HOE SCHRIJF JE EEN THRILLER (1)

 

‘A mystery writer, alas, thinks of murdering somebody, most of the time’ – James N. Frey

Nachtmerrieman

Nachtmerrieman

Afgelopen vrijdag leverde ik mijn manuscript voor ‘Waanzinnige Plannen – en hoe ze te realiseren’ in bij uitgeverij Scriptum. En dat betekent dat ik eindelijk aan Nachtmerrieman mag beginnen! Voor wie het gemist heeft, Nachtmerrieman wordt mijn eerste roman voor volwassenen. Het is een bovennatuurlijke thriller die in mei 2014 verschijnt bij Meulenhoff Boekerij. Dat ik begin met schrijven, betekent overigens niet dat ik meteen start met het boek. Bij een thriller komt namelijk veel voorwerk kijken, dus de komende weken ben ik vooral bezig met plots en karakters uit te werken. En om jullie een beetje een idee te geven hoe dat nou in zijn werk gaat, een thriller schrijven, zal ik onregelmatig een blog schrijven over het proces.

Disclaimer: niets van wat ik schrijf is waar. Het is hoe ik dit doe.

Om te beginnen is het belangrijk om te bepalen wat voor boek NMM is. Een thriller of een moordmysterie? Veel thrillers zijn eigenlijk moordmysteries met toegevoegde thrillerelementen. De basis van een mysterie is een hoofdpersoon die één (of meerdere) moorden probeert op te lossen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de boeken van Karin Slaughter. ‘Echte’ thrillers bevatten vaak meer actie, zijn ‘sneller’ geschreven en de hoofdpersoon is continu in gevaar. De romans van Charles den Tex en Lee Child (Jack Reacher) zijn goede voorbeelden. Sommige romans (en tv-series) combineren beide genres. Harry Hole is een inspecteur die moorden oplost in de boeken van Jo Nesbø, maar zelf regelmatig onder vuur ligt, net als zijn naasten. Ook de serie The Killing is in de basis een mysterie met toegevoegde thrills.

NMM is in eerste instantie een moordmysterie. Het gaat over Madeline Finn die geconfronteerd wordt met de moord op een jonge vrouw. De politie denkt de zaak opgelost te hebben, maar Madeline vermoedt dat er iets anders aan de hand is. Hoe dieper zij in de zaak verzeild raakt, hoe thrillerachtiger het boek wordt. Maar qua structuur is het ontegenzeggelijk een mysterie.

Nu ik weet wat voor soort boek ik ga schrijven, kan ik gaan plotten. Bij een (moord)mysterie kost dat extra veel voorbereidingstijd, want mysteries hebben naast het plot, ook een plot-achter-het-plot.

In het boek ‘How to write a damn good mystery’ van James N. Frey, schrijft Frey dat niet de schrijver, maar de moordenaar de auteur van de plot-achter-het-plot is. ‘Dat is het verhaal van de moordenaar: waarom hij of zij moordt, hoe hij of zij moordt, en hoe hij of zij ermee weg denkt te komen,’ schrijft Frey. Dat wordt mijn taak voor de komende weken, het verhaal-achter-het-verhaal opschrijven, met de beweegredenen en plannen van de moordenaar in NMM. Het verhaal-achter-het-verhaal krijgen jullie nooit te lezen, maar het is essentieel voor mij om het boek te kunnen schrijven.

Volgende keer: het A, B en C plot.

IMPROVISEREN MOET JE PLANNEN

 

Waanzinnige PlannenIk had het zo mooi bedacht. Op 1 februari moest ik de eerste versie van mijn manuscript ‘Waanzinnige Plannen! – en hoe ze te realiseren’ inleveren bij uitgeverij Scriptum. Al mijn afspraken had ik keurig voor de week daarna gepland. Maar zoals het vaak gaat met plannen, liep het allemaal anders. Ik realiseerde mij namelijk dat de structuur van het boek niet klopte. Na overleg met de uitgever besloten we de volgorde van de hoofdstukken om te gooien en de deadline een maand te verschuiven.

Vol goede moed wilde ik aan de tweede versie beginnen, maar dat ging niet. Mijn week zat namelijk geheel volgepland met afspraken, verjaardagen, de Lira nieuwsjaarsborrel en de Paul Harlanddag waar ik in een panel zat. Ik (her)schreef geen woord. En daar baalde ik van. Ik wilde aan de slag!

‘Life is what happens to you while you’re busy making other plans,’ zei John Lennon al. Voor veel mensen is dat een reden om maar helemaal niets te plannen. Maar dat werkt in de meeste gevallen niet, niet als je echt iets wilt bereiken. Voor mijn uitgever is het belangrijk om te weten wanneer ze een manuscript krijgen. Ze moeten een redacteur vrijmaken, het boek ruim van te voren aankondigen in de folder en soms zelfs tijd reserveren bij een drukker. Als ze het boek ‘wel een keer krijgen’ dan werkt dat niet.

Maar ook voor mijzelf is een planning essentieel. 1 oktober moet ik de eerste versie van ‘Nachtmerrieman’ inleveren bij Meulenhoff Boekerij en dat betekent dat ik uiterlijk 1 maart aan de thriller ga beginnen. En dan moet ‘Waanzinnige Plannen’ wel af zijn.

Gelukkig ben ik een kei in improviseren. Ontmoetingen worden bel- of Skype-afspraken, deelprojecten worden verschoven of gedelegeerd en nieuwe (her)schrijftijd wordt ingepland. De grap is echter dat ik alleen maar kan improviseren omdat ik een plan heb om van af te wijken. Zonder planning is improvisatie waardeloos. Dan doe je maar wat en heb je veel minder controle over het eindresultaat. Acteur Christopher Walken zegt daarover: ‘Improvising is wonderful. But the thing is that you cannot improvise unless you know exactly what you’re doing.’

Kunstenaars die van de regels afwijken, zorgen ervoor dat ze regels eerst door en door kennen. Ze weten exact waar ze wanneer van af moeten wijken. Dat geldt ook voor Waanzinnige Plannenmakers. Je doel genereert een planning. Je planning is een blauwdruk. Daar kun je op punten vanaf wijken, zolang je einddoel maar leidend blijft. Je probeert tenslotte je einddoel te halen, niet perfect je planning uit te voeren. Je planning is niet je doel! Maar zónder planning, deadline of helder geformuleerd einddoel blijf je vaak hangen in goede bedoelingen. Dan kun je nog zo goed zijn in improviseren, je resultaten blijven uit.

Omdat ik inmiddels ervaring heb met verschuivende deadlines, heb ik voordat ik begon een maand tussen ‘Waanzinnige Plannen’ en ‘Nachtmerrieman’ gepland. In het gunstigste geval had ik een paar weken ‘vrij gehad. Nu heb ik ruim de tijd om het eerste boek af te maken, voordat ik aan het volgende begin. En om te improviseren. Want ook dat moet je plannen.