ONGELOVIGEN WORDEN GEBOYCOT!

Christelijke schrijvers laten hun christelijke boeken uitgeven door christelijke uitgevers die de boeken neerleggen in christelijke boekhandels  waar ze gekocht worden door christelijke christenen. Als atheïst vond ik dat een goede zaak. Zo werden gelovigen niet blootgesteld aan de goddeloze schrijfsels van mij en mijn collega’s en werden mijn kinderen niet per ongeluk bekeerd na het lezen van een stichtelijk boek. Totdat ik deze blog van Corien Oranje las en mijn beeld behoorlijk op zijn kop werd gezet.

[Lees meer…]

DE REDACTEUR IS DE VIJAND

Wanneer ik bezig ben met het verwerken van commentaar van mijn redacteur, krijg ik steevast dezelfde reacties: ‘Word je daar als schrijver niet kniftig van, suggesties van de uitgeverij?’ of: ‘Denk je nooit: mijn idee is beter?’ of zelfs: ‘Waarom hecht je zoveel waarde aan wat een redacteur vindt? Als die het zo goed weet moet ie zelf gaan schrijventoch?

Lezers en (aankomende) schrijvers zien een redacteur vaak als ‘De Vijand’ of zoals collega Iris Boter prachtig verwoordde: ‘Vaak zien mensen suggesties van een uitgeverij als “bemoeien” of “dan is het niet meer jouw boek”. Alsof de uitgeverij de vijand is die je boek wil onteigenen 🙂.’

Het tegendeel is waar! Een goede redacteur heeft maar één doel: jouw boek nog beter maken. En dat is hoognodig, want na maanden (of soms zelfs jaren) schrijven is het lastig om te zien of je spanningsboog klopt, of de personages overal consequent zijn en of je bedoelingen wel worden overgebracht op papier.

Eerder schreef ik al een blog over ‘De onzichtbare hand van de redacteur’. Vandaag licht ik een tipje van de sluier op en laat jullie meelezen met haar commentaar:

–          ‘Rare samenvatting, je omschrijft haar houding maar half’

–          ‘Kan wel, maar zo praat een moeder niet.’

–          ‘Je komt niet terug op de belofte die ze haar moeder heeft gedaan.’

–          ‘Ik vind het einde van het hoofdstuk sterker zonder de herhaling.’

–          ‘Zie je echt sterren? Vind ik een beetje een cliché.’

–          ‘Dat zou een tiener nooit zo zeggen.’

–          ‘Ik begrijp niet waarom ze zo boos wordt op haar moeder. Mis ik iets?’

–          ‘Niet zo mooi geformuleerd. Suggestie: ‘****’

–          ‘Niet te nadrukkelijk, de lezer snapt het al.’

–          ‘Vrij veel overpeinzingen halen hier de spanning eruit. Lezer wil weten wat er met Iris is gebeurd.’

–          ‘De overgang is hier wel heel groot, al begrijp ik dat ze bedwelmd raakt.’

Allemaal zinnige én simpele suggesties die snel te verwerken zijn en de tekst beter maken. Daarnaast stond mijn manuscript vol met opmerkingen als: ‘Mooi! Geestig. Mooie zin! Spannend! Goeie cliffhanger!’ en mijn favoriet: ‘Wat een verrassing! Die zag ik niet aankomen …’

Structureel vroeg mijn redacteur om te kijken naar de relatie tussen hoofdpersoon Iris en haar broer, die niet genoeg uit de verf kwam, en naar de motivatie van de Bad Guy die duidelijker kon.

Natuurlijk zijn er ook discussies. Volgens de richtlijnen van De Fontein mogen bepaalde vloekwoorden niet worden gebruikt en wat goeie synoniemen zijn, daar zijn we nog niet over uit. En een enkele keer zijn we het gewoon oneens. Dan hebben we daar een dialoog over.

Redacteuren zijn namelijk net echte mensen, net als schrijvers.

 

Yes! Yes! Waanzinnig Plan: een tipje van de sluier

Bij fictie gaat het meestal zo: een schrijver krijgt een idee voor een boek, werkt het uit en schrijft een eerste versie. Na twee of drie versies is hij (of zij natuurlijk) min of meer tevreden en stuurt het manuscript naar één of meerdere uitgevers. Daarna gaat hij wachten bij de brievenbus of mailbox.

In de meeste gevallen duurt het lang voordat je een reactie krijgt (drie tot zes maanden is geen uitzondering) en de reactie is vaak een afwijzing. Omdat het boek niet goed genoeg is, of omdat het gewoonweg niet in het fonds van de uitgeverij past. (Bijvoorbeeld omdat ze een bepaald genre niet uitgeven, of juist al heel veel vergelijkbare boeken hebben).

Als het boek wél wordt geaccepteerd, gaat er een redacteur mee aan de slag, waarna de schrijver zich op een nieuwe versie van het manuscript stort. Ondertussen laat de uitgeverij een omslag ontwerpen en zet een pr- en marketingcampagne op. Als iedereen tevreden is, gaat het boek eindelijk naar de drukker.

Al met al zit er in veel gevallen twee jaar of meer tussen idee en verschijning.

Het afgelopen jaar heb ik een verhaal uitgewerkt voor een nieuw boek. En in november wist ik eindelijk hoe ik het aan wilde pakken. Ik wist wát ik wilde schrijven én hoe het uitgegeven moest worden.

En daar lag het probleem: het was voor mij essentieel dat het boek vóór de kinderboekweek 2011 in de winkel kwam te liggen. Dat gaf mij elf maanden de tijd om het boek te schrijven, te herschrijven én uit te laten geven.

Een waanzinnig én krankzinnig plan.

Ik schreef het eerste hoofdstuk en maakte een opzet van het boek. Dat stuurde ik samen met het plan naar een uitgeverij die kende. Daarna twitterde ik het volgende: ‘Gezocht: een uitgeverij met lef (en budget) die samen met mij een Waanzinnig Plan wil uitvoeren.’

Binnen twee dagen had ik vier afspraken met vier verschillende uitgeverijen. En allemaal reageerden ze superenthousiast. Niet dat ze geen haken en ogen zagen. Niet dat er geen zaken meer uit te zoeken zijn. Maar over de opzet van het plan en het boek waren de uitgeverijen unaniem enthousiast.

En de eerste ‘JA!’ is inmiddels binnen!

De komende weken vinden er vervolggesprekken plaats en wacht mij de moeilijke taak om te bepalen waar de beste ‘match’ ligt.  Maar één ding is zeker: het boek gaat er komen in 2011!

(Waar het boek over gaat en waarom het zo essentieel is dat het volgend jaar in de winkel ligt, vertel ik een volgende blog).