatie en Global warming. Eén man – de bijna gewetenloze mister Anderson Lake – is op zoek naar nieuwe – gekweekte – vruchten, maar vindt een genetisch gecreëerd meisje dat tegen haar programmering ingaat.

Het boek is een fantastische kruising tussen Blade Runner en een historische roman die meer raakvlakken vertoont met Mitchells Thousand Autums’ dan je op het eerste gezicht zou vermoeden. Het is geen gemakkelijk boek, de personages zijn nooit simpel goed of slecht en de proza is prachtig maar niet altijd even toegankelijk. Maar het boek is iedere seconde waard, het meest verrassende boek dat ik 2011 las.

4.    The Night Circus – Erin Morgenstern

Een roman over twee geliefden die een magische strijd voeren, niet wie de sterkste is, of zelfs wie de mooiste circusattractie maakt, maar wie de meest … nee, dat zou verklappen zijn.

Het Nachtcircus is oorspronkelijk geschreven tijdens de Nanowrimo. Morgenstern herschreef het boek in twee jaar en bood het via haar agent aan diverse uitgeverijen aan. Nadat het meer dan dertig keer werd afgewezen, verscheen het dit jaar in een eerste oplage van 175.000 stuks. De rechten zijn verkocht aan meer dan twintig landen, de filmrechten zijn in handen van Summit. En terecht, want Het Nachtcircus is een prachtig boek, met een hele bijzondere structuur, waarbij de flashbacks en flashforwards een hele aparte verhaallijn vormen, en werkelijk fantastisch mooie zinnen.

Hoewel het plot niet het meest originele is, is de sfeer van het circus zo bijzonder dat je zou willen dat je het echt kon bezoeken. Wonderschoon en samen met King het meest toegankelijke boek uit mijn top vijf.

5.    Een gedeelde vijfde plaats voor twee collega’s van mij: Enne Koens, die het prachtige Vogel schreef, over Berre die onder haar nieuwe naam Elke haar verleden van zich af probeert te schudden in de grote stad. En Corien Oranje, de het waargebeurde verhaal van Olivier bewerkte tot een jeugdroman over Victor die na het verlies van zijn onderbeen zijn sportieve carrière in duigen zag vallen en terug vocht. Zowel Olivier/Victor als Corien zijn mijn Kampioen.